Sponsor of prijs nodig? Zelf sponsor worden?
Arkefly: Aruba

dinsdag 27 mei 2008

Filmverslag Ckv: The Brothers Grimm

Inleiding:
Ik ben dinsdag 25 oktober samen met mijn zusje naar de bioscoop in Lelystad geweest om naar de film The brothers Grimm te kijken. Deze film sprak me erg aan, omdat het iets sprookjes-achtigs heeft maar ook wat griezeligs. En verder vond ik het aanbod van films in de bioscoop in Dronten en Lelystad niet erg leuk.

Samenvatting:
Het verhaal gaat over de broers Jake en Will Grimm. Toen de twee broers nog jong waren werd hun jongere zusje ziek. Will en zijn moeder bleven samen thuis en Jake zou medicijnen gaan halen, maar kwam thuis met ''magische bonen''. De magische bonen werkten niet en hun zusje stierf, dit kon Will zijn broer Jake nooit meer vergeven. Jaren later reizen de twee broers van stad naar stad, waar ze dan hun sprookjes tot ''werkelijkheid'' doen laten komen. Ze houden zo de mensen voor de gek en vragen geld om hun eigen creaties te verdrijven. Zo worden de twee broers erg beroemd en verdienen veel geld. Tot dat er iets eigenaardigs gebeurt in het kleine dorpje Marbaden. Ze worden gedwongen door Delatombe een gazant van Napoleon om daar te onderzoeken wat er aan de hand is. Daar aangekomen hoefden ze niet echt te rekenen op de medewerking van de bewoners van het dorpje. Behalve de pelsenjager, zij hielp hen de weg te vinden door het bos en vertelde over wat zij van het verhaal af wist. Er bleek een koningin al eeuwen in een toren te zitten. Zij wou door het stelen van 12 jonge meiden levens haar eeuwige jeugd te vinden. Ze liet de vader van de pelsenjager de meiden voor haar halen. Toen de broers Grimm er achter waren gekomen dat de koningin de oorzaak van de vermiste meisjes was vertelden ze het meteen in dorp. En samen met de dorpelingen vluchtten ze weg uit het dorpje. Maar Napoleon hielt dit tegen en stuurde ze terug. Hierdoor kreeg de koningin de kans om haar twaalfde meisje te krijgen, waardoor de Grimms ervoor moesten zorgen dat ze het zouden stoppen. Maar de koningin had alle wapens in haar macht, waardoor de Grimms ten einde raad waren. Uit eindelijk komt Will Grimm in de macht van de koningin en sterft. Delatombe herinnert opeens dat hij het verhaal kende en kwam met een oplossing om het te stoppen. Het kon alleen gestopt worden met een kus van ware liefde. Dus Jake kuste de pelsenjager en alle meiden kregen hun leven terug. Alleen Will bleef nog steeds dood, toen moest de pelsenjaagster Will kussen en toen kwam hij ook tot leven. De kwaadaardige koningin ging ten onder door het breken van haar spiegel, en zo leefden ze nog lang en gelukkig.

Personages:
Jake Grimm:
Dit personage wordt gespeelt door Heath Ledger. Hij speelt een personage dat zeer bijgelovig is en leeft in zijn eigen fantasie wereldje. Hij schrijft ook veel sprookjes op in een boek en bewaard deze zorgvuldig. Het is een nogal wat onzeker personage, en voelt zich schuldig om de dood van zijn zusje. Ook snakt hij naar steun van zijn broer, omdat sinds de dood van zijn zusje zijn broer hem nooit vergeven heeft.

Will Grimm:
Dit personage wordt gespeelt door Matt Damon. De personage die hij speelt doet zich voor als een zekere man die niet snel weg deinst voor dingen, en ook zeer nuchter is en niet zoals zijn broer Jake Grimm in allerlei fantasie verhalen gelooft.Diep van binnen worstelt hij met vele gevoelens en angsten. Na de dood van zijn zusje uitte hij veel frustraties op zijn broer, maar deze werden eigenlijk veroorzaakt omdat hij bang was ook nog zijn broer eens te moeten verliezen. Verder is dit personage veel bezig met het streven naar roem en succes.

De moeder van de broers Grimm:
De moeder van de broers Grimm komt maar heel even in de film voor, maar ze komt over als een lieve zorgzame vrouw.

Het zusje van de broers Grimm:
Het zusje van de broers Grimm komt ook maar heel even voor in de film. Maar ondanks ze maar heel even in de film voorkomt speelt ze toch een zeer grote betekenis in de relatie van de broers Grimm.

Napoleon:
Dit personage wordt gespeelt door Jonathan Pryce. Het is een personage dat erg nuchter is en niet in allerlei sprookjes gelooft. Hij is ook zeer bang voor rellen in zijn land, want hij houd erg van zijn macht en wilt deze macht ten koste van alles behouden.

Delatombe:
Dit personage wordt gespeelt door Peter Stormare. Delatombe is een gazant van Napoleon. In het begin van de film speelt hij een rol van de slechterik. Hij is de uitvinder van martelmachines en buit de mensen echt uit. Later in de film komt hij tot bekering door de relatie die ontstaat tussen hem en de broers Grimm.

De pelsen - jager:
Dit personage wordt gespeelt door Lena Headey. De mensen uit haar dorp denken dat er een vloek op haar rust daarom leeft ze afgezondert en blijft ze op afstand van de mensen. Zij is de enige persoon die durft de broers Grimm door het bos te leiden. Ze weet als enige ook het verhaal achter de vermissing van de meisjes. Ze speelt een wat mysterieuse knappe vrouw, die de sleutel lijkt te zijn naar de oplossing van het mysterie.

De kwaadaardige koningin:
Dit personage wordt gespeelt door Monica Bellucci. Dit personage is een zeer kwaadaardig persoon en ook zeer ijdel. Ze is al lange tijd ''dood'' maar kan geen rust vinden waardoor ze eeuwen lang rottent in haar toren zit. Ze is uit op de eeuwige jeugd want ze wilt weer de mooiste van het land zijn, en zij is de oorzaak van de vermissing van de jonge meisjes.

Genre:
Fantasie:
Er gebeurt veel wat niet in het dagelijks leven zou kunnen gebeuren, bijvoorbeeld dat de bomen kunnen lopen.

Sprookje:
Omdat de broers Grimm in het echte leven veel bekende sprookjes geschreven hebben, is er in deze film veel gebruik gemaakt van die sprookjes.

Horror:
Er zitten "enge" stukken in de film, bijvoorbeeld een koningin die al duizende jaren ligt te rotten maar toch leeft.

Thriller:
Er zit echt een spannende verhaallijn in die er voor zorgt dat je gedurende de hele film er geboeit naar blijft kijken.

Aktie:
Er gebeurt bijna op ieder moment wel wat.

Komedie:
Er zitten ook veel grappige momenten in de film dat je echt moet lachen.

Tijdsbepaling:
Het speelt zich af in de tijd dat Frankrijk onder leiding van Napoleon het land Duitsland bezette. Dit weet ik omdat het in de film naar voren komt dat Napoleon daar de macht in het land Duitsland heeft.

Plaatsbepaling:
De film is opgenomen in Tsjechië en de Verenigde Staten, maar het verhaal speelt zich af in Duitsland. Dit weet ik omdat de plaatsen in de film genoemt woorden Duitse plaatsen zijn, en omdat er Duitse namen in de film gebruikt worden waaronder de achternaam Grimm. Maar ook omdat er in de film letterlijk wordt vermeld dat het in Duitsland afspeelt.

Reacties:
Onder de film was het echt heel stil, ik heb zelden mee gemaakt dat het zo stil in de bioscoop was. Dit wilt wel zeggen dat de film de mensen erg boeide en intresseerde. Ook heb ik na de film nog mensen gevraagd naar hun mening over de film en deze waren allemaal zeer positief. Mijn zusje waarmee ik naar deze film toe ben geweest vond de film ook zeer leuk.

Recensies:
Regie: Terry Gilliam | Cast: Heath Ledger (Jacob Grimm), Matt Damon (Wilhelm Grimm), Peter Stormare (Cavaldi), Jonathan Pryce (Delatombe) e.a. | Speelduur 125 minuten

Die arme Terry Gilliam. Met The Brothers Grimm moest de regisseur zich opnieuw op de filmkaart proberen te zetten, en aan de eerste foto’s en beelden te zien, leek hem dat te gaan lukken. Het uiteindelijke resultaat heeft het publiek verdeeld, maar over het algemeen kan de conclusie worden getrokken dat de grote boze wolf flink heeft huisgehouden.

Grimm flopte, zoals meerdere Gilliam-producties sneuvelden aan de kassa. Zo staat zijn The Adventures of Baron Munchausen nog steeds te boek als een van de grootste mislukkelingen uit de filmgeschiedenis. Een ander, extremer voorbeeld: zijn film over Don Quichote is überhaupt nooit afgemaakt. Moeder natuur maakte moes van alle peperdure sets, financiers deden moeilijk (tja, Gilliam had al een reputatie) en hoofdrolspeler Jean Rochefort moest halverwege afhaken, omdat zijn gezondheid het niet meer toeliet. Zijn droomproject viel in duigen. Over dit mislukken is wel een fraaie documentaire gemaakt, Lost in La Mancha, maar uiteindelijk is het allemaal weggegooid geld gebleken. Het ex-Monty Python lid kon dus wel weer een hit gebruiken. Het doet dan ook buitengewoon pijn om te zien hoe hij het nu weer verknald heeft. The Brothers Grimm is zo’n film waarbij je je best doet hem goed te vinden. Dat wil maar moeilijk lukken.

Buitengewoon pijn, omdat Gilliam met wél geslaagde werken heeft laten zien een fascinerend buitenbeentje onder collega’s te zijn. Brazil, The Fisher King en Twelve Monkeys waren overduidelijk films die ontsproten waren uit het brein van een tamelijk geniale fantast. Zelfs van een hinderlijke freakshow als Fear and Loathing in Las Vegas kan gezegd worden dat hij afwijkend durft te zijn. Dat hij afwijkt van een regisseur als Tim Burton, met wie hij vaak vergeleken wordt, is de manier waarop hij zijn ‘sprookjes’ voorziet van een aanstekelijke zwartgalligheid. Je krijgt het idee dat hij mensen uitlacht terwijl hij ze toch bewondert. Dat hij zou uitkomen bij de gebroeders Grimm is niet verwonderlijk. Het zijn het een soort ‘ghostbusters’ die hun geld verdienen door denkbeeldige monsters en ander gespuis in het leven te roepen om ze vervolgens zelf te ‘verslaan’. Die poppenkast levert ze uiteindelijk een klus op waarin ze de confrontatie aanmoeten met échte tovenarij.

De grappen, allemaal gebaseerd op het feit dat de broertjes nu natuurlijk met hun mond vol tanden staan, zijn voor de hand liggend en nogal braaf. Misschien moet de schuld dan worden gelegd bij scriptschrijver Ehren Krueger (The Ring, The Skeleton Key) die zijn schrijfwerk te vaak voorziet van een iets te zelfverzekerde gevatheid. Als komisch talent komt vooral Ledger nog wel een eind, maar als duo met Damon zijn ze niet aanstekelijk genoeg. Daar komt bij dat Jonathan Pryce en Peter Stormare zo vreselijk overacteren dat ze zelfs de camp overstijgen. Echt grappig is het allemaal niet. Als schouwspel is The Brothers Grimm dan nog het meest geslaagd met studiodecors die niet onderdoen voor de baanbrekende doeken uit Sleepy Hollow. Maar de steeds irritanter en onevenwichtiger wordende toon, waarbij flauw gooi- en smijtwerk ineens plaatsmaakt voor een scène waarin een paard een kind verorbert, staat de amusementswaarde ernstig in de weg. Het is een ratjetoe, waar geen Gilliam-fan wijzer van wordt en waar een groot publiek zijn schouders bij zal ophalen, of de regisseur daar nu schuldig aan is of niet. Je had hem zo graag het voordeel van de twijfel willen geven.

http://www.filmtotaal.nl/module.php?section=newsDetails&newsID=5792

De twee broers
Die zwei Brüder
Gebroeders Grimm - sprookjesnummer 060
Er waren eens twee broers; de één was rijk, de ander arm. De rijke was goudsmid en had een slecht karakter; de ander verdiende de kost met bezems binden en hij was goed en aardig. De arme had twee kinderen, tweelingen, die als twee druppels water op elkaar leken. De twee jongens gingen nu en dan naar het huis van hun oom en kregen soms een beetje eten dat over was gebleven.

Nu gebeurde het eens dat de arme man naar het bos was gegaan om rijshout te halen. Toen zag hij een vogel die helemaal van goud was en zo mooi als hij nog nooit had gezien. Hij nam een steentje, gooide het naar de vogel en raakte hem precies, maar er viel alleen één gouden veer af en de vogel vloog weg. De man nam de veer op en bracht die naar zijn broer. Die bekeek het en zei: "Het is zuiver goud," en hij gaf hem er veel geld voor.

De volgende dag klom de man in een berkeboom om wat dunne twijgen af te snijden en daar vloog diezelfde vogel weg. En toen de man keek waar hij vandaan was gekomen, zag hij een nest waar een ei in lag dat van goud was. Hij nam het ei mee naar huis en bracht het weer naar zijn broer en die zei weer: "Het is zuiver goud," en hij woog het en gaf hem ervoor wat het waard was. Ten slotte zei de goudsmid: "Ik zou die vogel zelf wel willen hebben."

De arme broer ging nu voor de derde maal naar het bos en hij zag de gouden vogel weer in de boom zitten. Toen nam hij een grote steen en trof hem, waardoor de vogel naar beneden viel. Hij bracht hem bij zijn broer en hij kreeg er een heleboel goud voor. "Nu ben ik geholpen," dacht hij en hij ging tevreden naar huis.

De goudsmid was listig en slim. Hij wist best wat voor een soort vogel het was en hij riep zijn vrouw en zei:

"Braad die gouden vogel voor mij en zorg ervoor dat er niets verloren gaat - ik heb zin hem helemaal alleen op te eten."

De vogel was namelijk geen gewone vogel, maar een zeer bijzondere: wie het hart en de lever at, vond iedere morgen een goudstuk onder zijn hoofdkussen. De vrouw maakte de vogel klaar, stak hem aan het braadspit en liet hem braden.

Nu gebeurde het, dat terwijl hij boven het vuur hing en de vrouw voor ander werk even de keuken uit moest, de kinderen van de arme bezembinder binnenkwamen en een paar keer aan het spit draaiden. En toen er juist twee stukjes uit de vogel in de pan vielen, zei de één:

"Die paar stukjes eten wij op, ik heb zo’n honger, en niemand zal er immers iets van merken."

Toen aten ze de twee stukjes op, maar de vrouw kwam weer binnen en zag dat ze wat aten en vroeg:

"Wat eten jullie daar?"

"Een paar stukjes die uit de vogel zijn gevallen," antwoordden ze.

"Dat was het hart en de lever," zei de vrouw verschrikt. En opdat haar man niets zou merken en niet heel boos zou worden, slachtte ze dadelijk een haantje en nam daar het hart en de lever uit en stopte die in de gouden vogel. Toen hij gaar was, bracht ze hem naar de goudsmid en die at hem helemaal alleen op en liet niets over. Toen hij echter de volgende morgen onder zijn kussen voelde en verwachtte dat hij er een goudstuk zou vinden, was er net zo min iets te vinden als anders.

Maar de twee kinderen wisten niet welk een geluk hen ten deel was gevallen. Want toen zij de volgende morgen opstonden, viel er al rinkelend iets op de grond en toen ze het opraapten, bleken het twee goudstukken te zijn. Zij brachten ze naar hun vader die heel verbaasd was en zei: "Hoe kan dat nou?" En toen ze er de volgende morgen weer twee vonden, en zo elke dag, ging hij naar zijn broer en vertelde hem de wonderbaarlijke geschiedenis.

De goudsmid begreep onmiddellijk wat er gebeurd was en dat het de kinderen waren die het hart en de lever van de vogel hadden opgegeten. Om zich te wreken en omdat hij jaloers en hardvochtig was, zei hij:

"Jouw kinderen hebben een verbond gesloten met de duivel. Neem het goud niet aan en laat ze niet langer in je huis, want de duivel heeft macht over hen en kan jou ook nog wel eens in het verderf storten."

De vader vreesde de duivel en hoe moeilijk hij het ook vond, hij bracht de tweeling diep het bos in en met een bezwaard hart liet hij ze daar alleen achter. Nu zwierven de beide kinderen in het bos en zochten de weg naar huis. Ze konden die echter niet vinden en ze verdwaalden steeds verder. Eindelijk kwamen ze een jager tegen en die vroeg:

"Zeg, kinderen, waar wonen jullie?"

"Wij zijn de kinderen van de arme bezembinder," antwoordden ze en ze vertelden hem dat hun vader hen niet langer in huis wilde hebben, omdat er elke morgen een goudstuk onder hun hoofdkussen lag.

"Maar," zei de jager, "dat is toch zo erg niet, als jullie maar flinke jongens blijven en niet gaan luieren."

De goede man vond de jongens aardig en omdat hij zelf geen kinderen had nam hij ze mee naar huis en zei:

"Ik zal jullie vader zijn en jullie opvoeden."

Zo leerden ze bij hem het jagersvak en het goudstuk dat ze ieder morgen bij het opstaan vonden, bewaarde hij voor hen voor als ze het later eens nodig zouden hebben.

Toen ze groot waren geworden nam hun pleegvader hen op een dag mee naar het bos en zei:

"Vandaag moeten jullie proefschieten, want dan kan ik jullie je eigen gang laten gaan en tot volleerde jagers benoemen."

Ze gingen met hem mee naar een standplaats in het bos en wachtten heel lang, maar er kwam geen wild voorbij. Toen keek de jager naar boven en zag een troep wilde ganzen in driehoeksvorm aan komen vliegen en hij zei tegen een van de jongens: "Schiet er nu van elke hoek één af." Dat deed hij en zo volbracht hij zijn proefschot. Weldra kwam er nog een vlucht ganzen aan, maar deze vloog in de vorm van het cijfer twee. Toen beval de jager de andere ook om van elke hoek er één te treffen en hem lukte dit proefschot ook. Nu zei de pleegvader: "Ik verklaar jullie vrij, jullie zijn volleerde jagers."

De twee broers gingen samen het bos in en overlegden met elkaar en spraken iets af. En ‘s avonds bij het avondeten zeiden ze tegen hun pleegvader: "We beginnnen niet met eten, we nemen geen hap, voordat u een verzoek van ons heeft ingewilligd." Hij zei: "En wat is dat dan voor verzoek?" "Wij zijn nu volleerd, maar we hebben nog niet veel van de wereld gezien. Sta ons toe dat wij weggaan en gaan reizen." Toen zei de oude man vol vreugde: "Jullie praten als echte jagers, wat jullie vragen was ook steeds mijn wens; ga dus reizen, het zal jullie goed gaan." Daarop aten en dronken ze vrolijk met elkaar.

De dag van het vertrek brak aan. De pleegvader gaf hun ieder een goed geweer en een hond en liet ieder van hen van de gespaarde goudstukken zoveel nemen als hij maar wilde. Een eind ging hij nog met hen mee, maar bij het afscheid gaf hij hun een blinkend mes en zei:

"Wanneer jullie ooit uit elkaar gaan, steek dan dit mes op de plaats waar jullie wegen zich scheiden in een boom; wie terugkeert kan daaraan zien hoe het zijn afwezige broer is vergaan, want de kant waarlangs hij is weggegaan zal roesten wanneer hij sterft, maar blinkend blijven zolang hij leeft."

De beide broers liepen nu verder en verder en kwamen in zo’n groot bos, dat ze er onmogelijk in één dag doorheen konden. Ze overnachtten dus in het bos en aten wat ze in hun knapzak hadden; de volgende dag kwamen ze er echter ook nog niet uit. Daar ze niets meer te eten bij zich hadden, zei een van hen: "We moeten maar iets schieten want anders lijden we honger." Hij laadde zijn geweer en keek om zich heen. Nu kwam er een oude haas aangesprongen en hij legde aan, maar de haas riep:

"Lieve jager, laat mij leven,
ik zal je twee jongen geven."

En hij sprong in het struikgewas en bracht hun twee jonge haasjes. De diertjes sprongen echter zo vrolijk en waren zo aardig, dat de jagers het niet over hun hart konden krijgen ze te doden. Ze hielden hen bij zich en de haasjes volgden hen op de voet. Toen sloop er een vos voorbij en ze wilden aanleggen, maar de vos riep:

"Lieve jager, laat mij leven:
ik zal je twee jongen geven."

Hij bracht hun twee jonge vosjes en de jagers wilden die ook niet doden en ze gaven hen de haasjes tot gezelschap en zij volgden hen op de voet. Het duurde echter niet lang of daar stapte een wolf uit het struikgewas. Weer legden de jagers aan, maar de wolf riep:

"Lieve jager, laat mij leven:
ik zal je twee jongen geven."

De twee jonge wolfjes mochten bij de andere diertjes spelen en zo volgden ze hen allemaal op de voet. Daarop kwam een beer die ook liever wat langer wilde blijven rondlopen en riep:

"Lieve jager, laat mij leven:
ik zal je twee jongen geven."

De twee beertjes werden bij het gezelschap gevoegd en nu waren ze al met z'n achten. Maar wie kwam daar aan? Een leeuw en hij schudde zijn manen. Maar de jagers lieten zich niet bang maken en legden op hem aan. Maar ook de leeuw sprak net als de anderen:

"Lieve jager, laat mij leven:
ik zal je twee jongen geven.’

En ook hij haalde zijn jongen te voorschijn en zo hadden de jagers twee leeuwtjes, twee beertjes, twee wolfjes, twee vosjes en twee haasjes die hen allemaal op de voet volgden en hen dienden. Natuurlijk hielp dat allemaal niet voor de honger en daarom vroegen ze de vossen: "Hoor eens, jullie sluipertjes, breng ons eens iets te eten, jullie zijn toch zo listig en geslepen?" Zij antwoordden: "Niet ver hier vandaan is een dorp waar we al verschillende kippetjes hebben weggehaald, we zullen jullie de weg wel wijzen."

Ze gingen nu naar het dorp, kochten er wat eten en lieten ook de dieren voeren en daarna trokken ze verder. De vossen wisten in de omgeving goed de weg, vooral daar waar de kippenrennen waren en ze konden de jagers overal op de goede plaats brengen.

Ze trokken nog wat rond, maar ze konden geen werk vinden waar ze samen dienst konden nemen, en dus zeiden ze:

"Er zit niets anders op, we moeten scheiden."

Ze verdeelden de dieren, zodat ieder één leeuw kreeg, één beer, één wolf, één vos en één haas en toen namen ze afscheid. Ze beloofden elkaar broederlijke trouw tot in de dood en het mes dat hun pleegvader hun had meegegeven, staken ze in een boom. Toen trok de één naar het oosten en de ander naar het westen.

De jongste kwam met zijn dieren in een stad aan die helemaal met zwart floers was bedekt. Hij ging naar een herberg en vroeg de waard of hij zijn dieren onderdak voor de nacht kon geven. De waard gaf hem een stal met een gat in de wand en de haas kroop naar buiten en haalde een kool en de vos haalde een kippetje. En toen hij die had opgegeten ging hij ook de haan nog halen, maar de wolf en de beer en de leeuw waren te groot om door het gat te kruipen.

Toen bracht de waard hen naar een wei, waar een koe lag te herkauwen en daar mochten ze naar hartelust eten. Pas toen de jager voor zijn beesten had gezorgd, vroeg hij aan de waard waarom de hele stad zo met rouwfloers omhangen was. De waard zei:

"Omdat morgen de dochter van onze koning zal sterven."

"Is ze dan zo ziek?" vroeg de jager.

"Nee," zei de waard, "ze is zo gezond als een vis, maar toch moet ze sterven."

"Hoezo?" vroeg de jager.

"Buiten de stad ligt een hoge berg en daarop woont een draak die elk jaar een jonge maagd moet hebben, omdat hij anders hier het hele land verwoest. Nu zijn alle jonge meisjes al geofferd en er is niemand meer over behalve de dochter van de koning, maar er is geen genade en ze moet aan hem overgeleverd worden en morgen gebeurt dat."

De jager zei:

"Waarom wordt die draak niet gedood?"

"Ach," antwoordde de waard, "er zijn al zoveel ridders die dat geprobeerd hebben, maar ze hebben er allemaal het leven bij verloren; de koning heeft degene die de draak overwint, zijn dochter tot vrouw beloofd en ook zal hij na de dood van de koning het koninkrijk erven."

De jager zei daar verder niets op, maar de volgende morgen nam hij al zijn dieren met zich mee en ging met hen de Drakenberg op. Bovenop stond een klein kerkje en op het altaar stonden drie volle bekers met daarbij het opschrift:

"Wie deze bekers leegdrinkt,
wordt de sterkste man op aarde
en hij kan het zwaard hanteren,
dat voor de drempel begraven ligt."

De jager dronk nog niet, maar ging eerst naar buiten om het zwaard in de grond te zoeken, maar hij was niet sterk genoeg om het op te tillen. Hij ging weer naar binnen en dronk de bekers leeg en toen kon hij het zwaard optillen en hij kon het heel goed hanteren.

Toen het uur kwam waarop de jonkvrouw aan de draak moest worden overgeleverd, begeleidde de koning, de maarschalk en de hele hofhouding haar naar buiten. Vanuit de verte zag ze de jager op de Drakenberg staan, zij dacht dat de draak haar al stond op te wachten en ze durfde de berg niet op, maar omdat de stad anders verwoest zou worden, besloot ze tenslotte de zware gang te maken. De koning en de hofhouding keerden in diepe rouw huiswaarts, maar de maarschalk moest blijven staan en uit de verte toekijken.

Toen de koningsdochter boven op de berg was gekomen, trof ze daar niet de draak aan, maar de jeugdige jager. Hij troostte haar en zei dat hij haar wilde redden, hij bracht haar naar het kerkje en sloot haar daarin op. Het duurde niet lang of met een geweldig gedruis kwam daar de zevenkoppige draak aangestormd. Toen hij de jager zag verwonderde hij zich en zei:

"Wat doe jij hier op de berg?"

De jager antwoordde:

"Ik wil met je strijden."

De draak zei:

"Reeds menig ridder heeft hier zijn leven gelaten en met jou zal ik ook korte metten maken."

En hij spuwde vuur uit zeven muilen. Dat vuur moest het droge gras laten ontvlammen en de jager laten stikken in gloed en rook, maar de dieren kwamen aangelopen en trapten het vuur uit. Toen stormde de draak op de jager af, maar hij zwaaide zijn zwaard zodat het suisde in de lucht en hij sloeg hem drie koppen af. Toen werd de draak pas echt boos, verhief zich in de lucht en spuwde vurige vlammen over de jager uit en wilde zich op hem neerstorten, maar de jager trok nogmaals zijn zwaard en hakte hem nogmaals drie koppen af. En hoewel het beest neerstortte probeerde het toch weer op de jager af te stormen, maar de jonge jager sloeg hem met zijn laatste krachten zijn staart af en omdat hij toen niet meer vechten kon, riep hij zijn dieren erbij die de draak in stukken scheurden.

De strijd was ten einde, de jager opende het kerkje en hij zag de prinses op de grond liggen. Ze had uit angst en schrik tijdens het vechten het bewustzijn verloren. Hij droeg haar naar buiten en toen ze weer bijkwam en haar ogen opende, liet hij haar zien hoe de draak in stukken was gescheurd en hij vertelde haar dat ze nu bevrijd was. Ze was blij en zei:

"Nu word je mijn lieve echtgenoot, want mijn vader heeft mij beloofd aan degene die de draak doodt."

Daarop deed ze haar kralen ketting af en verdeelde de kralen onder de dieren om hen te belonen en de leeuw kreeg het gouden slotje. Haar zakdoek echter, waar haar eigen naam op stond, gaf ze aan de jager, die naar de draak toeging en de zeven drakentongen uit de zeven drakenkoppen sneedt en ze in de zakdoek wikkelde en ze goed bewaarde.

Toen dat gebeurd was voelde hij zich door het vuur en de strijd zeer vermoeid en hij zei tegen de prinses:

"We zijn beiden moe, laten we even gaan slapen."

Zij stemde toe en ze gingen samen op de grond liggen. De jager zei tegen de leeuw: "Houd de wacht en zorg ervoor dat niemand ons overvalt als we nog slapen," en toen sliepen ze beiden in. De leeuw ging ernaast liggen om te waken, maar hij was ook moe van het vechten, zodat hij de beer riep en zei:

"Ga jij naast me liggen, ik ben slaperig, komt er wat, maak me dan wakker."

De beer ging naast hem liggen, maar hij was ook moe en riep de wolf en zei:

"Ga jij naast me liggen, ik moet wat slapen, en als er wat gebeurt, roep me dan."

De wolf ging dus naast hem liggen, maar ook de wolf was moe, en hij riep de vos en sprak:

"Ga jij eens naast me liggen, ik moet even slapen, als er wat gebeurt, roep me dan."

Dus ging toen de vos daarnaast liggen, maar ook de vos was moe, en hij riep de haas en zei:

"Ga jij naast me liggen, ik moet nu even slapen, en als er wat gebeurt, maak me dan wakker."

Toen ging de haas naast hem zitten, maar die arme haas was ook al moe, en hij had niemand die hij kon vragen voor hem te waken, en zo sliep hij in. Daar sliepen nu de prinses, de jager, en de leeuw, en de beer, en de wolf en de vos, en de haas, en ze sliepen allen de slaap der rechtvaardigen.

Maar de maarschalk die van ver had moeten toezien, had gemerkt, dat de draak niet met de prinses weggevlogen was, en toen alles op de berg zo stil werd, vatte hij moed en ging naar boven. Daar lag de draak in stukken en verscheurd ter aarde, niet ver daarvan de prinses, en een jager met allemaal dieren, allemaal in diepe slaap. En daar hij een lelijke, goddeloze kerel was, nam hij zijn zwaard, en hakte de jager ‘t hoofd af, en nam de prinses op de arm en droeg haar de berg af.

Ze werd wakker en schrok, maar de maarschalk zei:

"Je bent in mijn macht, en je moet zeggen, dat ik de man was, die de draak doodde."

"Dat kan ik niet," zei ze, "want de jager heeft het gedaan met zijn dieren."

Toen trok hij zijn zwaard en dreigde haar te doden, als ze niet deed wat hij zei, en zo dwong hij haar, dat ze het beloofde. Daarop bracht hij haar bij de koning. Die was buiten zichzelf van blijdschap, toen hij zijn eigen kind weer levend voor zich zag, terwijl hij verwacht had, dat ze door het ondier zou zijn verscheurd. De maarschalk zei tegen hem:

"Ik heb de draak gedood, en de jonkvrouw en het hele rijk bevrijd, nu eis ik haar op als vrouw, zoals het was afgekondigd."

De koning vroeg aan de prinses:

"Spreekt hij de waarheid?"

"Ach ja," antwoordde ze, "het zal wel waar zijn, maar ik wil de voorwaarde, dat de bruiloft pas over jaar en dag gevierd wordt," want ze dacht: in die tijd zal ik wel iets van mijn lieve jager horen.

Op de Drakenberg echter lagen nog alle dieren rij aan rij naast hun dode meester, en sliepen, en toen kwam er een grote hommel, die ging op de neus van de haas zitten, maar de haas veegde hem weg met zijn poot en sliep door. Weer kwam de hommel, maar de haas veegde hem weer weg en sliep door. Toen kwam de hommel voor de derde keer, stak hem in zijn neus en toen werd de haas wakker.

Zodra de haas wakker was, wekte hij de vos, en de vos de wolf, en de wolf de beer, en de beer de leeuw. En toen de leeuw wakker werd, en zag dat de prinses weg was en zijn meester gedood, begon hij verschrikkelijk te brullen en riep:

"Wie heeft dat gedaan? Beer, waarom heb je me niet wakker gemaakt?"

En de beer vroeg aan de wolf:

"Waarom heb je me niet gewekt?"

En de wolf aan de vos:

"Waarom heb je me niet gewekt?"

En de vos aan de haas:

"Waarom heb je me niet gewekt?"

Alleen de arme haas kon de schuld op niemand anders gooien. En toen wilden ze hem allemaal aanvallen, maar hij zei:

"Dood mij nu niet. Ik zal onze meester weer levend maken. Ik weet ergens een berg, en op die berg groeit een plant, en die plant, in de mond gestoken, kan alle ziekten en alle wonden weer genezen. Maar die berg ligt tweehonderd uur hier vandaan."

Maar de leeuw zei:

"In vierentwintig uur moet jij heen en terug gelopen zijn en die plant hier brengen."

De haas sprong weg met grote sprongen, en werkelijk, in vierentwintig uur was hij terug en hij had de plant bij zich. De leeuw zette eerst het hoofd van de jager weer op zijn hals, toen stak de haas hem de plant in de mond, weldra groeide alles weer aaneen, het hart ging slaan, en het leven keerde weer.

De jager werd wakker en schrok, toen hij de prinses niet meer zag, en hij dacht: misschien is ze weggegaan, terwijl ik sliep, om me kwijt te zijn. De leeuw had inderhaast het hoofd verkeerd om opgezet, maar dat merkte hij niet onder zijn treurige gedachten over de prinses, pas ‘s middags toen hij eten wilde, merkte hij dat zijn mond aan de kant van zijn rug was, en daar begreep hij niets van en hij vroeg de dieren wat er in zijn slaap gebeurd was?

Toen vertelde de leeuw hem, dat ze allemaal van moeheid waren ingeslapen, en bij ‘t ontwaken hadden ze hem dood gevonden, met afgeslagen hoofd, de haas had de levensplant gehaald maar in de haast hadden ze zijn hoofd verkeerd om opgezet; maar hij wilde de fout graag goedmaken. Hij haalde het hoofd van de jager er af, draaide het om, en de haas genas alles weer met de plant.

Maar de jager was niet vrolijk, hij trok de wereld in en liet zijn dieren dansen voor de mensen. Nu gebeurde het, dat hij precies na een jaar weer in dezelfde stad kwam, waar hij de prinses van de draak had verlost, en nu was de stad helemaal behangen met rood scharlaken. Toen zei hij tegen de waard:

"Wat betekent dat? Het vorig jaar was de stad met rouwfloers overdekt, en wat moet nu dat rood scharlaken?"

De waard antwoordde: "Het vorig jaar zou onze prinses aan de draak worden uitgeleverd, maar de maarschalk heeft de draak overwonnen en gedood, en nu zal morgen de bruiloft worden gevierd; daarom was het eerst rouw en nu is er feest in voorbereiding!"

De volgende dag, de bruiloftsdag, sprak de jager tegen de middag tegen de waard:

"Gelooft u wel, heer waard, dat ik vanmiddag het brood van de koning bij u eten zal?"

"Nu," zei de waard, "al zou je daar honderd goudstukken op verwedden, ik geloof, dat dat niet waar is!"

De jager nam de weddenschap aan, en zette er een buidel met evenveel goudstukken tegenin. Dan riep hij de haas, en zei:

"Ga jij er eens op uit, lieve springer, en haal me wat van het brood, dat de koning eet."

Nu was het haasje het minst van allen, hij kon de boodschap door geen ander laten doen, dus hij moest zelf de benen nemen.

"Ach," dacht hij, "als ik zo alleen door de straten moet springen, dan gaan alle slagershonden achter me aan."

Zoals hij vreesde, gebeurde het ook, alle honden kwamen achter hem aan en wilden zijn mooie velletje hebben. Maar hij maakte sprongen – je hebt het nooit zo gezien! – en hij vluchtte in een schildwachtershuisje, zonder dat de soldaat het zag. Daar kwamen de honden en wilden hem eruit jagen, maar de soldaat wilde geen gekheid, en sloeg er met de kolf van zijn geweer zo op los, dat ze blaffend en huilend wegliepen.

Toen de haas merkte, dat de lucht gezuiverd was, sprong hij het slot binnen, regelrecht naar de prinses. Hij ging onder haar stoel zitten en krabbelde aan haar voet. Toen zei ze: "Ga weg!" want ze dacht, dat het de hond was. Nog eens krabbelde de haas aan haar voet. Ze zei weer: "Ga weg!" want ze dacht, dat het de hond was. Maar de haas liet zich niet van de wijs brengen en krabbelde voor de derde keer. Toen keek ze naar beneden en herkende de haas aan zijn halsband. Dadelijk nam ze hem op schoot, dan droeg ze hem naar haar eigen kamer, en vroeg:

"Lief haasje, wat wou je?"

Hij antwoordde:

"Mijn meester, die de draak gedood heeft, is hier en zendt mij, dat ik vragen moet om brood, dat de koning eet."

Nu was ze blij en ze liet de bakker komen en beval hem, een brood te brengen zoals de koning het at. Het haasje zei: "Maar dan moet de bakker het ook voor me dragen, zodat de slagershonden me niets doen." De bakker bracht het tot aan de deur van de gelagkamer, daar ging de haas op zijn achterpoten staan, nam het brood op zijn voorpoten en bracht het aan zijn meester. Nu zei de jager:

"Kijk eens, mijnheer de waard, die honderd goudstukken heb ik gewonnen."

De waard was verbaasd, maar de jager zei weer:

"Ja, beste waard, dat brood heb ik nu, maar nu wil ik ook eten van het vlees van de koning."

De waard zei: "Dat zou ik wel eens willen zien" maar hij wedde niet meer. De jager riep nu de vos en zei: "Vosje, ga jij eens naar ‘t paleis en haal een stuk wildbraad, zoals de koning dat altijd eet." De rode vos wist beter sluipwegen, hij ging om de hoeken en kroop door de gaten, zonder dat een hond hem zag, maar hij ging achter de stoel van de prinses zitten en krabbelde aan haar voet. Ze keek om en herkende de vos aan de halsband, nam hem mee in haar kamer en zei:

"Vosje, wat wou je?"

Hij antwoordde:

"Mijn meester, die de draak gedood heeft, is hier en gebiedt dat ik vragen moet om een stuk wildbraad van de tafel van de koning."

Toen liet ze de kok komen, die moest een stuk wildbraad klaarmaken en voor de vos dragen tot aan de deur; daar nam de vos hem de schotel af, zwaaide met zijn staart eerst de vliegen weg die op ‘t wild waren gaan zitten, en bracht het dan bij zijn meester.

"Kom eens kijken, beste waard," zei de jager. "Hier heb ik dus brood en wild. Maar nu wil ik ook van ‘t dessert hebben, tenminste: dat van de koning."

Nu riep hij de wolf en zei: "Lieve wolf, ga eens het dessert van de koning voor me halen." De wolf ging recht toe recht aan naar ‘t kasteel, want hij was voor niemand bang, en toen hij in de kamer van de prinses kwam, trok hij haar van achteren aan haar gewaad, zodat ze omkeek. Ze herkende hem aan zijn halsband en nam hem mee naar haar eigen vertrek en zei:

"Lieve wolf, wat wou je?"

Hij gaf ten antwoord:

"Mijn meester, die de draak heeft gedood, is hier, en ik moet vragen om het dessert, zoals de koning dat op tafel krijgt."

Weer liet ze de kok komen, en hij moest dessert klaarmaken als voor de koning, en moest dat voor de wolf tot aan de deur van de herberg brengen, toen nam de wolf hem de schotel af en bracht die aan zijn heer.

"Kijk nu eens, beste waard!" zei de jager, "hier heb ik nu brood en wild en dessert; maar nu wil ik ook suikerwerk eten als de koning."

Nu riep hij de beer, en zei: "Lieve beer, je likt zo graag wat zoets op, ga jij mij eens het suikergoed halen, dat de koning altijd eet." De beer draafde naar het kasteel, iedereen ging hem uit de weg; maar toen hij langs de wacht kwam, hield die zijn geweer voor hem en wilde hem niet voorbij laten gaan. Maar hij ging rechtop staan en gaf hem met zijn poten links en rechts een paar van die oorvijgen met zijn grote poten, zodat de hele wacht in elkaar viel; en toen ging hij meteen naar de prinses, ging achter haar staan en gromde een beetje. Ze keek om, herkende de beer en zei hem, mee te gaan naar haar kamer, en zei:

"Lieve beer, wat wou je?"

Hij antwoordde:

"Mijn meester, die de draak gedood heeft is hier, ik moet vragen om het suikergoed, waaraan de koning gewend is."

Ze liet de suikerbakker komen, die moest suikergoed maken, net als voor de koning, en hij moest het voor de beer dragen tot de deur van de herberg; de beer likte eerst de suikererwtjes op die eraf gerold waren, toen ging hij op z’n achterste poten staan, nam de schotel en bracht die bij zijn heer en meester.

"Ziet u het, beste waard!" zei de jager, "nu heb ik brood, vlees, nagerechten en suikergoed, maar daarbij wil ik de wijn drinken, die de koning zelf drinkt."

Toen schreed de leeuw statig door de straten, de mensen liepen voor hem weg, en toen hij bij de wacht kwam, wilden ze hem de weg versperren; hij brulde éénmaal en toen liepen ze allemaal weg. Nu ging de leeuw naar de kamer van de koning en klopte met zijn staart op de deur. De prinses kwam opendoen en bijna schrok ze van de leeuw, maar ze herkende hem aan het gouden slot van haar halsband, en ze zei hem, mee te gaan naar haar eigen kamer, en daar zei ze:

"Lieve leeuw, wat wou je?"

Hij antwoordde:

"Mijn meester, die de draak gedood heeft, is hier; ik moet vragen om de wijn van de koning."

En nu liet ze de schenker komen, die moest de leeuw wijn geven, zoals de koning hem dronk. De leeuw zei: "Ik ga wel mee om te zien of ik de goede wel krijg." Nu ging hij met de schenker naar beneden, en toen ze daar kwamen, wilde de schenker hem tappen, wat de dienaren van de koning dronken, maar de leeuw zei: "Ho! ik wil eerst eens proeven" en hij tapte een half maatje en sloeg het in één teug naar binnen.

"Neen," zei hij, "dat is niet het ware."

De schenker zag hem scheef aan, maar hij ging naar een ander vat en wilde daaruit tappen – uit ‘t vat voor de maarschalk namelijk. De leeuw zie: "Ho! eerst wil ik proeven," en hij tapte een half maatje en dronk het op,

"Wel beter," zei hij, "maar nog het ware niet."

Toen werd de schenker boos en zei: "Wat weten zulke stomme dieren nou van wijn!" De leeuw gaf hem een pats achter zijn oren, zodat hij onzacht op de grond viel, en toen hij weer overeind kwam, bracht hij de leeuw stilzwijgend naar een kleine, aparte kelder. Daar lag de wijn van de koning, waarvan verder niemand kreeg. De leeuw tapte eerst een half maatje en proefde, toen zei hij:

"Dat kan wel goed zijn," en hij liet de schenker daar zes flessen mee vullen. Ze gingen weer naar boven, maar toen de leeuw weer uit de kelder kwam in de buitenlucht, zwaaide hij enigszins heen en weer en was een beetje dronken, en de schenker moest de wijn tot bij de deur dragen. Daar nam de leeuw de hengselmand in zijn muil en bracht hem bij zijn meester. Nu zei de jager:

"Kijk nu eens. Daar heb ik brood, vlees, nagerecht, suikergoed en wijn, precies als de koning het heeft, nu ga ik met al m’n dieren eten."

En hij ging zitten, at en dronk en gaf aan de haas, de vos, de wolf, de beer en de leeuw ook te eten en te drinken, en hij was in een goede stemming, want hij begreep dat de prinses nog van hem hield. En toen hij gegeten had, zei hij:

"Mijn beste gastheer, nu heb ik gegeten en gedronken, juist als de koning eet en drinkt, nu wil ik naar het hof van de koning gaan en trouwen met de prinses."

De waard vroeg:

"Hoe kan dat nu, ze heeft al een bruidegom en vandaag is de bruiloft?"

Toen haalde de jager de zakdoek te voorschijn, die de prinses hem op de Drakenberg gegeven had, en waarin de zeven tongen van het ondier gewikkeld waren, en hij zei: "Wat ik hier in de hand heb, dat zal me helpen." De waard keek ernaar en zei: "Al geloof ik alles, dit geloof ik niet, en ik wil er m’n huis en hof onder verwedden." De jager nam een tas met duizend goudstukken, zette die op tafel en zei: "Dit zet ik in."

Nu zat de koning aan de koninklijke tafel te eten, en zei tegen zijn dochter: "Wat moesten toch al die wilde dieren, die bij je kwamen en in mijn kasteel zo maar in- en uitliepen?" Ze antwoordde: "Ik mag het niet zeggen, vader. Maar als u het weten wilt, laat dan de meester van deze dieren halen, daar zult u goed aan doen."

De koning zond een lakei naar de herberg en liet de vreemdeling uitnodigen, en die lakei kwam juist toen de jager de weddenschap met de waard was aangegaan. Hij zei:

"Kijk eens, beste waard, daar zendt de koning z’n lakei en laat mij halen; maar zo ga ik niet."

En tegen de lakei zei hij:

"Ik doe de koning het verzoek, dat hij mij behoorlijke en koninklijke kleren zendt, een karos met zes paarden en lakeien om me te bedienen."

Toen de koning dat antwoord vernam, zei hij tegen zijn dochter: "Wat zal ik nu doen?" Zij zei: "Laat hem zo afhalen als hij het wil, het zal de goede manier zijn." Dus zond de koning een stel koninklijke gewaden, een karos met zes paarden en lakeien om hem te bedienen. Toen de jager dat alles aan zag komen, zei hij:

"Ziet de waard wel, hoe ik word afgehaald, zoals ik het verlangde?"

en hij trok de gewaden aan, nam de zakdoek met de drakentongen mee en reed naar ‘t paleis. De koning zag hem aankomen en vroeg zijn dochter: "Hoe zal ik hem ontvangen?" En de prinses zei: "U moet hem tegemoet gaan, daar zult u goed aan doen!" De koning ging hem tegemoet en geleidde hem naar boven en alle dieren er achteraan. De koning wees hem een zetel naast hemzelf en zijn dochter; de maarschalk zat, als bruidegom, aan haar andere kant, maar die herkende hem niet.

Nu werden juist de zeven koppen van de draak vertoond en binnengebracht, en de koning vertelde: "Deze zeven hoofden heeft de maarschalk de draak afgehouwen, en daarom geef ik hem vandaag mijn dochter tot vrouw." De jager stond op, keek in de zeven muilen en zei:

"Waar zijn dan de zeven tongen van de draak?"

Nu schrok de maarschalk, hij verbleekte en wist niet wat hij zeggen moest; eindelijk zei hij in zijn angst:

"Draken hebben geen tongen."

De jager zei: "Leugenaars moesten geen tong hebben, maar drakentongen zijn het waarmerk van de overwinnaar," en hij vouwde de doek open en daar lagen ze erin, alle zeven, en hij deed elke tong in de muil waar hij in hoorde, en ‘t paste precies. Toen liet hij ‘t doekje zien – en de naam van de prinses stond erin en hij toonde het aan de prinses en vroeg haar aan wie ze haar zakdoekje had gegeven, en toen antwoordde ze:

"Aan hem, die de draak gedood heeft."

En toen riep hij alle dieren, nam van elk de halsband af en van de leeuw het gouden slot, liet het de prinses zien en vroeg van wie dit was. Ze antwoordde: "De halsbanden en het gouden slot waren van mijn ketting, en ik heb het verdeeld onder de dieren, die de draak hielpen overwinnen." Nu zei de jager:

"Toen ik vermoeid van de strijd gerust heb en ben ingeslapen, toen is de maarschalk gekomen en heeft mij mijn hoofd afgeslagen. Toen heeft hij de prinses weggedragen en het doen voorkomen, dat hij het geweest was die de draak had gedood; en dat het een leugen was, bewijs ik met de tongen, de zakdoek en de halsketting."

En verder vertelde hij hoe op wonderbaarlijke wijze de dieren hem hadden genezen, hoe hij een jaar lang met hen had rondgereisd, eindelijk weer hier was gekomen, waar hij het bedrog van de maarschalk had vernomen door ‘t verhaal van de herbergier. Nu vroeg de koning aan zijn dochter:

"Is dat waar, dat deze man de draak heeft gedood?"

En toen zei ze:

"Ja, dat is waar, nu mag ik de schande van de maarschalk bekennen, want het is buiten mijn schuld voor de dag gekomen; hij had mij gedwongen erover te zwijgen. Maar dat was de reden, dat ik mij afzijdig hield en pas najaar en dag de bruiloft wilde houden."

Nu liet de koning twaalf raadsheren roepen. Zij moesten recht spreken over de maarschalk; en hun vonnis was, dat hij door vier ossen moest worden verscheurd. Zo werd de maarschalk terechtgesteld; maar de koning gaf zijn dochter aan de jager en maakte hem stadhouder van het rijk. De bruiloft werd met grote feesten gevierd, en de jonge koning liet zijn vader en zijn pleegvader halen en belaadde hen met geschenken. De waard vergat hij evenmin; hij liet hem bij zich komen en zei tot hem:

"Ziet u, beste waard, ik heb de prinses getrouwd en huis en hof zijn van mij."

"Ja," zei de waard, "zo is het terecht."

Maar de jonge koning zei:

"Er is niet alleen recht, er is ook genade, en genade gaat voor recht. Huis en hof zul je behouden, en de duizend goudstukken geef ik je erbij ten geschenke."

Nu waren de jonge koning en de jonge koningin heel blij en ze leefden heel gelukkig. Dikwijls ging hij op jacht, want dat was zijn grootste genoegen, en de trouwe dieren moesten met hem mee. In de buurt was een bos, en men zei dat het daar niet pluis was; wie daar eenmaal in kwam, raakte er niet zo gauw weer uit. Maar de jonge koning had grote lust, erin te jagen, en hij hield zolang aan bij de oude koning dat die het toestond.

Nu reed hij er met groot gevolg heen, hij bereikte het bos en zag er een groot, sneeuwwit hert in. Hij zei tot zijn gevolg: "Blijf hier wachten tot ik terugkom, ik wil dat prachtige wild jagen." En hij reed het bos in, en alleen zijn dieren gingen mee. Het gevolg bleef wachten, en wachtte tot de avond, maar hij kwam niet terug. Ze reden toen naar huis en zeiden tegen de jonge koningin:

"De jonge koning heeft in het betoverde bos een wit hert gejaagd; en hij is niet teruggekomen."

Ze was nu zeer bezorgd over hem. Maar hij was aldoor achter het witte hert aangejaagd, en nooit kon hij ‘t inhalen. Als hij dacht dat het op schotsafstand was, dan zag hij het meteen weer in de verste verte wegspringen. Eindelijk verdween het dier geheel en al. Nu merkte hij, dat hij heel diep in ‘t bos was geraakt; hij nam de hoorn en blies erop. Maar er kwam geen antwoord, want zijn gevolg kon het niet meer horen. En nu de nacht viel, begreep hij dat hij deze nacht niet thuis zou zijn, dus steeg hij van ‘t paard, maakte bij een boom een vuur aan, en wilde daarbij overnachten.

Hij zat bij ‘t vuur en zijn dieren waren naast hem komen liggen. Toen meende hij even een menselijke stem te horen: hij keek om, maar hij zag niets. Vlak daarop hoorde hij weer een steunen, alsof het van bovenkwam. Hij keek omhoog, en zag een oude vrouw in de boom, ze jammerde aanhoudend:

"Hu, hu, hu, wat heb ik het koud!"

Hij zei:

"Kom eraf en warm je, als je ‘t zo koud hebt."

Maar ze zei:

"Nee! die dieren bijten natuurlijk!"

"Ze doen je niets, oud moedertje," gaf hij ten antwoord, "kom maar beneden."

Maar het was een heks. En ze zei:

"Ik zal je een roe toegooien, als je hen daarmee op hun rug slaat, zullen ze mij niets doen."

Toen gooide ze hem een kleine roe toe, en hij sloeg er hen mee, en meteen lagen ze stil en waren veranderd in steen. En toen de heks zich van de dieren verzekerd had, sprong ze de boom uit, raakte ook hem met een staf aan en veranderde ook hem in steen. Toen lachte ze, sleepte hem en de dieren naar een kuil, waar al meer van die stenen lagen.

Nu de jonge koning ook de volgende dag niet terugkwam, werden de angst en de zorg van de jonge koningin steeds groter. Maar nu gebeurde het, dat juist in deze tijd de andere broer, die toen ze uit elkaar gingen de weg naar het Oosten genomen had, in het koninkrijk aankwam. Hij had een betrekking gezocht als jager, en geen gevonden. Toen was hij blijven rondtrekken, en had zijn dieren laten dansen.

Intussen was het hem ingevallen dat hij eens naar het mes wilde gaan kijken, dat ze bij hun scheiding in een boomstam hadden gestoten; want hij wilde weten, hoe het met zijn broeder ging. Hij ging er heen; en zie, de kant van zijn broer toonde een zijde die half verroest was en half blank. Hij schrok en dacht:

"Mijn broer moet een groot en gevaarlijk ongeluk hebben gehad. Maar misschien kan ik hem nog redden. Want de helft van het mes is nog blank."

Hij trok met zijn dieren in westelijke richting. Hij kwam bij de stadspoort en daar trad hem de wacht tegemoet en vroeg, of ze voor hem een boodschap zouden brengen aan zijn jonge vrouw: want de jonge koningin was al sedert enige dagen in grote angst omdat hij wegbleef en zij vreesde, dat hij in het betoverde bos was omgekomen. Want de wacht dacht niet anders, dan dat hij de jonge koning zelf was, zo leek hij op hem, en hij had ook dezelfde dieren achter zich aan.

Toen merkte de jongen, dat ze hem voor zijn broer hielden, en hij dacht: "Het beste is, dat ik doe of ik ‘t ben, dan kan ik hem gemakkelijk redden." Dus liet hij zich door de wacht naar het slot brengen, en werd met grote vreugde ontvangen. De jonge koningin dacht niet anders of het was haar eigen man, en ze vroeg hem, waarom hij zo lang weggebleven was. Hij antwoordde:

"Ik was verdwaald in een bos, en ik kon niet eerder een uitweg vinden."

‘s Avonds werd hij naar het koninklijke bed geleid, en hij legde een tweesnijdend zwaard tussen de jonge koningin en hemzelf in; ze wist niet waarom hij dat deed, maar ze durfde niets te vragen.

Hij bleef een paar dagen en viste zo uit, hoe de zaak stond met dat betoverde bos, eindelijk zei hij:

"Ik wil daar nog eens gaan jagen."

De koning en de koningin wilden het hem uit ‘t hoofd praten, maar hij stond erop en trok met groot gevolg weg. In het bos gekomen, ging het hem net als zijn broer: hij zag een wit hert, en zei tegen zijn gevolg:

"Blijf hier wachten tot ik terugkom, ik wil op dat prachtige wild jagen," reed het bos in, en de dieren achter hem aan. Maar hij kon het hert niet onder schot krijgen, en raakte zo diep het bos in, dat hij er moest overnachten. En toen hij een vuur gemaakt had, hoorde hij boven zijn hoofd kreunen:

"O, o, o, wat heb ik het koud!"

Hij keek omhoog, en daar zag hij diezelfde heks boven in de boom. Hij zei:

"Als je zo koud bent, kom dan naar beneden, oud moedertje, dan kun je je warmen."

Ze antwoordde:

"Nee, want die dieren bijten."

Maar hij zei:

"Ze doen niets."

Toen riep ze:

"Ik zal een roetje naar beneden gooien, als je hen daarmee slaat, dan doen ze mij niets."

Toen de jager dat hoorde, vertrouwde hij het oude mens niet en sprak:

"Mijn dieren sla ik niet, kom maar naar beneden of ik kom je halen."

Toen riep zij:

"Wat denk je wel? Jij doet me niks."

Hij antwoordde echter:

"Als je niet komt, schiet ik je naar beneden."

Zij zei:

"Schiet maar, voor jouw kogels ben ik niet bang."

Hij legde aan en schoot, maar de heks was zo gehard tegen loden kogels, dat ze afketsten, en ze lachte en riep:

"Treffen doe je me toch niet!"

Maar de jager wist raad. Hij scheurde drie zilveren knopen van zijn jas en laadde daar de buks mee, want haar kunsten waren tegen zilver niet bestand, en toen hij vuurde, stortte ze met een gil omlaag. Nu zette hij de voet op haar en zei:

"Ouwe heks, als je niet dadelijk bekent, waar je mijn broer hebt gelaten, dan pak ik je met allebei mijn handen op en gooi je in ‘t vuur."

Ze werd heel bang, smeekte om genade en zei eindelijk: "Hij ligt met al zijn dieren, versteend, in de kuil." Nu dwong hij haar mee te gaan, terwijl hij haar dreigde: "Ouwe meerkat," zei hij, "nu zul je mijn broer en alle schepsels die hier liggen, weer levend maken, of ik verbrand je."

Toen nam ze de staf en raakte de stenen beelden aan. Zijn broer en de dieren werden weer levend, en nog veel anderen: kooplui, handwerkers, herders, stonden weer op, dankten hem voor hun verlossing en gingen huiswaarts. Maar toen de tweelingbroers elkaar weerzagen, kusten zij elkaar en waren verheugd en blij. Maar zij grepen de heks, bonden haar vast en legden haar in ‘t vuur, en toen ze verbrand was, ging het bos vanzelf open, was licht en doorzichtig, en je kon het koningsslot in de verte, op drie uur afstand, zien liggen.

Nu gingen de beide broeders samen naar huis, en vertelden elkaar onderweg hun avonturen. En toen de jongste zei, dat hij voor de koning het hele land bestuurde, zei de ander:

"Dat heb ik gemerkt, want toen ik in de stad kwam en voor jou werd aangezien, kreeg ik koninklijke eer; de jonge koningin hield me voor haar echtgenoot, ik moest naast haar aan tafel zitten en naast haar slapen,"

Toen de andere dat hoorde, werd hij zo jaloers en zo woedend, dat hij zijn zwaard trok en zijn broer het hoofd afsloeg. Maar toen die daar zo dood neerlag en de ander het rode bloed zag vloeien, had hij berouw: "Mijn broeder heeft mij verlost," riep hij, "en nu heb ik hem gedood!" en hij jammerde luid. Daar kwam de haas aangesprongen en bood hem aan, één van de wonderdadige planten te halen, hij sprong erheen en bracht hem op het goede moment: de dode werd weer tot leven gebracht en merkte niets van de wond.

Daarop trokken ze weer verder. En de jongste zei:

"Je ziet er net zo uit als ik, je bent koninklijk gekleed als ik, en de zelfde dieren volgen zowel jou als mij: we zullen door de twee tegenover elkaar liggende poorten de stad binnengaan en van twee kanten komend, tegelijk bij de oude koning aankomen."

Zo scheidden ze, en in het paleis kwamen tegelijkertijd twee boodschappers van de ene en van de andere poort, die beide meldden, dat de jonge koning met zijn dieren van de jacht terug was. De koning zei:

"Dat kan niet, de poorten liggen een uur van elkaar."

Maar ondertussen kwamen de beide broeders van twee kanten in de tuin van het paleis, en kwamen beiden naar binnen. Toen sprak de koning tot zijn dochter:

"Zeg jij het – wie is je echtgenoot? De één is precies de ander, ik kan het niet zien."

Zij werd heel angstig en kon het niet zeggen, maar tenslotte dacht ze aan de halsbanden die ze de dieren had gegeven, en zij zocht en vond bij de ene leeuw het gouden slotje, en toen riep ze vrolijk:

"Hij, wie deze leeuw volgt, dat is mijn eigen man."

De jonge koning lachte en zei: "Ja, dat is de echte," en ze gingen allen aan tafel, aten en dronken en waren vrolijk, ‘s Avonds toen de jonge koning ging slapen, sprak zijn vrouw: "Waarom heb je de vorige nachten aldoor dat tweesnijdend zwaard tussen ons in gelegd? Ik dacht dat je me wou doodslaan." Toen begreep hij hoe trouw zijn broeder was geweest.

EINDE

http://www.digischool.nl/ckv1/literatuur/grimm.htm

Bron van deze versie:
"De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel. Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.

Toelichting:
Dit sprookje is het langste van de sprookjes van Grimm en is bijzonder rijk aan beelden. Het vertoont een vermenging van drie afzonderlijke verhalen: 1. het sprookje van de tovervogel, 2. het sprookje van de drakendoder en 3. het verhaal van de tweelingen. Het wordt echter beheerst door het tweeling-motief.

'Iedere morgen vinden de broers een goudstuk'. Goud is in sprookjes de wijsheid en deze zin houdt verband met de uitspraak: 'Ga maar slapen, de morgen is wijzer dan de avond,' die men in vele sprookjes aantreft. Het opeten van de lever en het hart van een wondervogel vinden we ook in De groente-ezel. Ook in dat sprookje treft degene die de organen eet iedere morgen een goudstuk onder zijn hoofdkussen aan. Het verhaal van de wondervogel komt reeds voor in de Voorindische sprookjesverzameling Kathâsaritsâgara en was in de 18e eeuw in Europa bekend.

Het motief van het "levensteken" is ook al in de "1001 Nacht" te vinden.

Het motief van de strijd met de draak is van mythologische oorsprong; veel overeenkomsten vertoont de Perzische sage van Goesjtap in het Sjâhnâme van Firdausi.

De motieven van de levensplant (zie ook nr. 121, De koningszoon die nergens bang voor was) en van de heks die mensen in steen verandert, behoren tot het volksgeloof.

De ene broer gaat naar het oosten, de ander naar het westen. Ze vertegenwoordigen samen de mensheid. De broer die naar het oosten gaat beleeft niet veel, maar... hij redt de andere omdat hij het kwaad doorziet. Zie ook de aantekeningen bij 'Het zingende botje', waar ook twee broers ieder een andere richting opgaan. Opvallend is een tekstuele slordigheid: wanneer de tweeling de wijde wereld intrekt krijgen ze van hun vader een geweer en een hond mee. Die hond komt in de rest van het sprookje niet meer voor: alleen de haas, de vos, de wolf, de beer en de leeuw volgen hen op de voet.

Het tweesnijdende zwaard tussen de tweelingbroer en de prinses symboliseert de kuisheid. Dit motief wordt ook in de Siegfried-sage gebruikt.

In de Pentamerone van Basile vinden we ook al versies van de 'De twee broers', nl. in de verhalen 'Lo mercante' (De zonen van de koopman, dag 1, vertelling 7 ) en 'La cerva fatata' (Het betoverde hert, dag 1, vertelling 9).

'De twee broers' vertoont ook overeenkomsten met de Griekse mythe van Perseus: niet alleen het doden van de draak en het redden van de prinses (Andromeda), maar ook het veranderen in steen. Verder vinden we overeenkomsten met het Oudegyptische Bata-sprookje (ca. 1250 v. Chr.). Het komt daarnaast in verschillende delen van Azië en Afrika voor.

Men weet niet zeker wie het onderstaande verhaal heeft opgetekend, maar het werd bijgedragen door Friederike Mannel uit Allendorf en staat als aantekening bij KHM 60.

http://www.beleven.org/verhalen/data/verhaal.php?id=5060

Gebr. Grimm "Kinder - und Hausmärchen".
De broers Grimm, Jacob (1785 - 1863) en Wilhelm (1786 - 1859), waren vanuit hun vak - ze waren beiden taalgeleerden - geïnteresseerd in folklore, en dan vooral in de Duitse. Oorspronkelijk waren ze beiden bezig met het verzamelen van sprookjes, maar later zorgde Wilheim voor het belangrijkste aandeel, omdat Jacob o.a. door zijn hoogleraarschap in Göt- tingen en zijn werk aan de "Deutsche Grammatik" in beslag genomen werd. Die verandering in taakverdeling tussen beide broers is merkbaar in de sprookjes: Jacob wilde de eigenlijke vorm zo strak mogelijk handhaven, Wilhelm had de neiging de sprookjes wat 'afgeronder' en wat kinderlijker te noteren. In vergelijking met de eerste druk zijn de latere versies meer versierd door Wilhelms creatieve inbreng. De sprookjes van Grimm zijn volkssprookjes, die een aantal vaste kenmerken hebben. Omdat ze oorspronkelijk mondeling werden overgeleverd, bijvoorbeeld van moeder op kinderen, onder het werk of in herbergen, is de vorm eenvoudig en een auteur is niet bekend. Van één sprookje bestaan vaak vele varianten: de meeste vertellers legden hun eigen accenten, ze lieten wat weg of verzonnen er iets bij.
Deze sprookjes vertellen over onderwerpen, die voor een heel volk belangrijk zijn, die onderwerpen zijn niet voortgekomen uit wat één auteur belangrijk vindt, zoals bij cultuur-sprookjes het geval is.
Om die onderwerpen te behandelen heeft het volkssprookje een strakke compositie:
het begint met een situatie van evenwicht,
dat evenwicht wordt verstoord en de held treedt op. Hij krijgt hulp van magische krachten en herstelt daarmee het evenwicht.
Tenslotte wordt hij beloond met rijkdom en macht, meestal door een huwelijk met een mooie prinses. Samen leven ze dan nog lang en gelukkig, want zo hoort het in sprookjes en zeker in de zgn. toversprookjes, die bij de Gebr. Grimm rijk vertegenwoordigd zijn.
De optredende figuren zijn vaak extreem getypeerd: de held heeft geen fouten, de schurk doet niets goed. Wanneer de verhoudingen zo duidelijk liggen, is dat voor verteller en toehoorder plezierig overzichtelijk!
Vaak worden hele stukken tekst waarin afzonderlijke gebeurtenissen worden beschreven, in vrijwel ongewijzigde vorm herhaald. Ook dat vormt een steunpunt voor de verteller.
Volkssprookjes zijn meestal heel oud en over een groot geografisch gebied verspreid. Vooral de toversprookjes werden pas laat opgetekend. De eerste bundels dateren uit de 16e en 17e eeuw: Straparola (16e eeuw) en Perraults "Contes de ma Mère I'Oye" (17e eeuw). Er waren al wel meer algemene sprookjesbundels in Europa, bijvoorbeeld de Gesta Romanorum uit de 12e eeuw.

Anne Provoost De Roos en het Zwijn
Thema's: Historische verhalen, Middeleeuwen, Seksualiteit, Sprookjes, Vlaanderen

Omvang:
112 bladzijden

Leeftijd:
15+

ISBN:
90 214 7864 1

Prijs:
f 25,00/500 BF

Flaptekst:
Op de achterkant van dit boek staat:
De Roos......Van haar wordt gezegd dat ze de mooiste vrouw ter wereld is. Ze heeft rode lippen, een sneeuwwitte huid en handen als kostbare schelpen.In de Onze-Lieve-Vrouwekerk staan heiligenbeelden die naar haar beeld zijn geschapen. Mensen denken dat ze op de Heilige Maagd Maria lijkt, maar de waarheid is dat de Maagd op haar lijkt; de beeldhouwers zijn het haar met tranen in de ogen komen opbiechten.
Het Zwijn......Zijn gezicht is verminkt. Hij heeft een bochel. De vingers van zijn rechterhand zijn afgehouwen zodat de hand op een hoef lijkt. Hij draagt geen hemd maar een zwarte, zorgvuldig gevoerde tuniek, zo op zijn huid, die aan zijn polsen met een rij knopen sluit.De rok is vooraan open en als hij opstaat, wordt zijn rechterbeen met de wollen kous eronder zichtbaar. Hij vraagt haar met hem te dineren. Ze stemt toe. Nooit heeft ze een lelijker man ontmoet. Door met hem te eten zal haar boetedoening snel voorbij zijn.
De Roos en het zwijn is geïnspireerd op De Schone en het Beest een sprookje opgetekend door Gianfresco Straparola in de eerste helft van de 16de eeuw. Provoost laat zien hoe het bestaan niets is dan een oefening in het verdwijnen en hoe sommige verhalen nooit eindigen.

CKV-1 Wereldliteratuur klas 4.
De sprookjes van Grimm zijn internationaal, stammen dus niet alleen uit Duitsland. Sprookjes worden overal in de wereld verteld, maar hebben dan wel vaak dezelfde grondmotieven als onaantastbare kern. Voor de Europese sprookjes geldt, dat die kern optimistisch is: de held heeft dus altijd succes.
Door de eeuwen heen is het volkssprookje wel enigszins veranderd. Het reële element is verdwenen: grote armoede kennen wij niet meer, evenmin het geloof aan magie. In de Middeleeuwen en ook nog daarna was bijvoorbeeld het geloof aan weerwolven en heksen heel reëel, nu is daar voor ons niets werkelijks meer bij. Bovendien is het sprookje in de loop der eeuwen wat verkinderlijkt: ook Wilhelm Grimm heeft daartoe bijgedragen. Hij schuwde de moraal, waar het kind wat van moest leren, niet.
Het wensdroomelement is gebleven, maar dus wat irreëler dan vroeger. Sprookjes overwinnen alles, maken het onmogelijke mogelijk. Tijd en ruimte worden zelfs relatief: landschappen zijn nooit als bestaand herkenbaar en gaan heel gemakkelijk in elkaar over waar dat voor het verhaal nodig is. De tijd is eerder een soort gelijkenis dan een absoluut begrip. In een sprookje kan in een dag meer gebeuren, dan reëel in een jaar mogelijk is. Het tijdstip van handelen wordt, evenmin als de plaats, nooit exact aangegeven: "Er was eens. . ." is een veel voorkomend begin. Eigennamen worden bijna nooit genoemd, wel worden veel op- tredende figuren met hun beroep aangeduid. Bij sommige sprookjes vinden we dan nog het Middeleeuwse gildewezen terug: de leerling, de gezel en de meester.
Het onderzoek naar sprookjes, hun ontstaan en hun opbouw, gebeurt op veel verschillende manieren, vanuit veel verschillende uitgangspunten: sociologisch, psychologisch, literair, stilistisch etc.

http://www.digischool.nl/ckv1/literatuur/grimm.htm

Bronnen:
http://www.cuttingedge.be/movies/terrygilliam/brothersgrimm
http://www.filmtotaal.nl/module.php?section=newsDetails&newsID=5792
http://www.beleven.org/verhalen/data/verhaal.php?id=5060
http://www.digischool.nl/ckv1/literatuur/grimm.htm

Slot:
Ik heb erg genoten van de film, in het begin was het een beetje lastig te volgen door de snel afwissellende korte fragmenten. Maar vanaf 20 minuten was de film echt fantastisch ik heb zeer genoten. Vooral omdat er van alles wel wat in de film was. Wat me het meest facsineerde was dat het veel sprookjes bevatte maar dan op een griezelige manier. Want je herkende er onder andere de volgende sprookjes in: Roodkapje, Doornroosje, Sneeuwwitje, Assepoester , De 12 jagers en Hans en Grietje. Alleen het maken van het verslag vond ik wat lastig, omdat ik niet echt dingen kon opschrijven onder de film omdat je dan meteen stukken van de film mist. Dus het is diep in je geheugen graven naar wat je nog weet van de film.

Werkstuk Economie: project financiering MCV

Projectfinanciering:

Inleiding:
Dit verslag gaat over het kopen van een huis met alles wat er bij komt kijken.
Het uitkiezen en opnemen van een hypotheek en het taxeren van de woning en de kosten van de notaris enz. en wat er allemaal besproken moet worden voor het kopen en het beschrijven van een woning voor je hem op naam hebt.
Verder wordt uitgelegd wat het verder allemaal in houd en waarom je de overheid wil dat je het doet of betaald.

Wat het is en waarom je het moet regelen
Hypotheekvormen:
De lening die je bij een bank of instantie afsluit voor geld om een huis te kunnen kopen word een hypotheek genoemd.
Er zijn verschillende manieren om het geld weer terug te betalen aan de bank.
Je moet altijd rente betalen over het geld dat je leent of geleend hebt, dat is ong. tussen de 3-5 %.
Het verschil is alleen of je eerst veel terug wilt betalen en later weinig of juist andersom of dat je het constant gelijk wilt houden.
Dat terug betalen wordt aflossen genoemd.
Zie hoofdstuk 4 hypotheekvormen.

Hypotheekverstrekker:
De hypotheek verstrekker is de bank of instantie waar je de hypotheek afsluit.

Makelaar:
Zie hoofdstuk 6 de makelaar.

De rol van de notaris:
Advies en controle

De eigendom van een huis kan niet zonder tussenkomst van de notaris worden overgedragen. De notaris maakt de leveringsakte en de eventuele hypotheekakte en laat deze in zijn aanwezigheid ondertekenen. Daarna zorgt hij voor inschrijving van deze akten in de openbare registers. In de regel wijst de koper van een huis de notaris aan.
De notaris is een jurist met veel ervaring op het gebied van onroerend goed. Schakel hem al in voor het opstellen van de koopakte. Hij adviseert u en nodigt beide partijen uit om elkaar de nodige informatie te verschaffen.
Afwikkeling

De notaris wikkelt ook het financiële deel van de transactie af. De koper (en/of diens hypotheekbank) dient het verschuldigde tijdig voor het tekenen van de leveringsakte naar de derdengeldenrekening van de notaris over te maken. De verkoper krijgt de koopsom na aftrek van de aflossing van eventuele hypothecaire leningen als zeker is dat ook hij aan zijn verplichting om een onbelast huis te leveren heeft voldaan. Dit is meestal 1 of 2 werkdagen na het passeren van de transport- (en hypotheek-)akte. De notaris zorgt ervoor dat de hele transactie naar behoren verloopt.
Kopen van een woning:
Er zijn 2 manieren om een woning te kopen
-K.K. (kosten koper)
-V.O.N. (vrij op naam)

Kosten koper houd in:
Bovenop de koopprijs van een woning komen nog andere kosten. Voor bestaande woningen worden deze kosten koper (kk) genoemd. Je mag maximaal 12% van de koopsom meefinancieren als je een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie afsluit.

De kosten koper die zijn verbonden aan de hypotheek bestaan uit:

· overdrachtsbelasting (6% koopsom, alleen voor bestaande woningen)
· bouwrente (alleen voor nieuwbouw)
· waarborgsom
· bankgarantie
· hypotheekakte (gem. 0,4% hypotheekbedrag)
· Nationale Hypotheek Garantie (0,3% hypotheekbedrag)
· afsluitprovisie (ongeveer 1% hypotheekbedrag)
· taxatie (gem. 0,2% van het hypotheekbedrag)
· bouwkundig rapport (alleen bij oudere woningen)
Kosten koper die niet verbonden zijn aan de hypotheek:

· kosten transportakte (bijna 1% koopsom)
· makelaarscourtage (gem. 2% koopsom

Vrij op naam houd in:
Een nieuwbouwwoning wordt vrij op naam gekocht, dat wil zeggen dat er geen overdrachtsbelasting wordt geheven over de koopsom. Dit is anders dan bij bestaande woningen, die meestal kosten koper (k.k.) worden verkocht.

Wel is sprake van notariskosten en wordt BTW geheven over de koopsom. In de regel is de prijs waarvoor een nieuwbouwwoning wordt aangeboden inclusief BTW.

Als u een hypotheek afsluit voor een nieuwbouwwoning heeft u verder te maken met afsluitprovisie en wellicht taxatiekosten. Niet alle hypotheekverstrekkers stellen een taxatie verplicht bij nieuwbouw, dit ligt ook aan het specifieke nieuwbouwproject. Verder moet u er rekening houden dat u bouwrente moet betalen.

Een vuistregel is dat de bijkomende kosten bij het kopen van een nieuwbouwwoning vrij op naam ongeveer 6% van de koopsom bedragen. Dit is dan het totaal van notariskosten, afsluitprovisie, taxatiekosten en bouwrente

Taxatie:
Een woning wordt bij de verkoop altijd getaxeerd dat betekend dat de waarde van de woning bepaald wordt door een erkende taxateur.

Overdrachtsbelasting:
De overdrachtsbelasting is 6% van de waarde van de woning, dat moet je betalen aan de overheid omdat je een woning koopt.

NHG (nationale hypotheek garantie):
De Nationale Hypotheek Garantie (NHG) wordt verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Het is de naam van de garantie die u kunt krijgen als u een lening afsluit voor het kopen of verbouwen van een woning. Hiermee staat het Waarborgfonds garant voor de terugbetaling van uw hypotheek(bedrag) aan de geldverstrekker.
Wat betekent dit precies voor u?
Als u een hypotheek afsluit maakt u samen met de geldverstrekker afspraken over de betaling van uw hypotheeklasten. Er kunnen zich echter situaties in uw leven voordoen waardoor het aflossen van de hypotheek niet meer mogelijk is. Het kan zijn dat u in zo'n geval uw woning moet verkopen en dat de opbrengst van uw woning lager is dan het bedrag dat u nog moet terugbetalen. Er ontstaat dan een restantschuld. Het Waarborgfonds betaalt deze restantschuld aan de geldverstrekker. Wanneer u geen schuld heeft aan de gedwongen verkoop, bijvoorbeeld als uw inkomen daalt door werkloosheid of arbeidsongeschiktheid of als een van beide inkomens wegvalt door bijvoorbeeld scheiding, kan het Waarborgfonds u dit bedrag kwijtschelden en hoeft u dit bedrag dus niet meer terug te betalen. Voorwaarde hiervoor is dat u heeft meegeholpen de restantschuld zoveel mogelijk te beperken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat als u betalingsachterstanden heeft, u contact opneemt met de bank om te bekijken hoe u deze achterstand kunt inlopen.
Wat zijn de voordelen van NHG?
· Voordeliger
Met de NHG betaalt u een lagere hypotheekrente. De rentekorting kan oplopen tot 0,6%. Dat betekent elk jaar opnieuw honderden euro's voordeel.

Bij het afsluiten van NHG betaalt u eenmalig 0,40% over uw hypotheekbedrag. Door het rentevoordeel en de fiscale aftrekbaarheid heeft u deze kosten gemiddeld in een jaar terugverdiend.

· Veilig
Als u er alles aan heeft gedaan om de restantschuld zoveel mogelijk te beperken, kan het Waarborgfonds uw restantschuld bij een gedwongen verkoop kwijtschelden. Zij kan dit doen als u buiten uw schuld in een probleemsituatie bent gekomen. U kunt hierbij denken aan betalingsproblemen als gevolg van werkloosheid, scheiding en arbeidsongeschiktheid.

· Verantwoord
NHG is mogelijk als u voldoet aan de inkomensnormen zoals deze door het NIBUD zijn opgesteld. Volgens deze inkomensnormen mag een bepaald percentage van het inkomen aan woonlasten worden besteed. Op deze manier weet u zeker dat u nooit teveel leent. U houdt bij een normaal uitgavenpatroon altijd voldoende financiële ruimte over voor andere uitgaven zoals de dagelijkse boodschappen en verzekeringen.

· Kosten fiscaal aftrekbaar
Alle kosten die u moet maken om NHG te verkrijgen zijn fiscaal aftrekbaar.

· Volledige financiering
U kunt de aankoop van uw woning volledig financieren. Dit betekent dat u, naast de kosten voor de aankoop van de woning bijvoorbeeld ook de kosten voor de notaris, de makelaar, het taxatierapport en de kosten voor een verbouwing (kwaliteitsverbetering) kunt meefinancieren. U hoeft dus geen eigen geld in te brengen.
Overlijdensrisicoverzekering:
Dit is een verzekering dat als je komt te overlijden dat je hypotheek dat vervalt en je nabestaanden dan niet voor de kosten om draaien.

Eigen woningforfait:
Eigenwoningforfait en aftrekbare kosten
Als eigenaar van een woning krijg je te maken met het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is een bedrag dat in Box I bij je inkomen wordt opgeteld. Op die manier kent de fiscus een waarde toe aan het woongenot dat je als eigenaar van een huis beleeft over deze bijtelling betaal je belasting. Het woongenot wordt fiscaal namelijk gezien als inkomen in natura. De hoogte van het eigenwoningforfait is gekoppeld aan de WOZ waarde van je huis.

WOZ waarde
Het eigenwoningforfait wordt door de fiscus berekend aan de hand van de WOZ waarde van je huis. WOZ staat voor: wet Waardering Onroerende Zaken. De gemeente bepaalt de hoogte van je WOZ waarde. Je wordt daarvan door middel van een zogenaamde beschikking op de hoogte gesteld. De laatste WOZ beschikking dateert van 1 januari 2003. In het algemeen ligt de WOZ waarde iets onder de vrije verkoopwaarde van je huis.

De hoogte van het eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait wordt berekend door een bepaald percentage van de WOZ waarde te nemen. In onderstaande tabel kun je aflezen wat de bedragen zijn voor het belastingjaar 2007. Het maximum bedraagt € 9.150,-.
WOZ waarde Eigenwoningforfait =WOZ waarde xonderstaand percentage
€ 0,- tot € 12.500,- 0,00%
€ 12.500,- tot € 25.000,- 0,20%
€ 25.000,- tot € 50.000,- 0,30%
€ 50.000,- tot € 75.000,- 0,40%
€ 75.000,- of meer 0,55%

Aftrekbare kosten
Je hebt als huiseigenaar niet alleen te maken met fiscale bijtellingen. Gelukkig zijn er ook de nodige aftrekposten. Zo mag je in het jaar waarin ze werkelijk gemaakt zijn, de volgende kosten aftrekken: de afsluitprovisie, de kosten van het opstellen van de hypotheekakte, de taxatiekosten en de kosten voor de aanvraag NHG. Op de afrekening van de notaris kun je precies zien welke kosten dit zijn. Soms mag je de afsluitprovisie niet gelijk aftrekken, maar moet je die verspreiden over de looptijd van de lening. De adviseur van De Hypotheker weet precies hoe dat zit. Vraag er naar. We hebben een volledig kostenoverzicht voor je gemaakt.

Is je hypotheek (bijna) afgelost?
Voor huiseigenaren die hun hypotheek (bijna) hebben afgelost, is het eigenwoningforfait met ingang van 2005 min of meer afgeschaft. Dat werkt als volgt: is het eigenwoningforfait hoger dan je aftrekbare kosten zoals de hypotheekrente, dan heb je recht op een extra aftrekpost. Daardoor is de fiscale bijtelling per saldo nihil. Deze fiscale maatregel is bedoeld om huiseigenaren te stimuleren hun hypotheek versneld af te lossen. Wil je meer weten over deze maatregel? Vraag ernaar bij één van onze adviseurs.

Waterschapslasten:
Bij mij in de buurt betalen wij de waterschapslasten aan Velt en Vecht.
Dat is voor het afvoer van afval water en voor b.v. reparatie van de waterleidingen waar ook ons water door aangevoerd wordt.
Dat is € 0.25 per € 1000,- WOZ waarde.

Nutsbedrijven:
Dat zijn bedrijven die je voorzien van elektriciteit, water en gas.
Gas en elektra wordt bij ons voorzien door Essent en het water door Waterleiding Maatschappij Drenthe.

Gemeente

Afvalstoffenheffing:
Dit moet je betalen voor het afvoeren van je afval, dat is in de gemeente emmen € 303.72 per jaar.

OZB (Ontroerend Zaak Belasting):
Dit is belasting die je over je eigen woning moet betalen.
Dit bedrag wordt 1 x in de 4 jaar uitgerekend en zal over een tijdje 1 x per jaar gebeuren.

Verzekeringsmaatschappij

Brand/opstalverzekering:
Dit wordt uitgerekend naar de nieuwwaarde van je huis.
Dit is een verzekering die je moet betalen voor het geval dat je huis afbrandt of beschadigd raakt.

Particuliere instanties

Basisziekenkostenverzekering:
Dit moet iedereen betalen als particuliere verzekering voor het geval je opgenomen moet worden in het ziekenhuis of voor vergoeding van medicijnen enz.

De betreffende woning:
Vleerackers 43
7824 NM Emmen
€ 97.500 k.k.
Aangeboden door: makelaardij Vos Emmen bv

Kenmerken van het huis:

Koopprijs € 97.500 kosten koper
Soort object Woonhuis
Soort woning Eengezinswoning
Type woning Tussenwoning
Aantal kamers 5 kamers
Woonoppervlakte 100 m2
Perceeloppervlakte 163 m2
Inhoud 300 m3
Soort bouw Bestaande bouw
Bouwjaar 1968
Ligging In woonwijk
Tuin Achtertuin, voortuin
Achtertuin Ligging zuid (6m breed x 9m diep)
Berging Vrijstaande stenen schuur
Verwarming CV-ketelCombi Vaillant, (bouwjaar: 2005)
Isolatie Gedeeltelijk dubbel glas

Hypotheekvormen:
Als je van plan bent om een huis te gaan kopen heb je niet direct het geld bij elkaar om het huis te kunnen financieren.
Je kunt geld lenen bij de bank om een huis te kunnen kopen, zon lening wordt een hypotheek genoemd.
Zon lening kan op verschillende manieren worden afgelost daar zijn 10 verschillende manieren voor, die manieren zijn hypotheek vormen.
Dit zijn de:

-Annuïteitenhypotheek
-Lineaire hypotheek
-Aflossingsvrije hypotheek
-Lijfrente hypotheek
-Krediet hypotheek
-Leven hypotheek
-Spaar hypotheek
-Belleggings hypotheek
-Effecten hypotheek
-Hybride hypotheek

Op de volgende bladzijdes wat ze inhouden en de voor- en nadelen.

De 4 hypotheken die het best bij mij passen zijn:

-Lineaire hypotheek
-Aflossingsvrije hypotheek
-Krediet hypotheek
-Belleggings hypotheek

Omdat ik een best groot start kapitaal heb en niet elke maand direct heel veel wil gaan aflossen.
Ik ben ook nog aan het leren dus moet ook studiegeld betalen en als ik later meer ga verdienen als ik een andere baan heb kan ik de aflossing nog altijd omhoog laten zetten.

De annuïteitenhypotheek
Bij een annuïteitenhypotheek wordt gedurende de looptijd - bij gelijkblijvende rente - een vast bedrag aan rente en aflossing (annuïteit) betaald. Op deze manier betaalt u steeds hetzelfde bruto bedrag. Gevolg hiervan is dat de rente en daarmee de fiscale aftrek jaarlijks lager worden; de netto lasten stijgen gedurende de looptijd, omdat alleen de rente fiscaal aftrekbaar is. De vaststelling van deze annuïteit geschiedt altijd zo dat aan het einde van de looptijd de volledige hypotheekschuld is afgelost. De annuïteiten worden veelal maandelijks voldaan.

Voordelen annuïteitenhypotheek
· age aanvangslasten; in het begin betaalt u weinig aflossing;
· alternatief voor een hypotheek met vermogensopbouw indien u een hogere leeftijd of slechtere gezondheid heeft;
· offertes van deze vorm zijn gemakkelijker te vergelijken dan offertes van hypotheekvormen met vermogensopbouw;
· makkelijk bij verhuizing of beëindiging van de hypotheek.

Nadelen annuïteitenhypotheek
· het fiscaal voordeel daalt tijdens de looptijd vanwege de (stijgende) aflossingen;
· de netto lasten stijgen tijdens de looptijd; de bruto lasten blijven gelijk, terwijl het fiscaal voordeel daalt;
· Ten opzichte van de hypotheken met vermogensopbouw:
fiscaal minder gunstig.

De annuïteitenhypotheek is vooral interessant voor mensen die voor lage aanvangslasten kiezen. Ook voor mensen die in de toekomst een stijging in inkomen verwachten, tenzij de fiscale druk toeneemt (bijvoorbeeld als u in een hoger belastingtarief valt).

De lineaire hypotheek
Bij de lineaire hypotheek wordt gedurende de looptijd periodiek een vast bedrag afgelost. Bij een looptijd van 30 jaar (= 360 maanden) moet per maand dus 1/360e deel worden betaald. Gevolg hiervan is dat de rente en daarmee de fiscale aftrek jaarlijks lager worden. Door de geldverstrekker wordt de lineaire hypotheek nog wel eens vereist vanwege de snelle aflossing in de beginfase, bijvoorbeeld bij incourante onderpanden. Op deze manier vermindert het risico voor de bank snel. Door de opkomst van andere, voordeligere hypotheekvormen wordt de lineaire hypotheek overigens niet vaak meer afgesloten.

Voordelen lineaire hypotheek
· u bouwt snel en veilig vermogen op met de aflossingen;
· uw maandlasten nemen af gedurende de looptijd;
· de hypotheek is goed te combineren met andere hypotheekvormen.

Nadelen lineaire hypotheek
· hoge maandlasten bij aanvang;
· fiscaal voordeel neemt af gedurende de looptijd;
· ten opzichte van andere vormen fiscaal minder voordelig.

De lineaire hypotheek is nuttig voor mensen die hun woonlasten relatief snel willen verminderen. Zodat zij bijvoorbeeld in deeltijd kunnen gaan werken, of vervroegd uit kunnen treden. Het is ook interessant voor mensen die bijvoorbeeld een beroep hebben dat gepaard gaat met financiële risico's, en bang zijn dat het later door omstandigheden een stuk slechter zal gaan. Door de hoge beginlasten is de hypotheek niet geschikt voor mensen met een 'laag' inkomen.

De aflossingsvrije hypotheek
Bij de aflossingsvrije hypotheek wordt alleen rente betaald en geen aflossing. Gevolg hiervan is dat dat de rente en daarmee de fiscale aftrek jaarlijks gelijk blijft. Aflossing geschiedt aan het einde van de looptijd uit de verkoop van de woning of met gespaard kapitaal uit verzekering of belegging. Deze hypotheekvorm wordt vaak gesloten in combinatie met een andere hypotheekvorm of wanneer er sprake is van een cliënt die eigen geld kan inbrengen

De gemiddelde maximaal mogelijke aflossingsvrije hypotheek ligt rond 75% van de executiewaarde (dus zo'n 60% van de vrije verkoopwaarde). Sommige geldverstrekkers accepteren tot 100%. U moet dus vaak eigen geld inbregen. Een overlijdensrisicoverzekering is bij sommige geldverstrekkers verplicht. Mocht u tussentijds komen te overlijden, dan kan de hypotheek worden afgelost door de verzekering.

Voordelen aflossingsvrije hypotheek
· lage lasten;
· u betaalt alleen rente;
· geen verplichte tussentijdse aflossingen;
· geen verplichte vermogensopbouw;
· geen verplichte verzekeringsdekkingen;
· veel vrijheid en flexibiliteit met betrekking tot aflossing, vermogensopbouw en verzekeringsdekkingen;
· belastingaftrek blijft in stand;
· een manier om lasten (tijdelijk) te verlagen indien in combinatie met een andere vorm afgesloten;
· hoogte van de hypotheek is veilig omdat u meestal maar 75% van de executiewaarde aflossingsvrij kunt lenen (sommige geldverstrekkers accepteren tot 100%);
· offertes voor deze vorm zijn eenvoudiger te vergelijken dan offertes voor de andere vormen.

Nadelen aflossingsvrije hypotheek
· u bouwt geen vermogen op omdat u niet aflost;
· rentelast blijft doorlopen;
· de eindaflossing is niet geregeld;
· na pensionering bestaat de kans dat uw netto last stijgt vanwege een vermindering van belastingaftrek;
· vanaf 2001 is rente maximaal 30 jaar aftrekbaar; indien u niet aflost kunnen de lasten behoorlijk stijgen;
· meestal moet u eigen geld inbrengen omdat u meestal maar 75% van de executiewaarde aflossingsvrij kunt lenen (sommige geldverstrekkers accepteren tot 100%).

De aflossingsvrije hypotheek is vooral interessant wanneer er voldoende overwaarde in uw woning aanwezig is. De keerzijde van de medaille is natuurlijk dat de lening niet vermindert. Voor bijvoorbeeld een oudere alleenstaande zonder kinderen kan dat echter juist aantrekkelijk zijn. Houd er dan wel rekening mee dat de kans bestaat dat uw netto last na pensionering stijgt vanwege een vermindering van belastingaftrek. Als deze hypotheekvorm in combinatie met een andere vorm wordt afgesloten is het een manier om lasten (tijdelijk) te verlagen.

Lijfrentehypotheek
De lijfrentehypotheek is een combinatie van een lening met een aanvullende voorziening voor uw oude dag. Deze aanvullende voorziening is een lijfrenteverzekering. Naast de hypotheekrente die u betaald heeft, kunt u ook de premie voor de lijfrenteverzekering van uw belastbaar inkomen aftrekken. Uit de lijfrenteverzekering ontvangt u vanaf de afgesproken einddatum periodieke uitkeringen. Deze uitkeringen zijn wél belast. Met de uitkeringen kunt u de hypotheekrente blijven betalen en eventueel uw pensioen aanvullen. U lost de hypotheek pas geheel of gedeeltelijk af als u uw huis verkoopt of bij eerder overlijden.

Er zijn ook combinaties met andere hypotheekvormen mogelijk.

Opmerking:
In de belastingplannen 2001 is de lijfrente-aftrekmogelijkheid in ieder geval beperkt (standaard 1069 euro per belastingplichtige). En in de toekomst zal de standaard aftrek waarschijnlijk helemaal verdwijnen. De aantrekkelijkheid van deze hypotheekvorm zal dus in de toekomst aanzienlijk afnemen.

Voordelen lijfrentehypotheek
· veel belastingaftrek: rente en premie zijn aftrekbaar (onder bepaalde voorwaarden);
· in een aantal gevallen kunt u een redelijk hoog gegarandeerd rendement op de lijfrenteverzekering behalen;
· indien gewenst kunt u ervoor kiezen de premie te beleggen;

Ten opzichte van de hypotheekvormen met tussentijdse aflossingen:
· fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;

Ten opzichte van de andere hypotheekvormen met vermogensopbouw:
· de premie voor de verzekering is aftrekbaar (onder bepaalde voorwaarden).

Nadelen lijfrentehypotheek
· accent op fiscaal voordeel;
· daardoor gevoelig voor wijzigingen in de belastingwetgeving;
· de aftrek van de premie is aan strikte wettelijke voorwaarden gebonden;
· het fiscaal voordeel van de aftrek kan later als fiscaal nadeel uitpakken als de uitkering van de lijfrenteverzekering ingaat;
· vanaf 1 januari 2001 minder mogelijkheden tot premieaftrek voor lijfrenteverzekeringen;
· beperkte keuze: weinig geldverstrekkers bieden dit product aan;
· weinig flexibiliteit;

Ten opzichte van de andere hypotheekvormen met vermogensopbouw:
· u krijgt geen uitkering ineens maar periodiek;
· met de lijfrenteverzekering kunt u de hypotheek niet ineens aflossen; dit kan fiscaal nadelig uitpakken aangezien de hypotheekrente vanaf 1 januari 2001 gedurende maximaal 30 jaar aftrekbaar zal zijn;
· de periodieke uitkering moet aan strikte wettelijke eisen voldoen;
· u dient inkomstenbelasting te betalen over de uitkeringen.

Krediethypotheek
Een krediethypotheek is de meest flexibele hypotheekvorm die er bestaat. De krediethypotheek is afgeleid van de aflossingsvrije hypotheek en is een alternatief voor consumptief lenen. U heeft eigenlijk een doorlopend krediet met uw huis als onderpand.

Door deze zekerheid is de geldgever bereid een lagere variabele rente te hanteren dan bij een doorlopend krediet. De rente kan niet voor langere perioden worden vastgezet. Of, wanneer en hoe u wilt aflossen, bepaalt u in principe zelf.

Tot de kredietlimiet (een bepaald percentage van de waarde van uw huis) kunt u zelfs de verschuldigde rente laten bijschrijven. Voorwaarde is vaak wel dat u ook aardig wat eigen geld inbrengt. De te verstrekken hypotheek bedraagt bij de meeste geldverstrekkers maximaal 75% tot 100% van de executiewaarde. Maar er zijn ook geldverstrekkers die tot boven de executiewaarde gaan.

Tot enkele jaren geleden had de krediethypotheek een extra voordeel. Mensen konden hiermee goedkoop geld lenen en de rente over dat bedrag aftrekken via de belasting. Nu de fiscale regels met betrekking tot consumptief gebruik van een hypothecair krediet zijn aangescherpt, heeft deze hypotheekvorm veel van zijn aantrekkelijkheid verloren. En zeker na de Belastingherziening in 2001 is de krediethypotheek weinig interessant meer.

Voordelen krediethypotheek
· er bestaat geen aflossingsverplichting, wat met name in verband met de fiscale aftrekbaarheid bij hogere inkomens interessant kan zijn;
· afgeloste bedragen kunnen makkelijk weer worden opgenomen;
· u bouwt vermogen op als u aflost;
· doorlopend krediet met hypothecaire zekerheid;
· de eventuele aftrekbaarheid van de rente (doel van de lening is hierbij belangrijk).

Nadelen krediethypotheek
· de te verstrekken hypotheek bedraagt bij de meeste geldverstrekkers maximaal 75% tot 100% van de executiewaarde;
· de rente kan niet voor langere perioden vast worden gezet.

De krediethypotheek wordt nog wel afgesloten om de kredietruimte (tijdelijk) te verruimen, voor bijvoorbeeld verbetering of onderhoud van het huis. Ook wordt ze gebruikt door oudere mensen, die een deel van hun vermogen willen gebruiken voor bijvoorbeeld een aanvulling op hun pensioen ('opeten' van het vermogen).

De levenhypotheek
De levenhypotheek is een combinatie van een aflossingsvrije hypotheek en een levensverzekering (kapitaalverzekering). De lening wordt aan het einde van de looptijd of bij eerder overlijden van de verzekerde(n) afgelost met de uitkering uit de levensverzekering. Bij deze vorm wordt belasting vrij vermogen opgebouwd en geprofiteerd van de rente aftrek.

Voordelen levenhypotheek
Omdat u in principe gedurende de looptijd van de lening niet aflost, blijft, bij gelijkbijvende rente, uw fiscale aftrekpost ongewijzigd hoog. Dit heeft natuurlijk een positief effect op uw netto hypotheeklasten. Bovendien heeft u een fiscaal voordeel: omdat u niet aflost, kunt u over de hele looptijd van de hypotheek uw hypotheekrente volledig aftrekken, terwijl de rente die u ontvangt over de spaarpremie belastingvrij is. Dit laatste echter wel onder strikte voorwaarden.
· in veel gevallen bouwt u een belastingvrij vermogen op;
· extra fiscaal voordeel mogelijk bij polissen afgesloten vóór 1 januari 1992;

Ten opzichte van de hypotheekvormen met tussentijdse aflossingen:
· fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;

Ten opzichte van de beleggingshypotheken:
· minder beleggingsrisico: meestal heeft u een gegarandeerd rendement; er is vaak sprake van een verzekerd kapitaal bij leven.

Nadelen levenhypotheek
Tegenover deze lage hypotheeklasten staat als nadeel dat de fiscale voorwaarden de levenhypotheek tot een keurslijf maken. Verder is de hoogte van de uitkering via de gekoppelde gemengde verzekering niet zeker. Vaak is namelijk een deel van de uitkering niet gegarandeerd, maar afhankelijk van een zogenoemde winstuitkering, waarvan de hoogte niet van tevoren vaststaat. Een ander nadeel betreft de afkoopwaarde ofwel uitkering bij voortijdige beëindiging. Het is niet mogelijk om die afkoopwaarde zelf te berekenen. Bovendien valt die bijna altijd tegen.
· het garandeerde rendement is meestal vrij laag; de maatschappij belegt de premie meestal in obligaties e.d.;
· u heeft meestal geen keuzemogelijkheid voor de belegging;
· het te bereiken totale eindkapitaal is veelal onzeker omdat een deel van de uitkering uit winstdeling bestaat;
· de levensverzekering heeft meestal een ondoorzichtige kostenstructuur;
· u heeft meestal geen inzicht in de waarde van de polis tijdens de looptijd;
· meestal een minimaal verplichte overlijdens- verzekering;
· het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;

Ten opzichte van de spaarhypotheek:
· minder voordelig; een lager garantiekapitaal en hoger kosten dus een lager netto rendement;

De levenhypotheek is met name geschikt voor mensen met een meer dan modaal inkomen of mensen die inkomensgroei verwachten. Omdat er gedurende de hele looptijd maximaal geprofiteerd wordt van de hypotheekrente-aftrek, kan deze hypotheekvorm met name interessant zijn voor mensen met een wat hoger inkomen.

Spaarhypotheek
De spaarhypotheek is een verbeterde versie van de traditionele levenhypotheek. Deze variant dankt zijn populariteit vooral aan het feit dat de onzekerheid rond de hoogte van de uitkering is weggenomen: het verzekerd bedrag is bij de spaarhypotheek altijd gelijk aan de hypotheekschuld. Het gehele bedrag wordt gegarandeerd.
Een ander voordeel is dat u bij tussentijdse beëindiging het volledige kapitaal krijgt uitgekeerd dat met het spaardeel is opgebouwd. Wel heeft u dan te maken met verkapte afkoopkosten.
Een derde voordeel is dat een verhoging van de hypotheekrente deels wordt gecompenseerd door een verlaging van de verzekeringspremie. Deze constructie leidt ertoe dat de lasten gedurende de looptijd van de hypotheek een stuk stabieler zijn dan bij andere hypotheekvormen.

Het fiscale voordeel van de traditionele levenhypotheek geldt natuurlijk ook voor de spaarhypotheek. Door de koppeling van hypotheek- en spaarrente is een spaarhypotheek vooral gunstig bij een hoge hypotheekrente. Wie eenmaal voor een spaarhypotheek bij een bepaalde maatschappij heeft gekozen, zit hieraan voor de rest van de looptijd vast. Overstappen naar een andere geldgever is wel mogelijk, maar uit financieel oogpunt niet verstandig. Wel zijn lagere lasten mogelijk als u overstapt op een beleggingshypotheek of aflossingsvrije hypotheek.

Voordelen spaarhypotheek
· in veel gevallen bouwt u een belastingvrij vermogen op;
· fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;


Ten opzichte van de levenhypotheek:
· u heeft inzicht in de waarde van de spaarverzekering tijdens de looptijd;

Ten opzichte van de leven- en beleggingshypotheken:
· u spaart met een gegarandeerd rendement; het rendement is even hoog als de hypotheekrente;
· u maakt een hoog rendement bij een hoge hypotheekrente;
· u loopt niet het risico dat u het eindkapitaal niet haalt;
· de waarde van de spaarhypotheek kan tussentijds niet lager worden;
· renteschommelingen worden gedempt door de koppeling van de hypotheekrente aan de spaarrente;
· geen of weinig kosten over de vermogensopbouw.

Nadelen spaarhypotheek
Voor een alleenstaande is een spaarhypotheek niet altijd voordelig. De kosten die de verzekeraar bij een spaarhypotheek maakt, zijn verwerkt in de premie voor de overlijdensrisicoverzekering. Maar een alleenstaande kan heel goed zonder zo'n verzekering. De kosten ervan wegen zwaarder door als hij bij het afsluiten al wat ouder is.
Verder is een spaarhypotheek niet zo flexibel. Net als iedere levenhypotheek moet u zich aan de voorwaarden van de fiscus houden, wilt u van het fiscale voordeel profiteren. Oversluiten naar een lagere dagrente of andere hypotheekvorm is daardoor zeer onvoordelig.
· het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;
· meestal een opslag op de hypotheekrente van 0,2%;
· veelal een verplichte overlijdensrisico- verzekering;
· bij een lage hypotheekrente maakt u een laag rendement vanwege de koppeling van de hypotheekrente aan de spaarrente;
· u bent gebonden aan een en dezelfde instantie voor wat betreft lenen, sparen en verzekeren;
· het eindkapitaal kan niet hoger worden dan de hoogte van de hypotheek;

Ten opzichte van de beleggingsverzekering- hypotheek:
· minder flexibiliteit met betrekking tot wijzigingen in de lening, vermogensopbouw en verzekeringsdekkingen;
· vaak is er sprake van een verplichte overlijdensrisicodekking;

Ten opzichte van de beleggingsrekening- hypotheek:
· minder flexibiliteit: u dient rekening te houden met de fiscale spelregels om belastingvrij vermogen op te kunnen bouwen.

Beleggingshypotheek
Een beleggingshypotheek is een combinatie van een aflossingsvrije hypotheek en een effectendepot. De lening wordt aan het einde van de looptijd afgelost met de opgebouwde waarde uit het depot. Deze hypotheek vorm wordt gekenmerkt door de mogelijkheid van hoge rendementen, gecombineerd met de rente aftrek. De rendementen van een effectendepot ontwikkelen zich minder stabiel dan de rendementen in een levensverzekering. De gemiddelde rendementsverwachting bij een lange looptijd is echter hoger.

Voordelen beleggingshypotheek
· lage netto lasten
· veel vrijheid
· extra inleg of opname mogelijk
· fiscaal aantrekkelijk, rente-aftrek gedurende de hele looptijd is maximaal
· mee financieren van eenmalige storting mogelijk
· niet afhankelijk van verzekeringsbeperkingen
· kans op hoger rendement
· De verzekeringnemer bepaalt in zekere mate zelf hoe zijn premies worden belegd;
· De bruto-en nettolasten blijven constant (bij gelijkblijvende rente)

Nadelen beleggingshypotheek
· het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;
· beleggingsrisico: meestal geen gegarandeerd rendement en/of eindkapitaal;
· vaak uiteenlopende productvoorwaarden
· veelal ondoorzichtige kostenstructuur van de beleggingsverzekering;
· enorm aanbod aan producten met diverse beleggingsfondsen die verschillen qua soort, beleggingsbeleid, kosten en rendement;
· daardoor zeer moeilijk met elkaar te vergelijken;
· relatief hoge kosten over de vermogensopbouw;

Ten opzichte van de spaarhypotheek:
· geen koppeling met de hypotheekrente; geen rentedempende werking; geen hoger rendement bij een hogere hypotheekrente;
· vanwege de kosten is er een groot verschil tussen het bruto en het netto rendement; in de praktijk maakt men vaak een verkeerde vergelijking met de spaarhypotheek;

Ten opzichte van de beleggingsrekening- hypotheek:
· minder flexibiliteit: u dient rekening te houden met de fiscale spelregels om belastingvrij vermogen op te kunnen bouwen;
· vanwege de hogere kosten moet u in werkelijkheid een hoger bruto rendement maken, om hetzelfde netto rendement als de beleggingshypotheek zonder verzekering te behalen;
· vanaf 1 januari 2001 wordt dit nadeel enigzins afgezwakt vanwege de zogenaamde vermogensrendementsheffing.

Effectenhypotheek
Bij de effectenhypotheek lost u de lening niet af en betaalt u alleen rente. Daarnaast wordt eenmalig een bedrag in een beleggingsfonds gestort. Bij veel geldverstrekkers mag u uw eigen beleggingsportefeuille inbrengen. Door middel van deze rechtstreekse belegging bouwt u een kapitaal op. Met dit kapitaal lost u aan het einde van de looptijd de hypotheek af.
Door te beleggen is het mogelijk een (aanzienlijk) hoger rendement te halen dan het rentepercentage van uw hypotheek. Maar het kan ook minder goed uitpakken. Beleggen brengt altijd bepaalde risico's met zich mee. De aflossing is dus niet gegarandeerd.
En omdat u het bedrag op één bepaald moment inlegt, het moment dat u de hypotheek afsluit, zit er nog een extra risico aan de effectenhypotheek: het kan zijn dat het net een slecht moment is om te beleggen.

De eenmalige inleg wordt vaak meegefinancierd bij de hypotheekaanvraag. Uw leent daardoor vaak 130% tot 150% van de executiewaarde. Met dit geld kunt u een behoorlijk aandelenkapitaal financieren. De rente over dit meegefinancierde bedrag is niet aftrekbaar.

Kenmerken:
· maximaal belastingvoordeel
· u kunt zonder eigen geld beleggen
· het beleggingsresultaat is onzeker
· forfaitaire rendementsheffing in box 3, 1,20% van het vermogen
· een levensverzekering niet verplicht, dus u bent niet gebonden aan de regels voor levensverzekeringen

Deze hypotheek is interessant voor mensen met een gezinsinkomen boven € 50.000. Komt u hieronder dan is een beleggingshypotheek een betere hypotheek.

De hybride hypotheek
De hybride hypotheek combineert de voordelen van de spaarhypotheek en de beleggingshypotheek. Daarom wordt ze ook wel de spaar/beleggingshypotheek genoemd.

U lost de lening gedurende de looptijd niet af. Naast hypotheekrente betaalt u een premie voor een gemengde verzekering en een inleg voor beleggingen. U kunt zelf de verhouding bepalen tussen het spaar- en beleggingsdeel. (Beperkt) wisselen tussen het spaar- en beleggingsgedeelte met gespaard of beleg vermogen is mogelijk. Ook wisselen tussen fondsen binnen het beleggingsgedeelte is mogelijk.
Door te beleggen kunnen de maandlasten dalen en/of houdt u aan het einde van de looptijd een bedrag over.

Op deze manier wordt een deel gegarandeerd afgelost via het spaardeel en het overige uit beleggingen. De beleggingen kunnen een hoger rendement opleveren.

Op deze manier kunt u een verdeling maken tussen de zekerheid van gegarandeerd sparen en het risicovollere beleggen. U bent zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de ontwikkelingen van de beurskoersen en de kapitaalmarktrente, en het eventuele switchen tussen sparen en beleggen.

Niet iedere geldverstrekker biedt deze hypotheekvorm aan en de productvoorwaarden verschillen per geldverstrekker. De verschillende hybride hypotheken zijn moeilijk met elkaar te vergelijken door de ondoorzichtige kostenstructuur van het beleggingsgedeelte.

Kenmerken:
· maximaal fiscaal voordeel
· u bouwt in veel gevallen een belastingvrij vermogen op
· u bepaalt zelf de verhouding tussen sparen en beleggen, en deze verhouding kunt u tussentijds (beperkt) wijzigen
· een deel van het eindkapitaal is gegarandeerd via het spaardeel
· er is kans op een hoger rendement door het beleggingsdeel
· combinatie geldverstrekker/verzekeraar ligt vast

Deze hypotheek is geschikt om tot de beste fiscale verdeling te komen. Er is veel vrijheid en flexibiliteit binnen deze hypotheekvorm: u kunt de premie (tijdelijk) verhogen of verlagen, de looptijd wijzigen en het overlijdensrisico al dan niet verzekeren of aanpassen.

Hypotheek verstrekkers
Hypotheek vertrekkers zijn banken of instanties die je het geld lenen om een woning te kopen (hypotheek) en dat af te lossen en er dan een bepaald aantal % rente over te betalen.
Hier zijn een aantal verschillende banken met het aantal jaren rente vast bij een normale hypotheek garantie en de daarbij hoorde %’en rente.
Dit zijn de 20 goedkoopste hypotheek aanbieders.

NHG= normale hypotheek garantie EW= executie waarde

Bij 1 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 Postbank 4.10 4.20 4.40 4.40 4.50
2 SNS Bank 4.10 4.30 4.40 4.40 4.50
3 Conservatrix 4.15 4.35 4.45 4.45 4.55
4 Robeco Direct 4.18 4.18 4.28 4.28 4.48
5 Delta Lloyd 4.20 4.45 4.45 4.55 4.55
6 Friesland Bank 4.20 4.50 4.50 4.50 4.70
7 OHRA 4.20 4.45 4.45 4.55 4.55
8 Philips Pensioenfonds 4.20 4.40
9 GMAC 4.25 4.45 4.55 4.55 4.65
10 Bouwfonds 4.30 4.50 4.60 4.60 4.70
11 ING Bank 4.30 4.60 4.60 4.60 4.70
12 REAAL Verzekeringen 4.30 4.50 4.60 4.60 4.70
13 AXA 4.35 4.55 4.65 4.65 4.75
14 Allianz 4.40 4.70 4.70 4.70 4.70
15 Bank of Scotland 4.40 4.70 4.70 4.70 4.70
16 BLG 4.40 4.55 4.75 4.75 4.85
17 CVB Bank 4.40 4.50 4.70 4.70 4.70
18 DBV 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
19 Nederlands Financieel Instituut BV 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
20 Univé 4.40 4.55 4.75 4.75 4.85

Bij 5 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 SNS Bank 4.25 4.45 4.55 4.55 4.65
2 Bouwfonds 4.30 4.50 4.60 4.60 4.70
3 Conservatrix 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
4 CVB Bank 4.40 4.50 4.70 4.70 4.70
5 Delta Lloyd 4.40 4.65 4.65 4.75 4.75
6 OHRA 4.40 4.65 4.65 4.75 4.75
7 Philips Pensioenfonds 4.40 4.60
8 Acadium Bastion 4.50 4.70 4.70 4.90 4.90
9 Allianz 4.50 4.80 4.80 4.80 4.80
10 Bank of Scotland 4.50 4.80 4.80 4.80 4.80
11 BLG 4.50 4.65 4.85 4.85 4.95
12 GMAC 4.50 4.70 4.80 4.80 4.90
13 ING Bank 4.50 4.80 4.80 4.80 4.90
14 Postbank 4.50 4.60 4.80 4.80 4.90
15 Univé 4.50 4.65 4.85 4.85 4.95
16 Argenta 4.55 4.75 4.85 4.85 4.95
17 Centraal Beheer Achmea 4.55 4.65 4.75 4.75 4.85
18 Erasmus 4.55 4.75 4.85 4.85 5.00
19 Falcon Leven 4.55 4.75 4.85 4.85 5.00
20 GENERALI 4.55 4.75 4.85 4.85 5.00

Bij 10 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 SNS Bank 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
2 Bouwfonds 4.45 4.65 4.75 4.75 4.85
3 Acadium Bastion 4.50 4.70 4.70 4.90 4.90
4 Delta Lloyd 4.50 4.75 4.75 4.85 4.85
5 OHRA 4.50 4.75 4.75 4.85 4.85
6 Philips Pensioenfonds 4.50 4.70
7 Conservatrix 4.55 4.75 4.85 4.85 4.95
8 Allianz 4.60 4.90 4.90 4.90 4.90
9 Bank of Scotland 4.60 4.90 4.90 4.90 4.90
10 CVB Bank 4.60 4.70 4.90 4.90 4.90
11 GMAC 4.60 4.80 4.90 4.90 5.00
12 ING Bank 4.60 4.90 4.90 4.90 5.00
13 Postbank 4.60 4.70 4.90 4.90 5.00
14 AEGON 4.65 4.85 4.95 5.05 5.05
15 Argenta 4.65 4.85 4.95 4.95 5.05
16 BLG 4.65 4.80 5.00 5.00 5.10
17 Erasmus 4.65 4.90 4.95 4.95 5.05
18 EuropeLife 4.65 4.85 4.90 4.90 5.05
19 Falcon Leven 4.65 4.90 4.95 4.95 5.05
20 Friesland Bank 4.65 4.95 4.95 4.95 5.15

Bij 20 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 GMAC 4.60 4.80 4.90 4.90 5.00
2 ING Bank 4.60 4.90 4.90 4.90 5.00
3 Postbank 4.60 4.70 4.90 4.90 5.00
4 Acadium Bastion 4.65 4.85 4.85 5.05 5.05
5 Conservatrix 4.65 4.85 4.95 4.95 5.05
6 Bouwfonds 4.70 4.90 5.00 5.00 5.10
7 Philips Pensioenfonds 4.70 4.90
8 SNS Bank 4.70 4.80 4.90 4.90 5.00
9 AEGON 4.75 4.95 5.05 5.15 5.15
10 Erasmus 4.75 5.00 5.05 5.05 5.15
11 EuropeLife 4.75 4.95 5.00 5.00 5.15
12 GENERALI 4.75 5.00 5.05 5.05 5.15
13 Hypotrust 4.75 5.00 5.05 5.05 5.15
14 Allianz 4.80 5.10 5.10 5.10 5.10
15 Bank of Scotland 4.80 5.10 5.10 5.10 5.10
16 Delta Lloyd 4.80 5.10 5.10 5.20 5.20
17 Direktbank 4.80 5.00 5.00 5.20 5.20
18 Falcon Leven 4.80 5.00 5.05 5.05 5.15
19 Nationale-Nederlanden 4.80 5.00 5.00 5.20 5.20
20 OBVION 4.80 5.00 5.10 5.10 5.20

De makelaar
De functie van de makelaar is het opkopen of verkopen van:
-kantoorpanden
-winkels
-woonhuizen
-bedrijfshallen
-bedrijfsterreinen
-kavels voor woningbouw
-landbouwgrond
-garages en schuren

Er zijn 2 verschillende soorten makelaars, dat zijn de aankoopmakelaar en de verkoopmakelaar.
De verkoop makelaar is gespecificeerd in het taxeren van woningen en een prijs te bepalen.
De aankoopmakelaar houd zich bezig met en in het begeleiden van de klant bij het kopen met het kopen van een woning.

De kosten van een aankoopmakelaar zijn €1050,42 + €199,58 BTW = €1250 dat is inclusief alle extra kosten.

Dit zijn de taken van de makelaar:

-Bezichtiging
-Onderhandelingen
-Koopakte
-Notariële
-Begeleiding

De kosten van een auto
Hierbij moesten we uitgaan van een Opel Astra 1.6 HD van 6 jaar oud.
De aanschafprijs bedraagt 5000€.
De verzekerde is 25 jaar oud en rij 4 jaar schadevrij.
Hij rijd minder dan 20000km per jaar en wil WA-plus verzekerd worden.

Dit zijn de kosten berekend bij unive:

Geen eigen risico: €18,28 per maand
Eigen risico van €140: €16,55 per maand
Eigen risico van €350: €16,30 per maand
Eigen risico van €630: €16,04 per maand

De motorrijtuigenbelasting bedraagt €316 per jaar of €82 per kwartaal.
Dat is €26,33 per maand.

Er moet ook rekening gehouden worden met de afschrijving van de auto, hij verliest zijn waarde naarmate hij ouder wordt.
Je gaat er vanuit dat je nog 4 jaar in de auto rijd en daarna nog €1000 ervoor weer krijgt.
Je moet dus elk jaar €1000 opzij leggen om een soort gelijke auto weer te kunnen kopen van hetzelfde bedracht.
Dat is dus €83,34 per maand.

De kosten van de brandstof (benzine) op dit moment €1,26 en je auto rijd 1:11.
Je gaat er vanuit dat je ong. 12000 km per jaar rijd.
Dat is dan: 12000km:11km per liter = 1090,91 liter.
1090,91 liter x €1.26 = €1374,55 per jaar.
€1374.55 : 12 maand = €114,55 per maand.

Elk jaar moeten auto’s die ouder zijn dan 3 jaar voor de APK (Algemene Periodieke Keuring).
Dat kost per keer: €50
Dat is omgerekend €4,17 per maand

Onderhoud is ong. €0.03 per kilometer.
Dat is dus 12000km x €0.03 = €360 per jaar
Dat is €30 per maand.

Totaal wat je per maand kwijt bent voor deze auto met een verzekering zonder eigen risico is:
€18,28 + €26,34 + €83,34 + €114,55 + €4,17 + €30 = €276,68

Totaal van alle kosten in de maand.
Kostenprijs woning: € 97500,-
Aanschafkosten woning: Notaris € 550,-
Taxatie € 221.75
NHG € 312.80
Afsluitprovisie € 782,-
Overdrachtsbelasting € 5850 (0.06% van het totaal bedrag)
€ 7716.55 € 7716.55

verbouwingskosten: € nvt
€ 105216.55

Vaste kosten per maand:

Rente 4.5% van € 110000,- € 492,-
Premiestorting t.b.v. aflossing +
Overlijdensrisicoverzekering € 30,-
Gas € 67.50
Water € 11.41
Elektriciteit € 35,-
Afvalstoffenheffing € 25.31
OZB ( € 3,50 voor elke € 2500 van de waarde ) € 136.50
Brand en opstal verzekering € 8.34
Ziekenfonds verzekering € 103,-

Totaal: € 909.06

Variabele kosten per maand:

Eten/drinken € 100,-
Kleding € 50,-
Telefoon/GSM € 50,-
Uitgaan € 200,-
Auto € 276,68

Totaal: € 676,68

Totale kosten per maand: € 1585,74

Conclusie: Je moet met 2 inkomens zijn anders is een huis niet te financieren.

Slotwoord:
In dit staat alles wat er bij komt kijken als je een woning gaat beschrijven.
Voor ik begon aan het verslag wist ik zelf ook niet waar je allemaal rekening mee moet houden en wat er allemaal geregeld moet worden voor je een woning op naam hebt en dat je geen huis kunt kopen met een inkomen onder de € 2000,- is ook wel duidelijk.
Heb voor dit onderwerp gekozen omdat het makkelijk is voor later als je zelf een woning gaat kopen en omdat het goed is om te weten wat er allemaal bij komt kijken.
De informatie die ik voor dit verslag heb gebruikt heb ik allemaal van het internet gehaald, de sites waar ik alles vanaf heb gehaald staan hieronder.

Bronnen:
www.funda.nl ( Dit is de site waar de woning op staat )
www.google.nl/hypotheekvorm
/hypotheekverstrekker
/makelaar / makelaar@beroep
/notaris
/Kosten Koper / Vrij Op Naam
/taxatie
/overdrachtsbelasting
/Nationale Hypotheek Garantie
/wat is een overlijdensrisicoverzekering / independer
/hypotheekrente
/eigenwoningforfait
/waterschapslasten
/Essent
/Waterleiding Maatschapij Drenthe
/gemeente Emmen afvalstoffenheffing
/gemeente Emmen rioolrechten
/gemeente Emmen ontroerend zaak belasting
/brand en opstal verzekering
/APK
www.unive.nl
www.notaris.nl
www.centraalbeheer.nl/particulier /wonen /hypotheken
www.basisverzekering.nl

illustraties:

www.funda.nl (foto’s van de woning)

Projectfinanciering:

Inleiding:
Dit verslag gaat over het kopen van een huis met alles wat er bij komt kijken.
Het uitkiezen en opnemen van een hypotheek en het taxeren van de woning en de kosten van de notaris enz. en wat er allemaal besproken moet worden voor het kopen en het beschrijven van een woning voor je hem op naam hebt.
Verder wordt uitgelegd wat het verder allemaal in houd en waarom je de overheid wil dat je het doet of betaald.

Wat het is en waarom je het moet regelen
Hypotheekvormen:
De lening die je bij een bank of instantie afsluit voor geld om een huis te kunnen kopen word een hypotheek genoemd.
Er zijn verschillende manieren om het geld weer terug te betalen aan de bank.
Je moet altijd rente betalen over het geld dat je leent of geleend hebt, dat is ong. tussen de 3-5 %.
Het verschil is alleen of je eerst veel terug wilt betalen en later weinig of juist andersom of dat je het constant gelijk wilt houden.
Dat terug betalen wordt aflossen genoemd.
Zie hoofdstuk 4 hypotheekvormen.

Hypotheekverstrekker:
De hypotheek verstrekker is de bank of instantie waar je de hypotheek afsluit.

Makelaar:
Zie hoofdstuk 6 de makelaar.

De rol van de notaris:
Advies en controle

De eigendom van een huis kan niet zonder tussenkomst van de notaris worden overgedragen. De notaris maakt de leveringsakte en de eventuele hypotheekakte en laat deze in zijn aanwezigheid ondertekenen. Daarna zorgt hij voor inschrijving van deze akten in de openbare registers. In de regel wijst de koper van een huis de notaris aan.
De notaris is een jurist met veel ervaring op het gebied van onroerend goed. Schakel hem al in voor het opstellen van de koopakte. Hij adviseert u en nodigt beide partijen uit om elkaar de nodige informatie te verschaffen.
Afwikkeling

De notaris wikkelt ook het financiële deel van de transactie af. De koper (en/of diens hypotheekbank) dient het verschuldigde tijdig voor het tekenen van de leveringsakte naar de derdengeldenrekening van de notaris over te maken. De verkoper krijgt de koopsom na aftrek van de aflossing van eventuele hypothecaire leningen als zeker is dat ook hij aan zijn verplichting om een onbelast huis te leveren heeft voldaan. Dit is meestal 1 of 2 werkdagen na het passeren van de transport- (en hypotheek-)akte. De notaris zorgt ervoor dat de hele transactie naar behoren verloopt.
Kopen van een woning:
Er zijn 2 manieren om een woning te kopen
-K.K. (kosten koper)
-V.O.N. (vrij op naam)

Kosten koper houd in:
Bovenop de koopprijs van een woning komen nog andere kosten. Voor bestaande woningen worden deze kosten koper (kk) genoemd. Je mag maximaal 12% van de koopsom meefinancieren als je een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie afsluit.

De kosten koper die zijn verbonden aan de hypotheek bestaan uit:

· overdrachtsbelasting (6% koopsom, alleen voor bestaande woningen)
· bouwrente (alleen voor nieuwbouw)
· waarborgsom
· bankgarantie
· hypotheekakte (gem. 0,4% hypotheekbedrag)
· Nationale Hypotheek Garantie (0,3% hypotheekbedrag)
· afsluitprovisie (ongeveer 1% hypotheekbedrag)
· taxatie (gem. 0,2% van het hypotheekbedrag)
· bouwkundig rapport (alleen bij oudere woningen)
Kosten koper die niet verbonden zijn aan de hypotheek:

· kosten transportakte (bijna 1% koopsom)
· makelaarscourtage (gem. 2% koopsom

Vrij op naam houd in:
Een nieuwbouwwoning wordt vrij op naam gekocht, dat wil zeggen dat er geen overdrachtsbelasting wordt geheven over de koopsom. Dit is anders dan bij bestaande woningen, die meestal kosten koper (k.k.) worden verkocht.

Wel is sprake van notariskosten en wordt BTW geheven over de koopsom. In de regel is de prijs waarvoor een nieuwbouwwoning wordt aangeboden inclusief BTW.

Als u een hypotheek afsluit voor een nieuwbouwwoning heeft u verder te maken met afsluitprovisie en wellicht taxatiekosten. Niet alle hypotheekverstrekkers stellen een taxatie verplicht bij nieuwbouw, dit ligt ook aan het specifieke nieuwbouwproject. Verder moet u er rekening houden dat u bouwrente moet betalen.

Een vuistregel is dat de bijkomende kosten bij het kopen van een nieuwbouwwoning vrij op naam ongeveer 6% van de koopsom bedragen. Dit is dan het totaal van notariskosten, afsluitprovisie, taxatiekosten en bouwrente

Taxatie:
Een woning wordt bij de verkoop altijd getaxeerd dat betekend dat de waarde van de woning bepaald wordt door een erkende taxateur.

Overdrachtsbelasting:
De overdrachtsbelasting is 6% van de waarde van de woning, dat moet je betalen aan de overheid omdat je een woning koopt.

NHG (nationale hypotheek garantie):
De Nationale Hypotheek Garantie (NHG) wordt verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Het is de naam van de garantie die u kunt krijgen als u een lening afsluit voor het kopen of verbouwen van een woning. Hiermee staat het Waarborgfonds garant voor de terugbetaling van uw hypotheek(bedrag) aan de geldverstrekker.
Wat betekent dit precies voor u?
Als u een hypotheek afsluit maakt u samen met de geldverstrekker afspraken over de betaling van uw hypotheeklasten. Er kunnen zich echter situaties in uw leven voordoen waardoor het aflossen van de hypotheek niet meer mogelijk is. Het kan zijn dat u in zo'n geval uw woning moet verkopen en dat de opbrengst van uw woning lager is dan het bedrag dat u nog moet terugbetalen. Er ontstaat dan een restantschuld. Het Waarborgfonds betaalt deze restantschuld aan de geldverstrekker. Wanneer u geen schuld heeft aan de gedwongen verkoop, bijvoorbeeld als uw inkomen daalt door werkloosheid of arbeidsongeschiktheid of als een van beide inkomens wegvalt door bijvoorbeeld scheiding, kan het Waarborgfonds u dit bedrag kwijtschelden en hoeft u dit bedrag dus niet meer terug te betalen. Voorwaarde hiervoor is dat u heeft meegeholpen de restantschuld zoveel mogelijk te beperken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat als u betalingsachterstanden heeft, u contact opneemt met de bank om te bekijken hoe u deze achterstand kunt inlopen.
Wat zijn de voordelen van NHG?
· Voordeliger
Met de NHG betaalt u een lagere hypotheekrente. De rentekorting kan oplopen tot 0,6%. Dat betekent elk jaar opnieuw honderden euro's voordeel.

Bij het afsluiten van NHG betaalt u eenmalig 0,40% over uw hypotheekbedrag. Door het rentevoordeel en de fiscale aftrekbaarheid heeft u deze kosten gemiddeld in een jaar terugverdiend.

· Veilig
Als u er alles aan heeft gedaan om de restantschuld zoveel mogelijk te beperken, kan het Waarborgfonds uw restantschuld bij een gedwongen verkoop kwijtschelden. Zij kan dit doen als u buiten uw schuld in een probleemsituatie bent gekomen. U kunt hierbij denken aan betalingsproblemen als gevolg van werkloosheid, scheiding en arbeidsongeschiktheid.

· Verantwoord
NHG is mogelijk als u voldoet aan de inkomensnormen zoals deze door het NIBUD zijn opgesteld. Volgens deze inkomensnormen mag een bepaald percentage van het inkomen aan woonlasten worden besteed. Op deze manier weet u zeker dat u nooit teveel leent. U houdt bij een normaal uitgavenpatroon altijd voldoende financiële ruimte over voor andere uitgaven zoals de dagelijkse boodschappen en verzekeringen.

· Kosten fiscaal aftrekbaar
Alle kosten die u moet maken om NHG te verkrijgen zijn fiscaal aftrekbaar.

· Volledige financiering
U kunt de aankoop van uw woning volledig financieren. Dit betekent dat u, naast de kosten voor de aankoop van de woning bijvoorbeeld ook de kosten voor de notaris, de makelaar, het taxatierapport en de kosten voor een verbouwing (kwaliteitsverbetering) kunt meefinancieren. U hoeft dus geen eigen geld in te brengen.
Overlijdensrisicoverzekering:
Dit is een verzekering dat als je komt te overlijden dat je hypotheek dat vervalt en je nabestaanden dan niet voor de kosten om draaien.

Eigen woningforfait:
Eigenwoningforfait en aftrekbare kosten
Als eigenaar van een woning krijg je te maken met het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is een bedrag dat in Box I bij je inkomen wordt opgeteld. Op die manier kent de fiscus een waarde toe aan het woongenot dat je als eigenaar van een huis beleeft over deze bijtelling betaal je belasting. Het woongenot wordt fiscaal namelijk gezien als inkomen in natura. De hoogte van het eigenwoningforfait is gekoppeld aan de WOZ waarde van je huis.

WOZ waarde
Het eigenwoningforfait wordt door de fiscus berekend aan de hand van de WOZ waarde van je huis. WOZ staat voor: wet Waardering Onroerende Zaken. De gemeente bepaalt de hoogte van je WOZ waarde. Je wordt daarvan door middel van een zogenaamde beschikking op de hoogte gesteld. De laatste WOZ beschikking dateert van 1 januari 2003. In het algemeen ligt de WOZ waarde iets onder de vrije verkoopwaarde van je huis.

De hoogte van het eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait wordt berekend door een bepaald percentage van de WOZ waarde te nemen. In onderstaande tabel kun je aflezen wat de bedragen zijn voor het belastingjaar 2007. Het maximum bedraagt € 9.150,-.
WOZ waarde Eigenwoningforfait =WOZ waarde xonderstaand percentage
€ 0,- tot € 12.500,- 0,00%
€ 12.500,- tot € 25.000,- 0,20%
€ 25.000,- tot € 50.000,- 0,30%
€ 50.000,- tot € 75.000,- 0,40%
€ 75.000,- of meer 0,55%

Aftrekbare kosten
Je hebt als huiseigenaar niet alleen te maken met fiscale bijtellingen. Gelukkig zijn er ook de nodige aftrekposten. Zo mag je in het jaar waarin ze werkelijk gemaakt zijn, de volgende kosten aftrekken: de afsluitprovisie, de kosten van het opstellen van de hypotheekakte, de taxatiekosten en de kosten voor de aanvraag NHG. Op de afrekening van de notaris kun je precies zien welke kosten dit zijn. Soms mag je de afsluitprovisie niet gelijk aftrekken, maar moet je die verspreiden over de looptijd van de lening. De adviseur van De Hypotheker weet precies hoe dat zit. Vraag er naar. We hebben een volledig kostenoverzicht voor je gemaakt.

Is je hypotheek (bijna) afgelost?
Voor huiseigenaren die hun hypotheek (bijna) hebben afgelost, is het eigenwoningforfait met ingang van 2005 min of meer afgeschaft. Dat werkt als volgt: is het eigenwoningforfait hoger dan je aftrekbare kosten zoals de hypotheekrente, dan heb je recht op een extra aftrekpost. Daardoor is de fiscale bijtelling per saldo nihil. Deze fiscale maatregel is bedoeld om huiseigenaren te stimuleren hun hypotheek versneld af te lossen. Wil je meer weten over deze maatregel? Vraag ernaar bij één van onze adviseurs.

Waterschapslasten:
Bij mij in de buurt betalen wij de waterschapslasten aan Velt en Vecht.
Dat is voor het afvoer van afval water en voor b.v. reparatie van de waterleidingen waar ook ons water door aangevoerd wordt.
Dat is € 0.25 per € 1000,- WOZ waarde.

Nutsbedrijven:
Dat zijn bedrijven die je voorzien van elektriciteit, water en gas.
Gas en elektra wordt bij ons voorzien door Essent en het water door Waterleiding Maatschappij Drenthe.

Gemeente

Afvalstoffenheffing:
Dit moet je betalen voor het afvoeren van je afval, dat is in de gemeente emmen € 303.72 per jaar.

OZB (Ontroerend Zaak Belasting):
Dit is belasting die je over je eigen woning moet betalen.
Dit bedrag wordt 1 x in de 4 jaar uitgerekend en zal over een tijdje 1 x per jaar gebeuren.

Verzekeringsmaatschappij

Brand/opstalverzekering:
Dit wordt uitgerekend naar de nieuwwaarde van je huis.
Dit is een verzekering die je moet betalen voor het geval dat je huis afbrandt of beschadigd raakt.

Particuliere instanties

Basisziekenkostenverzekering:
Dit moet iedereen betalen als particuliere verzekering voor het geval je opgenomen moet worden in het ziekenhuis of voor vergoeding van medicijnen enz.

De betreffende woning:
Vleerackers 43
7824 NM Emmen
€ 97.500 k.k.
Aangeboden door: makelaardij Vos Emmen bv

Kenmerken van het huis:

Koopprijs € 97.500 kosten koper
Soort object Woonhuis
Soort woning Eengezinswoning
Type woning Tussenwoning
Aantal kamers 5 kamers
Woonoppervlakte 100 m2
Perceeloppervlakte 163 m2
Inhoud 300 m3
Soort bouw Bestaande bouw
Bouwjaar 1968
Ligging In woonwijk
Tuin Achtertuin, voortuin
Achtertuin Ligging zuid (6m breed x 9m diep)
Berging Vrijstaande stenen schuur
Verwarming CV-ketelCombi Vaillant, (bouwjaar: 2005)
Isolatie Gedeeltelijk dubbel glas

Hypotheekvormen:
Als je van plan bent om een huis te gaan kopen heb je niet direct het geld bij elkaar om het huis te kunnen financieren.
Je kunt geld lenen bij de bank om een huis te kunnen kopen, zon lening wordt een hypotheek genoemd.
Zon lening kan op verschillende manieren worden afgelost daar zijn 10 verschillende manieren voor, die manieren zijn hypotheek vormen.
Dit zijn de:

-Annuïteitenhypotheek
-Lineaire hypotheek
-Aflossingsvrije hypotheek
-Lijfrente hypotheek
-Krediet hypotheek
-Leven hypotheek
-Spaar hypotheek
-Belleggings hypotheek
-Effecten hypotheek
-Hybride hypotheek

Op de volgende bladzijdes wat ze inhouden en de voor- en nadelen.

De 4 hypotheken die het best bij mij passen zijn:

-Lineaire hypotheek
-Aflossingsvrije hypotheek
-Krediet hypotheek
-Belleggings hypotheek

Omdat ik een best groot start kapitaal heb en niet elke maand direct heel veel wil gaan aflossen.
Ik ben ook nog aan het leren dus moet ook studiegeld betalen en als ik later meer ga verdienen als ik een andere baan heb kan ik de aflossing nog altijd omhoog laten zetten.

De annuïteitenhypotheek
Bij een annuïteitenhypotheek wordt gedurende de looptijd - bij gelijkblijvende rente - een vast bedrag aan rente en aflossing (annuïteit) betaald. Op deze manier betaalt u steeds hetzelfde bruto bedrag. Gevolg hiervan is dat de rente en daarmee de fiscale aftrek jaarlijks lager worden; de netto lasten stijgen gedurende de looptijd, omdat alleen de rente fiscaal aftrekbaar is. De vaststelling van deze annuïteit geschiedt altijd zo dat aan het einde van de looptijd de volledige hypotheekschuld is afgelost. De annuïteiten worden veelal maandelijks voldaan.

Voordelen annuïteitenhypotheek
· age aanvangslasten; in het begin betaalt u weinig aflossing;
· alternatief voor een hypotheek met vermogensopbouw indien u een hogere leeftijd of slechtere gezondheid heeft;
· offertes van deze vorm zijn gemakkelijker te vergelijken dan offertes van hypotheekvormen met vermogensopbouw;
· makkelijk bij verhuizing of beëindiging van de hypotheek.

Nadelen annuïteitenhypotheek
· het fiscaal voordeel daalt tijdens de looptijd vanwege de (stijgende) aflossingen;
· de netto lasten stijgen tijdens de looptijd; de bruto lasten blijven gelijk, terwijl het fiscaal voordeel daalt;
· Ten opzichte van de hypotheken met vermogensopbouw:
fiscaal minder gunstig.

De annuïteitenhypotheek is vooral interessant voor mensen die voor lage aanvangslasten kiezen. Ook voor mensen die in de toekomst een stijging in inkomen verwachten, tenzij de fiscale druk toeneemt (bijvoorbeeld als u in een hoger belastingtarief valt).

De lineaire hypotheek
Bij de lineaire hypotheek wordt gedurende de looptijd periodiek een vast bedrag afgelost. Bij een looptijd van 30 jaar (= 360 maanden) moet per maand dus 1/360e deel worden betaald. Gevolg hiervan is dat de rente en daarmee de fiscale aftrek jaarlijks lager worden. Door de geldverstrekker wordt de lineaire hypotheek nog wel eens vereist vanwege de snelle aflossing in de beginfase, bijvoorbeeld bij incourante onderpanden. Op deze manier vermindert het risico voor de bank snel. Door de opkomst van andere, voordeligere hypotheekvormen wordt de lineaire hypotheek overigens niet vaak meer afgesloten.

Voordelen lineaire hypotheek
· u bouwt snel en veilig vermogen op met de aflossingen;
· uw maandlasten nemen af gedurende de looptijd;
· de hypotheek is goed te combineren met andere hypotheekvormen.

Nadelen lineaire hypotheek
· hoge maandlasten bij aanvang;
· fiscaal voordeel neemt af gedurende de looptijd;
· ten opzichte van andere vormen fiscaal minder voordelig.

De lineaire hypotheek is nuttig voor mensen die hun woonlasten relatief snel willen verminderen. Zodat zij bijvoorbeeld in deeltijd kunnen gaan werken, of vervroegd uit kunnen treden. Het is ook interessant voor mensen die bijvoorbeeld een beroep hebben dat gepaard gaat met financiële risico's, en bang zijn dat het later door omstandigheden een stuk slechter zal gaan. Door de hoge beginlasten is de hypotheek niet geschikt voor mensen met een 'laag' inkomen.

De aflossingsvrije hypotheek
Bij de aflossingsvrije hypotheek wordt alleen rente betaald en geen aflossing. Gevolg hiervan is dat dat de rente en daarmee de fiscale aftrek jaarlijks gelijk blijft. Aflossing geschiedt aan het einde van de looptijd uit de verkoop van de woning of met gespaard kapitaal uit verzekering of belegging. Deze hypotheekvorm wordt vaak gesloten in combinatie met een andere hypotheekvorm of wanneer er sprake is van een cliënt die eigen geld kan inbrengen

De gemiddelde maximaal mogelijke aflossingsvrije hypotheek ligt rond 75% van de executiewaarde (dus zo'n 60% van de vrije verkoopwaarde). Sommige geldverstrekkers accepteren tot 100%. U moet dus vaak eigen geld inbregen. Een overlijdensrisicoverzekering is bij sommige geldverstrekkers verplicht. Mocht u tussentijds komen te overlijden, dan kan de hypotheek worden afgelost door de verzekering.

Voordelen aflossingsvrije hypotheek
· lage lasten;
· u betaalt alleen rente;
· geen verplichte tussentijdse aflossingen;
· geen verplichte vermogensopbouw;
· geen verplichte verzekeringsdekkingen;
· veel vrijheid en flexibiliteit met betrekking tot aflossing, vermogensopbouw en verzekeringsdekkingen;
· belastingaftrek blijft in stand;
· een manier om lasten (tijdelijk) te verlagen indien in combinatie met een andere vorm afgesloten;
· hoogte van de hypotheek is veilig omdat u meestal maar 75% van de executiewaarde aflossingsvrij kunt lenen (sommige geldverstrekkers accepteren tot 100%);
· offertes voor deze vorm zijn eenvoudiger te vergelijken dan offertes voor de andere vormen.

Nadelen aflossingsvrije hypotheek
· u bouwt geen vermogen op omdat u niet aflost;
· rentelast blijft doorlopen;
· de eindaflossing is niet geregeld;
· na pensionering bestaat de kans dat uw netto last stijgt vanwege een vermindering van belastingaftrek;
· vanaf 2001 is rente maximaal 30 jaar aftrekbaar; indien u niet aflost kunnen de lasten behoorlijk stijgen;
· meestal moet u eigen geld inbrengen omdat u meestal maar 75% van de executiewaarde aflossingsvrij kunt lenen (sommige geldverstrekkers accepteren tot 100%).

De aflossingsvrije hypotheek is vooral interessant wanneer er voldoende overwaarde in uw woning aanwezig is. De keerzijde van de medaille is natuurlijk dat de lening niet vermindert. Voor bijvoorbeeld een oudere alleenstaande zonder kinderen kan dat echter juist aantrekkelijk zijn. Houd er dan wel rekening mee dat de kans bestaat dat uw netto last na pensionering stijgt vanwege een vermindering van belastingaftrek. Als deze hypotheekvorm in combinatie met een andere vorm wordt afgesloten is het een manier om lasten (tijdelijk) te verlagen.

Lijfrentehypotheek
De lijfrentehypotheek is een combinatie van een lening met een aanvullende voorziening voor uw oude dag. Deze aanvullende voorziening is een lijfrenteverzekering. Naast de hypotheekrente die u betaald heeft, kunt u ook de premie voor de lijfrenteverzekering van uw belastbaar inkomen aftrekken. Uit de lijfrenteverzekering ontvangt u vanaf de afgesproken einddatum periodieke uitkeringen. Deze uitkeringen zijn wél belast. Met de uitkeringen kunt u de hypotheekrente blijven betalen en eventueel uw pensioen aanvullen. U lost de hypotheek pas geheel of gedeeltelijk af als u uw huis verkoopt of bij eerder overlijden.

Er zijn ook combinaties met andere hypotheekvormen mogelijk.

Opmerking:
In de belastingplannen 2001 is de lijfrente-aftrekmogelijkheid in ieder geval beperkt (standaard 1069 euro per belastingplichtige). En in de toekomst zal de standaard aftrek waarschijnlijk helemaal verdwijnen. De aantrekkelijkheid van deze hypotheekvorm zal dus in de toekomst aanzienlijk afnemen.

Voordelen lijfrentehypotheek
· veel belastingaftrek: rente en premie zijn aftrekbaar (onder bepaalde voorwaarden);
· in een aantal gevallen kunt u een redelijk hoog gegarandeerd rendement op de lijfrenteverzekering behalen;
· indien gewenst kunt u ervoor kiezen de premie te beleggen;

Ten opzichte van de hypotheekvormen met tussentijdse aflossingen:
· fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;

Ten opzichte van de andere hypotheekvormen met vermogensopbouw:
· de premie voor de verzekering is aftrekbaar (onder bepaalde voorwaarden).

Nadelen lijfrentehypotheek
· accent op fiscaal voordeel;
· daardoor gevoelig voor wijzigingen in de belastingwetgeving;
· de aftrek van de premie is aan strikte wettelijke voorwaarden gebonden;
· het fiscaal voordeel van de aftrek kan later als fiscaal nadeel uitpakken als de uitkering van de lijfrenteverzekering ingaat;
· vanaf 1 januari 2001 minder mogelijkheden tot premieaftrek voor lijfrenteverzekeringen;
· beperkte keuze: weinig geldverstrekkers bieden dit product aan;
· weinig flexibiliteit;

Ten opzichte van de andere hypotheekvormen met vermogensopbouw:
· u krijgt geen uitkering ineens maar periodiek;
· met de lijfrenteverzekering kunt u de hypotheek niet ineens aflossen; dit kan fiscaal nadelig uitpakken aangezien de hypotheekrente vanaf 1 januari 2001 gedurende maximaal 30 jaar aftrekbaar zal zijn;
· de periodieke uitkering moet aan strikte wettelijke eisen voldoen;
· u dient inkomstenbelasting te betalen over de uitkeringen.

Krediethypotheek
Een krediethypotheek is de meest flexibele hypotheekvorm die er bestaat. De krediethypotheek is afgeleid van de aflossingsvrije hypotheek en is een alternatief voor consumptief lenen. U heeft eigenlijk een doorlopend krediet met uw huis als onderpand.

Door deze zekerheid is de geldgever bereid een lagere variabele rente te hanteren dan bij een doorlopend krediet. De rente kan niet voor langere perioden worden vastgezet. Of, wanneer en hoe u wilt aflossen, bepaalt u in principe zelf.

Tot de kredietlimiet (een bepaald percentage van de waarde van uw huis) kunt u zelfs de verschuldigde rente laten bijschrijven. Voorwaarde is vaak wel dat u ook aardig wat eigen geld inbrengt. De te verstrekken hypotheek bedraagt bij de meeste geldverstrekkers maximaal 75% tot 100% van de executiewaarde. Maar er zijn ook geldverstrekkers die tot boven de executiewaarde gaan.

Tot enkele jaren geleden had de krediethypotheek een extra voordeel. Mensen konden hiermee goedkoop geld lenen en de rente over dat bedrag aftrekken via de belasting. Nu de fiscale regels met betrekking tot consumptief gebruik van een hypothecair krediet zijn aangescherpt, heeft deze hypotheekvorm veel van zijn aantrekkelijkheid verloren. En zeker na de Belastingherziening in 2001 is de krediethypotheek weinig interessant meer.

Voordelen krediethypotheek
· er bestaat geen aflossingsverplichting, wat met name in verband met de fiscale aftrekbaarheid bij hogere inkomens interessant kan zijn;
· afgeloste bedragen kunnen makkelijk weer worden opgenomen;
· u bouwt vermogen op als u aflost;
· doorlopend krediet met hypothecaire zekerheid;
· de eventuele aftrekbaarheid van de rente (doel van de lening is hierbij belangrijk).

Nadelen krediethypotheek
· de te verstrekken hypotheek bedraagt bij de meeste geldverstrekkers maximaal 75% tot 100% van de executiewaarde;
· de rente kan niet voor langere perioden vast worden gezet.

De krediethypotheek wordt nog wel afgesloten om de kredietruimte (tijdelijk) te verruimen, voor bijvoorbeeld verbetering of onderhoud van het huis. Ook wordt ze gebruikt door oudere mensen, die een deel van hun vermogen willen gebruiken voor bijvoorbeeld een aanvulling op hun pensioen ('opeten' van het vermogen).

De levenhypotheek
De levenhypotheek is een combinatie van een aflossingsvrije hypotheek en een levensverzekering (kapitaalverzekering). De lening wordt aan het einde van de looptijd of bij eerder overlijden van de verzekerde(n) afgelost met de uitkering uit de levensverzekering. Bij deze vorm wordt belasting vrij vermogen opgebouwd en geprofiteerd van de rente aftrek.

Voordelen levenhypotheek
Omdat u in principe gedurende de looptijd van de lening niet aflost, blijft, bij gelijkbijvende rente, uw fiscale aftrekpost ongewijzigd hoog. Dit heeft natuurlijk een positief effect op uw netto hypotheeklasten. Bovendien heeft u een fiscaal voordeel: omdat u niet aflost, kunt u over de hele looptijd van de hypotheek uw hypotheekrente volledig aftrekken, terwijl de rente die u ontvangt over de spaarpremie belastingvrij is. Dit laatste echter wel onder strikte voorwaarden.
· in veel gevallen bouwt u een belastingvrij vermogen op;
· extra fiscaal voordeel mogelijk bij polissen afgesloten vóór 1 januari 1992;

Ten opzichte van de hypotheekvormen met tussentijdse aflossingen:
· fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;

Ten opzichte van de beleggingshypotheken:
· minder beleggingsrisico: meestal heeft u een gegarandeerd rendement; er is vaak sprake van een verzekerd kapitaal bij leven.

Nadelen levenhypotheek
Tegenover deze lage hypotheeklasten staat als nadeel dat de fiscale voorwaarden de levenhypotheek tot een keurslijf maken. Verder is de hoogte van de uitkering via de gekoppelde gemengde verzekering niet zeker. Vaak is namelijk een deel van de uitkering niet gegarandeerd, maar afhankelijk van een zogenoemde winstuitkering, waarvan de hoogte niet van tevoren vaststaat. Een ander nadeel betreft de afkoopwaarde ofwel uitkering bij voortijdige beëindiging. Het is niet mogelijk om die afkoopwaarde zelf te berekenen. Bovendien valt die bijna altijd tegen.
· het garandeerde rendement is meestal vrij laag; de maatschappij belegt de premie meestal in obligaties e.d.;
· u heeft meestal geen keuzemogelijkheid voor de belegging;
· het te bereiken totale eindkapitaal is veelal onzeker omdat een deel van de uitkering uit winstdeling bestaat;
· de levensverzekering heeft meestal een ondoorzichtige kostenstructuur;
· u heeft meestal geen inzicht in de waarde van de polis tijdens de looptijd;
· meestal een minimaal verplichte overlijdens- verzekering;
· het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;

Ten opzichte van de spaarhypotheek:
· minder voordelig; een lager garantiekapitaal en hoger kosten dus een lager netto rendement;

De levenhypotheek is met name geschikt voor mensen met een meer dan modaal inkomen of mensen die inkomensgroei verwachten. Omdat er gedurende de hele looptijd maximaal geprofiteerd wordt van de hypotheekrente-aftrek, kan deze hypotheekvorm met name interessant zijn voor mensen met een wat hoger inkomen.

Spaarhypotheek
De spaarhypotheek is een verbeterde versie van de traditionele levenhypotheek. Deze variant dankt zijn populariteit vooral aan het feit dat de onzekerheid rond de hoogte van de uitkering is weggenomen: het verzekerd bedrag is bij de spaarhypotheek altijd gelijk aan de hypotheekschuld. Het gehele bedrag wordt gegarandeerd.
Een ander voordeel is dat u bij tussentijdse beëindiging het volledige kapitaal krijgt uitgekeerd dat met het spaardeel is opgebouwd. Wel heeft u dan te maken met verkapte afkoopkosten.
Een derde voordeel is dat een verhoging van de hypotheekrente deels wordt gecompenseerd door een verlaging van de verzekeringspremie. Deze constructie leidt ertoe dat de lasten gedurende de looptijd van de hypotheek een stuk stabieler zijn dan bij andere hypotheekvormen.

Het fiscale voordeel van de traditionele levenhypotheek geldt natuurlijk ook voor de spaarhypotheek. Door de koppeling van hypotheek- en spaarrente is een spaarhypotheek vooral gunstig bij een hoge hypotheekrente. Wie eenmaal voor een spaarhypotheek bij een bepaalde maatschappij heeft gekozen, zit hieraan voor de rest van de looptijd vast. Overstappen naar een andere geldgever is wel mogelijk, maar uit financieel oogpunt niet verstandig. Wel zijn lagere lasten mogelijk als u overstapt op een beleggingshypotheek of aflossingsvrije hypotheek.

Voordelen spaarhypotheek
· in veel gevallen bouwt u een belastingvrij vermogen op;
· fiscaal voordeliger; omdat u niet aflost blijft de belastingaftrek in stand gedurende de looptijd;


Ten opzichte van de levenhypotheek:
· u heeft inzicht in de waarde van de spaarverzekering tijdens de looptijd;

Ten opzichte van de leven- en beleggingshypotheken:
· u spaart met een gegarandeerd rendement; het rendement is even hoog als de hypotheekrente;
· u maakt een hoog rendement bij een hoge hypotheekrente;
· u loopt niet het risico dat u het eindkapitaal niet haalt;
· de waarde van de spaarhypotheek kan tussentijds niet lager worden;
· renteschommelingen worden gedempt door de koppeling van de hypotheekrente aan de spaarrente;
· geen of weinig kosten over de vermogensopbouw.

Nadelen spaarhypotheek
Voor een alleenstaande is een spaarhypotheek niet altijd voordelig. De kosten die de verzekeraar bij een spaarhypotheek maakt, zijn verwerkt in de premie voor de overlijdensrisicoverzekering. Maar een alleenstaande kan heel goed zonder zo'n verzekering. De kosten ervan wegen zwaarder door als hij bij het afsluiten al wat ouder is.
Verder is een spaarhypotheek niet zo flexibel. Net als iedere levenhypotheek moet u zich aan de voorwaarden van de fiscus houden, wilt u van het fiscale voordeel profiteren. Oversluiten naar een lagere dagrente of andere hypotheekvorm is daardoor zeer onvoordelig.
· het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;
· meestal een opslag op de hypotheekrente van 0,2%;
· veelal een verplichte overlijdensrisico- verzekering;
· bij een lage hypotheekrente maakt u een laag rendement vanwege de koppeling van de hypotheekrente aan de spaarrente;
· u bent gebonden aan een en dezelfde instantie voor wat betreft lenen, sparen en verzekeren;
· het eindkapitaal kan niet hoger worden dan de hoogte van de hypotheek;

Ten opzichte van de beleggingsverzekering- hypotheek:
· minder flexibiliteit met betrekking tot wijzigingen in de lening, vermogensopbouw en verzekeringsdekkingen;
· vaak is er sprake van een verplichte overlijdensrisicodekking;

Ten opzichte van de beleggingsrekening- hypotheek:
· minder flexibiliteit: u dient rekening te houden met de fiscale spelregels om belastingvrij vermogen op te kunnen bouwen.

Beleggingshypotheek
Een beleggingshypotheek is een combinatie van een aflossingsvrije hypotheek en een effectendepot. De lening wordt aan het einde van de looptijd afgelost met de opgebouwde waarde uit het depot. Deze hypotheek vorm wordt gekenmerkt door de mogelijkheid van hoge rendementen, gecombineerd met de rente aftrek. De rendementen van een effectendepot ontwikkelen zich minder stabiel dan de rendementen in een levensverzekering. De gemiddelde rendementsverwachting bij een lange looptijd is echter hoger.

Voordelen beleggingshypotheek
· lage netto lasten
· veel vrijheid
· extra inleg of opname mogelijk
· fiscaal aantrekkelijk, rente-aftrek gedurende de hele looptijd is maximaal
· mee financieren van eenmalige storting mogelijk
· niet afhankelijk van verzekeringsbeperkingen
· kans op hoger rendement
· De verzekeringnemer bepaalt in zekere mate zelf hoe zijn premies worden belegd;
· De bruto-en nettolasten blijven constant (bij gelijkblijvende rente)

Nadelen beleggingshypotheek
· het eindkapitaal is maar tot een bepaald maximum belastingvrij;
· beleggingsrisico: meestal geen gegarandeerd rendement en/of eindkapitaal;
· vaak uiteenlopende productvoorwaarden
· veelal ondoorzichtige kostenstructuur van de beleggingsverzekering;
· enorm aanbod aan producten met diverse beleggingsfondsen die verschillen qua soort, beleggingsbeleid, kosten en rendement;
· daardoor zeer moeilijk met elkaar te vergelijken;
· relatief hoge kosten over de vermogensopbouw;

Ten opzichte van de spaarhypotheek:
· geen koppeling met de hypotheekrente; geen rentedempende werking; geen hoger rendement bij een hogere hypotheekrente;
· vanwege de kosten is er een groot verschil tussen het bruto en het netto rendement; in de praktijk maakt men vaak een verkeerde vergelijking met de spaarhypotheek;

Ten opzichte van de beleggingsrekening- hypotheek:
· minder flexibiliteit: u dient rekening te houden met de fiscale spelregels om belastingvrij vermogen op te kunnen bouwen;
· vanwege de hogere kosten moet u in werkelijkheid een hoger bruto rendement maken, om hetzelfde netto rendement als de beleggingshypotheek zonder verzekering te behalen;
· vanaf 1 januari 2001 wordt dit nadeel enigzins afgezwakt vanwege de zogenaamde vermogensrendementsheffing.

Effectenhypotheek
Bij de effectenhypotheek lost u de lening niet af en betaalt u alleen rente. Daarnaast wordt eenmalig een bedrag in een beleggingsfonds gestort. Bij veel geldverstrekkers mag u uw eigen beleggingsportefeuille inbrengen. Door middel van deze rechtstreekse belegging bouwt u een kapitaal op. Met dit kapitaal lost u aan het einde van de looptijd de hypotheek af.
Door te beleggen is het mogelijk een (aanzienlijk) hoger rendement te halen dan het rentepercentage van uw hypotheek. Maar het kan ook minder goed uitpakken. Beleggen brengt altijd bepaalde risico's met zich mee. De aflossing is dus niet gegarandeerd.
En omdat u het bedrag op één bepaald moment inlegt, het moment dat u de hypotheek afsluit, zit er nog een extra risico aan de effectenhypotheek: het kan zijn dat het net een slecht moment is om te beleggen.

De eenmalige inleg wordt vaak meegefinancierd bij de hypotheekaanvraag. Uw leent daardoor vaak 130% tot 150% van de executiewaarde. Met dit geld kunt u een behoorlijk aandelenkapitaal financieren. De rente over dit meegefinancierde bedrag is niet aftrekbaar.

Kenmerken:
· maximaal belastingvoordeel
· u kunt zonder eigen geld beleggen
· het beleggingsresultaat is onzeker
· forfaitaire rendementsheffing in box 3, 1,20% van het vermogen
· een levensverzekering niet verplicht, dus u bent niet gebonden aan de regels voor levensverzekeringen

Deze hypotheek is interessant voor mensen met een gezinsinkomen boven € 50.000. Komt u hieronder dan is een beleggingshypotheek een betere hypotheek.

De hybride hypotheek
De hybride hypotheek combineert de voordelen van de spaarhypotheek en de beleggingshypotheek. Daarom wordt ze ook wel de spaar/beleggingshypotheek genoemd.

U lost de lening gedurende de looptijd niet af. Naast hypotheekrente betaalt u een premie voor een gemengde verzekering en een inleg voor beleggingen. U kunt zelf de verhouding bepalen tussen het spaar- en beleggingsdeel. (Beperkt) wisselen tussen het spaar- en beleggingsgedeelte met gespaard of beleg vermogen is mogelijk. Ook wisselen tussen fondsen binnen het beleggingsgedeelte is mogelijk.
Door te beleggen kunnen de maandlasten dalen en/of houdt u aan het einde van de looptijd een bedrag over.

Op deze manier wordt een deel gegarandeerd afgelost via het spaardeel en het overige uit beleggingen. De beleggingen kunnen een hoger rendement opleveren.

Op deze manier kunt u een verdeling maken tussen de zekerheid van gegarandeerd sparen en het risicovollere beleggen. U bent zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de ontwikkelingen van de beurskoersen en de kapitaalmarktrente, en het eventuele switchen tussen sparen en beleggen.

Niet iedere geldverstrekker biedt deze hypotheekvorm aan en de productvoorwaarden verschillen per geldverstrekker. De verschillende hybride hypotheken zijn moeilijk met elkaar te vergelijken door de ondoorzichtige kostenstructuur van het beleggingsgedeelte.

Kenmerken:
· maximaal fiscaal voordeel
· u bouwt in veel gevallen een belastingvrij vermogen op
· u bepaalt zelf de verhouding tussen sparen en beleggen, en deze verhouding kunt u tussentijds (beperkt) wijzigen
· een deel van het eindkapitaal is gegarandeerd via het spaardeel
· er is kans op een hoger rendement door het beleggingsdeel
· combinatie geldverstrekker/verzekeraar ligt vast

Deze hypotheek is geschikt om tot de beste fiscale verdeling te komen. Er is veel vrijheid en flexibiliteit binnen deze hypotheekvorm: u kunt de premie (tijdelijk) verhogen of verlagen, de looptijd wijzigen en het overlijdensrisico al dan niet verzekeren of aanpassen.

Hypotheek verstrekkers
Hypotheek vertrekkers zijn banken of instanties die je het geld lenen om een woning te kopen (hypotheek) en dat af te lossen en er dan een bepaald aantal % rente over te betalen.
Hier zijn een aantal verschillende banken met het aantal jaren rente vast bij een normale hypotheek garantie en de daarbij hoorde %’en rente.
Dit zijn de 20 goedkoopste hypotheek aanbieders.

NHG= normale hypotheek garantie EW= executie waarde

Bij 1 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 Postbank 4.10 4.20 4.40 4.40 4.50
2 SNS Bank 4.10 4.30 4.40 4.40 4.50
3 Conservatrix 4.15 4.35 4.45 4.45 4.55
4 Robeco Direct 4.18 4.18 4.28 4.28 4.48
5 Delta Lloyd 4.20 4.45 4.45 4.55 4.55
6 Friesland Bank 4.20 4.50 4.50 4.50 4.70
7 OHRA 4.20 4.45 4.45 4.55 4.55
8 Philips Pensioenfonds 4.20 4.40
9 GMAC 4.25 4.45 4.55 4.55 4.65
10 Bouwfonds 4.30 4.50 4.60 4.60 4.70
11 ING Bank 4.30 4.60 4.60 4.60 4.70
12 REAAL Verzekeringen 4.30 4.50 4.60 4.60 4.70
13 AXA 4.35 4.55 4.65 4.65 4.75
14 Allianz 4.40 4.70 4.70 4.70 4.70
15 Bank of Scotland 4.40 4.70 4.70 4.70 4.70
16 BLG 4.40 4.55 4.75 4.75 4.85
17 CVB Bank 4.40 4.50 4.70 4.70 4.70
18 DBV 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
19 Nederlands Financieel Instituut BV 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
20 Univé 4.40 4.55 4.75 4.75 4.85

Bij 5 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 SNS Bank 4.25 4.45 4.55 4.55 4.65
2 Bouwfonds 4.30 4.50 4.60 4.60 4.70
3 Conservatrix 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
4 CVB Bank 4.40 4.50 4.70 4.70 4.70
5 Delta Lloyd 4.40 4.65 4.65 4.75 4.75
6 OHRA 4.40 4.65 4.65 4.75 4.75
7 Philips Pensioenfonds 4.40 4.60
8 Acadium Bastion 4.50 4.70 4.70 4.90 4.90
9 Allianz 4.50 4.80 4.80 4.80 4.80
10 Bank of Scotland 4.50 4.80 4.80 4.80 4.80
11 BLG 4.50 4.65 4.85 4.85 4.95
12 GMAC 4.50 4.70 4.80 4.80 4.90
13 ING Bank 4.50 4.80 4.80 4.80 4.90
14 Postbank 4.50 4.60 4.80 4.80 4.90
15 Univé 4.50 4.65 4.85 4.85 4.95
16 Argenta 4.55 4.75 4.85 4.85 4.95
17 Centraal Beheer Achmea 4.55 4.65 4.75 4.75 4.85
18 Erasmus 4.55 4.75 4.85 4.85 5.00
19 Falcon Leven 4.55 4.75 4.85 4.85 5.00
20 GENERALI 4.55 4.75 4.85 4.85 5.00

Bij 10 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 SNS Bank 4.40 4.60 4.70 4.70 4.80
2 Bouwfonds 4.45 4.65 4.75 4.75 4.85
3 Acadium Bastion 4.50 4.70 4.70 4.90 4.90
4 Delta Lloyd 4.50 4.75 4.75 4.85 4.85
5 OHRA 4.50 4.75 4.75 4.85 4.85
6 Philips Pensioenfonds 4.50 4.70
7 Conservatrix 4.55 4.75 4.85 4.85 4.95
8 Allianz 4.60 4.90 4.90 4.90 4.90
9 Bank of Scotland 4.60 4.90 4.90 4.90 4.90
10 CVB Bank 4.60 4.70 4.90 4.90 4.90
11 GMAC 4.60 4.80 4.90 4.90 5.00
12 ING Bank 4.60 4.90 4.90 4.90 5.00
13 Postbank 4.60 4.70 4.90 4.90 5.00
14 AEGON 4.65 4.85 4.95 5.05 5.05
15 Argenta 4.65 4.85 4.95 4.95 5.05
16 BLG 4.65 4.80 5.00 5.00 5.10
17 Erasmus 4.65 4.90 4.95 4.95 5.05
18 EuropeLife 4.65 4.85 4.90 4.90 5.05
19 Falcon Leven 4.65 4.90 4.95 4.95 5.05
20 Friesland Bank 4.65 4.95 4.95 4.95 5.15

Bij 20 jaar rente vast:
Bank NHG <75% EW <90% EW <100%EW <125%EW
1 GMAC 4.60 4.80 4.90 4.90 5.00
2 ING Bank 4.60 4.90 4.90 4.90 5.00
3 Postbank 4.60 4.70 4.90 4.90 5.00
4 Acadium Bastion 4.65 4.85 4.85 5.05 5.05
5 Conservatrix 4.65 4.85 4.95 4.95 5.05
6 Bouwfonds 4.70 4.90 5.00 5.00 5.10
7 Philips Pensioenfonds 4.70 4.90
8 SNS Bank 4.70 4.80 4.90 4.90 5.00
9 AEGON 4.75 4.95 5.05 5.15 5.15
10 Erasmus 4.75 5.00 5.05 5.05 5.15
11 EuropeLife 4.75 4.95 5.00 5.00 5.15
12 GENERALI 4.75 5.00 5.05 5.05 5.15
13 Hypotrust 4.75 5.00 5.05 5.05 5.15
14 Allianz 4.80 5.10 5.10 5.10 5.10
15 Bank of Scotland 4.80 5.10 5.10 5.10 5.10
16 Delta Lloyd 4.80 5.10 5.10 5.20 5.20
17 Direktbank 4.80 5.00 5.00 5.20 5.20
18 Falcon Leven 4.80 5.00 5.05 5.05 5.15
19 Nationale-Nederlanden 4.80 5.00 5.00 5.20 5.20
20 OBVION 4.80 5.00 5.10 5.10 5.20

De makelaar
De functie van de makelaar is het opkopen of verkopen van:
-kantoorpanden
-winkels
-woonhuizen
-bedrijfshallen
-bedrijfsterreinen
-kavels voor woningbouw
-landbouwgrond
-garages en schuren

Er zijn 2 verschillende soorten makelaars, dat zijn de aankoopmakelaar en de verkoopmakelaar.
De verkoop makelaar is gespecificeerd in het taxeren van woningen en een prijs te bepalen.
De aankoopmakelaar houd zich bezig met en in het begeleiden van de klant bij het kopen met het kopen van een woning.

De kosten van een aankoopmakelaar zijn €1050,42 + €199,58 BTW = €1250 dat is inclusief alle extra kosten.

Dit zijn de taken van de makelaar:

-Bezichtiging
-Onderhandelingen
-Koopakte
-Notariële
-Begeleiding

De kosten van een auto
Hierbij moesten we uitgaan van een Opel Astra 1.6 HD van 6 jaar oud.
De aanschafprijs bedraagt 5000€.
De verzekerde is 25 jaar oud en rij 4 jaar schadevrij.
Hij rijd minder dan 20000km per jaar en wil WA-plus verzekerd worden.

Dit zijn de kosten berekend bij unive:

Geen eigen risico: €18,28 per maand
Eigen risico van €140: €16,55 per maand
Eigen risico van €350: €16,30 per maand
Eigen risico van €630: €16,04 per maand

De motorrijtuigenbelasting bedraagt €316 per jaar of €82 per kwartaal.
Dat is €26,33 per maand.

Er moet ook rekening gehouden worden met de afschrijving van de auto, hij verliest zijn waarde naarmate hij ouder wordt.
Je gaat er vanuit dat je nog 4 jaar in de auto rijd en daarna nog €1000 ervoor weer krijgt.
Je moet dus elk jaar €1000 opzij leggen om een soort gelijke auto weer te kunnen kopen van hetzelfde bedracht.
Dat is dus €83,34 per maand.

De kosten van de brandstof (benzine) op dit moment €1,26 en je auto rijd 1:11.
Je gaat er vanuit dat je ong. 12000 km per jaar rijd.
Dat is dan: 12000km:11km per liter = 1090,91 liter.
1090,91 liter x €1.26 = €1374,55 per jaar.
€1374.55 : 12 maand = €114,55 per maand.

Elk jaar moeten auto’s die ouder zijn dan 3 jaar voor de APK (Algemene Periodieke Keuring).
Dat kost per keer: €50
Dat is omgerekend €4,17 per maand

Onderhoud is ong. €0.03 per kilometer.
Dat is dus 12000km x €0.03 = €360 per jaar
Dat is €30 per maand.

Totaal wat je per maand kwijt bent voor deze auto met een verzekering zonder eigen risico is:
€18,28 + €26,34 + €83,34 + €114,55 + €4,17 + €30 = €276,68

Totaal van alle kosten in de maand.
Kostenprijs woning: € 97500,-
Aanschafkosten woning: Notaris € 550,-
Taxatie € 221.75
NHG € 312.80
Afsluitprovisie € 782,-
Overdrachtsbelasting € 5850 (0.06% van het totaal bedrag)
€ 7716.55 € 7716.55

verbouwingskosten: € nvt
€ 105216.55

Vaste kosten per maand:

Rente 4.5% van € 110000,- € 492,-
Premiestorting t.b.v. aflossing +
Overlijdensrisicoverzekering € 30,-
Gas € 67.50
Water € 11.41
Elektriciteit € 35,-
Afvalstoffenheffing € 25.31
OZB ( € 3,50 voor elke € 2500 van de waarde ) € 136.50
Brand en opstal verzekering € 8.34
Ziekenfonds verzekering € 103,-

Totaal: € 909.06

Variabele kosten per maand:

Eten/drinken € 100,-
Kleding € 50,-
Telefoon/GSM € 50,-
Uitgaan € 200,-
Auto € 276,68

Totaal: € 676,68

Totale kosten per maand: € 1585,74

Conclusie: Je moet met 2 inkomens zijn anders is een huis niet te financieren.

Slotwoord:
In dit staat alles wat er bij komt kijken als je een woning gaat beschrijven.
Voor ik begon aan het verslag wist ik zelf ook niet waar je allemaal rekening mee moet houden en wat er allemaal geregeld moet worden voor je een woning op naam hebt en dat je geen huis kunt kopen met een inkomen onder de € 2000,- is ook wel duidelijk.
Heb voor dit onderwerp gekozen omdat het makkelijk is voor later als je zelf een woning gaat kopen en omdat het goed is om te weten wat er allemaal bij komt kijken.
De informatie die ik voor dit verslag heb gebruikt heb ik allemaal van het internet gehaald, de sites waar ik alles vanaf heb gehaald staan hieronder.

Bronnen:
www.funda.nl ( Dit is de site waar de woning op staat )
www.google.nl/hypotheekvorm
/hypotheekverstrekker
/makelaar / makelaar@beroep
/notaris
/Kosten Koper / Vrij Op Naam
/taxatie
/overdrachtsbelasting
/Nationale Hypotheek Garantie
/wat is een overlijdensrisicoverzekering / independer
/hypotheekrente
/eigenwoningforfait
/waterschapslasten
/Essent
/Waterleiding Maatschapij Drenthe
/gemeente Emmen afvalstoffenheffing
/gemeente Emmen rioolrechten
/gemeente Emmen ontroerend zaak belasting
/brand en opstal verzekering
/APK
www.unive.nl
www.notaris.nl
www.centraalbeheer.nl/particulier /wonen /hypotheken
www.basisverzekering.nl

illustraties:

www.funda.nl (foto’s van de woning)

Praktische opdracht Anw: AIDS

Inhoud

Inleiding
Plan van aanpak
1: Aids en HIV
2: HIV
3: De geschiedenis van Aids
4: De overdracht van HIV en Aids
5: De HIV-test
6: Geneesmiddelen
7: De verspreiding van Aids
8: De bestrijding van Aids
9: De toekomst
Beantwoording hoofdvraag
Samenvatting
Logboek van Wienke
Logboek van Quirine
Bronnenlijst
Nawoord
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3

Inleiding

Onze praktische opdracht gaat over Aids. Wij hebben dit onderwerp gekozen om een paar redenen. Het lijkt ons een interessant onderwerp. Het is vaak in het nieuws, het een groot probleem is waar nog geen oplossing voor is en er sterven veel mensen aan.
Er is veel informatie over het onderwerp te vinden en we wilden meer over de ziekte weten. We denken ook dat dit een goed onderwerp is voor het vak algemene natuurwetenschappen, omdat het grote invloed heeft op de maatschappij en er zitten ook biologische kanten aan.
We hebben bij het onderwerp een hoofdvraag en verschillende deelvragen bedacht. Deze vragen hebben we verdeeld over negen hoofdstukken. De hoofdvraag hopen we na de deelvragen goed te kunnen beantwoorden.
We hopen veel te leren over Aids. We moeten bij dit werkstuk goed leren de hoeveelheid informatie te verwerken en alleen het belangrijkste te gebruiken. Ook moeten we goed plannen en samenwerken.

Plan van aanpak

Hoofdvraag:
Wat betekent Aids in deze wereld? En welke maatschappelijke gevolgen heeft het?

Deelvragen:

1. Wat is Aids?
Wat is een virus?
Wat is HIV?
Wat is het verschil tussen HIV en Aids?
2. Op welke wijze verzwakt HIV het menselijke lichaam?
Hoe verloopt een HIV-infectie?
Hoe lang kan het duren na besmetting voordat er klachten optreden?
3. Waar en wanneer werd Aids voor het eerst ontdekt?
Hoe verliep de geschiedenis van Aids de afgelopen twintig jaar?
4. Hoe worden Aids en HIV overgedragen?
Hoe wordt het virus niet overgedragen?
Hoe kan je jezelf beschermen tegen Aids en HIV?
5. Wat is een HIV-test?
Wanneer is het goed om zo’n test te doen?
Wat zijn de voordelen van zo’n test?
Wat zijn de nadelen?
Hoe betrouwbaar is de uitslag?
Waar kan je een HIV-test laten doen?
6. Is Aids te genezen?
Waarom is combinatietherapie nodig?
Wat zijn de nadelen van de medicatie?
Als iemand geneesmiddelen gebruikt tegen Aids, kan hij/zij dan niemand meer bestmetten?
Waarom is regelmatig bloedonderzoek nodig?
Waarom krijgt geneesmiddelenonderzoek naar Aids zoveel aandacht?
Hoe komt het dat Aids-medicijnen over het algemeen zo duur zijn?
Zijn geneesmiddelen tegen AIDS die we in de westerse wereld kennen ook beschikbaar voor Aids-patiënten in de derde wereld?
7. Waar komen Aids en HIV in de wereld voor?
Hoeveel komt het in de wereld voor?
Hoe heeft de ziekte zich in de loop van de jaren over de wereld verspreidt?
8. Wat wordt er wereldwijd gedaan aan de bestrijding van Aids?
9. Zullen er in de toekomst medicijnen gevonden worden die Aids genezen?

Week Wie Wat Geschatte tijdsduur
7 Samen Onderwerp bepalen 1 uur p.p.
Samen Informatie zoeken 1 ½ uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

8 Samen Plan van aanpak maken 1 uur p.p.
Samen Hoofd- en deelvragen bedenken 1 ½ uur p.p.
Samen Informatie zoeken 1 uur p.p.
Samen Verschillende instanties e-mailen of bellen om een informatiepakket aan te vragen. ½ uur p.p.
Wienke Deelgroep 1 beantwoorden 1 uur
Quirine Deelgroep 2 beantwoorden 1 uur
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

9 Samen Elkanders werk nalezen en eventueel aanvullen ½ uur p.p.
Samen Deelgroep 3 beantwoorden 1 uur p.p.
Samen Deelgroep 4 beantwoorden ¾ uur p.p.
Samen Inleiding maken ½ uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

10 Quirine Begin maken met het beantwoorden van deelgroep 5 1 uur
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

11 Samen Elkanders werk nalezen en eventueel aanvullen ¼ uur p.p.
Samen Begin maken met het beantwoorden van deelgroep 6. 1 uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

12 Samen Deelgroep 6 afmaken 1 uur p.p.
Samen Begin maken met het antwoorden van deelgroep 7 ½ uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

13 Samen Deelgroep 7 afmaken 1 uur p.p.
Wienke Deelgroep 8 maken 1 uur
Samen Deelgroep 9 maken 1 uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

14 Samen Afbeeldingen zoeken ½ uur p.p.
Samen Conclusie met daarbij beantwoording van de hoofdvraag 1 ½ uur p.p.
Samen Opmaak 1 uur p.p.
Samen Dingen die we vergeten zijn of niet af hebben gekregen afmaken 1 uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

15 Samen Nawoord ½ uur p.p.
Samen Opmaak 1 uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

16 Samen Bronnenlijst maken ½ uur p.p.
Samen Logboek bijwerken ¼ uur p.p.

1: Aids en HIV

Wat is Aids?

Aids is een ernstige ziekte die altijd een dodelijke afloop heeft. Overal ter wereld worden mannen, vrouwen en kinderen geïnfecteerd met het HIV-virus, ook wel het Aids-virus genoemd. Aids is tot nu toe nog niet te genezen maar wel te voorkomen.
De letters Aids staan voor Acquired Immune Deficiency Syndrome. In het Nederlands betekent dat Verworven Immuun Deficiëntie Syndroom. Dit betekent dat het immuunsysteem van het lichaam niet goed meer functioneert.

A acquired Tijdens het leven opgelopen, dus niet geërfd.
I immune Immuniteit, afweer(systeem)
D deficiency Tekort, gebrek, verminderde functie
S Syndrome Syndroom, ziektebeeld, de gezamenlijke symptomen van een bepaalde ziekte

Aids is dus een stoornis in het afweersysteem. De ziekte wordt veroorzaakt door het HIV-virus.

Wat is een virus?

Een virus is een klein stukje eiwit met RNA erin. RNA is zoiets als DNA. Na de besmetting wordt dat kleine stukje eicel opgenomen in het erfelijke materiaal van de lichaamscellen. Er staat een ‘boodschap’ op dat stukje RNA. Als de cel actief wordt voert de cel ook de opdracht van het RNA uit. Mazelen, koortslip, de bof, waterpokken en gordelroos zijn voorbeelden van virusziekten. Ook andere eenvoudige aandoeningen zoals verkoudheid en diarree worden door een virus veroorzaakt. Bij deze ziekten duurt het niet lang voordat de cel reageert op de besmetting. HIV is minder besmettelijk dan bijvoorbeeld de mazelen maar van de mazelen genees je en van Aids niet.

Wat is het HIV-virus?

Aids wordt veroorzaakt door een virus: HIV. Dat staat voor Humaan Immunodeficiëntie Virus, ook wel het aids-virus genoemd. Het virus breekt het afweersysteem af. Het lichaam wordt daardoor vatbaar voor allemaal infecties en bepaalde vormen van kanker. Het lichaam zou hier anders wel tegen bestand zijn.
Een HIV test kan aantonen of iemand met HIV geïnfecteerd is. Je hebt dan antistoffen tegen het HIV virus in je lichaam. Je bent dan seropositief.
Aids wordt bij mensen meestal veroorzaakt door HIV-1. In de stamboom van AIDS-virussen wordt een onderscheidt gemaakt tussen mensvirussen (HIV) en aapvirussen (SIV, simian immunodeficiency virus). De mensvirussen worden onderverdeeld in HIV-1 en HIV-2. HIV-1 komt veel voor en HIV-2 komt maar weinig voor, maar het meest in West-Afrika. Als je besmet wordt met HIV-1 is dat altijd fataal, maar als je met HIV-2 besmet wordt krijg je niet altijd Aids.
De aapvirussen kun je onderverdelen in een Chimpanseevirus, een Roodkopmangabé-virus en verschillende meerkatvirussen. De verschillen tussen deze virussen worden veroorzaakt door het erfelijke materiaal, RNA. RNA is een stof die heel erg lijkt op DNA.

Wat is het verschil tussen HIV en Aids?

In de laboratoria hebben onderzoekers onderzocht wanneer je Aids hebt en wanneer je alleen seropositief bent. Ze hebben de ernst van een HIV-infectie ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën zijn gebaseerd op het aantal T-helper cellen. Als je meer dan 500 T-helpercellen per mm3 hebt behoor je tot categorie 1. Als je tussen de 200 en 500 T-helper cellen hebt behoor je tot categorie 2. En als je minder dan 200 T-helpercellen hebt behoor je tot categorie 3.
Op klinische gronden kan de ernst van de HIV-infectie ook ingedeeld worden in drie categorieën. Categorie A is asymptomatische HIV-seropositiviteit, je bent dan wel besmet met het virus maar je hebt nog geen klachten. Je hebt dan ook nog geen Aids. Categorie B is symptomatische HIV-seropositiviteit. Je hebt dan wel klachten die veroorzaakt worden door het HIV-virus, maar die ziekten horen niet tot de indicatorziekten. Indicatorziekten zijn infecties en complicaties die iemand krijgt doordat hij besmet is met het HIV-virus, deze ziekten zijn nauwkeurig beschreven in de ‘Aids case definition’. Als iemand zo’n indicatorziekte heeft wordt vastgesteld dat hij Aids heeft. Als een patiënt eenmaal zo’n indicatorziekte heeft gehad blijft hij altijd tot categorie C behoren.
In Nederland en de rest van Europa wordt de diagnose Aids alleen gesteld op klinische gronden. Je hebt dus alleen Aids als je tot categorie C behoort. Categorie C bestaat net als categorie A en B uit C1, C2 en C3.

Categorie. Klachten. Aantal T-helper cellen.
A1 Geen klachten. Meer dan 500.
A2 Geen klachten. Tussen de 200 en de 500.
A3 Geen klachten. Minder dan 200.
B1 Wel klachten, geen indicatorziekten. Meer dan 500.
B2 Wel klachten, geen indicatorziekten. Tussen de 200 en de 500.
B3 Wel klachten, geen indicatorziekten. Minder dan 200.
C1 Indicatorziekten. Meer dan 500.
C2 Indicatorziekten. Tussen de 200 en de 500.
C3 Indicatorziekten. Minder dan 200.

In Nederland en in de rest van Europa heb je volgens artsen alleen AidsS als je tot categorie C1, C2 of C3 behoort, dus als je eenmaal een indicatorziekte gehad hebt. De diagnose Aids wordt hier alleen gesteld op klinische gronden. In Amerika wordt de diagnose Aids ook gesteld als je tot categorie A3 en B3 behoort. Ze kijken in Amerika dus ook naar de categorieën die in de laboratoria zijn vastgesteld.
Als je met HIV geïnfecteerd bent heb je dus nog niet meteen Aids Pas als je tot categorie C behoort heb je echt Aids en dat is het verschil tussen Aids en HIV.

2: HIV

Op welke wijze verzwakt HIV het menselijke lichaam?

Als het HIV-virus je lichaam binnendringt, verandert er het een en ander in het immuunsysteem. Deze houdt normaalgesproken infecties tegen. Het virus pakt bepaalde cellen vast, de T-helpercellen. Vervolgens dringt het virus de cellen binnen en maakt deze kapot. Dit heeft grote gevolgen, want de helpercellen zorgen ervoor dat lymfocyten antistoffen maken tegen virussen, bacteriën en schimmels.
Doordat het virus de helpercellen uitschakelt, doen de lymfocyten hun werk niet meer en stokt de aanmaak van antistoffen. De verdedigingslinie in je lichaam begint gaten te vertonen. Hierdoor kunnen virussen, bacteriën en schimmels je lichaam binnendringen.

Hoe verloopt een HIV-infectie?

Een HIV-infectie verloopt in vier stadia. In het vierde stadia kan Aids optreden. Per land zijn er verschillende afspraken over wanneer er sprake is van Aids. Dit hangt er ook vanaf hoeveel T-helpercellen er nog in het bloed zitten. Dit daalt bij Aids en zegt iets over het afweersysteem van het lichaam. In de Verenigde Staten is het aantal T-helpercellen maatgevend en in Europa spreekt men van Aids als er klachten optreden door de HIV-infectie. Een met HIV geïnfecteerd persoon heeft Aids als er sprake is van twee van de volgende verschijnselen:
• Constitutionele klachten: Bijvoorbeeld langdurige koorts, diarree en flink gewichtsverlies zonder duidelijke oorzaak. Dit zijn vaak gevolgen van infecties door parasieten, bacteriën of virussen.
• Eén of meer opportunistische infecties: Zoals klachten aan de luchtwegen. PCP is een soort longontsteking die door een bepaalde parasiet wordt veroorzaakt. De verschijnselen zijn droge hoest, benauwdheid, pijn in de borst, koorts en vermoeidheid. Het kan ook de huid en de slijmvliezen aantasten, in de vorm van een koortslip, eczeem en wratjes op de slijmvliezen van de geslachtsorganen en de anus. Vrouwen kunnen last hebben van menstruatiestoornissen en ontsteking van de eileider of baarmoeder.
• Een bepaalde vorm van kanker: Vooral het Kaposi-sacroom komt veel voor. Deze vroeger zeldzame vorm van kanker komt voor in huid, mond, darmen en longen. De verschijnselen zijn paarse, rode of bruine vlekken op de huid. Vrouwen hebben een verhoogde kans op baarmoederhalskanker.
• Ziekte van het zenuwstelsel: Bijvoorbeeld hersenvliesontsteking en dementie.

Mensen met Aids krijgen over het algemeen niet al de genoemde verschijnselen. Sommige klachten komen zelfs zelden voor, zoals dementie.

Hoe lang kan het duren na besmetting met het HIV-virus voordat er klachten optreden?

Als iemand seropositief is, hoeft deze persoon niet ziek te zijn. Het kan enige tijd duren voordat zo iemand klachten krijgt. De incubatietijd is heel wisselend. Er kunnen na een paar maanden klachten optreden, maar ook pas na tien jaar. Dit is afhankelijk van de leeftijd waarop men de infectie oploopt. Daarnaast spelen ook erfelijke factoren een rol.

Sinds 1996 zijn er nieuwe medicijnen beschikbaar, die in bepaalde combinaties de vermenigvuldiging van HIV in het lichaam remmen. Daardoor kunnen mensen met HIV langer ziektevrij blijven en langer leven. Meer over medicijnen tegen Aids en HIV is te vinden in hoofdstuk 6.

3: De geschiedenis van Aids

Waar en wanneer werd Aids voor het eerst ontdekt?

Aids is het eerst herkend in de Verenigde Staten in 1981. Het viel op dat een zelden gebruikt geneesmiddel pentamidine, dat werkzaam is tegen een weinig voorkomende longontsteking ineens veel vaker werd voorgeschreven. Zowel in New York als in Californië. Ook werd een zeer zeldzame huidtumor, het Kaposi sarcoom opeens veel vaker gezien. Deze ziekten kwamen voorheen eigenlijk alleen bij oude mannen voor. Het opvallende was dat beide ziektes nu voorkwamen bij jonge gezonde mannen die en actief homoseksueel leven leidden.
Na de eerste publicaties volgde een stroom van berichten door artsen die in hun praktijk hetzelfde waargenomen hadden. Er werd een commissie opgesteld door Center for Disease Control en deze commissie rapporteerde al snel dat er een nieuwe, kennelijk dodelijke ziekte was ontdekt. De ziekte had alle kenmerken van een infectieziekte en het natuurlijke afweersysteem vertoonde ernstige gebreken. Op geen enkele manier kon een schimmel of bacterie aangetoond worden zodat men vermoedde dat het een virusinfectie was.
De ziekte kreeg de naam Aids. Men ontdekte dat het ging om een ernstige aantasting van het van het afweersysteem van het lichaam, veroorzaakt door een virus. Het virus dat Aids veroorzaakt, stamt af van een vergelijkbaar virus dat voorkomt bij apen.
Het originele artikel dat in 1981 verscheen over de ontdekking van Aids kunt u vinden in bijlage 1.

Hoe verliep de geschiedenis van Aids de afgelopen 20 jaar?

1981
o In de VS neemt het gebruik van een geneesmiddel, Pentamidine, voor een zeldzaam soort longontsteking snel toe. Vooral homoseksuele mannen zijn het slachtoffer. In die groep neemt ook het aantal gevallen van Kaposi Sarcoom toe, een bepaald soort kanker.
o De oorzaak van aids was onbekend, maar snel bleek verband te zijn met wat later onveilige seks en het delen van injectienaalden is gaan heten.

1982
o Duidelijk wordt dat een virus de ziekte veroorzaakt. De nieuwe ziekte krijgt de naam GRID – Gay Related Immune Deficiency. Als blijkt dat niet alleen homoseksuele mannen de ziekte kunnen krijgen, verandert de naam in: Acquired Immune Deficiency Syndrome (Aids).
o Uit veertien landen komen berichten over de ziekte.
o In Nederland wordt voor het eerst de diagnose Aids gesteld.

1983
o Ook in Europa komt de ziekte voor, alle zieken hebben een link met Afrika of de Verenigde Staten.
o Bekend wordt dat besmette baby’s de ziekte voor hun geboorte van hun moeder krijgen.
o Ook wordt bekend dat de ziekte via bloedtransfusie kan worden overgedragen.
o Aids komt voor in 33 landen.
o In de Verenigde Staten zijn 3000 gevallen geconstateerd en heeft de ziekte bijna 1300 doden geëist.

1984
o Ontdekt wordt dat HIV de veroorzaker van Aids is. Twee onderzoekers claimen de ontdekking: Montagnier en Gallo.
o De verwachting is dat de komst van een werkend vaccin, zeker 10 jaar op zich laat wachten.

1985
o Er komt een test die HIV-besmetting kan aantonen.
o Er wordt begonnen met het testen van de Amerikaanse bloedvoorraden.
o Acteur Rock Hudson overlijdt aan de gevolgen van Aids.
o De dertienjarige Ryan White mag niet naar school, omdat hij is besmet.
o Duizenden mensen in Uganda blijken te zijn geïnfecteerd.
o Aids komt voor in 51 landen.
o De eerste Internationale Aids-conferentie wordt gehouden in Atlanta.

1986
o Het virus heet voortaan Human Immunodeficiency Virus (HIV).
o Op de tweede internationale persconferentie in Parijs wordt bekend dat er een medicijn beschikbaar is: Zidovudine.
o De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) komt met een nternationaal plan voor de bestrijding van Aids.
o AZT blijkt effectief te zijn bij mensen met Aids, althans op de korte termijn. AZT komt op de markt voor mensen met Aids. De dosis was veel hoger dan nu: elke 4 uur 200 - 250 mg.
o Sommige HIV-positieven gebruiken AL 721, een middel dat effect zou hebben tegen HIV. De belangstelling voor het middel verdwijnt in de komende jaren omdat het niet blijkt te werken.

1987
o Eind 1987 zijn er bij de WHO 60.000 gevallen van Aids gerapporteerd afkomstig uit 123 landen.
o Er ontstaat hoop over de nieuwe behandelingen. AZT geeft in extreem hoge dosis veel bijwerkingen, maar PCP valt nu te voorkomen. Er zijn nieuwe behandelingen in aantocht.
o Aids-actiegroep Act Up New York wordt opgericht.
o Veel behandelingen en onderzoeken staan in de belangstelling.
1988
o Vloeibare T-helpercellen lijken in de reageerbuis een krachtige HIV-remmer. Trials starten.
o De ministers van gezondheid van 148 landen vergaderen in Londen over Aids. Ze spreken af dat ze hun best zullen doen om de ziekte te voorkomen, bijvoorbeeld door voorlichting te geven.
o De WHO roept 1 december uit tot Wereld AIDS Dag.

1989
o Fabrikant Burrougs Welcome verlaagt de prijs van het medicijn AZT met 20%. Het blijft met een paar gulden per capsule een kostbaar medicijn.
o Er komt een nieuw middel op de markt: Dideoxyinosine.
o De Internationale Aids-conferentie in Montréal wordt bestormd door HIV-positieven. Ze eisen toegang tot wetenschappelijke conferenties en krijgen die sindsdien ook.
o Resistentievorming tegen AZT blijkt een probleem te zijn.
o Vloeibare T-helpercellen lijken alleen laboratorium-HIV maar niet het HIV van HIV-positieven te remmen.
o AZT blijkt even effectief te zijn als het in de huidige dosering wordt gebruikt. Ook voegbehandelingen (starten voordat de diagnose aids is gesteld) lijken effectief.

1990
o Er komt een nieuw medicijn op de markt: Kemron. Onderzoek wees uit dat dit niet werkt.
o De Nederlandse hoogleraar Buck ziet dat zijn nieuwe methode om HIV te remmen het in de reageerbuis heel aardig doet. In het journaal verkondigt hij trots dat Aids binnen enkele jaren te genezen zal zijn. Velen zijn woest over deze voorbarige voorspelling, maar de media verklaren hem heilig.
o De Internationale Aids-conferentie in San Francisco wordt door velen geboycot, omdat HIV-positieven de VS niet in mogen.
o De resultaten die Buck uit zijn proeven zag komen, bleken voort te komen uit een verontreiniging. De massamedia knopen de hoogleraar op.
o Ryan White, de jongen die niet naar school mocht, omdat hij Aids had, overlijdt. Hij is 19 jaar geworden.
o Officieel zijn er ruim 300.000 HIV-geïnfecteerden, in het echt zijn er waarschijnlijk en miljoen.

1991
o Sterbasketballer Magic Johnson maakt bekend dat hij is geïnfecteerd met HIV en stopt met basketbal. Hij gaat voorlichting geven over Aids en veilig vrijen.
o Aids krijgt een internationaal symbool, het rode lintje.
o Er zijn acht miljoen mensen geïnfecteerd, waarvan 3 miljoen vrouwen.

1992
o Een kleine groep patiënten wordt voor het eerst behandeld met een combinatie van geneesmiddelen.
o De wereldaidsconferentie wordt verplaatst naar Amsterdam, omdat mensen die met HIV zijn besmet niet naar de Verenigde Staten mogen reizen.
1993
o Een beroemde balletdanser sterft aan Aids.
o De onderzoeker Pantaleo ontdekt dat er geen fase is waarin het HIV zich rustig houdt. Het virus is vanaf het begin van de infectie actief.
o Het idee dat een medicijn voor Aids makkelijk te vinden is blijkt niet waar. Een bescheiden verbetering van de behandeling zou al mooi zijn.

1994
o Aids is nu de belangrijkste doodsoorzaak onder Amerikanen van 25 tot 44 jaar.
o AZT blijkt in een studie de overdracht van HIV van (zwangere) moeder op kind drastisch terug te brengen.
1995
o De aanpak van Aids met een combinatie van middelen te bestrijden wordt een standaard aanpak.
o Er wordt een explosie van HIV-besmettingen gemeld onder spuitende druggebruikers in Oost-Europa.

1996
o Joint United Nations Pragramma on Aids (UNAIDS) wordt opgericht. Dat is een organisatie die over de hele wereld Aids gaat bestrijden.
o In de westerse wereld groeit het aantal HIV-geïnfecteerden minder snel.
o Magic Johnson gaat weer basketballen.
o Het aantal HIV-positieven dat overlijdt of opgenomen wordt in het ziekenhuis neemt dramatisch af. De poliklinieken raken overbelast terwijl de ziekenhuisbedden leeg blijven.
o De wetenschapper David Ho speculeert dat de HIV-infectie mogelijk na drie jaar behandeling te genezen is.

1997
o UNAIDS schat het aantal geïnfecteerden op 30 miljoen, er komen elke dag 16.000 nieuwe gevallen bij.
o Er zijn in 15 jaar 2,3 miljoen mensen aan Aids overleden waarvan bijna een half miljoen kinderen.

1998
o In Zuid-Afrika wordt Gugu Diamini dood geslagen door haar buren, want ze heeft op televisie verteld dat ze HIV heeft.
o De epidemie is het ergst in Afrika onder de Sahara, want daar doen 70% van de nieuwe infecties en 80% van de overlijdensgevallen zich voor.
o Een Aids-vaccin wordt voor het eerst getest op mensen: 5400 mensen uit Noord-Europa hebben zich aangemeld.
o Het idee dat met alleen combinatietherapie HIV-infectie te genezen valt, lijkt met de dag meer te vervliegen. De schattingen over de behandeltijd die nodig is voor genezing, lijken zich elk jaar te verdrievoudigen.
o Andere onderzoekers, waaronder Bruce Walker, richten zich juist op het immuunsysteem. Kan het immuunsysteem niet geleerd worden om het HIV beter aan te pakken? Dat zou kunnen door extreem vroeg te beginnen met combinatietherapie. Therapeutische vaccinatie zou mogelijk kunnen helpen bij HIV-positieven die later begonnen zijn met HIV-remmers.
o Enkele maanden later werd bekend dat het therapeutische vaccin Remune precies lijkt te doen wat Walker voorspelde. Een klein wonder, want Remune was al sinds 11 jaar zonder veel resultaat in onderzoek.

1999
o Onderzoekers in de Verenigde Staten denken dat de chimpansee de bron van het HIV-virus is.
o Op wereldschaal is HIV doodsoorzaak nummer 5.
o Zuid-Afrika probeert de prijzen van geneesmiddelen naar beneden te krijgen.
o In Rusland stijgt het aantal geïnfecteerden explosief.
o Wereldwijd zijn 33 miljoen mensen geïnfecteerd met Aids.
o De verwachting is dat de komst van een werkend vaccin, zeker 10 jaar op zich laat wachten.
o Hoewel het nog niet uit harde cijfers blijkt, lijkt het aantal mensen dat aan Aids en/of aan de bijwerkingen van de medicatie sterft weer toe te nemen.
o De tijd dat volgens speculatie iemand voor genezing succesvol een combinatietherapie moet blijven slikken wordt nu geschat op 60 jaar. Als de trend zich voortzet zal volgend jaar de schatting liggen tussen de 120 en 180 jaar.

2000
o De president van Zuid-Afrika gelooft niet dat Aids veroorzaakt door het HIV-virus. In zijn land zijn 4,7 miljoen mensen, één op de negen, met het virus besmet.

4: De overdracht van HIV en Aids

Hoe wordt HIV overgedragen?

Het virus bevindt zich in:
o Bloed
o Sperma
o Vaginaal vocht
o Voorvocht
o Moedermelk
Besmetting ontstaat door sperma-op-bloed contact en door direct bloed-op-bloed contact.

HIV kan overgedragen worden door:
a) Onveilig seksueel contact: Als je onveilig vrijt loop je het risico besmet te worden met HIV of een andere Seksueel Overdraagbare Aandoening. Je loopt meer risico als je seksuele contacten hebt met mensen uit groepen waarbinnen Aids veel voorkomt bijvoorbeeld: mensen die drugs spuiten, mannen met wisselende homoseksuele contacten en mensen uit gebieden waar Aids veel voorkomt. Het probleem is dat je niet aan iemand kan zien of hij of zij tot één van deze groepen behoort. Lang niet iedereen weet of hij of zij seropositief is, ook dat is niet aan iemand te zien. Er zijn verschillen onveilige seksuele handelingen: vaginale geslachtsgemeenschap zonder condoom, anale seks zonder condoom, orale seks, waarbij sperma of (menstruatie)bloed in de mond komt en onderling gebruik van seksattributen, zoals een dildo, zonder deze tussendoor schoon te maken.
b) Het inspuiten met eerder gebruikte naalden en spuiten bij druggebruik: Je raakt niet geïnfecteerd met HIV door drugs te gebruiken. Mensen die drugs spuiten en elkanders naalden en spuiten gebruiken lopen wel risico, omdat in de naalden en spuiten bloedresten achter kunnen blijven. Ook het gebruiken van andermans spuitattributen, zoals lepel, glas, water en watjes, en het overhevelen van drugs van de ene naar de andere spuit geeft risico op besmetting. Het HIV-virus en andere virussen die ziekten verwekken, kunnen zo in de bloedbaan terecht komen.
c) Een seropositieve moeder op haar kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of via borstvoeding: HIV kan worden overgedragen van moeder op kind tijdens de zwangerschap of bevalling, als de moeder seropositief is. Na de bevalling kan de moeder het virus overdragen via borstvoeding. Behandeling met medicijnen van de moeder tijdens de zwangerschap en andere voorzorgsmaatregelen bij de bevalling, zoals keizersnede of geen borstvoeding geven, kunnen de kans op overdracht verkleinen tot minder dan 5 %.
d) Het gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusie met besmet bloed (in west-Europa is dit risico vrijwel uitgesloten): In Nederland is de kans om Aids te krijgen door een bloedtransfusie vrijwel uitgesloten. Sinds juli 1985 worden alle bloeddonaties door testen gecontroleerd op antistoffen tegen HIV. Besmet bloed dat deze antistoffen bevat wordt niet gebruikt. Hetzelfde geldt voor andere Europese landen en de Verenigde Staten.In ontwikkelingslanden wordt het bloed niet altijd gecontroleerd, daar loop je dus wel risico op besmetting met het virus.

Als je besmet wordt via onveilig seksueel contact, het inspuiten met eerder gebruikte naalden en spuiten bij druggebruik of het gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusie met besmet bloed wordt dat horizontale transmissie van het virus genoemd. Verticale transmissie van het bloed is besmetting via een seropositieve moeder op haar kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of via borstvoeding.

Hoe wordt het virus niet overgedragen?

Veel mensen raken ongerust of onzeker als ze met HIV of Aids geconfronteerd worden. Dit is wel begrijpelijk, maar meestal onterecht. In de dagelijkse omgang met mensen met HIV en Aids is er geen risico op een HIV-infectie. Op de volgende manieren kan HIV niet worden overgedragen:
o Door huidcontact: HIV kan niet door een onbeschadigde huid over worden gedragen. Een pleister op een wondje biedt voldoende bescherming.
o Door (tong)zoenen: In het speeksel is veel te weinig virus aanwezig om iemand te kunnen infecteren.
o Door toilet en gebruiksvoorwerpen: Het virus kan in de buitenlucht niet blijven leven dus ook niet op kopjes, bestek, beddengoed etc.
o Door adem, hoesten en niezen: Het virus kan in de buitenlucht niet blijven leven.

Hoe kan je jezelf beschermen tegen Aids en HIV?

Aids is eigenlijke vrij gemakkelijk te voorkomen.
Veilig vrijen, dus vrijen met een condoom is de beste manier om Aids te voorkomen. Voor de veiligheid kun je de volgende maatregelen nemen:
o Heb altijd condooms op zak.
o Gebruik een condoom bij vaginaal en anaal contact.
o Als je anale gemeenschap heeft, gebruik dan een speciaal condoom en glijmiddel.
o Gebruik bij orale seks een condoom of beflapje.
De duur van een relatie die je met iemand hebt, is geen maatstaf voor het vrijen met of zonder condoom. De vraag wanneer het veilig is om zonder condoom te vrijen, is afhankelijk van de risico’s die jij en je partner in het verleden hebben gelopen. Als je niet zeker bent van de situatie, is veilig vrijen nodig. Je kunt ook overwegen om een HIV-test te doen. Hierover is meer te lezen in het volgende hoofdstuk.

Als je drugs spuit, moet je altijd met een schone naald gebruiken. De naald van een ander kan besmet zijn met het HIV-virus. Veel mensen weten dit niet, hierdoor zijn er onder drugsgebruikers veel Aids-patiënten.
Iemand die besmet is met HIV moet zorgen dat zijn bloed niet in contact komt met dat van anderen.

5: De HIV-test

Wat is een HIV-test?

Door je bloed te laten testen op de aanwezigheid van HIV, kun je erachter komen of je het virus in je bloed hebt. Als je besmet bent met HIV dan maakt je lichaam antistoffen aan. Met een HIV-test kan dat gecontroleerd worden. Deze antistoffen produceert het lichaam om virussen onschadelijk te maken. Het probleem bij AIDS is dat de antistoffen tegen HIV het virus niet kunnen uitschakelen. De HIV-test toont aan of je HIV-antistoffen in je bloed hebt zitten. Als dat zo is, ben je geïnfecteerd met HIV, ofwel seropositief.
Antistoffen zijn soms pas zes maanden na besmetting in het bloed te vinden. Er kan dus pas een test worden gedaan zes maanden na je risico hebt gelopen.

Wanneer is het goed om een test te doen?

Een HIV-test kan alleen op eigen verzoek of na toestemming worden gedaan. De test is niet verplicht, je moet zelf beslissen of je het wel of niet wil doen. Het hangt van de situatie af of het nuttig is. Mensen die denken dat ze in het verleden risico hebben gelopen, wordt vaak aangeraden een test te overwegen, omdat er tegenwoordig mogelijkheden zijn om HIV te behandelen. Zwangere vrouwen krijgen de test aangeboden als ze risico hebben gelopen.
Soms kan een arts een test voorstellen, naar aanleiding van klachten of ziekteverschijnselen. In een persoonlijk gesprek met een arts of iemand van de GGD worden de voor- en nadelen afgewogen. Met het oog op nieuwe behandelmethoden is het belangrijk dat iemand goed geïnformeerd is voor de test wordt gedaan.

Wat zijn de voordelen van zo’n test?

De HIV-test maakt een einde aan onzekerheden waar mensen al een tijdje mee kunnen rondlopen. Een gunstige uitslag kan een hele geruststelling zijn. Bij een ongunstige uitslag kan men zich regelmatig door een arts laten controleren. Ook kan er tijdig met behandelen worden begonnen. Als hiermee tijdig wordt begonnen kunnen mensen langer leven zonder klachten.

Wat zijn de nadelen?

Het wachten op een testuitslag is een spannende periode. Te horen krijgen dat iemand besmet is met HIV geeft veel onzekerheden zoals: Hoe zal de omgeving reageren? Hoe lang heb ik nog te leven? Vervolgens moet er nagedacht worden over het beginnen met de behandeling. De behandeling is niet geheim te houden en deze is erg zwaar.
Hiernaast zijn er ook maatschappelijke nadelen. Men kan problemen krijgen met het afsluiten van bepaalde verzekeringen. Ook kunnen er lastige situaties op het werk ontstaan, doordat werkgevers tegenwoordig zelf opdraaien voor de ziektekosten. Overigens is er een nieuwe wet opgesteld waarin staat dat tijdens sollicitatiegesprekken geen vragen over de gezondheid mogen worden gesteld. Aanstellingskeuringen mogen alleen worden verricht als aan de functie bijzondere eisen van medische geschiktheid worden gesteld.

Hoe gaat een HIV-test in zijn werk?

Als je je laat testen via de huisarts of een instelling zoals de GGD wordt er bloed afgenomen. Dit bloed wordt naar het laboratorium gestuurd. Hier worden twee tests uitgevoerd. Beide tests onderzoeken of er zich antistoffen tegen HIV in het bloed bevinden. Tegenwoordig zijn er snellere tests dan vroeger. Toch duurt het meestal één tot twee weken voor de uitslag binnen is.
In Nederland is anoniem testen mogelijk bij de GG&GD.

Hoe betrouwbaar is de uitslag?

De HIV-tests zoals die in het laboratorium worden gedaan zijn bijna 100% betrouwbaar. Er zijn twee uitzonderingsgevallen waarbij de betrouwbaarheid niet zo hoog is:
o Bij mensen die net zijn geïnfecteerd kunnen nog geen antistoffen worden aangetoond. Deze zijn nog in de maak. Na de infectie duurt het drie tot zes maanden voor antistoffen door een test zijn aan te tonen.
o Pasgeboren baby’s van HIV-positieve moeders kunnen de antistoffen van de moeder in het bloed hebben. De antistoffen worden dan via de standaardtest gevonden. Om te bepalen of de antistoffen van de moeder of het kind zijn, moeten andere tests worden gedaan. Na verloop van tijd verdwijnen de antistoffen van de moeder. Als het kind zelf ook HIV heeft, houdt het de eigen antistoffen.

Waar kan je een HIV-test laten doen?

Een test kan worden gedaan bij de huisarts, de GGD of bij een Rutgershuis. In alle gevallen zijn de gegevens vertrouwelijk. Bij de GGD kun je je anoniem laten testen. De kosten van de test liggen tussen de € 14,- en € 55,- afhankelijk van waar de test wordt uitgevoerd. Een test bij de huisarts wordt vergoed door de ziektekostenverzekering, een anonieme test komt voor eigen rekening.

6: Geneesmiddelen

Is Aids te genezen?

Tot nu toe is Aids niet te genezen, maar dankzij een combinatie van nieuwe medicijnen lijken de symptomen van de ziekte beter te bestrijden. De medicatie bestaat uit een cocktail van medicijnen die het virus zelf te lijf gaat. Hierdoor vermindert de hoeveelheid virus in het bloed. Soms is er door de medicatie zelfs geen spoor van het virus meer in het bloed te vinden.

Waarom is combinatietherapie nodig?

Combinatietherapie is noodzakelijk om het virus te remmen. In de praktijk is gebleken dat het virus op meerdere plaatsen tegelijk moet worden aangepakt. Een combinatie van middelen grijpt in op verschillende fasen in de vermenigvuldigingscyclus van het virus. Dit verkleint ook de kans dat virussen die minder gevoelig zijn voor één middel ontsnappen, omdat er meerdere middelen worden ingezet.

Wat zijn de nadelen van de medicatie?

Bij de medicatie horen veel bijverschijnselen. Een abnormale verdeling van het vetweefsel is een van de meest gevreesde bijverschijnselen. Patiënten die daarmee kampen, vermageren zichtbaar in hun gezicht en aan hun armen en benen, terwijl hun buik en borst steeds dikker worden. Ook gaat de therapie regelmatig gepaard met afwijkingen in de vetstofwisseling, waardoor de kans op hart- en vaatziekten weer toeneemt.
Een ander nadeel is de hoeveelheid pillen die een patiënt per dag moet innemen. Dit kan variëren van twintig tot dertig pillen per dag.

Als iemand geneesmiddelen gebruikt tegen Aids, kan hij/zij dan niemand meer besmetten?

Als iemand geneesmiddelen tegen Aids gebruikt, kan deze persoon nog steeds andere mensen besmetten. Geneesmiddelen remmen alleen de vermenigvuldiging van het virus. Het virus blijft in het lichaam aanwezig en zolang dat het geval is, kan die persoon andere mensen besmetten.

Waarom is regelmatig bloedonderzoek nodig?

Bloedonderzoek gebeurt om verschillende redenen. De belangrijkste reden is het volgen van het effect van de behandeling. Door het meten van de hoeveelheid virus in het bloed kan je zien of een behandeling voldoende effect heeft. Dan daalt het aantal of blijft het aantal laag. Je kan ook zien of er resistentie optreedt. Dan neemt het aantal virussen per milliliter weer toe. Als er resistentie optreedt, moet er gecontroleerd worden of de patiënt wel trouw al zijn middelen inneemt. Dit kan door het bepalen van concentraties van de middelen in het bloed. Als de patiënt netjes alle middelen inneemt, moet de therapie worden aangepast.

Waarom krijgt geneesmiddelenonderzoek naar Aids zoveel aandacht?

Dit heeft iets te maken met angst en hoop. Vóór Aids had kankeronderzoek altijd de meeste publiciteit: de ziekten die veel aandacht krijgen, zijn vaak dodelijk en ieder nieuw middel geeft weer hoop op overleven. Aids krijgt nog meer aandacht, omdat het besmettelijk is. Aids is besmettelijk en iedereen, ongeacht leeftijd kan de besmetting oplopen. Er zijn natuurlijk wel groepen die meer kans maken om de ziekte op te lopen.
Dus enerzijds aandacht omdat de mens van nature angst/aandacht heeft voor bedreigingen. Het virus dat Aids veroorzaakt kan zich op allerlei plaatsen in het lichaam verstoppen. Hierdoor is het moeilijk bereikbaar voor geneesmiddelen. In het lichaam zitten zoveel virusdeeltjes, die zich continue vermenigvuldigen. Hierdoor zijn er altijd wel een paar die iets veranderen, waardoor de kans ontstaat, dat er virussen ontstaan die ongevoelig zijn voor de gebruikte of beschikbare middelen. Daarom is er een constante noodzaak om nieuwe, nog betere middelen te ontwikkelen om het virus onder controle te houden.
En anderzijds aandacht vanwege de noodzaak om steeds iets nieuws te blijven ontwikkelen. De middelen tegen Aids, die wij gebruiken, zijn de eerste geneesmiddelen, die echt via computermodellen ontwikkeld zijn om een speciaal iets aan te grijpen.

Hoe komt het dat Aids-medicijnen over het algemeen zo duur zijn?

De firma’s, die geneesmiddelen ontwikkelen, zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Het zijn beursgenoteerde multinationals die als doel hebben zoveel mogelijk winst te maken. Er wordt natuurlijk altijd gezegd, dat ontwikkeling van geneesmiddelen veel geld kost en risico’s met zich meebrengt, maar de prijsstelling is toch gericht op wat men er maximaal uit kan halen. Voor een middel wat het leven kan verlengen is men graag bereid veel meer geld te betalen, dan voor bijvoorbeeld een middel tegen puistjes. De Afrikaanse landen oefenen druk uit op de firma’s die onderzoek doen naar de medicijnen. De firma’s verkopen de medicijnen in Afrika voor veel minder geld. In het westen verkopen ze middelen voor bijvoorbeeld een dagprijs van € 50,- en in Afrika stellen ze dezelfde middelen beschikbaar voor bijvoorbeeld een dagprijs van € 2,-

Zijn geneesmiddelen tegen Aids die we in de westerse wereld kennen ook beschikbaar voor Aids-patiënten in de derde wereld?

Over het algemeen zijn de financiële middelen in Afrika ontoereikend, ondanks de boven beschreven prijsverlaging, om ze voor iedereen die ze nodig heeft beschikbaar te stellen. Voor behandeling van Aids is meer nodig dan alleen geneesmiddelen. De mensen moeten ook gecontroleerd worden, er moet voldoende voorlichting zijn en er moeten voorbehoedsmiddelen beschikbaar zijn. Hiervoor ontbreekt de hele infrastructuur. Vaak moet er gebroken worden met bepaalde normen en waarden in een cultuur. Praten over seks en voorbehoedsmiddelen gebruiken zijn in Afrika een groot taboe. De mensen moeten hiermee leren omgaan.
In Zuid-Afrika is waarschijnlijk 30% van de bevolking geïnfecteerd. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat het heel normaal is, dat zwarte mannen er meerdere relaties op na houden en geen voorbehoedsmiddelen gebruiken.

7: De verspreiding van Aids

Waar komen Aids en HIV in de wereld voor?

Twintig jaar na het eerste Aids-geval telt de wereld ongeveer 40 miljoen mensen die lijden aan Aids of die zijn geïnfecteerd met het HIV-virus. Elke dag komen er nieuwe gevallen bij en sterven er mensen. Het afgelopen jaar overleden een paar miljoen mensen aan Aids, waarvan de meeste in Afrika.

Er is geen land zonder HIV, maar er zijn wel grote verschillen tussen de landen. De landen in Afrika ten zuiden van de Sahara zijn het zwaarst getroffen. Maar ook in India, Brazilië, China, Oost-Europa en Centraal-Azië stijgt het aantal Aids-gevallen in hoog tempo.

Hoeveel komt het in de wereld voor?

Wereldwijd zijn er 40 miljoen mensen geïnfecteerd met HIV/Aids.
Waarvan:
Mannen: 19,6 miljoen
Vrouwen: 17,6 miljoen
Kinderen(<15): 2,7 miljoen

In 2001 zijn er wereldwijd 5 miljoen nieuwe HIV-infecties bijgekomen.
Waarvan:
Mannen: 2,5 miljoen
Vrouwen: 1,8 miljoen
Kinderen(<15): 800.000
Van deze nieuwe infecties zijn er 3,4 miljoen in Afrika ten zuiden van de Sahara.

In 2001 zijn er 3 miljoen mensen overleden aan Aids.
Waarvan:
Mannen: 1,3 miljoen
Vrouwen: 1,1 miljoen
Kinderen(<15): 580.000

Per dag komen er gemiddeld zo’n 13.700 nieuwe infecties bij.

Hoe heeft de ziekte zich in de loop van de jaren over de wereld verspreid?

Inmiddels komen HIV-infecties en Aids over vrijwel de hele wereld voor. Eind 1999 schatte de wereldgezondheidsorganisatie dat wereldwijd ruim 40 miljoen mensen met HIV geïnfecteerd waren. Van wie ruim 22 miljoen in centraal- en zuidelijk Afrika. Sinds Aids ontdekt is zijn er al 16 miljoen mensen aan overleden. Per jaar overlijden er ongeveer 3 miljoen mensen aan de ziekte. Maar belangrijker dan deze cijfers is het feit dat het aantal geïnfecteerde nog steeds erg toeneemt. In dat onderzoek eind 1999 bleek ook dat er iedere dag ongeveer 13.700 mensen geïnfecteerd worden met het HIV-virus. Deze mensen wonen voor het grootste gedeelte (95%) in derdewereldlanden. In Afrika ten zuiden van de Sahara betreft het meer dan de helft vrouwen. Vooral meisjes tussen de 15 en de 19 jaar lopen daar kans om besmet te raken. Oudere mannen die besmet zijn met het virus zijn hiervoor verantwoordelijk. De besmettingsgraad onder meisjes van die leeftijd is 5 tot 6 maal zo hoog als onder jongens van die leeftijd.
In het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie was in 1999 de toename van HIV-infecties het sterkst. Hier verspreidde het virus zich doordat drugsgebruikers elkanders naalden gebruiken zonder ze eerst grondig schoon te maken. Dit gebeurde vooral bij jonge werkelozen in de industriegebieden. Tussen 1997 en 1999 verdubbelde het aantal met HIV besmette personen in de voormalige Sovjet-Unie. In West-Europa waren eind 2001 ongeveer 560.000 mensen besmet met HIV. En er waren 30.000 nieuwe HIV meldingen bij gekomen. In de Westerse landen heeft de ziekte zich aanvankelijk vooral verspreid onder homoseksuele en biseksuele mannen die wisselende contacten hebben en onder drugsgebruikers. Daarnaast werd de infectie gezien bij mensen die bloed of bloedproducten toegediend hadden gekregen. Deze groep is klein gebleven doordat er sindsdien bij elke bloeddonatie een test wordt uitgevoerd om te kunnen zien of het bloed besmet is met het HIV-virus.
De infectie kwam ook voor bij partners van de mensen die boven genoemd zijn en bij kinderen die geboren werden uit geïnfecteerde moeders.
In Nederland waren er eind 1999 ongeveer 13.000 mensen seropositief waarvan 2500 vrouwen en 100 kinderen. Het percentage heteroseksuelen die besmet zijn stijgt de laatste jaren. Sinds het begin van de epidemie zijn er 6100 gevallen van Aids gemeld en van die 6100 zijn er 3900 overleden.

Waarom komt Aids zoveel voor in ontwikkelingslanden?

Aids verspreidt zich veel sneller in ontwikkelingslanden dan bijvoorbeeld in Nederland. Daar zijn een aantal redenen voor:

• Armoede: doordat de mensen arm zijn hebben ze weinig toegang tot informatie, gezondheidsdiensten en middelen om zich tegen Aids te beschermen. Mannen die bijvoorbeeld voor langere tijd van huis zijn om geld te verdienen hebben vaak wisselende seksuele contacten, hierdoor lopen ze het virus op en ze besmetten thuis hun vrouw en eventueel ongeboren kinderen.
• Geslachtsongelijkheid: omdat vrouwen meestal geen onderwijs mogen volgen of mogen werken komen ze vaak in de prostitutie terecht. Ze kunnen zo snel besmet raken met HIV en dat weer overdragen op hun kinderen. Daarnaast mogen vrouwen in ontwikkelingslanden geen veilige seks eisen.
• Praten over seks is taboe: in veel culturen is praten over seks niet toegestaan. Ook condooms gebruiken is ongewoon. Jongeren krijgen hierdoor geen seksuele voorlichting en zonder condooms raken ze snel besmet.
• Niet accepteren van HIV en Aids: het virus heeft te maken met seks en dood en is daardoor niet bespreekbaar. Mensen houden hun besmetting geheim en ook de overheid en de politici zwijgen over het onderwerp. Bijvoorbeeld de president van Zambia. Ondanks dat 33% van de Zambiaanse bevolking besmet is met het virus, was hij niet aanwezig tijdens de opening van de Internationale Afrikaanse Aids Conferentie. Doordat Aids niet geaccepteerd wordt, blijven mensen onveilig vrijen.

8: De bestrijding van Aids

Wat wordt er wereldwijd gedaan aan de bestrijding van Aids?

Vanaf 1988 heeft Nederland zo’n 620 miljoen gulden besteed aan verschillende vormen van Aids-bestrijding in ontwikkelingslanden. Preventie, onderzoek, zorg en antidiscriminatie zijn daarbij de belangrijkste actiepunten. In 2000 gaf de overheid 170 miljoen gulden om het volgende te bereiken:
• Bestrijding van de HIV/Aids epidemie.
• De effecten die Aids veroorzaakt verzachten voor de mensen in de samenleving.

De Nederlandse regering probeert dit op de volgende manieren te bereiken:

• Het vergroten van de politieke betrokkenheid om de verspreiding van Aids tegen te gaan.
• Veilig vrijen moet geaccepteerd worden, seksualiteit moet meer bespreekbaar worden en jongeren moeten seksuele voorlichting krijgen.
• Voorlichting geven over Aids en HIV via de media, theater en film.
• Meer onderzoek doen naar besmetting van moeder op kind.
• Het gebruik van condooms promoten.
• Onderzoek doen naar betrouwbare, betaalbare en effectieve vaccins tegen AidsS.
• Het vrijwillige HIV testen bevorderen.
• Zorgen voor opvang van zieken, weeskinderen en andere mensen die getroffen zijn door de gevolgen van de epidemie.
• Bestrijding van discriminatie van mensen die met HIV besmet zijn.

Het project Stop AIDS Now krijgt financiële steun van minister Herfkens. Zij is minister van ontwikkelingssamenwerking. Het project doet er alles aan om Aids zo snel mogelijk te stoppen. De organisatie verricht veel goed werk. Zo wordt er met hun hulp een weeshuis voor kinderen met Aids onderhouden.
Er wordt in de wereld nog meer gedaan aan Aids, ook al is het op kleine schaal. In Kenia woont er bijvoorbeeld een groep vrouwen en kinderen die door Aids weduwe of wees zijn geworden. Veel van hen zijn zelf ook besmet maar samen werken ze eraan om de kinderen een goede toekomst te geven. De vrouwen storten het geld dat ze verdienen in een gemeenschappelijke pot. Van dit geld kunnen de kinderen naar school en ze hebben ook samen voor een waterput gezorgd. Stop Aids Now geeft geld aan de kerk die deze vrouwen steunt en deze kerk geeft de 82 vrouwen en 119 weeskinderen geld als stimulans voor hun werk.
In de stad Burundi is er een voetbal team dat mensen voorlichting geeft over Aids. De voetballers zijn 14 tot 18 jaar en tijdens trainingen en wedstrijden nodigen ze artsen uit die alle bezoekers vertellen over Aids. De voetballers bereiken zo andere jongeren, supporters en hun familie. Stop Aids Now steunt ook dit initiatief.

9: De toekomst

Zullen er in de toekomst medicijnen worden gevonden die Aids genezen?

HIV-infectie is door het beschikbaar komen van veel middelen verandert van een dodelijke aandoening in een chronische ziekte, die continue behandeld moet worden. Ook in het westen, waar deze middelen beschikbaar zijn, zie je regelmatig, dat de behandeling faalt door of resistent worden van het virus of door het niet trouw innemen van de geneesmiddelen. Deze middelen hebben nogal wat bijwerkingen en het is een hele opgave om dagelijks alles goed in te nemen. De ontwikkelingslanden blijven een grote haard van besmetting, waar zich steeds weer nieuwe varianten van te virus kunnen ontwikkelen, die weer minder gevoelig kunnen zijn voor de beschikbare middelen. Het virus kan zich nog steeds verstoppen op plekken in het lichaam, waar de geneesmiddelen niet bij kunnen. Dus genezing van bestaande infecties ziet er nog niet hoopvol uit. Het verminderen van de kans op besmetting zou kunnen geschieden door het ontwikkelen van een vaccin; daar wordt al heel lang hard aan gewerkt, maar dat schiet niet erg op onder andere doordat het virus regelmatig verandert.
Kortom: zeker de komende twintig jaar blijft het nog aanmodderen en goed uitkijken.

Ook al wordt er al veel gedaan aan de bestrijding van Aids, in de toekomst moet er een betere internationale aanpak komen. De landen moeten beter samenwerken en de politiek moet zich meer betrokken voelen bij het probleem. Het is ernstig maar nog niet helemaal verloren. Veel overheden en organisaties zien wel in dat politieke betrokkenheid belangrijk is en dat bestrijding van armoede geen zin heeft als je Aids niet ook bestrijd. Je moet dus eerst Aids gaan bestrijden voordat de armoede te bestrijden is, omdat Aids juist die armoede voor een deel veroorzaakt.

Beantwoording hoofdvraag

In dit hoofdstuk zullen wij de hoofdvraag beantwoorden. De hoofdvraag luidt: Wat betekent Aids in deze wereld? En welke maatschappelijke gevolgen heeft het?

Aids komt overal in de wereld voor. Vooral in de derde wereld is het een groot probleem. Iedereen daar kent wel iemand die aan Aids lijdt. Mensen krijgen te maken met zaken als ziekte en de dood. Deze zaken brengen hoge medische kosten en begrafeniskosten met zich mee. In derde wereld landen kunnen maar weinig mensen de medicijnen betalen. Aids heeft dus grote invloed op het dagelijkse leven van de mensen.
Aids beïnvloedt onder andere de economie. De landbouw, bouwsector en transportsector krijgen te maken met gebrek aan personeel en hogere kosten voor scholing, gezondheidszorg en verzekeringen. Ook veel leraren sterven aan Aids en daardoor ligt het onderwijs in veel dorpen in ontwikkelingslanden stil. Medische kosten gaan vaak voor onderwijskosten waardoor kinderen niet naar school kunnen. Moeders en oma’s doen vaak het werk van de vaders die er niet meer zijn en ze moeten daarnaast ook voor de zieken en de weeskinderen zorgen. Meisjes gaan vaak niet meer naar school, omdat ze thuis moeten helpen.
Door de Aids-epidemie zijn er nu al 13 miljoen weeskinderen. Deze kinderen wonen bij familie, zwerven op straat of zitten in een weeshuis. Vaak zijn deze kinderen zelf ook besmet met het HIV-virus. Het is een vicieuze cirkel. Kinderen verliezen hun ouders aan Aids en kunnen niet meer naar school, omdat ze thuis moeten helpen. Op school zouden ze voorlichting kunnen krijgen over HIV, maar die krijgen ze nu niet. Als zij besmet zijn gaan zij ook dood en wie moet er dan weer voor hun kinderen zorgen?
Door al deze zieken en doden verdwijnt een werkende generatie en heeft Aids ook invloed op de economie en de toekomst voor het land en de bewoners. De wereldbank schat dat het inkomen van Zuid-Afrika in 2010 ongeveer 17% zal dalen door Aids. Als er geen Aids was zou het inkomen dus 17% hoger zijn. Aids leidt dus tot armoede.

In de westerse wereld komt Aids veel minder voor, waardoor het een minder grote invloed heeft op de samenleving. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn:
• De mensen in de westerse wereld kunnen de medicijnen die Aids remmen en de pijn verzachten over het algemeen wel betalen.
• Hier kan vrijuit gepraat worden over seks. In de derde wereld landen is er nog een taboe.
• In deze wereld krijgen de mensen een goede voorlichting over soa’s en veilig vrijen. In principe weet iedereen dat je voorbehoedsmiddel moet gebruiken.
• De politici zien de ernst van Aids in. Ze erkennen dat er veel mensen aan sterven en dat er iets aan gedaan moet worden. Ze stellen geld beschikbaar voor onderzoek naar medicijnen en voor verschillende vormen van bestrijding van Aids. In de derde wereld erkennen de politici de ernst van Aids nog niet.
Toch beïnvloedt ook hier Aids het leven. Het houdt de mensen bezig en er wordt veel onderzoek naar gedaan. In verschillende tijdschriften wordt er regelmatig aandacht aan Aids en HIV besteedt.
Aids houdt de mensen ook zo bezig, omdat het een van de weinige ziektes is, die (nog) niet te genezen is.

Samenvatting

Aids is een ernstige ziekte die altijd een dodelijke afloop heeft. Overal ter wereld worden mannen, vrouwen en kinderen geïnfecteerd met het HIV-virus, ook wel het Aids-virus genoemd. Aids is tot nu toe nog niet te genezen maar wel te voorkomen.
Aids is een stoornis in het afweersysteem. De ziekte wordt veroorzaakt door het HIV-virus. Als het HIV-virus je lichaam binnendringt, verandert er het een en ander in het immuunsysteem. Deze houdt normaalgesproken infecties tegen. Het virus pakt bepaalde cellen vast, de T-helpercellen. Dit heeft grote gevolgen, want de helpercellen zorgen ervoor dat lymfocyten antistoffen maken tegen virussen, bacteriën en schimmels, doordat het virus de helpercellen uitschakelt, begint de verdedigingslinie in je lichaam gaten te vertonen.
Als je met HIV geïnfecteerd bent, kunnen er verschillende klachten optreden zoals: flink gewichtsverlies, longontsteking, menstruatiestoornissen, je kan een bepaalde vorm van kanker krijgen en bijvoorbeeld hersenvliesontsteking. Mensen met AIDS krijgen over het algemeen niet al de genoemde verschijnselen.
Als je geïnfecteerd bent met HIV heb je nog niet meteen Aids. De incubatietijd is heel wisselend. Er kunnen na een paar maanden klachten optreden, maar ook pas na tien jaar. Dit is afhankelijk van de leeftijd waarop men de infectie oploopt.
AIDS is het eerst herkend in de Verenigde Staten in 1981. Het viel op dat een weinig voorkomende longontsteking en een bepaalde huidtumor ineens vaker voorkwamen. Deze ziektes kwamen voorheen eigenlijk alleen bij oude mannen voor. Het opvallende was dat beide ziektes nu voorkwamen bij jonge gezonde mannen die en actief homoseksueel leven leidden. Er werd een commissie opgesteld, deze rapporteerde al snel dat er een nieuwe, kennelijk dodelijke ziekte was ontdekt. De ziekte kreeg de naam AIDS. Men ontdekte dat het ging om een ernstige aantasting van het van het afweersysteem van het lichaam, veroorzaakt door een virus.
HIV kan overgedragen worden door:
• Onveilig seksueel contact.
• Het inspuiten met eerder gebruikte naalden.
• Een seropositieve moeder op haar kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of via borstvoeding.
• Het gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusie met besmet bloed (in west-Europa is dit risico vrijwel uitgesloten.)
In de dagelijkse omgang met mensen met HIV en AIDS is er geen risico op een HIV-infectie. Veilig vrijen, dus vrijen met een condoom is de beste manier om AIDS te voorkomen. Als je drugs spuit, moet je altijd met een schone naald gebruiken. Iemand die besmet is met HIV moet zorgen dat zijn bloed niet in contact komt met dat van anderen.
Door je bloed te laten testen op de aanwezigheid van HIV, kun je erachter komen of je het virus in je bloed hebt. Als je besmet bent met HIV dan maakt je lichaam antistoffen aan. Met een HIV-test kan dat gecontroleerd worden. Antistoffen zijn soms pas zes maanden na besmetting in het bloed te vinden. Er kan dus pas een test worden gedaan zes maanden na je risico hebt gelopen.
Tot nu toe is Aids niet te genezen maar dankzij een combinatie van nieuwe medicijnen lijken de symptomen van de ziekte beter te bestrijden. De medicatie bestaat uit een cocktail van medicijnen die het virus zelf te lijf gaat. Hierdoor vermindert de hoeveelheid virus in het bloed. Combinatietherapie is noodzakelijk om het virus te remmen. In de praktijk is gebleken dat het virus op meerdere plaatsen tegelijk moet worden aangepakt.
Bij de medicatie horen veel bijverschijnselen. Een abnormale verdeling van het vetweefsel is een van de meest gevreesde bijverschijnselen. Ook gaat de therapie regelmatig gepaard met afwijkingen in de vetstofwisseling, waardoor de kans op hart- en vaatziekten weer toeneemt.
Een ander nadeel is de hoeveelheid pillen die een patiënt per dag moet innemen. Dit kan variëren van twintig tot dertig pillen per dag.
Als iemand geneesmiddelen tegen Aids gebruikt, kan deze persoon nog steeds andere mensen besmetten.
Geneesmiddelenonderzoek naar Aids krijgt veel aandacht. Dit komt omdat de ziekte dodelijk is en ieder nieuw middel geeft hoop op overleven. Aids krijgt ook veel aandacht, omdat het besmettelijk is en iedereen, ongeacht leeftijd, kan het oplopen.
Er is geen land zonder HIV, maar er zijn wel grote verschillen tussen de landen. De landen in Afrika ten zuiden van de Sahara zijn het zwaarst getroffen. Maar ook in India, Brazilië, China, Oost-Europa en Centraal-Azië stijgt het aantal Aids-gevallen in hoog tempo.
Eind 1999 schatte de wereldgezondheidsorganisatie dat er ongeveer 50 miljoen mensen geïnfecteerd zijn met Aids waarvan 22 miljoen in centraal- en zuidelijk Afrika. Sinds Aids ontdekt is zijn er al 16 miljoen mensen aan overleden. Per jaar overlijden er ongeveer 2,6 miljoen mensen aan de ziekte. In Zuid-Afrika is meer dan de helft van de besmette mensen een vrouw. Vooral meisjes tussen de 15 en de 19 jaar hebben hier kans om besmet te raken, oudere mannen die geïnfecteerd zijn zijn hiervoor verantwoordelijk.
In Nederland zijn ongeveer 13.000 mensen seropositief waarvan 2500 vrouwen en 100 kinderen.
Aids verspreidt zich veel sneller in ontwikkelingslanden dan bijvoorbeeld in Nederland. Daar zijn een aantal redenen voor:
• Armoede
• Geslachtsongelijkheid
• Praten over seks is taboe
• Niet accepteren van HIV en Aids
Vanaf 1988 heeft Nederland zo’n 620 miljoen gulden besteed aan verschillende vormen van Aids-bestrijding in ontwikkelingslanden. Preventie, onderzoek, zorg en antidiscriminatie zijn daarbij de belangrijkste actiepunten. In 2000 gaf de overheid 170 miljoen gulden om het volgende te bereiken:
• Bestrijding van de HIV/AIDS epidemie.
• De effecten die AIDS veroorzaakt verzachten voor de mensen in de samenleving.
Genezing van bestaande infecties ziet er nog niet hoopvol uit. Het verminderen van de kans op besmetting zou kunnen geschieden door het ontwikkelen van een vaccin; daar wordt al heel lang hard aan gewerkt, maar dat schiet niet erg op onder andere doordat het virus regelmatig verandert.
Kortom: zeker de komende twintig jaar blijft het nog aanmodderen en goed uitkijken.

Wat betekent Aids in deze wereld? En welke maatschappelijke gevolgen heeft het?

Aids komt overal in de wereld voor. Vooral in de derde wereld is het een groot probleem. Iedereen daar kent wel iemand die aan Aids lijdt.Mensen krijgen te maken met dingen als ziekte en de dood. Deze zaken brengen hoge medische kosten en begrafeniskosten met zich mee. In derde wereld landen kunnen maar weinig mensen de medicijnen betalen. Aids heeft dus grote invloed op het dagelijkse leven van de mensen.
Aids beïnvloedt onder andere de economie. De landbouw, bouwsector en transportsector krijgen te maken met gebrek aan personeel en hogere kosten voor scholing, gezondheidszorg en verzekeringen. Ook veel leraren sterven aan Aids en daardoor ligt het onderwijs in veel dorpen in ontwikkelingslanden stil. Medische kosten gaan vaak voor onderwijskosten waardoor kinderen niet naar school kunnen. Moeders en oma’s doen vaak het werk van de vaders die er niet meer zijn en ze moeten daarnaast ook voor de zieken en de weeskinderen zorgen. Meisjes gaan vaak niet meer naar school, omdat ze thuis moeten helpen.
De wereldbank schat dat het inkomen van Zuid-Afrika in 2010 ongeveer 17% zal dalen door AIDS. Als er geen AIDS was zou het inkomen dus 17% hoger zijn. Aids leidt dus tot armoede.
In de westerse wereld komt Aids veel minder voor, waardoor het een minder grote invloed heeft op de samenleving. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn:
• De mensen in de westerse wereld kunnen de medicijnen die Aids remmen en de pijn verzachten over het algemeen wel betalen.
• Hier kan vrijuit gepraat worden over seks. In de derde wereld landen is er nog een taboe.
• In deze wereld krijgen de mensen een goede voorlichting over soa’s en veilig vrijen. In principe weet iedereen dat je voorbehoedsmiddel moet gebruiken.
• De politici zien de ernst van Aids in. Ze erkennen dat er veel mensen aan sterven en dat er iets aan gedaan moet worden. Ze stellen geld beschikbaar voor onderzoek naar medicijnen en voor verschillende vormen van bestrijding van Aids. In de derde wereld erkennen de politici de ernst van Aids nog niet.
Toch beïnvloedt ook hier Aids het leven. Het houdt de mensen bezig en er wordt veel onderzoek naar gedaan. In verschillende tijdschriften wordt er regelmatig aandacht aan Aids en HIV besteedt.
Aids houdt de mensen ook zo bezig, omdat het een van de weinige ziektes is, die (nog) niet te genezen zijn.

Logboek van Wienke

Week Ervaringen Tijd
7 Deze week kregen we de opdracht uitgedeeld. We zijn meteen begonnen met een onderwerp verzinnen. We vonden de onderwerpen die in het boek stonden niet zo leuk dus we zijn op Internet gaan zoeken. Maar ook daar konden we geen leuk onderwerp vinden. We hebben allebei thuis nog verder gezocht en we kwamen op het idee van AIDS. De volgende les hebben we gevraagd of dit onderwerp geschikt was en dat was zo. Het onderwerp is dus AIDS geworden.

Ik heb deze week nog informatie gezocht op Internet en op Encarta. Er is gewoon zo veel te vinden. Ik denk dat het wel moeilijk wordt om het allemaal een beetje overzichtelijk te houden met al die informatie. We moeten natuurlijk ook oppassen dat we niet teveel willen behandelen in ons werkstuk.
1 uur
1 uur

8 Deze week hebben we de hoofd- en deelvragen bedacht. Door te kijken waar we informatie over hadden konden we heel veel deelvragen bedenken. We hebben alle deelvragen ingedeeld in hoofdstukken. Het viel nog best tegen om alle deelvragen bij een logisch hoofdstuk te zetten. Ik heb verder thuis nog wat meer informatie gezocht over de onderwerpen waarvan bleek dat we daar nog niet genoeg informatie over hadden. Tijdens het zoeken bedacht ik nog wat nieuwe deelvragen.

We hebben ook het plan van aanpak gemaakt deze week. Toen we alle geschatte tijd bij elkaar op telde kwamen we wel op erg veel uren uit. Het gaat dus veel werk worden en we gaan proberen om het plan van aanpak precies te volgen zodat we niet alles in de laatste week hoeven te doen.

Nadat we alle deelvragen hadden bedacht hebben we nog informatie aangevraagd op de site www.Aidsfonds.nl. Ze sturen de informatie binnen een week op, Ik hoop dat er wat bruikbare dingen bij zitten.

Ik zou deze week de deelvragen van het hoofdstuk HIV en AIDS beantwoorden. Ik heb het nog niet helemaal af dus ik ga er volgende week mee verder.
1 ½ uur
1 uur
1 ½ uur
½ uur
9 Ik heb de antwoorden op de deelvragen af gemaakt.

Quirine heeft het informatie pakket van het AIDS fonds gekregen en er zit wel goede informatie bij.

Deze week was het vakantie dus kwam Quirine op vrijdag bij om nog wat aan het werkstuk te doen. We hebben een deel van het hoofdstuk: de geschiedenis van AIDS gedaan en ook een groot deel van het hoofdstuk: de overdracht van AIDS.

Het gaat goed zo met het werkstuk en als we zo doorgaan krijgen we het wel op tijd af.
1 uur
2 uur
10 Ik heb deze week niet zo veel gedaan. Ik had het een beetje druk met andere dingen. Ik heb wel m’n logboek bijgewerkt en nog wat plaatjes gezocht op Internet. ½ uur
11 Deze week moeten we de deelgroep 6 beantwoorden. Het is wel een moeilijk onderwerp en we kunnen er ook niet zo veel informatie over vinden. Dat is dus wel jammer. Maar Quirine kent iemand die onderzoek doet naar AIDS, ze gaat hem een e-mailtje sturen en vragen om informatie. Ik hoop dat we daar wat aan hebben. We hebben in ieder geval al een begin gemaakt aan deze deelgroep.

Ik heb ook het deel gelezen wat Quirine gemaakt heeft en ik vind het heel goed!

Quirine heeft nu al informatie ontvangen via de e-mail over de medicijnen tegen AIDS. Ik heb het even gelezen er staat erg goede informatie in. Nu kunnen we dus weer verder met dit hoofdstuk.
¾ uur
¼ uur

12 We moesten hoofdstuk 6 nog afmaken. We hebben donderdag in de les een deel gedaan en na school hebben we het afgemaakt bij Quirine. Het is uiteindelijk wel gelukt om de deelvragen van dit hoofdstuk goed te beantwoorden, dankzij de informatie de we via de e-mail gekregen hebben.

We zijn ook alvast begonnen met het maken van hoofdstuk 7. Dit is niet zo’n moeilijk onderwerp. We hebben veel informatie gevonden op Encarta en op www.aidsfonds.nl. We zijn nog op zoek naar een kaartje maar dat gaat wel lukken.

We hebben ook nog een inleiding gemaakt deze week.
1 ½ uur
1 uur
½ uur

13 We hebben hoofdstuk zeven afgemaakt en dat is wel goed gelukt.
Ik heb hoofdstuk 8 gemaakt en dat ging ook wel goed. Er was wel veel informatie te vinden op verschillende sites.
Quirine heeft hoofdstuk 9 gemaakt en nu zijn we helemaal klaar met alle deelvragen.
We hoeven nu alleen nog de hoofdvraag te beantwoorden en de bronnenlijst enzo. Het schiet dus al lekker op.
1 uur
1¼ uur

14 We hebben deze week de opmaak gedaan. Dat valt altijd tegen en deze keer dus ook. We moesten plaatjes invoegen, de koppen een andere kleur geven en bijschriften bij de plaatjes zetten.

We moesten de hoofdvraag beantwoorden en ik dacht dat dat heel moeilijk zou gaan worden maar het viel mee. We hebben alle antwoorden op de deelvragen doorgelezen en toen hebben we een conclusie geschreven.
1½ uur
1 uur
15 We hebben deze week het nawoord gemaakt.
Ook hebben we de opmaak afgemaakt. Dit viel ons echt tegen. Het was meer werk dan we verwachtten. Dit komt waarschijnlijk ook doordat wij erg precies zijn. We willen elk plaatje precies op de goede plek en dat kost tijd. We moeten nu alleen nog een voorkant maken.

We hebben deze week een samenvatting gemaakt van ons werkstuk. Deze samenvatting kunnen we ook goed gebruiken voor onze presentatie.

Nu het werkstuk af is moeten we alleen nog de presentatie voorbereiden.
1 uur
1 ½ uur

16 Als laatste hebben we de bronnenlijst gemaakt. Het is een erg lange lijst geworden. Gelukkig hebben we elke site opgeschreven dus die hoefden we alleen nog maar in een alfabetische lijst te zetten.

We hebben ook de voorkant gemaakt deze week.

Het werkstuk is nu af en we zijn er wel tevreden over.
½ uur
¼ uur

Logboek van Quirine

Week Ervaringen Tijd
7 Deze week hebben we samen nagedacht over een onderwerp. Op Internet en in het boek hebben we gezocht naar ideeën. We kwamen niet echt een onderwerp tegen dat ons boeiden. We hebben toen besloten om thuis ook nog even na te denken en toen kwam één van ons met het idee AIDS. Na wat overleg hebben we besloten dat dat het onderwerp ging worden.

We hebben deze week ook naar informatie gezocht. OP het Internet is een hoop te vinden. Ik ben deze week naar de bibliotheek geweest en heb daar twee boekjes en twee documentatiemappen meegenomen. In de les hebben we op Encarta gezocht en ook daar was veel te vinden.
1 uur
1 ½ uur
8 Deze week hebben we de hoofd- en deelvragen bedacht. We hebben alle informatie bekeken en daarbij vragen bedacht. We kwamen al snel op twintig vragen. We hebben de vragen verdeeld over hoofdstukken.

Ook hebben we een plan van aanpak gemaakt. Toen we hiermee bezig waren, kwamen we erachter dat het veel werk gaat worden. We gaan proberen om ons helemaal aan het plan van aanpak te houden, zodat niet alles op de laatste week aankomt.

Nu onze hoofd- en deelvragen duidelijk waren, konden we gerichter gaan zoeken naar informatie. Dit hebben we dan ook gedaan. We hebben op de website www.aidsfonds.nl informatie aangevraagd.

Ik heb deze week een begin gemaakt met het beantwoorden van de deelvragen van hoofdstuk 2. Dit heb ik niet helemaal afgekregen. Hier ga ik dus volgende week aan verder.
1 ½ uur
1 uur
1 ½ uur
½ uur
9 We hadden beiden ons werk nog niet af, dus hebben we dit ook niet van elkaar nagelezen.

Het informatiepakket van het AIDS-fonds is binnen. Er zit veel bruikbare informatie bij.

Deze week was het vakantie en we zijn een dagje samen aan de slag gegaan. We hebben de vragen van hoofdstuk 3 en 4 beantwoord. Over sommige onderwerpen kwamen we nog wat informatie tekort. Dit hebben we nog even opgezocht.

Ik heb deze week ook hoofdstuk 2 afgemaakt. Dit was gelukkig niet zo veel werk mee en hier was ik dan ook vrij snel mee klaar. Ik vind het wel moeilijk om uit al onze informatie het belangrijkste te halen.
2 uur
½ uur
10 Deze week hebben we niet zo veel gedaan, omdat we volgende week ook een werkstuk voor geschiedenis 2 in moeten leveren. Dit hebben we dus even voorrang gegeven. Ik heb deze week een begin gemaakt met hoofdstuk 5. Dit was een hoofdstuk dat lekker liep en ik vond het niet vervelend eraan te werken.
1 uur
11 Deze week heb ik het werk van Wienke nagelezen. We hebben bij elkaar een paar spelfoutjes eruit gehaald, maar verder zijn we het eens met wat de ander heeft gemaakt.
We hebben in de les een begin gemaakt met het beantwoorden van deelgroep 6. Dit is een vrij moeilijke deelgroep. We hebben hier dan ook nog te weinig informatie over. Ineens dacht ik eraan dat een kennis van mijn vader onderzoek doet naar medicijnen tegen kanker en Aids. Ik ga hem een e-mail sturen met daarin wat vragen en we hopen dat hij ons verder kan helpen.

Ik heb die avond meteen een e-mail gestuurd met onze vragen. Het wachten is nu op een antwoord.

De dag nadat ik de e-mail verstuurd had, was er al een antwoord. Aan het antwoord hebben we heel veel en we kunnen weer een stuk verder. We hebben hem nog een e-mail gestuurd om hem te bedanken.
¼ uur
1 uur
¼ uur
¼ uur
12 Deze week hebben we in de les verder gewerkt aan deelgroep 6. We hebben het niet afgekregen, omdat het vrij veel werk is. We hebben het samen buiten school nog even afgemaakt.

We hebben ook een begin gemaakt met hoofdstuk 7. Hiermee zijn we lekker opgeschoten. We moeten nog een kaartje toevoegen en de laatste dingetjes afronden.

Deze week hebben we ook een inleiding geschreven. 1 uur

½ uur
½ uur

13 We hebben deze week de laatste vraag van hoofdstuk 7 gemaakt. We waren hier vrij snel mee klaar.

Wienke heeft deze week hoofdstuk 8 gemaakt en ik hoofdstuk 9. We hebben elkanders werk nagelezen en elkaar. Nu hebben we al onze deelgroepen af en moeten we nog wat werken aan de opmaak en de algemene dingen zoals nawoord, bronnenlijst en opmaak.
½ uur
1 ¼ uur

14 Deze week hebben we nogal wat tijd besteedt aan de opmaak. We hebben afbeeldingen gezocht, de koppen een kleurtje en andere lettertypes gegeven en bijschriften bij de afbeeldingen gezet. Dit hebben we niet helemaal afgekregen en zullen we dus volgende week af moeten maken.

Ook hebben we de hoofdvraag beantwoord. Dit kostte ons minder tijd als verwacht, omdat we met behulp van de deelvragen een heel eind kwamen.
1 uur
1 uur
15 Deze week hebben we het nawoord geschreven en een inhoud gemaakt. We vonden her nog lastig om een nawoord te schrijven, omdat we niet precies wisten wat er in moest staan. Onze ervaringen hebben we namelijk al in ons logboek geschreven. We hebben een algemene mening over de samenwerking en het werkstuk gegeven.

Ook hebben we de opmaak afgemaakt. Dit viel ons nog tegen. Het was meer werk dan we verwachtten. Dit komt waarschijnlijk ook doordat wij erg precies zijn. We willen elk plaatje precies op de goede plek en dat kost tijd. We moeten nu alleen nog een voorkant maken.

Als laatste hebben we deze week een samenvatting van ons werkstuk gemaakt. Dit was nieuw voor ons. We denken dat we deze samenvatting ook goed kunnen gebruiken bij onze presentatie. Deze moeten we overigens ook nog voorbereiden, maar we moeten even wachten op uitleg.
½ uur
1 ½ uur
1 uur
16 Deze week hebben we de laatste dingen afgemaakt. We moesten alleen nog een bronnenlijst maken. Deze lijst is er lang geworden. We hebben vooral veel gebruik gemaakt van het Internet.
½ uur

Bronnenlijst

Websites:

http://www.aidsfonds.nl
http://www.br.undp.org/hiv/HIV%20AIDS%20NGOs%20copy.jpg

http://www.cnn.com/SPECIALS/2001/aids/

http://www.cnnitalia.it/2001/ECONOMIA/

http://www.europe.cnn.com/.../2001/09/10/ cf.aids.progress.bb.cnn.jpg
http://www.findcare.net/aids.gif
http://www.flakmag.com/features/ aids1.html

http://www.gezondheidsplein.nl/cgi/go?type=aandoeningen&id=153&orderby=A
http://www.ggd.nl/ggdinfo/aids.htm
http://www.hivnet.nl/OverHivEnAids/FAQ.html

http://www.hivnet.org/Hivnieuws/HistorischOverzicht.htm
http://www.hiv-vereniging.be/
http://www.iccf.nl/kccn.html

http://www.met-andere-ogen.nl

http://www.nokidding.org/#

http://www.paho.org/English/DPI/

http://www.roche.nl/ziektebeeld/aids/
http://www.rutgers.nl/vragen/tekst.php?categorie=aids
http://www.sexwoordenboek.nl/hiv.html
http://www.sida.se/Sida/articles/4700-4799/4712/aids.jpg

http://www.smh.com.au/news/specials/intl/aids/

http://www.stopaidsnow.nl/fotos/
http://www.stopaidsnow.nl/index.html

http://www.time.com/time/ asia/digital/

http://www.un.org/partners/civil_society/ m-health.htm

http://www.unicef.org/pon00/ mysong.htm

http://www.unicefusa.org/unicefusa/ news.html

http://www.urmc.rochester.edu/

http://www.worldbank.org/developmentnews/

http://www1.tip.nl/~t468905/homepage.htm

Boeken, cd-rom’s en andere:

Aids, dat krijgt alleen een ander Ivan Wolfers, uitgeverij Contact 1993
Documentatiemap Aids
Documentatiemap Aids; zorg
E-mailbericht van meneer Koks
Encarta Encyclopedie 2001 Winkler Prins
Informatiepakket van het Aidsfonds
National Geographic Februari 2002
Waarom ik?! Margje Koster, uitgeverij Christofor 1992

Nawoord

Na veel werk hebben we het werkstuk af. We hebben er veel aan gewerkt en we hebben geprobeerd om alles zo goed mogelijk te doen. Het was wel een moeilijk onderwerp omdat er zoveel over te vertellen valt, je moet de informatie goed selecteren want anders zie je door al die informatie niet meer wat echt belangrijk is om te vertellen. We hebben ook geprobeerd om op tijd te beginnen zodat we niet alles op het laatste moment hoefden te doen. Dat is ons goed gelukt. We hadden het werkstuk ruim op tijd af.
Wat goed ging bij dit werkstuk was de tijdsplanning. We hadden een uitgebreid plan van aanpak gemaakt en we hebben ons er ook aan gehouden.
We hebben ook erg veel informatie kunnen vinden, dus dat ging ook goed.
De dingen die minder goed gingen was het selecteren van de informatie. Dat was redelijk moeilijk. De volgende keer zullen we dat dus anders doen, misschien door een minder uitgebreid onderwerp te kiezen of door ons te beperken tot een bepaald aspect van een onderwerp. Het hoofdstuk medicijnen viel ook wel een beetje tegen maar dat is uiteindelijk wel gelukt.
Volgende keer zouden we het ongeveer hetzelfde aanpakken.
De samenwerking vonden we erg goed gaan. We hebben over alles heel goed overlegd en we hebben ook heel veel dingen samen gemaakt. Verder hadden we de taken verdeeld en ieder deed dat dus thuis. De ander las het dan na en voegde eventueel nog wat toe of verbeterde wat. We hebben denken we precies even veel gedaan.
We vonden het een leuke opdracht en we hebben er allebei met plezier aan gewerkt. Dat kwam onder andere doordat je zelf een onderwerp mocht verzinnen. Je kan dan een onderwerp kiezen dat je interesseert.
We hopen dat we dit werkstuk goed hebben gemaakt, we hebben in ieder geval erg ons best gedaan.

Bijlage 3
Een pakje condooms alstublieft:
• Engels: A pack of condoms please.
• Frans: Un paquet de condoms s’il vous plaît.
• Spaans: Un paquete de preservativos, por favor.
• Duits: Eine Packung Kondome bitte.
Een condoom hoort er voor mij gewoon bij:
• Engels: Condoms are part of the deal.
• Frans: Pour moi, un préservatif, ça fait partie de l’amour.
• Spaans: Para mí, un preservativo es lo más natural del mundo.
• Duits: Ein kondom gehört für mich einfag dazu.
Ik wil niet zwanger worden:
• Engels: I don’t want to get pregnant.
• Frans: Je n’ai pas envie de tomber enceinte.
• Spaans: No quiero quedar embarazada.
• Duits: Ich möchte nicht schwanger werden.
Er zijn ook andere manieren om veilig te vrijen:
• Engels: There are other ways of having safe sex.
• Frans: Il y a bien d’autre manières de faire lamour sans risques.
• Spaans: Hay otras maneras de hacer el amor sin correr riesgos.
• Duits: Es gibt auch andere Arten von safe Sex.
Ik gebruik de pil, jij het condoom:
• Engels: I’m taking the pill, you wear the condom.
• Frans: Moi, j’utilise la pilule; toi, le condom.
• Spaans: Yo uso la pildora, tú un preservativo.
• Duits: Ich nehme die pille, du das Kondom.
Ja, maar alleen met condoom:
• Engels: Yes, but only with a condom.
• Frans: D’accord, mais pas sans préservatif.
• Spaans: Si, pero sólo con preservativo.
• Duits: Ja, aber nur mit Kondom.
Ik ben verliefd op jou:
• Engels: I’m in love with you.
• Frans: Je suis amoureux/amoureuse de toi.
• Spaans: Estoy enamorado/enamorada de ti.
• Duits: Ich bin in dich verliebt.

Neem je condooms mee?:
• Engels: Will you take condoms with you?
• Frans: Tu emportes des condoms?
• Spaans: ¿No te olvidas de los preservativos?
• Duits: Nimmst du deine Kondome mit?
Ik heb zin om (veilig) met je te vrijen:
• Engels: I want to make love to you – safely.
• Frans: J’ai envie de faire l’amour (sans risques) avec toi.
• Spaans: Quiero hacer el amor contigo (sin riesgos).
• Duits: Ich habe Lust auf (Safe) Sex.
Ik vrij veilig of ik vrij niet:
• Engels: I have safe sex or no sex.
• Frans: Si je fais l’amour, je me protège, ou je m’abstiens.
• Spaans: Hago el amor sin correr riesgos o no lo hago.
• Duits: Ich habe entweder Safe Sex oder keinen Sex.

Werkstuk Geschiedenis: Rote armee fraktion



Inleiding
1:Inleiding

2:Voorwoord

3:Wat is de RAF?

4: De protestgeneratie

5:De duitse studenten ontwaken

6:Het Groot worden en \'Vallen\' van de RAF

7:Andreas Baader bij zijn arrestatie

8:Propaganderen en honger lijden

9:De duitse herfst

10:De Rote Armee Fraktion na 1980

11:Korte biografieën van de belangrijkste RAF-leden

12:conclusie

13:Bronvermelding

2:Voorwoord

Ik heb dit onderwerp gekozen voor duits omdat het een onderwerp wat op het moment weer erg actueel is in de duitse samenleving.Ook heb ik dit onderwerp gekozen omdat ik wat meer wou weten over de politieke achtergrond van deze groep.
Ik kijk er naar uit om dit werkstuk te maken en meer dingen te weten te komen over de RAF.
Als hoofdvraag koos ik voor: Wat waren de doelstelling van de Rote Armee Fraktion en wat was haar rol in de Duitse samenleving?
Ik denk dat ik met deze vraag toch een eigen visie kan ontkkelen over waar de RAF voor stond en hoe invloedrijk zij nou eigenlijk waren op de samenleving. Aan het einde van dit lwerkstuk wil ik een conclusie proberen te trekken uit de hoofdvraag.


3:Wat was de RAF?

De Rote Armee Fraktion (Ned: Rode-Legerfractie) was de actiefste naoorlogse linkse terreurgroep in Duitsland.
De groep ging eerst door het levan als de Baader-Meinhof gruppe.
De groep bestond in het begin uit Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Horst Mahler en de later bij de groep gekomen Ulrike Meinhof.

Vooral in de studentenbeweging ontstond er aan het eind van de jaren \'60 steeds meer onvrede over het feit dat veel bestuurders uit het Nazi-tijdperk nog steeds \'waakten\' over de fundamenten van de Duitse samenleving. Doel van de groep was zich ondergronds tegen \"het systeem\" te verzetten. De Rote Armee Fraktion ageerde verder ook sterk tegen de in Duitsland heersende \"kapitalistische staat\". De naam van de groep was afgeleid van het Russische Rode Leger, de term \"Fraktion\" (een eenheid binnen de Communistische Partij) werd toegevoegd om het verband met de internationale Marxistische strijd te benadrukken. De organisatiestructuur en handelwijzen waren grotendeels geïnspireerd door de Tupamaros, de linkse stadsguerrilla uit Uruguay. Het is bekend dat er banden waren met het toenmalige (communistische) Oost-Duitsland. Zo werd aan Inge Viett, lid van de RAF én de Beweging van de Tweede Juni, onderdak verschaft door de voormalige DDR. Buiten de rechtstreekse politieke belangen in het kader van de Koude Oorlog had de DDR er belang bij om op de hoogte te zijn van op handen zijnde acties van beide groeperingen, teneinde haar Stasi-spionnen in het Westen geen gevaar te laten lopen als gevolg van de verhoogde paraatheid van de regering van de Bondsrepubliek.



Vreselijk is het te doden.
Maar niet alleen anderen, ook onszelf
doden wij waneer het niet anders kan.
Omdat nu eenmaal slechts met geweld deze
dodende wereld te veranderen is,
zoals ieder levend wezen weet.

-Bertolt Brecht-




4:De protestgeneratie

Voordat we in het diepe springen van de RAF, moeten we eerst een soort van basis hebben. Voordat men zich gaat verdiepen in de Rote Armee Fraktion en conclusies gaat trekken, moet men eerst iets weten over de achtergrond situatie.
Om een duidelijker beeld te krijgen hoe een links extremistische organisatie als de Rote Armee Fraktion heeft kunnen ontstaan moet er eerst gekeken worden naar de voorgeschiedenis en in welke omgeving de mensen uit deze organisatie zich ontwikkelden.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een geboorte-explosie over het hele continent Europa, ook wel de Babyboom genaamd. In de jaren zestig bereikte de geboortegolf van 1945-1949 de universiteiten. Tot dan toe waren het instituten waar de elite de aanstaande elite opleidde. Nu kwamen ook jongeren uit lagere milieus naar de universiteiten en met elke hun eigen wensen. Zij hadden de oorlog niet meegemaakt maar wel de het Wirtschaftswunder. De tijd was in die jaren zestig en zeventig rijp voor veranderring. Het was tijd voor onderwijskundige en sociale hervormingen en het verzet tegen de traditionele waarden begon. Het is de tijd van de protestgeneratie. Vreemd genoeg begon het protest niet in Berlijn, Parijs of Londen, maar in Nederland. Hier in ons koudekikkerlandje was alles nog veel vaster geroest als elders in Europa. Het begon in 1963 met studentenvakbewegingen die zich wilde afzetten tegen het toch ouderwetse autoritaire universitaire wereldje. Maar het protest kwam toch vrij langzaam op gang. Pas twee jaar later kwam er eindelijk weer eens wat leven in de brouwerij en werd onder leiding van \"de anti-rookmagier\" Robert Jasper Grootveld, Provo opgericht. Tegenover de suffe burgermaatschappij met zijn gezag en zijn welvaart wilde Provo vrijheid, gelijkheid en creativiteit zetten. Maar het eigenlijke doel was om \'deze maatschappij hartgrondig te provoceren.\' Als inspirerend voorbeeld voor studenten door heel Europa, trok het protest als een deken over ons continent heen. In Frankrijk braken in 1968 hevige studentenrellen uit. Onder leiding van Daniel Cohn-Bendit, ook wel \'Rooie Danny\' genoemd, demonstreerden de studenten tegen de hoge defensie-uitgaven en eisten onderwijshervormingen. In Parijs trad de politie hard op tegen de demonstranten, waarna er rellen uitbraken. De studenten werden in deze strijd gesteund door de arbeiders. Langzaam aan kwam ook in Duitsland de protestgeneratie op gang.



\"Het komt er niet op aan de wereld te begrijpen, het komt erop aan haar te veranderen.\"

- Karl Marx-











5:De Duitse Studenten ontwaken

1967

2 juni 1967
In West-Berlijn wordt de student Benno Ohnesorg door de politie doodgeschoten tijdens ongeregeldheden naar aanleiding van het bezoek van de Sjah van Perzië. Er word naderhand nog vreedzaam geprotesteerd.

1968

April 1968
Een bekende studentenleider Rudi Dutschke wordt levensgevaarlijk gewond door kogels van een jeugdige behoudende tegenstander. Toen sloeg er een ongekende golf van gewelddadigheid door de steden van de Bondsrepubliek, als protest tegen de aanslag op Dutschke en de dood van Ohnesorg, die men nog lang niet vergeten was.

Nadat in Nederland en in Frankrijk de studenten al veelvuldig van zich hebben laten horen, vliegt ook in Duitsland de vlam in de pan. Grote rellen breken uit, wanneer de politie de 22 jarige student Benno Ohnesorg doodschiet. Vanaf dat moment zijn de studenten in Duitsland ook niet meer te houden. Ze wilden protesteren tegen de met nazisme bevlekte Duitse overheid. Ze hadden eigen ideologieën over de Duitse toekomst. Maar een periode van rellen kwamen de studenten elk voor de persoonlijke keuze te staan. In principe maakten ze drie verschillende keuzes. Het grootste deel koos voor een maatschappelijke carrière een ander deel gingen een loopbaan zoeken bij de overheid om hun idealen alsnog te verwezenlijken. Een kleine groep wou de confrontatie niet uit de weg gaan…

De Berlijnse studenten Andreas Baader, zijn vriendin Gudrun Ensslin, Thorwald Proll en Horst Söhnlein hadden twee warenhuizen (Schneider) in Frankfurt in brand gestoken om te protesteren tegen de dood van Benno Ohnesorg en als protest tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij. Met deze actie wonnen ze veel sympathie in links-radicale kringen. De vier studenten werden gearresteerd en veroordeeld, maar Horst Söhnlein zat als enige zijn straf uit: de overige drie doken onder.

1970
Januari 1970
Baader wordt opnieuw gepakt. Hij weet weer te ontkomen, dankzij een spectaculaire bevrijdingsactie van Ulrike Meinhof en Horst Mahler op 14 mei 1970.

\'Andreas zit in de gevangenis en daar moet hij zo spoedig mogelijk uit. Jij schrijft alleen maar, nu heb je de kans ook eens wat te doen.\' Met deze woorden stapt Gudrun Ennslin op 6 april 1970 bij Ulrike Meinhof de deur binnen. Ulrike heeft weinig tijd te antwoorden. Ze knikt, \'o.k. mij heb je.\' Ze verzinnen samen een plan om Baader te bevrijden. Monika Berberich, de assistente van advocaat Horst Mahler, boekt al snel een belangrijk succes. Ze weet voor Baader toestemming te krijgen in het Duitse Instituut voor Sociale Vraagstukken literatuur te raadplegen. Ze had de gevangenisdirectie wijs gemaakt dat hij literatuur nodig heeft, omdat hij samen met Ulrike Meinhof voor de Berlijnse uitgeverij Klaus-Wagenbach een boek wil schrijven over de \'organisatie van jongeren, die tot de randgroeperingen van de maatschappij behoren\'. Inmiddels heeft Ulrike ook twee goede en betrouwbare vriendinnen van haar ingeschakeld en die scharrelen de nodige wapens bij elkaar voor de bevrijding van Baader. Irene Goergens en Astrid Poll, de twee vriendinnen van Ulrike, verkennen ook het terrein en vermomd brengen ze een bezoekje aan het instituut.
Op 14 mei is het zover. In de vroege ochtend gaat Ulrike naar het universiteitsinstituut. Iets na negen verschijnt ook Andreas Baader , begeleid door twee gevangenisbewakers. Hij gaat naast Ulrike aan de leestafel zitten en wachtmeester Karl-Heinz Wegener ziet een uur lang toe hoe beiden extreem erg in hun werk verdiept zijn. Af en toe fluisteren ze elkaar wat toe, wat betrekking heeft op hun werk. Ze pakken het dus zeer professioneel aan. Toch lijkt het tweetal een beetje nerveus. Een van de werknemers van het instituut hoort Ulrike mompelen: \'Als het vandaag niet lukt, proberen we het volgende week nog eens op een andere manier.\' Hij schenkt aan de opmerking verder geen aandacht, waar hij later nog wel eens spijt van zal hebben gehad.
Plotseling wordt de deur open gegooid en stormt er een man de leeszaal binnen. Hij heeft een nylonkous over het hoofd getrokken en hij is gewapend met een machinepistool. Zonder te waarschuwen opent hij het vuur op beide gevangenisbewakers. De 62-jarige Georg Linke duikt iets te laat weg, hij word in de lever getroffen en zakt in elkaar, hij overleeft het echter wel. Voordat zijn collega iets kan beginnen vliegen de kogels hem om de oren. Ook Irene Goergens en Astrid Poll zijn de leeszaal binnengekomen en schieten richting de op de andere gevangenisbewaker. Er vallen verder geen slachtoffers. De groep, met Baader voorop, rent naar de uitgang en ze springen in een gereedstaande Alfa Romeo, die met Astrid Poll aan het stuur wegscheurt. Het bevrijding van Andreas Baader is gelukt.
Een paar dagen later schrijft Ulrike: \'dachten die varkens nu echt dat we onze kameraad Baader twee of drie jaar zouden laten zitten… Geloofden een van die zwijnen werkelijk dat we zouden praten over het beginnen van de klassen strijd zonder ons te bewapenen? Meenden die strontbiggen, die als eerste schoten, dat we ons zomaar laten neerknallen? Wie niet verdedigd, sterft.\' Kort daarop kondigt Ulrike Meinhof in het anarchistenblad Agit 883 de oprichting aan van de Rote Armee Fraktion (RAF), deze naam word later in de volksmond al snel aangeduid met de \'Baader-Meinhofgroep\'. Ulrike schrijft \'om de conflicten op de spits te kunnen laten drijven, bouwen we de Rote Armee op.\' En ze geeft aan medeleden de raad: \'Laat je niet pakken.\' Om dit te voorkomen verdwijnt de groep via Oost-Berlijn naar Jordanië en Syrië, waar Palestijnse verzetstrijders hen trainen in gewapende guerrillamethoden. Daar legt men ook contacten met het Japanse rode leger, dat inmiddels door spectaculaire vliegtuigkapingen onder linkse extremisten naam heeft gemaakt. In de late zomer keert de groep terug en de strijd kan beginnen…



Dat was het startschot voor de oprichting van de \'Rote Armee Fraktion\'.
Intussen groeit de groep steeds verder. Woningen en auto\'s worden in beslag genomen door de groep. Op 15 februari 1971 worden nog eens twee banken overvallen, de gezamenlijk buit hier bedraagt iets meer dan honderdduizend DM. De terreurgroep krijgt steeds meer naamsbekendheid, in de media wordt al gesproken over staatsvijand nummer één. Ulrike Meinhof en Andreas Baader stellen samen een manifest onder de naam Rote Armee Fraktion.

Citaat uit het manifest
De Rote Armee Fraktion legt een verbinding tussen nationale en internationale strijd, tussen politieke en gewapende strijd, tussen de strategische en tactische doelen van de internationale doelen van de internationale communistische beweging.
Stadsguerrilla betekent, ondanks de zwakte van revolutionaire krachten in de Bondsrepubliek en West-Berlijn, hier en nu revolutionair ingrijpen!

In dit manifest ligt de oprichting en grondvesting van de Rote Armee Fraktion als een gewapend links-extremistische beweging. Met deze woorden trekken ze ten strijde tegen het in hun ogen de met nazi\'s bezette overheid.

1972

April-mei 1972
In de lente van 1972 plegen RAF-leden de volgende aanslagen, waarbij doden en zwaargewonden vielen:
-bomaanslag op het Amerikaanse consulaat in Frankfurt (één dode)
-bomaanslag op het politiebureau van Augsburg
-bomaanslag op het gerechtshof in München en Karlsruhe
-bomaanslag op het hoofdkwartier van het Springer-concern (uitgever van \'Bild\', het toonaangevende blad in die jaren.)
-bomaanslag op het hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Heidelberg (drie doden)
-bomaanslagen op Hamburgse warenhuizen

Juni 1972
150 met machinepistolen bewapende politie-agenten, gesteund door pantserwagens houden Andrea Baader aan. Hij wordt door een scherpschutter gewond. In diezelfde maand wordt de hele kern van de RAF opgepakt, waaronder Ensslin, Raspe, Meinhof en Meins. Ze worden opgesloten in een speciale vleugel van de Stammheim gevangenis in Stuttgart.

17 juni 1972
Het Hooggerechtshof schorst Otto Schily als advocaat van Gudrun Ensslin. Hij zou lid zijn van een criminele organisatie. Hij zou een brief van Gudrun Ensslin aan Ulrike Meinhof uit de gevangenis hebben gesmokkeld. Alleen hij kon dat hebben gedaan.

September 1972
Tijdens de Olympische Spelen in München, waar de Bondsrepubliek zich wilde presenteren als vrolijk, liberaal en democratisch (in tegenstelling tot de Spelen van 1936 onder nazi-regiem)gijzelt de Palestijnse groep \'Zwarte September\' de Israëlische afvaardiging. Twee Israëli\'s worden gedood. Op het vliegveld mislukt de ontzettingsactie van de Duitse politie. Er vallen 15 doden. Negen Israëli\'s worden gedood, vijf Palestijnen en een politieman. De RAF verklaart zich solidair met de Palestijnen en benadrukt het internationale karakter van de revolutionaire strijd tegen uitbuiting.

November 1972
Ulrike Meinhof wordt opgesloten in een geluidsdichte isoleercel van een speciale vleugel van de gevangenis van Keulen-Ossendorf.
Een aantal juristen protesteert tegen het isolement van de RAF-gevangenen. Zij noemen het \'sensorische deprivatie\' (=beroofd worden van de zintuigen) en achten het gelijk staan aan geestelijke marteling.






6:Het Groot worden en \'Vallen\' van de RAF

Nadat de RAF-leden door Palestijnse verzetstrijders zijn getraind in gewapende guerrillamethoden komen ze in de late zomer van 1970 terug in West-Berlijn. Daar huren ze onder schuilnamen twee woningen. Op 24 augustus van dat jaar laat de Baader-Meinhof-groep voor het eerst weer van zich horen. Op die avond dringen drie gemaskerde RAF-leden een Westberlijnse supermarkt binnen en roven 21000 Mark, de toenmalige geldsoort. Vier weken later overvallen drie gemaskerde RAF-groepen, van in totaal twaalf personen, drie Westberlijnse bankfilialen. Deze keer in de buit veel groter dan de vorige keer: 250000 Mark. Het personeel en andere mensen in de bankfilialen worden met machinegeweren onder schot gehouden. Als even later de politie arriveert zijn de leden er al met gestolen auto\'s vandoor. De RAF-leden laten een berichtje achter, met de tekst: \'onteigend de vijanden van het volk.\' De auto\'s worden later teruggevonden, maar van de inzittenden ontbreekt natuurlijk ieder spoor. De politie vermoedt dat de Baader-Meinhof-groep achter deze acties zit, op grond van de gebruikte tactiek. Een week later weten ze dit echter pas zeker. Op 8 oktober komt bij de Westberlijnse politie een anoniem telefoontje binnen waarin de beide hoofdkwartieren van de groep worden verraden. Later blijkt dit telefoontje van een verrader uit de eigen groep te zijn geweest. De politie gaat naar de adressen toe, aangezien er niemand thuis is gaan ze posten tot de leden zelf in de val lopen. Men hoeft niet lang te wachten. Kort voor zes uur \'s avonds stopt er een auto voor het huis en Horst Mahler stapt uit. Hij is vermomd met baard en nephaar en hij heeft een pistool op zak. Hij geeft zich rustig over: \'Compliment, heren.\' De 34-jarige ex-advocaat was het brein van de groep. Zijn arrestatie komt hard aan. Harder dan de vrijwel gelijktijdige arrestatie van zijn assistente Monika Berberich of van de 24-jarige burgemeestersdochter Brigitte Asdonk, van Irene Goergens of Ingrid Schubert, die ook onder andere had meegeholpen aan de ontsnapping van Andreas Baader. Tegen Mahler, Schubert en Goergens vindt in het voorjaar van 1971 een proces wegens medeplichtigheid aan de bevrijding van Baader plaats. Schubert word tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld en Goergens tot zes jaar. Mahler wordt daarentegen vrijgesproken. Hij blijft echter in voorarrest, omdat men hem er ook van verdenkt mee te hebben gewerkt aan de overvallen op de drie West-berlijnse bankfilialen.
Na deze politieactie gaan de overgebleven leden van de groep alle kanten op. Een deel blijft in West-Berlijn rondom Andreas Baader. Hij maakt wilde plannen om de gearresteerde leden te bevrijden met onder andere helikopters, deze plannen worden echter nooit uitgevoerd. Baader slaagt erin zijn groep met nieuwelingen uit te breiden. Eerst sluit Beate Sturm zich aan, maar zij verlaat de groep echter snel weer. Twee andere blijken echter blijvertjes: Holger Meins en Jan Carl Raspe. Beiden zullen snel doorgroeien tot de harde kern van de Baader-Meinhofgroep en zullen voor de groep zeer belangrijk worden. Inmiddels heeft ook Ulrike Meinhof een groep rondom haar bij elkaar gescharreld. Na korte tijd is deze tweede groep druk bezig overal in de Bondsrepubliek wapens, identiteitspapieren en kentekenbewijzen te stelen en nieuwe onderkomens in te richten. Eind december komen Baader en zijn aanhang over uit West-Berlijn en beide groepen verenigen zich weer.
Al snel volgen echter al weer nieuwe tegenslagen. Op 20 december wordt Karl-Heinz Ruhland in Oberhausen opgepakt en twee dagen later word de 23-jarige Heinrich Jansen in Neurenberg gearresteerd. Beiden zijn leden van de RAF. Geleidelijk worden ze steeds verder in het isolement gedrongen. Als gevolg van een steeds intensievere klopjacht van de politie wordt het zelfs in ultralinkse kring moeilijk om hulp en onderdak te vinden.
Als op 15 januari 1971 negen bewapende mannen en vrouwen twee spaarbanken in Kassel overvallen en er met ruim 100000 Mark vandoor gaan, grijpt de West-Duitse minister van binnenlandse zaken, Genscher, in. Hij is ervan overtuigd dat dit weer een daad was van de Baader-Meinhofgroep en hij scherpt de opsporingsacties aan en zet de gehele recherche op deze zaak. Op 6 mei 1971 wordt Astrid Poll aan het stuur van een Alfa Romeo door Hamburgse agenten tot stoppen gedwongen. Volgens de politie grijpt ze naar haar pistool, maar de agenten zijn haar net nog net op tijd voor en ze word dodelijk getroffen door een agent. Op 15 juli slaat de Hamburgse politie opnieuw toe. Het RAF-lid Petra Schelm(20) wordt aangehouden bij een verkeerscontrole. Ze raakt in paniek en wil haar pistool trekken, ze word nog voordat ze haar pistool heeft al doodgeschoten door een agent. Haar 23-jarige vriend Werner Hoppe geeft zich daarop over. Maar niet alleen aan de kant van de Baader-Meinhofgroep vallen slachtoffers, ook aan de andere kant vallen die. Wanneer er in de nacht van 21 op 22 oktober 1971 een aantal RAF-leden weer door de Hamburgse politie wordt gesnapt, ontstaat er een vuurgevecht. Bij dit vuurgevecht wordt een wachtmeester, Norbert Schmid, dodelijk getroffen. De politie slaagt erin de 22-jarige psychologiestudente Margrit Schiller te arresteren. Zij wordt later veroordeeld voor de moord, maar het is nooit bewezen of zij wel degene was die het fatale schot heeft afgevuurd.
Het gebeuren met politieman Schmid maakt de politieautoriteiten nog nerveuzer. Op 5 december schieten agenten RAF-lid Georg von Rauch bij een huiszoeking neer, terwijl hij met zijn handen omhoog tegen een muur staat. Dit onbeheerste optreden brengt in West-Berlijn vijfduizend demonstranten op straat en overal in Duitsland en in andere landen leid dit tot de nodige ophef. De strijd van de RAF gaat echter \'gewoon\' door.
Op 22 december doet een aantal Baader-Meinhofleden onder leiding van Holger Meins een overval op een bank in Kaiserslautern. De 32-jarige opperwachtmeester Herbert Schoner arriveert met een aantal collega\'s razendsnel ter plaatse en ziet de overvallers er met een gestolen Alfa Romeo vandoor gaan. Hij zet de achtervolging in, maar hij wordt doodgeschoten. De politie noemt Holger Meins of de 24-jarige RAF-lid Peter Grashof als de mogelijke daders. Een maand later wordt Peter Grashof gearresteerd als de politie een inval doet in een plaatselijke hoofdkwartier van de groep. Voordat de politie hem arresteert, schiet hij de 50-jarige hoofdcommissaris Hans Eckhardt neer, hij overlijdt twintig dagen later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Op dezelfde dag dat Grashof ernstig gewond wordt overmeesterd, schiet een rechercheur in burger een 23-jarige man dood in het centrum van Augsburg. Hij verdacht hem ervan lid te zijn van de RAF, terwijl later bleek dat daar geen sprake van was.
Deze escalatie van geweld trekt extreem ultra linkse studenten aan, die de tweede generatie RAF-leden worden. De tweede generatie was even genadeloos als hersenloos, terwijl de eerste generatie nog over zoiets als een ideologie beschikte. Die was politiek en intellectueel ook niet om naar huis te schrijven, maar Ulrike Meinhof en consorten waren in elk geval nog van het soort dat boeken las. De zogenaamde tweede generatie zorgde ervoor dat de acties nog genadelozer werden, hetgeen weer feller tegenweer van de politie uitlokt.
Ondanks de ongekend intensieve speurtocht, wordt het een korte tijd stil rond de groep. Later blijkt dat de leden deze periode benutten om nieuwe, uitgebreidere terreuracties te organiseren. Op 11 mei 1972 ontploffen op het hoofdkwartier van het Vijfde Amerikaanse Legerkorps in Frankfurt drie zelfgemaakte bommen. Een Amerikaanse luitenant-kolonel overleeft de aanslag niet, terwijl er ook een grote materiële schade is. Een \'Commando Petra Schelm\' eist de verantwoordelijkheid voor de aanslag op. Als reden voor de daad gaf de groep op dat zich binnen het computercentrum het hoofdkwartier bevond, van waaruit de hernieuwde Amerikaanse bombardementen op Noord-Vietnam werden geleid.

Men is nauwelijks van de schik bekomen als de volgende dag in Augsburg een bom explodeert op het hoofdbureau van de politie. Nog geen uur later explodeert er een bom in het kantoor van de centrale politie in Munchen. Maar de acties van de groep worden niet alleen gericht op de gebouwen van de politie. Dat ondervindt de Westberlijnse rechter Wolfgang Buttenberg, die nauw betrokken is bij het onderzoek tegen verscheidene RAF-leden. Dagelijks rijdt hij met zijn auto naar het gerechtshof. Op 15 mei heeft zijn vrouw de wagen nodig en neemt hij het openbaar vervoer. Als mevrouw Buttenberg die dag weg wil, explodeert de auto wanneer zij het contactsleuteltje omdraait. Ernstig verwond wordt ze afgevoerd naar het ziekenhuis. Vier dagen daarna is het Springerhoofdkwartier in Hamburg doelwit van een bomaanslag. Zeventien mensen lopen verwondingen op. En vijf dagen later is er al weer sprake van een bomaanslag. Deze keer is de explosie opnieuw in een hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Heidelberg deze keer. Drie Amerikaanse soldaten komen om het leven. De Baader-Meinhofgroep eist de verantwoordelijkheid van alle bomaanslagen op zich.
De paniek in Duitsland is compleet. Politiebureaus over het hele land worden overstroomd met bommeldingen, waarvan extreem veel vals zijn. Bijvoorbeeld in Stuttgart, een stad met 700000 inwoners, komt het leven tot stilstand als achter elkaar drie bommeldingen binnenkomen. Er gebeurt echter weer niets. In heel het land is de politie druk bezig met het opsporen van RAF-leden. In heel het land wordt het verkeer opgehouden voor het onderzoek van de politie, alleen in Stuttgart al worden in drie dagen vijftienduizend personenauto\'s onderzocht. In heel het land worden woningen onderzocht en de politie post bij verscheidene openbare gebouwen en ministerswoningen. De politie ziet in ieder mens een mogelijk RAF-lid. Maar ondanks het feit, dat minister Genscher hen tot staatsvijand nummer één heeft verklaard en 150000 agenten op pad heeft gestuurd, word niemand van de hoofdpersonen (Baader, Meinhof, Raspe, Meins, Ennslin) gevonden. De recherche heeft echter wel enige hoop dat deze personen spoedig worden gepakt…
Toch gaan deze hoofdpersonen uiteindelijk allemaal in de fout en worden ze opgepakt. Als eerst worden Raspe, Meins en Baader opgepakt.

„Ich betrachte mich immer noch als Marxisten. Der Marxismus lehnt den Terror … individuellen Terror und Terror kleiner Gruppen ohne Massenbasis als revolutionäre Waffe ab … Subjektiv ist anzunehmen, dass sie ihre Aktion für eine politische Aktion halten und gehalten haben. Objektiv ist das nicht der Fall. Wenn politische Aktion willentlich zum Opfer von Unschuldigen führt, dann ist das genau der Punkt, wo politische Aktion, subjektiv politische Aktion, in Verbrechen umschlägt.“
– Herbert Marcuse-




7:Andreas Baader bij zijn arrestatie

Dit gebeurde vanzelfsprekend niet onopvallend. Eind mei huurt een RAF-lid een woning van een doodgewone woningverhuurder in Frankfort. Hij stelt zich voor als Allermann en vraagt beleefd of hij de woning kan huren. Samen komen ze eruit en de man gaat de woning huren. De verhuurder merkt echter niet dat de dagen daarna allerlei vreemde gele pakketjes bij het huis worden afgeleverd. Dit wordt wel gemerkt door een groepje mannen, die de politie waarschuwen. De politie stelt een onderzoek in en komt erachter dat het huis alleen word gebruikt als opslagplaats. De gele pakjes blijken springstof te bevatten. Ze worden door de politie vervangen door andere pakjes, met als inhoud een onschadelijke poeder, die er precies hetzelfde uitzien. Op donderdag 2 juni 1972, \'s ochtends om een uur of vijf, zien de verdekt opgestelde rechercheurs een rode Porsche de straat binnenrijden. De auto stopt voor de woning en er stappen drie mannen uit. De rechercheurs grijpen gelijk in. Één van de drie wordt gelijk gepakt, de andere twee vluchten in de garage. Het blijkt Jan-Carl Raspe te zijn. De rechercheurs roepen gelijk om versterking en binnen een kwartier hebben 150 agenten met honden de woning omsingeld. Ze worden gedekt door scherpschutters en pantserwagens. Omwonenden krijgen te horen dat ze binnen moeten blijven. Er kunnen schoten vallen. Dan richt de luidspreker zich tot het tweetal in de garage: \'U bent in een situatie, waarin u ons tot niets kunt dwingen wat wij niet willen. Wees daarom verstandig, gooi u wapens weg en kom eruit.\' Als er niet word gereageerd, vuurt de politie traangassen af in de richting van de deur. Dan vallen er van beide kanten schoten en vervolgens geven beide mannen zich over. Het blijken Andreas Baader en Holger Meins te zijn. Baader zakt met een schotwond in de rechterzij in elkaar. Meins wordt gedwongen zich uit te kleden en Baader wordt wild schreeuwend met een brancard afgevoerd.
Nog geen week later gaat de volgende hoofdpersoon in de fout. Gudrun Ensslin wordt gearresteerd in een Hamburgse boetiek. Ze heeft haar handtasje halfopen. De winkelier ziet dat en waarschuwt meteen de politie, zonder te weten wie de vrouw is. De winkelier houd de vrouw aan de praat en korte tijd later komen er rechercheurs in burger de boetiek binnen en arresteren de vrouw. Heel Duitsland is verheugd dat er weer een belangrijke RAF-lid is opgepakt. In Bonn onderbreekt bondskanselier Brandt een zitting in de Bondsdag: \'Dames en heren, ik krijg zojuist het bericht binnen dat Gudrun Ensslin in Hamburg is opgepakt.\' Alle drie de fracties zijn zeer verheugd en applaudisseren. Na deze arrestatie zijn er veel mensen die zich afvragen of Ensslin zich misschien expres heeft laten arresteren. Haar vriend en minnaar Andreas Baader was immers ook net opgepakt.
Drie dagen later worden opnieuw twee (minder prominente) leden opgepakt. Het zijn Brigitte Mohnhaupt en Bernard Braun. Het tweetal wordt door een patrouillerende agent herkend en na het oproepen van versterking worden beiden gearresteerd. Ze blijken gewapend met een pistool en handgranaten.
Als laatste is het de beurt aan Ulrike Meinhof om als prominente lid van de RAF te worden gearresteerd. Op 15 juni 1972 krijgt de Hamburgse politie een tip, dat een man en vrouw zich onder verdachte omstandigheden ophouden in een woning in het bij Hannover gelegen Langenhagen. Direct denkt de politie aan de Baader-Meinhofgroep. De volgende dag wordt het huis door de politie omsingeld. Beide bewoners opgepakt zonder geweld. De vrouw weigert haar naam te noemen, maar naar medisch onderzoek worden de vermoedens bevestigd: Ulrike Meinhof.
Heel Duitsland haalt opgelucht adem. Het is afgelopen. Denkt men…


Die Autoren zeigen sich außerstande, konkret zu argumentieren. Sie sülzen abstrakt daher. Das Papier ist stilistisch eine Zumutung, es fehlt an klarer Gedankenführung und wimmelt von Wiederholungen.“
– Der Spiegel-


8:Propaganderen en honger lijden

1973

Januari 1973
40 van terrorisme verdachte gevangenen gaan in hongerstaking tegen het systematische isolement dat zij ondergaan. De gevangenisdirectie sluit het water in hun cel af. Hongerstaken zonder drinken is niet mogelijk. Juristen protesteren. Deze actie leverde weer een grote rel op in de Duitse samenleving.

Februari 1973
Het Hooggerechtshof verwerpt de advocatenuitsluiting van Schily. Er bestaat geen wettelijke regeling. Het Hof dringt aan op een regeling. (Verteidigerausschluss)

Mei 1973
80 van terrorisme verdachte gevangenen gaan in hongerstaking. Zij eisen gelijkstelling met andere gevangenen en ongecensureerde informatie over de buitenwereld. De gevangenisdirectie tracht opnieuw door het afsluiten van de waterleiding de staking te breken. De rechter verbiedt de systematische isolatie als ongrondwettig.

In 1973 zat de halve top van de Rote Armee Fraktion achter slot en tralies. Volgens Augustin waren dit ook juist de belangrijkste mensen uit de groep. Zij waren de drijvende kracht. Met de arrestaties was de strijd met de RAF niet afgelopen, hij ging slechts een nieuwe fase in. Wat de leden verloren aan vrijheid wonnen ze aan martelaarschap. Er ontstond een tweede generatie van de RAF, die het vrij krijgen van de leiders als belangrijkste doel van de voortgezette strijd zag. Maar ook bovengronds kregen de RAF-gevangenen hulp: bijna direct na de arrestaties ontstond een internationale steunbeweging voor de \'politieke\' gevangenen van de RAF. Niet geheel ten onrechte, want de Duitse justitie ging zeker in het begin heel ver in haar beveiligingsmaatregelen. Duitse gevangenissen hadden voor de jaren zeventig nooit terroristen te bewaken gehad, ze waren een nieuw soort gast, georganiseerder en gevaarlijker dan anderen. En de Duitse justitie werd daar zo nerveus van dat de ene wettelijke noodmaatregel naar de andere werd afgekondigd. Voor bezoek werd hier en daar de \'Trennscheibe\' (een glasplaat tussen de gevangen en de bezoek) iets wat inmiddels ook in Nederland heel gebruikelijk is, maar in de jaren zeventig nog heel uitzonderlijk was.

Gevangenen werden in sommige gevallen soms geïsoleerd. Uit angst dat hun idealen op andere gevangen zouden overslaan. Zelfs kwam het voor dat het licht in een cel vierentwintig uur per dag werd aangehouden ter controle. Allemaal volslagen nieuwe voor de jaren zeventig. De gevangen lieten dat niet over hun kant en begonnen in pers, via hun advocaten, een ontzettend slimme propagandastrijd. Ze spraken van \'marteling\', \'isolatiefoltering\' en \'sensorische deprivatie.\' En zo schepten ze de sfeer, dat in Duitsland nog steeds het fascisme aan de macht zat. En opnieuw werden ze bij justitie nerveus. De gevangen wisten steeds beter omstandigheden te vergaren. Meer bezoek, meer tijd buiten de cel, meer mogelijkheden om elkaar te zien. En kregen ze hun zin niet dan was er altijd nog, de bij justitie gevreesde maatregel, de hongerstaking.

Volgens de voormalige RAF-expert van het Bundeskriminalant, Alfred Klaus, waren de zogenaamde slechte gevangenisomstandigheden allemaal propagandaleugens. \"Het hoorde allemaal bij de strijd van de RAF, ze wilden de bewapende strijd tegen deze \'imperialistische zweinenstaat\' vanuit de gevangenis voortzetten en door de staat voortdurend van folter en fascisme te beschuldigen lukte dat heel aardig.\"

1974

Februari 1974
De slagkracht en bevoegdheden van inlichtingendienst, politie, mobiele eenheid, Grenzschutztruppen, antiterreureenheden wordt opnieuw door de Bondsregering uitgebreid om gelijke kansen te scheppen tussen terroristen en overheid

November 1974
Holger Meins overlijdt in Stammheim ten gevolge van een hongerstaking. Zijn advocaat stelt de gevangenisdirectie verantwoordelijk voor zijn dood \"want zij bepalen de voorwaarden waaronder gevangenschap plaatsvindt.\" Günther von Drenkmann, president van het Berlijnse gerechtshof, wordt doodgeschoten door de groep \'2 juni\' om Holger Meins te wreken. In de hele Bondsrepubliek wordt de actie \'Winterreise\' gevoerd.

Zwaar bewapende politie en grenstroepen versperren wegen en controleren scherp. Invallen worden gedaan in als \'links\' bekend staande advocatenkantoren, drukkerijen, kantoren en woongemeenschappen. De actie wordt met grote hardheid gevoerd, interieurs worden vernield en personen gewond. De 23 gezochte personen worden niet gevonden.
Minister Maihofer verklaarde dat \'Winterreise\' vooral het imago en zelfbewustzijn van de politie ten goede was gekomen.

De hongerstaking wordt in 1974 voort gezet en ook Augustin gaat over tot dit ultieme chantagewapen. Hij wil betere gevangenisomstandigheden af dwingen. Net als de anderen kreeg ook hij dwangvoeding toe gediend.

\"Men heeft mij met een gynaecologische tang mijn mond open gewrongen, daar een dikke slang van een centimeter dik door mijn keel gewurgd, en dan twee liter van een of andere brij doorheen gepompt, die ik, zodra de slang er weet uit was, meteen weer heb uitgekotst. Ik ben er ook dood misselijk van geweest, wat dat betreft had het niet veel effect. Ik heb ook een of twee keer in coma gelegen, hebben ze natuurlijk gebruik van gemaakt me aan het infuus te leggen.\" De dood van Holger Meins zet de hele situatie weer op zijn kop. Het openbaar ministerie werd verweten dat ze hem hadden laten verhongeren. Terwijl Holger Meins zich met geweld verzette, als men over ging tot dwangvoeding. Enerzijds wilden ze geen dwangvoeding en zagen dat als foltering, maar toen Meins overleed werd de staat aangeklaagd. Dat was hun strategie.

Tegen de tijd dat de speciale vleugel in Stammheim af was, in april 1974 lag de kwestie van de RAF-gevangenen zo gevoelig, dat justitie doodsbang was voor een misstap. Dankzij een sterke advocatenlobby en collectieve hongerstakingen hadden de gevangenen afgedwongen, dat ze gezamenlijk werden opgesloten. Ze hadden radio, televisie en een enorme privé-bibliotheek. Ze hadden wel ieder hun eigen cel (Baader had er op zeker moment zelfs drie) maar ze mochten een groot deel van de dag bij elkaar in en uitlopen en ze hadden een gezamenlijke ruimte waar ze elkaar mochten ontmoeten om hun proces voor te bereiden. Daar was een bewaker, maar die mocht niet binnen gehoorsafstand komen. Ze hadden langere bezoekuren dan de andere gevangen en Baader wist zelfs voor elkaar te krijgen dat hij zijn eigen biefstukjes in de cel mocht bakken.

29 november 1974
Ulrike Meinhof wordt tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens haar betrokkenheid bij meerdere terroristische aanslagen. Ook Horst Mahler worden veroordeeld, hij krijgt een gevangenisstraf van 14 jaar opgelegd.

December 1974
De Bondsdag verandert de spelregels van rechtszaken:

* Contacten tussen advocaten en van terrorisme verdachte gevangenen kunnen worden verhinderd wanneer er verdenking bestaat dat de advocaat zijn omgang met de verdachte misbruikt om misdaden te begaan.
* Contacten tussen van terrorisme verdachte gevangenen en hun advocaten mogen slechts plaatsvinden wanneer zich tussen hen een scheidingsruit bevindt
* Advocaten mogen niet tegelijkertijd meerdere van terrorisme verdachte personen verdedigen.De post van advocaten van terreur verdachte personen moet gecontroleerd worden.
* Contacten tussen advocaten en gevangenen kunnen worden verhinderd wanneer er verdenking bestaat dat de advocaat zijn omgang met de verdachte misbruikt om de zekerheid, dat de verdachte wordt vervolgd, in gevaar te brengen. Concentratie van het rechtsproces: de rechtbank zal voortaan voor kleinere delicten een rechtszaak kunnen beginnen, omdat is gebleken dat grote processen tegen terroristen door teveel \"ballast\" worden opgehouden. […] De verkleining van een proces heeft ook ten doel dat lange oorkonden niet langer voorgelezen hoeven te worden, en dat duidelijk overvloedig bewijsmateriaal geblokkeerd kan worden.
* Verordening jegens getuigen: bij absentie moeten getuigen op tijd een verontschuldiging indienen; anders wordt - ook bij een verontschuldiging achteraf - een reglementaire boete opgelegd.
* Afkeuring van rechters: het proces hoeft niet noodzakelijk meer onderbroken te worden, als een opdracht tot vervanging van een rechter (uit twijfel over diens onafhankelijkheid) wordt ingediend. Ook moeten fouten bij de bezetting van de rechtbank niet automatisch tot een nietigverklaring van het oordeel leiden.
* Het optreden van een advocaat kan geweigerd worden, wanneer \"bepaalde omstandigheden de verdenking opwekken\" De maximumstraf voor geweldsdelicten wordt verhoogd van 15 naar 20 jaar gevangenisstraf.

In aanloop naar het grote proces, tegen vijf van de belangrijkste hoofdverdachten, op 21 mei 1975 veroordeeld het Openbaar Ministerie twee meesterbreinen achter de Rote Armee Fraktion. Duitse overheid bereid zich goed voor op het proces in mei en besluit om een aantal wetten aan te passen.
In december 1974, vlak voor aanvang van het proces, verandert de Bondsdag een aantal wetten, die in het nadeel zijn van de RAF-gevangenen. De RAF-advocaten zijn woedend en laten in de media niks heel van de Duitse staat. Deze aanpassing van de wetten leveren de Rote Armee Fraktion alleen nog maar meer sympathisanten op. 2 februari 1975 stoppen de gevangen met de hongerstaking. Het is dan nog 109 dagen tot aan het proces.

1975

Februari 1975
De Berlijnse CDU-voorzitter Lorentz wordt ontvoerd. Hij wordt vrijgelaten in ruil voor vrijlating van vijf RAF-leden. Dit levert weer zeer veel tumult en aandacht van de media op.

Maart 1975
Imgard Moller en Gerhard Muller worden beide tot vierenhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Dit is voor de Duitse Justitie een grote overwinning en een goed voorbereiding op het proces dat over twee maand van start gaat.

April 1975
Een RAF-commando bezet de ambassade van de bondsrepubliek in Stockholm en eist vrijlating van RAF-leiders. De groep brengt een springlading tot ontploffing waarbij twee RAF-leden en twee diplomaten omkomen. Siegfried Hausner wordt zo zwaar door geweerkolven gewond dat hij later in Stammheim overlijdt.

Het is een grote schok voor Berlijn en Duistland als op 27 februari 1975, de Berlijnse burgemeesterskandidaat van de CDU, Peter Lorenz, wordt ontvoerd. De kidnappers eisen de vrijlating van Verena Becker, Gabriele Krocher-Tiedermann, Ingrid Siepmann, Rolf Heissler en Rolf Pohle. En omdat niemand van deze gevangenen wegens moord is aangeklaagd, besluit de Duitse Staat om in te gaan op de ruil. In maart 1975 wordt Lorenz weer vrijgelaten.

Nog vol van de geslaagde vrijlating van de zes RAF-leden, wordt op 25 april 1975 de Duitse ambassade in Stockholm overvallen. Zes, met pistolen en springstof gewapende, Duitsers stormen de 2e etage van de Duitse ambassade. Met elf gijzelaars in hun handen eisen ze de vrijlating van zesentwintig gevangenen, waaronder; Andreas Baader, Ulrike Meinhof, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe. De Zweedse politie probeert het gebouw te binnen te dringen. Ze komen tot de eerste etage. Maar als ze op aan dringen van de gijzelnemers zich niet terugtrekken, wordt Andreas Baron von Mirbach doodgeschoten. De politie trekt zich snel terug uit het gebouw. Om acht uur \'s avonds komt het bericht binnen dat Bondskanzelier Helmut Schmidt niet in gaat op de eisen. \" Meine Herren, mein ganzer Instinkt sagt mir, daß wir hier nicht nachgeben dürfen.\"

Dit heeft een tweede slachtoffer tot gevolg, ook Dr. Hillegart wordt doodgeschoten. Dertien minuten voor middernacht ontploft de springstof van de terroristen, twee van hen komen om het leven, de anderen zijn ernstig verbrand. Hoewel er twee burger slachtoffers zijn gevallen bij deze aanslag, is het toch een succes te noemen voor de Duitse Staat. Anders als bij de Lorenz affaire, houdt de Duitse regering hier wel stand tegen de eisen van de RAF.

21 Mei 1975
In het speciaal voor dit ingerichte rechstgebouw in Stammheim begint vandaag het proces tegen Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Ulrike Meinhof en Jan-Carl Raspe. De voorzittende rechter is Dr. Prinzig.

Na 3 jaar lange voorbereidingen begint op 21 mei 1975 in Stammheim, een voorstad van Stuttgart, \'het\' proces van Duitsland. Samen met het Neurenbergproces is dit het aller grootste proces van Duitsland. Zoals al eerder genoemd in dit verslag, had de Duitse regering in 1974 een aantal wetten veranderd, wat het hebben van meerdere advocaten verbood. Zo kon het dat Andreas Baader aan het begin van het proces zichzelf verdedigde. Hij vertrouwde de aangesteld advocaat niet. Uit eindelijk wordt Dr. Hans Heinz Heldmann zijn advocaat. De advocaten bepleiten dat, ten gevolge van de hongerstaking, de gevangenen niet ondervraagbaar zijn, maar de gevangenisarts verwerpt deze aanklacht zonder onderzoek te hebben gedaan. De gevangen eisen een objectief onderzoek, maar deze aanvraag word afgewezen. Waarop Baader de voorzittende rechter uitmaakt voor een \'\"faschistisches Arschloch.\' De andere gevangenen stemmen hiermee in en worden afgevoerd.

Op 23 september wordt er dan eindelijk onderzoek gedaan en uit dit onderzoek blijkt dat deze gevangenen zo slecht ondervraagbaar zijn, dat ze maar drie uur per dag deel mogen nemen aan het proces. Uit onderzoek komt naar voren dat de reden voor de slechte staat waarin de gevangenen verkeren, te wijten is aan de conditie van de gevangenis. Vanaf september 1975 is het even rustig rondom de RAF en het proces. Ook buiten de gevangenispoorten om, wordt even rust gehouden.

1976

Januari 1976
Het proces gaat door, maar ook de strijd buiten de gevangenis wordt niet stop gezet. Overal in het land laten RAF-symphatisanten en RAF-leden van zich horen. Het lijkt er op dat de links-extremistische groep met de dag groter wordt. Dit baadt de Duitse regering ernstige zorgen

Mei 1976
Ulrike Meinhof wordt dood aangetroffen in haar cel.

November 1976
Siegfried Haag en Roland Mayer worden gearresteerd

Op 4 mei 1976 geven de RAF-advocaten de hele affaire weer een nieuwe wending. Zij willen Richard M. Nixon, Melvin Laird, Willy Brandt, Helmut Schmidt, Ludwig Erhard en George Kiesinger laten getuigen voor de rechtbank, in sage de kwestie of Amerika in Vietnam zich schuldig gemaakt heeft aan volkerenmoord. En als deze daden ook van Duitse bodem waren gecoördineerd, dan waren de aanslagen van 1972 op Heidelberger Kaserne en de IG-Farben-Haus gerechtvaardigd. Baader, Ensslin en Raspe distantiëren zich van de aanslag op het Springer gebouw. Ulrike Meinhoff distantieert zich op haar beurt steeds meer van de andere RAF-leden in de gevangenis. 4 mei is ook de laatste keer dat Meinhoff de rechtszaal betreedt.

Op 9 mei 1976 wordt het tweeënveertig jaar oude, levensloze lichaam van Ulrike Marie Meinhof in cel 719 gevonden. Ze had zich opgehangen aan repen textiel, die ze om de tralies had geknoopt. Na autopsie bleek dat ze was omgekomen door zelfophanging. Desalniettemin waren er meteen twijfels bij deze zelfmoord. Er was geen afscheidsbrief en ook was volgens veel mensen het textiel niet sterk genoeg een vrouw van 68 kilo te kunnen houden. Veel mensen verdenken de overheid van moord. Het jaar 1976 brengt net als zijn voorganger niet veel nieuws in het proces en in de samenleving. Maar hoe groot is het contrast met 1977. Een jaar waarin de hele Duitse samenleving en regering op zijn kop staat.

1977

Januari 1977
De voorzittende rechter, Prinzig, wordt van zijn post geheven, nadat hij er van beschuldigd was dat hij vertrouwelijke documenten door had laten lekken naar de pers.

April 1977
Een eenheid van de RAF schiet in Karlsruhe de openbare aanklager, \'terroristenjager\' Siegfried Buback en twee personen met wie hij thuis was, dood. De RAF spreekt van een executie.

April 1977
Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe worden veroordeeld door de Duitse Justitie.

Juli 1977
Jürgen Ponto, voorzitter van de raad van bestuur van de Dresdener Bank, wordt door een RAF-eenheid doodgeschoten tijdens een poging tot ontvoering.

Er is de laatste tijd weinig gehoord van de RAF buiten het proces en de gevangenis om. 1976 was zoals men dat noemt een \'rustig jaar.\' Maar haat en de afkeer tegenover de Duitse Staat is er nog steeds bij de RAF-leden die nog op vrije voeten zijn. Volgens veel leden is het tijd om een weer eens een daad te stellen. Op 7 april van het jaar 1977 in Karlsruhe rijden twee terroristen van de RAF op een motor tot naast de dienst Mercedes van Siegfried Buback, de openbaar aanklager. Als de auto bij een verkeerslicht tot stilstand komt, schieten de twee terroristen met hun automatische wapens op de auto. Zowel de chauffeur als Buback komen om. Een executie, zo luidt de verklaring van de RAF, die de verantwoordelijkheid van de moord opeist. Buback zou verantwoordelijk zijn voor de moord op Holger Meins (dood na hongerstaking), Siegfried Hausner (dood door schedelbreuken na klappen met geweerkolven) en Ulrike Meinhof (zelfmoord.)

Er was na de moord nog sprake van uitstel van het proces tegen de RAF-gevangenen, maar er werd besloten dat deze aanslag het proces niet in de weg mocht zitten. Op 28 april 1977, na een proces van 2 jaar, worden Baader, Ensslin en Raspe alledrie veroordeeld tot driemaal levenslang plus 15 jaar gevangenisstraf. Ze zijn schuldig bevonden aan drie moorden, zes pogingen tot moord, verder worden ze mede verantwoordelijk gehouden van een aantal aanslagen, waarbij 27 mensen om het leven zijn gekomen. Ook het oprichten van een criminele organisatie word hen ten laste gelegd.





9:De \'Duitse Herfst\'

Op 5 september 1977 werd werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer ontvoerd door de RAF. In de schietpartij die volgde vielen vier doden. De ontvoerders eisten vrijlating van de gevangenen in Stammheim, in ruil voor het leven van Schleyer. Toen was het afgelopen met
de vrijheden van de Stammheim-gevangenen. Sterker nog, de regering besloot tot de zwaarste inperking van de rechten van de gevangenen tot dan toe: de \'Kontaktsperre\'. Zolang de ontvoerde niet was gevonden mochten de gevangenen met niemand meer contact hebben. Niet met elkaar, niet met familie en zelfs niet met hun advocaten. Hans martin schleyer had een curriculum vitae om je vingers bij af te likken: Lid van de NSDAP, leider van de nationaal-socialistische corpora aan de universiteiten van Heidelberg en Innsbruck, SS-Untersturmführer en industrieel plunderaar van het bezette Bohemen en Moravië. In 1942 prees de jonge manager zichzelf aan in een brief aan Wilhelm Frick, minister van Binnenlandse Zaken in de regering-Hitler: \'Ik ben een oudgediende nationaal-socialist en SS-leider en ik mag van mijzelf zeggen, dat ik... Heil Hitler!\' Was getekend dr. Hanns Martin Schleyer, die een carrièrefase verder zowel voorzitter van de werkgeversorganisatie als van het millionenschwere Daimler-Benz-concern zou worden.
De Rote Armee Fraktion had zich ogenschijnlijk geen betere kandidaat als ruilobject kunnen wensen: een ex-nazi, een ultrarechtse ondernemer met sociale opvattingen waar de honden geen brood van lustten. Niet alleen vond Schleyer dat stakingen moesten worden verboden, bovendien was hij van mening dat het wettig gezag het recht had om diezelfde stakers dood te schieten.
Daar zat hij plotseling in zijn \'volksgevangenis\', gefotografeerd met een polaroidcamera, met de doodsangst in zijn ogen en een kartonnen bord (\'Gefangener der RAF\') om zijn hals. Het is blijkbaar nooit tot de stadsguerrillero\'s doorgedrongen dat dit, propagandistisch gezien, niet de manier was om de sympathie van de volksmassa\'s te winnen. Wat Schleyer nooit was gelukt, lukte zijn ontvoerders: hij kreeg plotseling menselijk trekken.
Wolf Biermann -de Duitse dichter en protestzanger met de onafscheidelijke gitaar-, toch geen vriend van het West-Duitse grootkapitaal, vertelde wat door hem heenging, toen hij die foto onder ogen kreeg: \'Ik zag geschokt hoe de man, met zijn symboolbeladen kapitalistenhoofd, was veranderd in een lijdend, medelijden opwekkend individu, een man voor wie men niets dan sympathie kan voelen. Het was een foto waarop slechts één onderschrift van toepassing was: Ecce homo - ziet, een mens! En omdat ik in politieke categorieën denk, was ik extra getroffen door het feit dat het de vertwijfelde helden van de Rote Armee Fraktion was gelukt om van dit prototype van een kapitalistische uitbuiter, met een speknek, met mensuren op zijn volgevreten gezicht en met dichtgegroeide vetogen, te transformeren tot iemand die meer leek op de lijdende Jezus Christus dan op de wisselaars die deze ooit de tempel heeft uitgeranseld.\'

Op 13 oktober kaapten Palestijnse extremisten, die samenwerkten met de RAF, een passagiersvliegtuig. Ook zij eisten de vrijlating van de RAF-top. Enkele dagen later, op 17 oktober, werd er ingegrepen. De Duitse antiterreureenheid GSG9 bestormde het vliegtuig en bevrijdde de gijzelaars. Wonderbaarlijk genoeg overleefden alle passagiers de actie (drie van de vier gijzelnemers werden doodgeschoten).

In de namiddag van 19 oktober 1977 werd ter redactie van het Franse dagblad Libération een brief bezorgd en daarin werd meegedeeld dat er een einde was gemaakt aan het \'beklagenswaardige en corrupte bestaan\' van Hans Martin Schleyer, de ontvoerde voorzitter van het werkgeversverbond, die de laatste 43 dagen van zijn leven in een \'volksgevangenis\' opgesloten was geweest. Helmut Schmidt, de bondskanselier, kon hem ophalen in de rue Charles Péguy in Mullhouse, waar een groene Audi met een Duits nummerbord stond geparkeerd.
De toenmalige Bondskanselier liet deze taak over aan de politie, die het lijk van het slachtoffer in de kofferbak aantrof. De dode droeg dezelfde kleren als op de dag, zes weken eerder, waarop hij door zijn beulen van de weg was geplukt. In zijn mond vonden de doktoren enige grasresten, wat erop wees dat Schleyer ergens in de vrije natuur om het leven was gebracht. Blijkbaar was hij voorover getuimeld nadat hem die drie dodelijke kogels door zijn kapitalistische kop waren gejaagd.
Het was het sluitstuk van een paar werkelijk krankzinnig dagen, waarin louter doden vielen. Alles was erop gericht om de harde kern van de Baader-Meinhofgroep de gevangenis uit te chanteren. En alles mislukte. De Duitse regering weigerde Schleyer als ruilobject in te zetten. De vier Palestijnse terroristen die een vliegtuig van de Lufthansa hadden gekaapt, stierven allen op het vliegveld van Mogadishu onder het geweervuur van een anti-terreurcommando. Het nieuws bereikte, via de radio, vlak na middernacht ook het cellenblok te Stuttgart. Toen beseften Gudrun Ennslin Andreas Baader, Jan-Carl Raspe, en Irmgard Möller dat zij waarschijnlijk nooit meer op vrije voeten zouden komen en trokken hieruit de consequenties. Gudrun Ensslin had zich opgehangen aan een elektriciteitskabel Andreas Baader had zich in de nek geschoten, Jan Carl Raspe in het hoofd, en Irmgard Möller had zich in de borst gestoken. Haar zelfmoordpoging mislukte echter en ze werd afgevoerd naar het ziekenhuis. De Duitse herfst was ten einde.

Hierna loeiden er hevige discussies van jewelste op. Collectieve zelfmoord, zei de BRD. Moord, zei heel links Duitsland. Artsen, die de lijken onderzochten bevestigden de zelfmoordthese, maar er bleven veel vragen die nog altijd niet zijn opgelost. Aangenomen wordt dat de wapens zijn binnengesmokkeld door advocaten, maar dat is nooit honderd procent bewezen. Toch zijn de meeste historici het er inmiddels over eens, dat zelfmoord de meest waarschijnlijke optie is. De gevangenen waren net tot levenslang veroordeeld en ze wisten, via een geheime radioconstructie die later werd ontdekt, dat de vliegtuigkaping was mislukt dus dat er geen enkel zicht was op bevrijding. Het enige wat hen overbleef, was het ensceneren van een viervoudige moord, als laatste en meest vernietigende aanklacht tegen de staat.





10:De Rote Armee Fraktion na 1980

Na moord op Martin Schleyer en de dood van Ensslin, Baader en Raspe wordt het stil rond de RAF. Maar ze heffen zich niet op. Zoals hier onder op het kaartje is te zien, blijven ze doorgaan met aanslagen. Wel moet daar bij gezegd worden dat dit wel een geheel andere generatie is, met andere idealen. De impact van deze nieuwe generatie RAF-leden is niet zo groot als die was in de jaren zeventig. Na de opheffing van de DDR in 1990 wordt de activiteit van de RAF ook geleidelijk minder. Het optreden van de RAF in de jaren tachtig en negentig kan misschien het best omschreven worden met \'veel woorden, maar weinig daden.\' In 1998 is het dan echt over en uit de Rote Armee Fraktion. Als reden werd gegeven dat de objectieve voorwaarden voor de gewapende strijd in de loop der tijd zijn veranderd en dat andere strategieën de voorkeur krijgen. Hier eindigt dus 28 jaar Rote Armee Fraktion.






11:Korte biografieën van de belangrijkste RAF-leden

Andreas Baader
Baader werd geboren op 6 mei 1943 in München. Zijn vader was een historicus die in 1945 op werd gepakt en sindsdien vermist is gebleven. Andreas ging sociologie studeren en interesseerde zich voor de literatuur en de filosofie. In 1965 krijgt hij met zijn toenmalig vriendin een dochtertje. Op 4 april 1968 werd hij gearresteerd voor brandstichting in een warenhuis. Hij wordt daarvoor veroordeeld tot 3 jaar cel. In afwachting van het hoger beroep werd hij op 13 juni 1969 vrijgelaten. Toen het hoger beroep vijf maanden later werd afgewezen, vluchtte Baader naar Parijs. Aan het begin van februari 1970 keerde hij terug naar Duitsland waar hij op 3 april werd gearresteerd. Op 14 mei 1970 werd hij bevrijd door onder meer Ulrike Meinhof. Hij vertrok in juni van datzelfde jaar naar een trainingskamp van de Palestijnse terreurgroep PFLP in Jordanië. Op 9 augustus keerde hij weer terug naar Duitsland. Baader gaat zich bezighouden met bankovervallen. Op 1 juni 1972 werd Baader gearresteerd in Frankfurt. Het proces tegen hem begint op 21 mei 1975 en op 28 april 1977 wordt hij veroordeeld tot 3 maal levenslang plus 15 jaar. Op 18 oktober 1977 schiet Baader zichzelf in zijn cel dood. Hij wordt negen dagen later begraven in Stuttgart.

Ulrike Marie Meinhof
Meinhof werd geboren op 7 oktober 1934. Studeerde filosofie, pedagogiek en sociologie. Ze werd actief in de antinucleaire beweging in Duitsland. In september 1959 ging ze werken voor Konkret, een communistisch studentenblad. Ze werkte zichzelf uiteindelijk op tot hoofdredactrice. In december 1961 trouwde ze met Klaus Rohl, de redacteur van Konkret. In 1962 onderging Meinhof een hersenoperatie. Ze liet zich in 1967 scheiden van haar echtgenoot. In april 1968 nam ze deel aan linkse studentenrellen. Ze leerde er Baader, Ensslin, Proll en Sohnlein van afstand kennen en volgde een proces tegen hen in oktober 1968. Op 7 mei 1969 wilde Meinhof het kantoor van Konkret aanvallen. Ze vertrok met zo\'n 80 aanhangers en een aantal panden werden vernield. Meinhof vertrok naar Berlijn en sloot zich aan bij de groep rond Mahler. Zo kwam ze in contact met Baader en Ensslin. Meinhof deed mee aan de bevrijding van Baader op 14 mei 1970. In juni van dat jaar vertrok ze naar een trainingskamp van de PFLP in Jordanië. Op 15 juni 1972 werd Meinhof gearresteerd. Ze werd in november 1974 veroordeeld tot 8 jaar cel voor haar aandeel in de bevrijding van Baader. Op 8 mei 1976 hing Meinhof zichzelf op in haar cel.

Gudrun Ensslin
Ensslin werd geboren op 15 augustus 1940. Op 4 april 1968 werd zij gearresteerd voor brandstichting in een warenhuis. Op 31 oktober 1968 werd ze veroordeeld tot 3 jaar cel. in afwachting van het hoger beroep werd ze op 13 juni 1969 vrijgelaten. Vijf maanden later werd het hoger beroep afgewezen en vluchtte Ensslin naar Parijs. Op 14 mei 1970 hielp zij mee met de bevrijding van haar vriend Andreas Baader die was gearresteerd. In juni 1970 vertrok zij naar Jordanië naar een trainingskamp van de PFLP. Op 9 augustus keerde ze terug naar Duitsland. Ensslin wordt op 7 juni 1972 gearresteerd en op 28 april 1977 tot 3 maal levenslang plus 15 jaar veroordeeld. Op 18 oktober 1977 hing ze zichzelf op in haar cel. Ze werd op 27 oktober begraven.

Horst Mahler
Mahler werd geboren op 23 januari 1936. Hij werd de advocaat van Baader. Rond 1968 verzamelde hij samen met Meinhof een groep terroristen om zich heen. Later sloten, Baader, Ensslin en Meinhof zich hier bij aan. Feitelijk was Mahler de oprichter van de Rote Armee Fraktion. Op 8 juni 1970 vertrok hij naar een trainingskamp van de PFLP in Jordanië. Hij keerde op 9 augustus weer terug naar Duitsland. Op 8 oktober 1970 werd hij gearresteerd. Mahler werd tot 14 jaar cel veroordeeld. Hij kwam aan het begin van de jaren-80 weer vrij. Zijn politieke standpunten maakten toen een complete ommekeer Hij werd extreem conservatief. Tegenwoordig is hij nog steeds politiek actief en heeft hij een eigen website.

Jan-Carl Raspe
Raspe werd geboren op 24 juli 1944. Hij is medeoprichter van de groep \'Kommune II.\' In 1968 begon hij met de studie sociologie. Hij sloot zich aan bij de groep rond Baader. Op 1 juni 1972 werd hij samen met Baader gearresteerd. Op 21 mei 1975 begon het proces en op 28 april 1977 werd hij tot 3 maal levenslang plus 15 jaar veroordeeld.
Op 18 oktober 1977 schoot hij zichzelf dood in zijn cel. Negen dagen later werd hij begraven in Stuttgart.

Holger Meins
Meins werd in augustus 1941 geboren. Begon in 1966 aan een studie aan de academie van Film en TV-Wetenschappen. Hij sloot zich aan het begin van 1971 aan bij de RAF. Op 1 juni 1972 werd hij samen met Baader gearresteerd. Hij werd veroordeeld en stierf op 9 november 1974 in zijn cel na een hongerstaking.

Ronald Augustin
De RAF had één Nederlands lid: de Amsterdamse graficus Ronald Augustin. Hij was opgegroeid in Amsterdam, maakte de Provobeweging mee maar was net iets te jong zelf mee te doen. Hij liep wel mee in demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, slikte ook LSD, werkte voor kleine linkse krantjes, maar het was allemaal niet echt wat hij zocht. In 1969 volgde hij een Duitse vriendin naar West-Berlijn, waar hij midden in de linkse \'szene\' terechtkwam. Hij was 21 toen hij zich aansloot bij de RAF.

Augustin, die als jongen een opleiding grafische ontwerpen had gevolgd, bleek zeer bruikbaar te zijn voor de RAF. Het vervalsen van paspoorten kon men gerust aan de Nederlanders overlaten. Nadat hij in de kranten las over de bevrijding van Andreas Baader, wist hij voor zichzelf gelijk, dat hij daar bij wilde horen. Hij wilde ze dan ook het liefst zelf ontmoeten en met ze praten. Andreas Baader straalde volgens Augustin; wilskracht, daadskracht. Met Baader en Ensslin houdt Augustin ook het meeste contact.

Maar de kern van de RAF was terughoudend in het toelaten van nieuwe leden, maar Augustin was waardevol dankzij zijn grafische achtergrond. Naarmate meer leden van de RAF door de politie werden gezocht, was er meer behoefte aan valse identiteitspapieren. Bovendien had de Nederlander het voordeel dat hij nog niet gezocht werd door de politie. Augustin: \'Ik heb een business opgezet als graficus, die als cover kon dienen om een donkere kamer te hebben en al het materiaal, dat nodig was om papieren te vervalsen. En langzaam ben ik wat meer dingen gaan doen. Het ging vooral om de organisatie van logistiek en het voeren van politieke discussies met mensen, om te kijken in hoeverre ze betrokken wilden worden bij het organiseren van de illegaliteit.\'

Bij de logistiek hoorde ook het zogenaamde \'regelen\' van auto\'s. Daarbij hield Augustin er altijd rekening mee dat hij gepakt kon worden. \'We gingen geen auto jatten zonder gewapend te zijn, om voorbereid te zijn op een poging ons te arresteren.\' Voor zulke gelegenheden kreeg Augustin een pistool van iemand uit de RAF-kern te leen. Een eigen wapen kreeg hij pas toen hij in 1971 moest onderduiken omdat de politie hem op het spoor was. Het onderduiken maakte het leven er niet makkelijker, maar wel een stuk duidelijker op. De overstap naar de illegaliteit betekende een belangrijke promotie in de RAF-hiërarchie. Vanaf dat moment mocht Augustin ook meediscussiëren over nieuwe aanslagen.

Ronald Augustin liet zich op een vrij domme manier arresteren. Hij zat in de trein van Amsterdam naar Berlijn. Toentertijd was er nog een grenscontrole op de trein. Hij was zo dom geweest om zijn pistool in een tasje te stoppen en niet gewoon in zijn gordel. En op het moment dat de douaneambtenaar vraagt of hij die handtas even open wilde maken, kon zij naar eigen zeggen niets anders doen dan zijn wapen trekken. \" Ik heb toen niet geschoten, omdat er twee meisjes in mijn coupe zaten, die niets met mij te maken hadden\" Augustin wordt gearresteerd en wordt veroordeeld. Zeven jaar zat hij gevangen (1973-1980), wegens het vervalsen van paspoorten voor de RAF en het met een pistool bedreigen van een douanebeambte. In de documentaire die wij gezien hebben, verteld Augustin over deze ervaring in de cel. Op de vraag is het het waard geweest? antwoordt Augustin: \"Als ik ja of nee moet antwoorden, zeg ik ja. Het gaat er voor mij niet om wat voor prijs ik er voor heb betaald. De zeven jaren in de gevangenis zijn voor mij geen verloren jaren geweest. Ik heb me daar ontwikkeld en strijd kunnen voeren. Die zeven jaar is relatief nog een lage prijs vergeleken met de dood van mensen waarmee ik verbonden was. Maar dat is iets wat we van het begin af aan wisten, dat was de inzet van de strijd.\" Als hij gevraagd wordt of hij het nu weer zou doen, is Augustin heel even stil. Dan antwoordt hij zonder twijfel: \'In dezelfde politieke omstandigheden denk ik dat ik het nu precies weer zo zou doen, en dan misschien beter. Ik zou me misschien niet zo snel laten pakken.\' Hij is dus een man zonder spijt. De zeven gevangenis jaren waren voor Augustin ook zeker niet gemakkelijk. Meerder malen is hij in hongerstaking gegaan, maar hij zit zijn straf uit. Nu, bijna 25 jaar later, is hij een respectabele consultant van 52 jaar met een keurige snor.



\"Het verleden is het deeg dat gekneed wordt voor het brood dat vandaag op tafel komt.\"

- Vladimir Ulyanov Leninbou -






12:Conclusie

Wat waren de doelstelling van de Rote Armee Fraktion en wat was haar rol in de Duitse samenleving?

In ons profielwerkstuk zijn we veel te weten gekomen over het reilen en zeilen van de Rote Armee Fraktion. Maar het was de bedoeling dat we een antwoord zouden vinden op onze hoofdvraag. We hebben voor het maken van dit werkstuk heel veel moeten lezen en vaak ging dat leeswerk ook gepaard met enige kennis van vreemde talen. De meeste informatie was namelijk in het Duits en het koste vaak veel moeite om het te vertalen. Nadat alle informatie was doorgespit restte ons niks anders dan om plaats te gaan nemen achter de computer en te beginnen met het verwerken van de vergaarde kennis. Zoals gebruikelijk begint men bij het begin en zo ook wij. Bij de oprichting van de Rote Armee Fraktion was er een duidelijke doelstelling en motivatie. Baader en Meinhof waren van de generatie die was opgevoed met het besef dat hun land onder de Nazi\'s onvoorstelbaar kwaad had aangericht. En daarom waren ze in hun tijd gespits geraakt op iedere vorm van Nazisme in hun samenleving. Rechters uit de oorlog en zakenmensen met een naziverleden die nog winst maakten, moesten van hun post worden verdreven. Tegen dat soort schandvlekken waren ze gaan protesteren. Ze begonnen met demonstreren. De media dook er bovenop. Uitgeverij springer, noemde ze langharige nietsnutten, die niks anders konden dan schoppen tegen de maatschappij. Staatsvijand nummer één werden ze genoemd. Vanaf dat moment was het een spreekwoordelijke en misschien toch ook wel letterlijke oorlog. In hun acties en gedachten werden ze steeds extremer.
Voor het simpele demonstreren en protesteren was geen plaats meer, er was groter geschut nodig. De oprichting van een criminele organisatie, al zagen zij dat natuurlijk anders, was onvermijdelijk. Moord en geweld kregen de overhand in hun acties. In het begin leek het allemaal nog vrij ongevaarlijk, al was de overheid wel op zijn hoede. In een enquete van \"Bild-Zeitung\" in 1971 bleek dat nog geen 18 procent van de Duitse bevolking van het bestaan van de Rote Armee Fraktion afwist. Een paar jaar later zou de uitkomst van de enquête er waarschijnlijk heel anders uit zien. Baader, Ensslin, Meinhof, Raspe, Meins en ook Augustin behoorden tot de 1e generatie RAF-leden. Zij zaten echter in 1972 allemaal achter slot en grendel. Ennslin en Meinhof waren de drijvende kracht achter de RAF tot 1972. Meinhof was de stem van de RAF, Ensslin de motor en Baader was de man van de daad. Hij was intellectueel gezien minder dan zijn vrouwelijke collega\'s maar hij wist dit met wilskracht en persoonlijkheid te compenseren. Raspe was tot zijn arrestatie de grote organisator achter de schermen. Nu in 1972 al deze belangrijke RAF-kopstukken in de cel zitten, gaat de gedachte dat de golf van geweld in Duitsland nu wel over zou zijn. Maar niks bleek minder waar. In de gevangenis ging de strijd verder.
Zoals in ons verslag ook al naar voren komt, was de berechting van de RAF-leden een heel nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Duitse Justitie. Nooit eerder hadden ze terroristen moeten berechten en ze wisten niet goed hoe ze hier mee om moesten gaan. Ze konden hun genvangen niet grof behandelen, anders zouden ze de Rote Armee Fraktion gelijk geven, wat betreft de opmerking dat het fascisme in Duitsland nog steeds regeerde.
Op deze manier konden de RAF-gevangenen zich veel vrijheden en verzachtende omstandigheden toe eigenen. De media was altijd een vijand van de Rote Armee Fraktion geweest, alleen bij het voeren van propaganda hadden ze hen wel nodig. Zo lieten ze via hun advocaten in de media weten dat ze zich onmenselijk behandeld voelden. De Duitse regering werd nagenoeg gek van ze. Hoe konden ze deze gevangen stoppen? Wij denken dat ze toch goed gehandeld hebben. Ze hadden niet veel anders kunnen doen. Ze zaten nogal in een benarde positie.
Ze hebben veel wetten aangepast, die wij nu als heel normaal beschouwen. Zoals het recht op bezoek. De plazenplaat tussen de bezoeker en de gevangene was nieuw. Het vierentwintig uur per dag aanhouden van licht in de cel was voor die tijd nog vrij exotisch.
Terug naar de Rote Armee Fraktion als organisatie…
Nu de belangrijkste personen achter de organisatie van de RAF gevangen zaten, moesten andere mensen de taken overnemen. In de media spreekt met van een tweede generatie. Deze leden, waren geweldadiger in hun acties. Maar ze waren niet zo geniaal en intellectueel begaafd als de leden van de eerste generatie. Een ideologie ontbrak bij deze nieuwe groep. Ze vochten niet voor dezelfde dingen als waarvoor de andere RAF-leden gevangen zaten. Het kwam later zelfs nog tot een derde generatie, maar deze stond eigenlijk niet meer in verband met de eigenlijke ideologie achter de RAF.
In de loop van de jaren zeventig, pleegden de RAF steeds meer aanslagen. In het begin kon de RAF nog rekenen op enige sympathie vanuit de samenleving. Maar deze toch morele steun van het volk werd met de aanslag verspild. Uiteindelijk werd de Rote Armee Fraktion, ook voor het volk, een bedreiging voor Duitsland als natie. De haat van het volk kwam tot een hoogtepunt in de sombere, duistere nadagen van 1977, ook wel de Duitse Herfst genoemd. Vreemd genoeg kreeg Martin Schleyer, toch een vermeend oud-nazi, de steun van het volk. Door de foto, die de hele wereld overging, leek Schleyer een onschuldige, bange man, met wie je alleen maar medelijden kon hebben.
Na de geslaagde ruil actie tussen zes RAF-gevangenen en de burgemeesterskandidaat Lorenz, in 1975, dachten ze bij de RAF, met deze actie ook wel een paar \'kameraden\' vrij te krijgen. Ook met een vliegtuig kaping probeerden ze mensen vrij te krijgen. Maar de regering bleef voet bij stand houden en gaf niks toe. De gijzelaars in het vliegtuig werden gelukkig, zonder slachtoffers bevrijdt. Na deze bevrijdingsactie speelde er zich een drama af in de gevangenis van Stammheim, waardoor de Rote Armee Fraktion voor altijd in de geschiedenisboeken zal blijven staan. Baader, Ensslin en Raspe worden alle drie dood in hun cel gevonden. Baader en Raspe hebben zich, volgens verklaring van de Duitse overheid, met een pistool om het leven gebracht. Ensslin had zichzelf opgehangen. Meteen kwam de vraag of het moord of zelfmoord was. In ons verslag wilden wij niet te veel op dit onderwerp ingaan, ten eerste omdat het al tot op de bodem is onderzocht en ten tweede zouden wij nooit een antwoord op deze vraag krijgen. Van beide kanten zijn er aannemelijke verklaringen, dat hun theorie de juiste is. Met dood van deze RAF-gevangenen en de moord op Schleyer is eigenlijk ook het hoofdstuk Rote Armee Fraktion afgerond. Natuurlijk hielden ze pas in 1998 op te bestaan, maar de ziel van de groep ging samen met de lichamen van Baader, Ensslin en Raspe onder de grond.
Tijdens het schrijven van deze conclusie komen de verschrikkelijk beelden van de bomaanslag in Madrid door de ETA op ons netvlies. Vanochtend, 11 Maart 2004, is er in een metrostation een aanslag gepleegd, met meer dan tweehonderd doden. Nog steeds zijn er terreurbewegingen actief door heel Europa, en zelfs over de hele wereld.
In een conclusie hoor je altijd de vraag te stellen, wat ben ik nou echt te weten gekomen en wat heb ik geleerd van het maken van dit verslag. Nou wij hebben allebei het gevoel dat we echt Rote Armee Fraktion kenners zijn geworden.
Ik denk dat we ook genoeg gezegd over de RAF. Wel zijn we nog achter wat andere dingen gekomen. Een goede planning is essentieel voor het doen slagen van een werkstuk. Wij moeten bekennen dat wij ons in het begin hadden verkeken op het maken van dit profielwerkstuk. Het begin was veel belovend, we hadden er allebei zin in, maar toen het niet opschoot met de informatie en toen bleek dat bijna alles in het Duits was kregen we toch een grote terugslag. Af en toe pakten we het werk wel weer op, maar het meeste bleef toch lange tijd liggen. Maar we hebben allebei het gevoel dat we onder druk het beste presteren en zie daar het eindresultaat. Volgend jaar als we gaan studeren moeten we toch maar gaan proberen om wat meer volgens een planning te gaan werken en proberen nog beter de tijd te verdelen.
We willen nu ook deze conclusie en daarmee ook ons profielwerkstuk eindigen. Ik heb altijd geleerd dat je een werkstuk moet afsluiten met een citaat. Wij hebben gekozen voor een citaat van Karl Marx en één van Lenin, omdat ze helemaal in de filosofie van de RAF liggen.



13:bronvermelding

-http://www.rafinfo.de/index.php

-Christian Klar
Schönbornstr. 32
76646 Bruchsal

-Birgit Hogefeld
Obere Kreuzäckerstr. 4
60435 Frankfurt

-http://www.baader-meinhof.com

-http://www.vecip.com/default.asp?onderwerp=356

-Der Baader Meinhof Komplex(ISBN: 3426800101 )

Samenvatting Management & Organisatie: Percent

Samenvatting Onderdeel 1

Hoofdstuk 1

Een organisatie is een geordende groep mensen die met behulp van bepaalde middelen samenwerkt om vooraf geplande doelen te bereiken.
Elke organisatie heeft:
1 een doel (meestal winst maken)
2 een plan
3 middelen (bijvoorbeeld grond, gebouwen, inventaris, geld)
4 mensen
5 leiding (of management)

Een organisatie maakt winst als haar totale geldelijke opbrengsten (of baten) in een bepaalde periode groter zijn dan de totale in geld uitgedrukte kosten (of lasten).
Commerciële organisaties, ook wel “profit organisations” streven ernaar zoveel mogelijk winst te maken. Niet-commerciële organisaties, ook wel “non-profit organisations” streven niet naar winst. Hun doel is vaak ideëel van aard (zoals goede doelen).

Als manager moet je de volgende taken vervullen:
1 Plannen, dit is het formuleren van in de toekomst te realiseren doelen (resultaten) en het vaststellen van de daarvoor noodzakelijke activiteiten.
2 Organiseren, is het regelen en verdelen van taken, bevoegdheden en middelen over de leden van de organisatie.
3 Leidinggeven, is het sturen, beïnvloeden en motiveren van de werknemers.
4 Controleren, “bewaken” dat de organisatie de gestelde doelen op de voorgeschreven manier bereikt.

Strategische plannen worden ontwikkeld door het topmanagement en beschrijven de algehele doelen van de organisatie. Deze plannen hebben vaak een lange termijn: tussen de 3 à 5 jaar en 15 à 20 jaar.
Tactische plannen betreffen de concrete activiteiten die moeten leiden tot het strategische doel. Ze worden in de regel gemaakt in samenspraak tussen top- en middenmanagement van de organisatie. Dit soort plannen hebben een iets kortere termijn: tussen de 1 en 3 á 5 jaar.
Tot slot de operationele planning, dit is het concrete, uitvoerende niveau. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plaatsen van inkooporders, uitvoeren van reclamecampagnes etc.

Een begroting is een overzicht van de te verwachten financiële gevolgen van een plan.

Schoolbestuur
|
rector
|
conrectoren
|
vaksectieleiders
|
Docenten

Schema’s die ingedeeld zijn van hoogste baas naar steeds lager, zoals we hierboven zien, noemen we organogrammen.
Wanneer een onderneming er groot genoeg voor is zal deze waarschijnlijk enkele gespecialiseerde stafdiensten hebben, zoals de afdeling personeelszaken, de afdeling marketing en prometie etc. Deze diensten dienen ter ondersteuning van de feitelijke kernactiviteiten van de organisatie.
Als dit soort stafdiensten worden ingevoerd is er geen zuivere lijnorganisatie meer, maar zijn er een aantal aftakkingen aan vast komen te zitten, dit noemen we: lijn-staf organisatie.

Ook kennen we nog de functionele organisatiedtructuur, hierbij wordt het totale pakket aan opeenvolgende activiteiten opgesplitst en onderverdeeld in afzonderlijke afdelingen: inkoop, productie, verkoop. Zie onderstaand voorbeeld:

Directeur
|
-------------------------------------------------
| | |
Chef inkoop Chef productie Chef verkoop

Projecten zijn opgebouwd uit diverse activiteiten, die uitgevoerd worden door verschillende afdelingen of specialisten en die uiteindelijk moeten leiden tot een duidelijk omschreven resultaat.
Kenmerken van een projectorganisatie zijn:
1 Het is een geheel van bij elkaar horende activiteiten, waarbij diverse personen met verschillende deskundigheden bij zijn betrokken.
2 Het totaal aan activiteiten moet op een concreet omschreven einddoel (een product) gericht zijn.
3 De totale doorlooptijd moet in de tijd begrenst zijn.
De mensen die werken aan zo’n project krijgen een projectleider toegewezen.

Het uitoefenen van controle is het logische sluitstuk van alle managementtaken:
1 Je hebt een doel als leidinggevende
2 Je maakt een plan om dat doel te bereiken
3 Je organiseert mensen en middelen om dat plan uit te voeren
4 Ten slotte controleer je of de uitvoering van het plan tot het gewenste doel heeft geleid. De bevindingen die de controle opleveren, kun je gebruiken bij het stellen van nieuwe doelen en het maken van de daarbij behorende plannen.

In elke organisatie moet de leiding de organisatie beheersen en onder controle hebben. Om dat te bereiken staan diverse middelen ter beschikking. De totale set aan maatregelen die een organisatie op dit terrein neemt, vormen samen het stelsel van administratieve organisatie en interne controle (afgekort als ao/ic). Een belangrijke ao/ic-maatregel is de functiescheiding.
Aan het begin hiervan staat een goede administratie: feiten en gebeurtenissen moeten worden vastgelegd. Ook moet regelmatig een eenvoudige verbandscontrole worden toegepast zoals:
* beginvoorraad + ontvangsten - afgiften = eindvoorraad.

In grote bedrijven kan men veel verder gaan met functiescheiding dan in het kleine. In het ideale geval zijn de volgende functies van elkaar gescheiden en verdeeld over verschillende mensen:
1 Beschikken of beslissen (bijvoorbeeld de bevoegdheid om goederen te bestellen of te verkopen). Grote organisaties beschikken over een gespecialiseerde inkoopafdeling. De medewerkers van die afdeling hebben de nodige warenkennis en kennen bovendien de inkoopmarkt zeer goed.
2 Bewaren (bijvoorbeeld als magazijnmeester of kassier). Veel goederen vragen om bijzondere bewaarcondities, zodat ook hiervoor specialisten zijn aangetrokken. Onderdeel van de taak van de magazijnbeheerder is het bijhouden van een voorraadadministratie.
3 Uitvoeren(bijvoorbeeld materialen of onderdelen verbruiken in de productie). De productiechef zal in de regel de bevoegdheid hebben zaken aan het magazijn te onttrekken. Hij registreert dat verbruik op werkbonnen. Achteraf moet blijken dat het verbruik volgens de werkbonnen en volgens de voorraadadministratie met elkaar in overeenstemming is.
4 Registreren (het administratief vastleggen van de gebeurtenissen als inkopen, verkopen, verbruiken). Deze registrerende taak wordt meestal uitgevoerd door een financiële administratie of boekhouding.
5 Controleren of de eerste vier functies goed zijn uitgeoefend (bijvoorbeeld door het uitvoeren van steekproefcontroles of door het leggen van verbandscontroles). Deze controlerende taak gebeurt door of namens de leiding van de organisatie. In kleinere organisaties kan de leiding deze taak zelf nog uitvoeren, maar in grotere organisaties stelt men ook hiervoor specialisten aan.

Interne controle is elke vorm van controle die wordt uitgeoefend namens of door de leiding van de organisatie.

Hoofdstuk 2

Een arbeidsovereenkomst is een afspraak tussen een werkgever en een werknemer waarbij de werknemer zich verplicht arbeid te verrichten ten behoeve van de werkgever. De werkgever heeft de verplichting de werknemer een beloning te geven.
Een arbeidsovereenkomst geeft beide partijen, werkgever en werknemer, over en weer rechten en plichten. Wat de plicht van de ene partij is, is het recht van de andere.
* De werknemer moet:
1 De arbeid zo goed mogelijk verrichten.
2 De arbeid zelf verrichten (de werknemer mag dus niet “een ander” sturen)
3 De voorschriften van de werkgever opvolgen
4 Zich als een goed werknemer gedragen
* De werkgever moet:
1 Tijdig het loon betalen
2 Vakantie- en snipperdagen geven met behoud van loon
3 De werknemer behandelen zoals een goed werkgever dat behoort te doen
4 Na het verstrijken van de dienstbetrekking desgevraagd een getuigschrift geven

Aan het in dienst hebben van personeel zijn diverse aspecten verbonden. We behandelen hieronder de belangrijkste door achtereenvolgens de volgende fasen na te lopen:
1 De werving en selectie
2 Het dienstverband
3 Het ontslag

*1
Wervingsmethoden:
* De open sollicitatie: de werknemer solliciteert op eigen initiatief bij een bedrijf.
* De personeelsadvertenties in kranten en tijdschriften
* De arbeidsbureaus: dit zijn overheidsinstellingen belast met arbiedsbemiddeling
* De uitzendbureaus: particuliere ondernemingen die bemiddelen bij het afsluiten van tijdelijke arbeidscontracten
* De inzet van “recruiters”: personeelsmedewerkers van bedrijven die op scholen en universiteiten voorlichtingsbijeenkomsten met betrekking tot hun organisatie organiseren, met als doel aspirant-medewerkers te werven
* De “Head Hunters”: particuliere ondernemingen die in opdracht van werkgevers geschikte kandidaten zoeken voor een bepaalde functie.

Als een sollicitant door de selectie is gekomen, krijgt hij tegenwoordig vaak in de eerste instantie een tijdelijk contract. De werkgever wil eerst beoordelen wat voor “vlees hij is de kuip heeft”. Volgens de wet kan er bij een vaste betrekking, dat is een arbeidscontract voor onbepaalde tijd, een proeftijd van maximaal twee maanden worden overeengekomen. Veel werkgevers vinden die proeftijd te kort. Pas als het tijdelijk contract (meestal een jaar) naar tevredenheid is uitgediend, geven zij aanstelling voor onbepaalde tijd. Bovendien zijn er ook nog allerlei “flexibele” arbeidscontracten mogelijk. Zo is bij een toenemend aantal arbeidscontracten sprake vaan deeltijdwerk. Voorbeelden van flexibele arbeidscontracten zijn ook de oproepcontracten en de zgn. nul-urencontracten. Bij een oproepcontract komen werkgever en werknemer een bepaald aantal werkuren overeen, maar de werkgever bepaalt op welke tijden hij de werknemer daarvoor oproept. Bij een nul-urencontract is zelfs het aantal werkuren niet vastgelegd. Zodra de werkgever werk beschikbaar heeft, roept hij de werknemer op.

Ondernemingen met ten minste 50 werknemers moet een ondernemingsraad in het leven roepen, om de medezeggenschap van de werknemers te regelen.
De ondernemingsraad heeft een aantal belangrijke bevoegdheden:
1 Recht op overleg, ten minste 6 maal per jaar moeten de ondernemer en de OR gezamenlijk overleggen.
2 Recht op informatie, de ondernemer moet de OR allerlei informatie verstrekken over het bedrijf.
3 Recht op consultatie, bepaalde besluiten mag de ondernemer niet nemen zonder eerst advies te winnen bij de OR.
4 Recht op medebeslissen, in de wet zijn twaalf onderwerpen genoemd waarover de OR mag meebeslissen. Het gaat hierbij om onderwerpen die rechtstreeks het personeel betreffen en feitelijk deel uitmaken van de secundaire arbeidsvoorwaarden.

Functioneringsgesprekken zijn open gesprekken tussen de werknemer en de direct leidinggevende. Wederzijds kunnen beiden in dat gesprek aangeven wat hun mening is over de diverse aspecten van hun functioneren.
In een beoordelingsgesprek staat het element “beoordelen” voorop. Is de werkgever tevreden over de prestaties van de werknemer en wat betekend dat voor diens beloning en verdere loopbaan binnen het bedrijf?

In de meeste gevallen verloopt ontslag probleemloos doordat de werknemer elders een betere baan kan krijgen, door overlijden, doordat de werknemer met pensioen gaat. Moeilijker wordt het wanneer een werknemer arbeidongeschikt wordt verklaard, en wanneer een werknemer tegen zijn zin in wordt ontslagen ontstaan er pas echte conflicten, in deze gevallen is vrijwel altijd toestemming nodig van de regionaal directeur voor de arbeidsvoorziening. Deze zal zijn toestemming laten afhangen van de reden die de werkgever zal aanvoeren. Redenen om toestemming te verlenen zijn o.a. bedrijfseconomische omstandigheden (minder orders), ongeschiktheid van de werknemer of slechte persoonlijke verhoudingen tussen werkgever en werknemer.
Die toestemming is niet nodig als een werknemer op staande voet wordt ontslagen wegens een dringende reden, voorbeelden hiervan zijn: ernstige ongeschiktheid, diefstal, grove belediging en mishandeling.

Onderdeel 2

Hoofdstuk 3

Natuurlijke personen zijn alle mensen van vlees en bloed.

Rechtspersonen zijn organisaties (en dus geen mensen) die zelfstandig rechten en plichten kunnen hebben en daarbij niet afhankelijk zijn van het bestaan van bepaalde personen. Ze leiden “een eigen leven”.
We onderscheiden binnen de categorie rechtspersonen:
Publiekrechtelijke rechtspersonen (de Staat der Nederlanden, de provincies, de gemeenten, de waterschappen)
Privaatrechtelijke rechtspersonen (naamloze en besloten vennootschappen, verenigingen en stichtingen)

De rechtsvorm is de juridische vorm die aan een bedrijf is gegeven.
Er zijn verscheidene rechtsvormen mogelijk, we onderscheiden:
* de eenmanszaak
* de vennootschap onder firma
* de besloten vennootschap
* de naamloze vennootschap
* de vereniging
* de stichting
Van elke rechtsvorm zullen we de belangrijkste kenmerken beschrijven. Bovendien zullen we zien welke voor- en nadelen ze hebben met betrekking tot de volgende aspecten:
1 Ondernemingscontinuïteit, is het voortbestaan van de onderneming afhankelijk van één persoon, enkele personen of geen enkele persoon?
2 Financiering, hoe gemakkelijk of hoe moeilijk is het voor de onderneming om nieuw vermogen (geld) aan te trekken?
3 Juridische aansprakelijkheid, wie is uiteindelijk aansprakelijk voor de schulden en verplichtingen die de onderneming heeft aangegaan?
4 Leiding, besluitvorming en zeggenschap, wie heeft (hebben) het echt voor het zeggen in de onderneming?

De eenmanszaak

Kenmerken:
1 De middelen waarmee de onderneming haar activiteiten uitvoert, zijn eigendom van één natuurlijk persoon (mens). Het is echter niet zo dat er maar één persoon werkzaam kan zijn in een eenmanszaak. Er bestaan eenmanszaken met honderden werknemers. Maar de eindverantwoordelijke ondernemer en eigenaar is altijd één persoon.
2 Zowel schuldeisers van de onderneming als de schuldeisers van de eigenaar privé kunnen hun vorderingen verhalen op het vermogen van de onderneming én op het vermogen van de eigenaar-privé. Er is feitelijk geen scheiding tussen het privévermogen van de eigenaar en het zakelijk vermogen van de onderneming.

Ondernemingscontinuïteit:
Het voortbestaan van de onderneming is direct afhankelijk van het leven van de eigenaar. Als hij of zij komt te overlijden, gaan alle rechten en plichten van de onderneming over op de erfgenamen. Die kunnen dan in alle vrijheid beslissen wat ze met de onderneming zullen doen: zelf voortzetten, verkopen of opheffen.

Financiering:
Het eigen vermogen van de eenmanszaak is gelijk aan de inbreng van de eigenaar. Omdat de eenmanszaak zo sterk verbonden is met het wel en wee van één persoon, is het bij deze rechtsvorm over het algemeen niet gemakkelijk nieuw vermogen aan te trekken. Verstrekkers van vermogen (bijvoorbeeld banken) vragen zekerheden om hun geld te zijner tijd ook weer terug te krijgen. Als die zekerheid van één persoon moet komen, slaat men die niet hoog aan. Hierdoor zijn de groeimogelijkheden van eenmanszaken beperkt. Ze zijn niet geschikt voor ondernemingen die groot vermogen vereisen. Evenmin zijn ze geschikt voor ondernemingen die grote financiële risico’s lopen.

Juridische aansprakelijkheid:
De eigenaar van de eenmanszaak is als enige volledig aansprakelijk voor alle financiële verplichtingen (schulden) van de onderneming. Omdat er geen onderscheid is tussen zakelijk vermogen en persoonlijk vermogen, zet de eigenaar op die manier zijn privé-vermogen (woonhuis en overige bezittingen op het spel als het fout gaat met de onderneming. Ook dit maakt de eenmanszaak ongeschikt voor grote, risicodragende ondernemingen.

Leiding, besluitvorming en zeggenschap:
De eigenaar heeft zelf volledig de zeggenschap en leiding over zijn onderneming. Dit aspect verklaard de populariteit die de eenmanszaak nog steeds geniet. Als de onderneming qua grootte daarvoor in aanmerking komt, moet de eigenaar wel rekening houden met de bevoegdheden van een OR. Het is mogelijk dat de eigenaar een bedrijfsleider, een adjunct-directeur of een assistent aanstelt. Hij kan zo iemand ook allerlei bevoegdheden geven, maar uiteindelijk bepaalt de eigenaar de gang van zaken in een eenmanszaak.

Vennootschap onder firma

Kenmerken:
1 De onderneming is gezamenlijk eigendom van verschillende natuurlijke personen (de firmanten of vennoten).
2 De schuldeisers van de onderneming moeten hun vorderingen in eerste instantie verhalen op het vermogen van de onderneming. Als dat niet lukt, kunnen ze elk van de firmanten aanspreken in hun privé-vermogen. Er is dus wel een soort afgescheiden ondernemingsvermogen, maar uiteindelijk komt toch het privé-vermogen van de eigenaars in het geding.

Ondernemingscontinuïteit:
Het voortbestaan van de onderneming is beter gegarandeerd dan bij de eenmanszaak. Er zijn immers meer eigenaren, die na het vertrek van een van hen (door welke oorzaak ook) de onderneming kunnen voortzetten. Toch liggen hier nog genoeg onzekerheden. Als een firmant overlijdt, is het nog maar de vraag of de anderen voldoende capaciteit bezitten om hem te vervangen. Bovendien hebben de erfgenamen van de overleden firmant recht op zijn inbreng in de onderneming. Het is onzeker of de onderneming dat geld kan vrijmaken.

Financiering:
De firmanten brengen samen het eigen vermogen van de VOF bijeen. Omdat achter de VOF meer personen staan, betekend dat voor geldschieters (banken, leveranciers) in beginsel ook meer zekerheden dan bij een eenmanszaak. Niettemin zullen deze geldgevers het risico hun geld te verspelen hoog inschatten. Het aantrekken van een groot vreemd vermogen is ook voor een VOF niet gemakkelijk.

Juridische aansprakelijkheid:
De firmanten van de VOF zijn gezamenlijk aansprakelijk voor de financiële verplichtingen (schulden) van de onderneming. Net als bij de eenmanszaak is er geen onderscheid tussen zaaksvermogen en persoonlijk vermogen van de ondernemers. De firmanten zetten dus hun privé-vermogen op het spel, als de VOF niet meer aan zijn schulden kan voldoen.

Leiding, besluitvorming en zeggenschap:
Omdat er verscheidene ondernemers in de VOF functioneren, kunnen ze een zekere arbeidsverdeling in de leiding aanbrengen. Eén firmant houdt zich bezig met de productie, een ander met de verkoop en een derde met de administratie en het financieel beheer. Ze zullen vaak moeten overleggen, want de zeggenschap over het bedrijf ligt bij hen gezamenlijk. Grotere firma’s krijgen eveneens te maken met een ondernemingsraad.

De besloten vennootschap

Kenmerken:
1 De BV is een rechtspersoon en kan dus zelfstandig optreden, overeenkomsten sluiten en eigen rechten en plichten hebben.
2 Omdat de BV een rechtspersoon is, heeft ze een eigen vermogen dat niet verbonden is met het vermogen van andere (natuurlijke of rechts)personen. De schuldeisers van de onderneming kunnen hun vorderingen alleen verhalen op het vermogen van de BV.
3 De aandeelhouders brengen met hun inleg samen het eigen vermogen van de BV bijeen. De inleg van een aandeelhouder noemen we zijn “aandeel”. Als bewijs van aandeelhouderschap worden ze ingeschreven in een aandeelhoudersregister dat de BV bijhoudt.
4 Als een aandeelhouder wil uittreden, kan hij zijn aandeel overdragen (verkopen) aan een andere aandeelhouder of aan de BV zelf.

Ondernemingscontinuïteit:
Omdat de BV een rechtspersoon is, is de continuïteit in principe beter gegarandeerd dan bij de eenmanszaak en de VOF. Bij kleine BV’s kan dit toch nog tegenvallen. Zo zijn veel eenmanszaken en firma’s omgezet in een BV. Maar als hetzelfde beperkte aantal personen in dezelfde omvang blijft deelnemen in de onderneming, is de continuïteit natuurlijk niet echt verstevigd.

Financiering:
Het eigen vermogen bestaat uit het aandelenvermogen dat de aandeelhouders gezamenlijk bij elkaar hebben gebracht. In ruil voor hun inbreng delen ze jaarlijks in de gemaakte winst. Grotere BV’s met een stevige eigen-vermogenspositie zullen gemakkelijker aan vreemd vermogen (bijvoorbeeld van banken) kunnen komen dan kleine eenmanszaken en firma’s. Kleine BV’s verkeren wat dat betreft echter in het nadeel, omdat de bank bij een eenmanszaak en firma nog de zekerheid heeft dat ze hun vorderingen kunnen verhalen op het privé-vermogen van de eigenaar(s), wat bij de BV niet mogelijk is. Bij kleine BV’s zal de bank dan alsnog een persoonlijke garantstelling van de eigenaar(s) vragen.

Juridische aansprakelijkheid:
De BV is als rechtspersoon zelf aansprakelijk voor zijn schulden. De directie of de aandeelhouders kunnen alleen worden aangesproken, als ze onrechtmatig hebben gehandeld. Vanwege het toenemende misbruik dat van de BV-vorm werd gemaakt (en wat meestal ten koste ging van schuldeisers, de fiscus of de werknemers) heeft de overheid de laatste jaren de wetgeving stevig aangepast. Dit beleid heeft in de praktijk inderdaad tot minder misbruik geleid.

Leiding, besluitvorming en zeggenschap:
De aandeelhouders zijn gezamenlijk eigenaar van de BV. Het is echter helemaal niet noodzakelijk dat ze zich met de dagelijkse leiding van de onderneming bezighouden. Dat kan overigens wel. In sommige gevallen is er zelfs maar één aandeelhouder die tevens directeur is. Maar het komt vaker voor dat de aandeelhouders zich in het geheel niet bemoeien met de dagelijkse leiding en daar een deskundige directie voor in dienst hebben genomen. De hoogste macht (de zeggenschap) in de BV blijft altijd bij de vergadering van aandeelhouders liggen.

De naamloze vennootschap

Kenmerken:
1 De NV is een rechtspersoon
2 De NV heeft een eigen vermogen dat los staat van het vermogen van andere(n)
3 De aandeelhouders brengen met hun inleg samen het eigen vermogen van de NV bijeen. Als bewijs van hun aandeelhouderschap ontvangen ze een aandeelbewijs.
4 Als een aandeelhouder wil uittreden, kan hij zijn aandeel verkopen aan elke willekeurige gegadigde

Ondernemingscontinuïteit:
Feitelijk geldt hier hetzelfde als wat werd opgemerkt bij de BV. In de praktijk zijn NV’s meestal toch van wat grotere omvang dan BV’s, waardoor er ook betere garanties bestaan voor continuïteit.

Financiering:
Het eigen vermogen bestaat uit het aandelenvermogen dat de aandeelhouders gezamenlijk bijeen hebben gebracht. De aandeelbewijzen zijn echter vrij verhandelbaar. Grote NV’s kunnen beursnotering aanvragen, wat betekend dat hun aandeelbewijzen dan verhandeld worden op de effectenbeurs van de Amsterdam Exchanges (en/of op beurzen in het buitenland). Eventueel kunnen ze via de beurs ook nieuwe aandelen in omloop brengen (emitteren) en zodoende hun eigen vermogen vergroten. Financieel gezonde NV’s zullen gemakkelijker geld kunnen lenen dan ondernemingen met andere rechtsvormen.

Juridische aansprakelijkheid:
Op dit onderdeel is geen verschil met de BV

Leiding, besluitvorming en zeggenschap:
Ook op dit onderdeel stemmen NV en BV met elkaar overeen. De NV is als regel wel een veel grotere onderneming dan de BV. De scheiding tussen dagelijkse leiding (directie) en aandeelhouders is bij die grote ondernemingen volledig. De meeste aandeelhouders bezoeken zelfs niet eens de jaarlijks verplicht te organiseren aandeelhoudersvergadering. Zij zien hun aandelen alleen als een geldbelegging. Als de winstuitkeringen tegenvallen, zullen ze hun aandeel verkopen. Helaas zal de verkoopprijs wel gelijk opgaan met de winstverwachtingen. Maar dat is nu eenmaal het risico van beleggen in aandelen.

De wet onderscheidt voor NV’s en BV’s de volgende bestuursorganen:
1 het bestuur (of directie)
2 de raad van commissarissen (afgekort de RvC)
3 de algemene vergadering van aandeelhouders (afgekort de AVA)

De vereniging

Juridisch gezien zijn er twee soorten verenigingen:
de informele vereniging: geen rechtspersoon
de formele vereniging: wel rechtspersoon.

Kenmerken: Een vereniging kent:
1 Een doel: het doel van een vereniging mag niet inhouden “het bevorderen van de stoffelijke belangen” van de leden. De term “stoffelijke belangen” is ontleend aan de wet en kun je vertalen met “behalen van winst”. Het doel mag wel zijn het bevorderen van andere belangen van de leden (bijvoorbeeld ontspanning of scholing). Ook mag de vereniging zich tot doel stellen de stoffelijke belangen van anderen dan de leden te bevorderen. Op die manier kan een vereniging bijvoorbeeld materiële hulp bieden aan asielzoekers, mits die geen lid zijn van de vereniging.
2 Een verbod om eventuele winst te verdelen onder de leden. Dit verbod vloeit rechtstreeks voort uit punt 1.
3 Een ledenbestand: meestal betalen leden een jaarlijkse contributie. Alle leden hebben spreek- en stemrecht op de algemene ledenvergadering.
4 Een bestuur: de algemene ledenvergadering benoemt en ontslaat het bestuur. Het aantal bestuursleden is vrij. In ieder geval zal er een voorzitter zijn en meestal ook een secretaris en een penningmeester. Daarnaast kunnen, afhankelijk van de wensen van de ledenvergadering, nog allerlei andere bestuursfuncties voorkomen, bijvoorbeeld westrijdcommissaris (bij een sportvereniging)

Ondernemingscontinuïteit:
De erkende vereniging is een vrij stabiele organisatie. Het is een zelfstandige rechtspersoon en dus niet afhankelijk van het leven van bepaalde personen. Zolang er leden zijn die een bestuur kunnen benoemen, kan de vereniging wel financieel gezond blijven. De penningmeester is de eerst aangewezene om dat te bewaken.

Financiering:
Verenigingen ontvangen hun financiële middelen uit diverse bronnen. De belangrijkste zijn:
1 contributies van leden
2 subsidies (bijvoorbeeld van de gemeente of het Rijk)
3 sponsoring door bedrijven (bijvoorbeeld shirtreclame)
4 giften en donaties van sympathisanten.

Juridische aansprakelijkheid:
De erkende vereniging is een zelfstandig rechtspersoon. Dat betekend dat ze haar eigen rechten en verplichtingen heeft. Alleen als de bestuurders buiten hun bevoegdheden hebben gehandeld of anderszins onrechtmatige handelingen hebben verricht zijn ze persoonlijk aansprakelijk te stellen. We hebben al opgemerkt dat bestuurders altijd aansprakelijk zijn voor de schulden van een informele vereniging. Er is nog een tussenvorm mogelijk, waarbij de bestuurders naast de vereniging aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de schulden. Dat is het geval bij de informele vereniging die men wel heeft laten inschrijven in het Verenigingenregister.

Leiding, besluitvorming en zeggenschap:
De grootste macht ligt bij de algemene ledenvergadering. Het bestuur is belast met het afwikkelen van de dagelijkse bestuurszaken. De ledenvergadering kan echter te aller tijden het bestuur ter verantwoording roepen en desgewenst vervangen door andere personen. Bij zeer grote verenigingen (zoals de ANWB en de KNVB) kent men ook nog de positie van directeur. De bestuursleden functioneren dan wat meer op de achtergrond en laten de dagelijkse leiding over aan de directeur.

De stichting

Kenmerken:
1 De stichting is een rechtspersoon
2 De stichting kan door één of meer personen gezamenlijk worden opgericht.
3 De oprichting moet geschieden bij notariële akte
4 De stichting kent geen leden
5 Nieuwe bestuurders worden benoemd door reeds aanwezige bestuursleden (coöptatie)
6 De stichting mag geen uitkeringen doen aan de oprichters of bestuurders. (Ze kan wel personeelsleden in dienst hebben die dan uiteraard salaris ontvangen)

Ondernemingscontinuïteit:
Voor de stichting geldt hetzelfde wat hierover is opgemerkt bij de erkende vereniging. Van groot belang voor het functioneren van een stichting is het bestuur. Anders dan bij de al behandelde rechtsvormen is het bestuur aan niemand verantwoording verschuldigd. Er is geen ledenvergadering, er zijn geen aandeelhouders, niets van dat alles. Natuurlijk moet het bestuur zich wel aan de wet houden. Het aantal bestuursleden van een stichting is onbepaald. Meestal is er minimaal een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.

Financiering:
De statuten vermelden uit welke bronnen de stichting zijn financiële middelen verkrijgt. Ook hier gaat het vaak om subsidies, sponsoring, giften e.d. Maar het is ook mogelijk dat de stichting verkoopopbrengsten heeft (bijvoorbeeld de Stichting Kinderpostzegels). Een eventuele winst zal men binnen de stichting moeten houden. Er zijn nogal wat stichtingen ontstaan, doordat een overledene bij testament bepaalde dat de stichting moest worden opgericht en daar bij wijze van erfenis gelijk een beginvermogen voor beschikbaar stelde.

Juridische aansprakelijkheid:
De stichting heeft rechtspersoonlijkheid. Dat betekend dat ze net als de ander rechtspersonen zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen en eigen rechten en verplichtingen heeft. De bestuurders zijn alleen persoonlijk aansprakelijk, als ze onrechtmatig handelen.

Leiding, besluitvorming en zeggenschap:
De stichting roept nogal eens aversie op in onze democratisch georganiseerde maatschappij. De stichting is per definitie namelijk niet democratisch. Het bestuur benoemt zelf zijn nieuwe leden en niemand kan het bestuur ter verantwoording roepen (behalve de rechter in geval van onrechtmatigheden).

Hoofdstuk 4

Bij interestberekeningen kunnen we onderscheidt maken tussen:
* Enkelvoudige interest, hierbij wordt alleen interest berekend over het oorspronkelijke kapitaal. De algemene formule voor deze berekening is:
Enkelvoudige Interest = Kapitaal x Percentage x Tijd.
*Let op: zonder verdere toelichting is een gegeven interestpercentage altijd een percentage per jaar.
* Samengestelde interest (de eindwaarde van een kapitaal), hierbij veronderstellen we dat de berekende interest niet wordt afgerekend, maar aan het oorspronkelijke bedrag wordt toegevoegd en in de volgende periode ook rentedragend wordt. De algemene formule voor deze berekening is:
Eindwaarde na n jaar = Beginkapitaal x (1+ interestperunage)n
* Samengestelde interest (de contante waarde van een kapitaal), het is natuurlijk ook mogelijk om terug te rekenen naar het oorspronkelijke kapitaal. De berekening hiervoor is:
C = En x 1
-------
(1 + i)n

En = eindwaarde
i = interestperunage
n = aantal perioden dat een bedrag tegen interest uitslaat.

Hoofdstuk 5

Onder de vermogensmarkt verstaan we het geheel van vraag naar en aanbod van financieringsmiddelen. We kunnen deze markt verdelen in twee deelmarkten:
* De kapitaalmarkt, is het geheel van vraag naar en aanbod van financieringsmiddelen met een lange looptijd. Ook hierin maken we weer onderscheidt in verschillende markten:
Op de markt voor openbaar vermogen zijn de voorwaarden waartegen geld geleend kan worden (zoals de rente en de manier van aflossen) van tevoren in alle openbaarheid bekendgemaakt. Bovendien kunnen alle geïnteresseerden in de lening deelnemen.
Op deze markt worden waardepapieren verhandeld. De bekendste zijn aandelen en obligaties. Wanneer men aandelen heeft van een organisatie, kan men zich mede-eigenaar noemen. Obligaties zijn schuldbewijzen van de overheid, bedrijven of instellingen, de koper van een obligatie krijgt jaarlijks een van tevoren vastgestelde vaste rente.
Hoeklieden zijn de enige personen die op de beursvloer mogen komen. Met het toenemend aantal mensen dat in aandelen belegt, neemt de belangstelling voor de koersvorming van de aandelen toe. Dagelijks kunnen aandelenkoersen flinke schommelingen geven, hierbij zijn allerlei factoren van belang. We bespreken er drie:
- De rente: als de rente daalt, worden spaartegoeden en obligaties (met hun vaste rentevergoeding) minder interessant en zal er meer vraag komen naar aandelen, zodat de aandelenkoersen stijgen.
- De winstgevendheid van bedrijven: maakt een bedrijf veel winst, dan geeft dat de beleggers vertrouwen.
- Het beurssentiment: soms veranderd de beursstemming onvoorzien, waarna de koersen plotseling flink dalen of stijgen. Politieke factoren, zoals de uitslag van een presidentsverkiezing, een dreigende oorlog of andere wereldschokkende gebeurtenissen kunnen hierbij een rol spelen.
Op de markt voor onderhands vermogen onderhandelen (meestal) één geldgever en één geldvrager rechtstreeks met elkaar.
* De geldmarkt is het geheel van vraag naar en aanbod van financieringsmiddelen met een korte looptijd. De partijen die op de geldmarkt opereren zijn grotendeels hetzelfde als die op de openbare geldmarkt. Gezinnen en bedrijven kunnen bijvoorbeeld enkele maanden lang geld missen en zoeken voor die termijn een belegging. Andere gezinnen en bedrijven hebben voor enkele maanden geld nodig en kunnen op de geldmarkt lenen.
De belangrijkste functies van banken zijn:
1 Kredietbemiddeling: de “doorgeef-functie” van de bank: het bij elkaar brengen van vragers en aanbieders van kredieten.
2 Kredietverlening: het verstrekken van kredieten uit eigen middelen.
3 Beheren van spaargelden: de banken bieden een grote variëteit aan spaar- en beleggingsrekeningen: voor grote en kleine bedragen, voor korte en lange tijd, in eigen valuta of in vreemde valuta en met meer en minder beleggingsrisico.
4 Uitvoeren van het betalingsverkeer: meer dan 70% van de waarde van alle betalingen verloopt via het bankgirocircuit. Op het bankgirocircuit zijn alle banken in Nederland aangesloten. Deze samenwerking maakt het mogelijk dat mensen elkaar gemakkelijk en snel kunnen betalen zonder dat ze hun betaalrekening bij deze bank hebben.
5 Bemiddelen bij het emitteren van aandelen en obligaties: bedrijven en andere organisaties die nieuwe aandelen of obligaties willen uitzetten onder beleggers, maken daarbij gebruik van de diensten van de banken.
6 Bewaren van effecten voor cliënten: effecten zijn waardepapieren en dienen dus veilig te worden opgeborgen. Vroeger waren het letterlijk stukken papier, die de bank in de kluis bewaarde ten behoeve van haar cliënten. Tegenwoordig wordt alles digitaal opgeslagen in computers. De werkwijze en de techniek zijn veranderd, maar het principe is gelijk gebleven. De belegger weet dat zijn effectenbezit veilig in bewaring is bij de bank.
7 Aan- en verkopen van vreemde valuta’s: om binnen Nederland vreemde valuta’s te kopen en te verkopen kun je eigenlijk alleen bij banken terecht. In grote steden komen nog kleine geldwisselkantoren voor, maar de Nederlandsche bank beschouwt die instellingen ook als banken.
8 Aan- en verkopen van effecten in opdracht van cliënten: de meeste particuliere beleggers maken gebruik van de diensten van hun bank als ze effecten willen aankopen of verkopen. Elke bank heeft haar eigen handelaren op de Amsterdamse Effectenbeurs, die de orders uitvoeren.

Hoofdstuk 6

Elke onderneming is wettelijk verplicht jaarlijks een balans op te stellen.
Een balans is een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van een organisatie op een bepaald tijdstip.
Een balans heeft twee zijden, een debet- en een creditzijde. Aan de debetzijde (links) vinden we de bezittingen, ook wel activa genoemd. Aan de creditzijde (rechts) vinden we de schulden en het eigen vermogen. Deze creditposten noemen we ook wel passiva.
Het eigen vermogen bestaat uit de bezittingen verminderd met de schulden. Een belangrijk bestanddeel van het eigen vermogen bij een NV en een BV is het aandelenvermogen.

Een aandeel is de deelname in het eigen vermogen van een BV of een NV.
De aandeelhouder van een BV staat ingeschreven in een aandeelhoudersregister. De NV kent echte “fysieke” aandeelbewijzen, op de zgn. mantel van het aandeel staat onder andere vermeld de naam van de NV en de nominale waarde van het aandeel. De nominale waarde is de waarde zoals die in de statuten van het bedrijf is vermeld en op het aandeelbewijs is afgedrukt. Voor welke prijs een aandeel op de effectenbeurs verhandeld kan worden, wordt aangegeven met de beurswaarde van een aandeel.
Het aan de creditzijde vermelde aandelenvermogen is het maatschappelijk aandelenvermogen. De nominale waarde van een aandeel of met een vakterm à pari. De koers waartegen aandelen worden geplaatst, wordt de emissiekoers genoemd. Het bedrag dat een organisatie ontvangt door aandelen te verhandelen noemen we het geplaatste aandelenvermogen.

Dividend is het gedeelte van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders. De aandeelhouders zijn niet de enige die van de winst profiteren, ook de belasting profiteert mee door vennootschapsbelasting (winstbelasting) te laten betalen. Zelfs het personeel profiteert mee, want zij krijgen een winstuitkering die ook wel bekend staat als de dertiende maand.

Vreemd vermogen bestaat uit schulden. De geldlener moet een vergoeding betalen voor het beschikbaar krijgen van de lening: de interest.
De aflossing op een lening kan op verschillende manieren gebeuren. We noemen hier de volgende methoden:
* Aflossing met annuïteiten: een annuïteit is een gelijkblijvend periodiek te betalen bedrag, waarmee aflossing van de schuld plus de verheffing van de verschuldigde interest plaats heeft.
* Aflossing ineens: aan het eind van de overeengekomen looptijd wordt de lening in één bedrag afgelost. Periodiek wordt los daarvan de verschuldigde interest voldaan.
* Aflossing met gelijke periodieke bedragen (lineaire aflossing): gedurende de looptijd van de lening wordt periodiek een evenredig deel van de lening afgelost. Een lening die bijvoorbeeld voor 20 jaar is aangegaan, wordt in dit geval in 20 gelijke jaarlijkse termijnen afgelost.

Een hypothecaire lening is een geldlening waarbij de geldgever het recht van hypotheek verkrijgt. Het recht van hypotheek is het recht dat de geldgever heeft om de als zekerheid dienende zaak te verkopen, als de geldnemer in gebreke blijft bij de betaling van interest en aflossing. De zaak waarop het recht van hypotheek is gevestigd moet een zgn. registergoed zijn. Tot deze categorie behoren onroerende zaken, zoals grond, huizen en andere gebouwen, maar ook roerende zaken als schepen (voorzover ze een bepaalde omvang te boven gaan).
Er zijn verschillende manieren om de aflossingen en de interest te betalen in het geval van een hypothecaire lening. We bekijken de volgende mogelijkheden:
1 De lineaire hypotheek, hierbij wordt elke periode eenzelfde bedrag afgelost. Tevens wordt steeds over de afgelopen periode de verschuldigde interest voldaan.
2 De annuïteitenhypotheek, de annuïteit wordt zodanig berekend, dat aan het einde van een looptijd de gehele lening is afgelost. Doordat er wordt afgelost verminderd de schuld. Daardoor wordt er steeds minder interest betaald.
De annuïteitenhypotheek heeft twee voordelen:
- Jaar op jaar wordt eenzelfde bedrag betaald. Dat geeft zekerheid bij de financiële planning.
- Vooral in het begin wordt verhoudingsgewijs veel interest betaald. Voor starters op de woningmarkt is dat plezierig, omdat de fiscus toestaat de betaalde interest van het inkomen af te trekken. Dat belastingvoordeel leidt in het begin tot lagere netto hypotheeklasten.
Een nadeel ten opzichte van de lineaire hypotheek is dat aanvankelijk de schuld maar weinig afneemt. Als men na enkele jaren de lening wil liquideren, bijvoorbeeld omdat men een nieuwe woning koopt, is de schuldrest nog groot.
3 De spaarhypotheek, het bijzondere van een spaarhypotheek is dat er in het geheel niet wordt afgelost. De betaalde interest blijft dus van jaar op jaar gelijk, aangezien de schuld onveranderd blijft. Behalve de interest wordt elk jaar (in het algemeen: elke periode) een gelijkblijvende verzekeringspremie betaald. De verzekeringspremie bestaat uit een spaardeel en een verzekeringsdeel. Het spaardeel is bedoeld om het eindkapitaal op te leveren waaruit de hypotheekschuld moet worden betaald. Het verzekeringsdeel dient om de nabestaanden van de verzekerde bij diens onverhoopte overlijden een uitkering te geven waarmee ze de hypotheekschuld ineens kunnen aflossen.

Er zijn ook nog andere kredietvormen waarop gezinnen een beroep kunnen doen:
1 Koop op afbetaling: consument moet volgens een vast schema zijn aflossingen en rente betalen.
2 Huurkoop: tijdens de looptijd van de lening is er sprake van huur en na de aflossing van de lening is er sprake van koop.
3 Persoonlijke lening: consument mag zelf bepalen waaraan hij het geld besteed, vast interest- en aflossingsschema.
4 Doorlopend Krediet: geldnemer kan afgeloste bedragen ook weer opnemen, nadeel is dat het zo gemakkelijk is om steeds weer geld op te nemen, hierdoor ontstaat het gevaar dat je nooit meer van de lening afkomt.

Ondernemingen, verenigingen, stichtingen en andere organisaties sluiten leningen af met het doel hun activiteiten en de daarvoor benodigde productiemiddelen te financieren. Naar de looptijd van de lening bezien, onderscheiden we deze in “lang vreemd vermogen” en “kort vreemd vermogen”
Tot lang vreemd vermogen rekenen we onder meer:
* de hypothecaire lening
* de onderhandse lening
* de gewone obligatielening

Leasing is het huren van een roerende of onroerende zaak voor een bepaalde periode, leasing kent twee verschillende varianten:
* Operational lease, kan worden opgezegd binnen een korte termijn
* Financial lease, kan niet worden opgezegd gedurende de looptijd (meestal een lange looptijd)
Na afloop van een leaseperiode kan de lessee meestal kiezen uit de volgende drie mogelijkheden:
* het productiemiddel teruggeven aan de lessor
* het leasecontract voortzetten (als de regel tegen een lagere leasetermijn, omdat het productiemiddel inmiddels is afgeschreven)
* het productiemiddel van de lessor kopen ( in beginsel tegen de restwaarde die het object nog heeft)

Al deze vormen hebben we al besproken, nu blijven de volgende vormen van kort vreemd vermogen nog te behandelen:
* Bankkrediet of rekening-courantkrediet, bank en cliënt spreken een krdeitplafond af als maximumgrens voor de omvang van het krediet. Het rekening-courantkrediet is gekoppeld aan de bankrekening van de cliënt. Op die rekening laat hij zijn ontvangsten bijboeken, maar hij betaald er ook zijn lasten mee. Natuurlijk berekent de bank wel interest en andere kredietkosten voor de kredietverstrekking. Bovendien zal ze wel enige vorm van zekerheid vragen van de cliënt.
* Leverancierskrediet, de leverancier voldoet eerst aan zijn plicht (het leveren van bepaalde goederen). De tegenprestatie van de afnemer (meestal het betalen van de overeengekomen prijs) volgt na enige tijd. De leverancier moet hier zijn vertrouwen tonen en vandaar ook de benaming “leverancierskrediet”.
* Afnemerskrediet, in dit geval moet eerst betaald worden door de afnemer aan de leverancier. Daarna volgt pas de tegenprestatie van de leverancier. Denk bij deze vorm vooral aan bus- en treinkaartjes, school- en collegegeld etc.

Factoring is een vorm van financiële dienstverlening door factormaatschappijen of factors die er in bestaat dat de factoor de vorderingen van ondernemingen op hun afnemers overneemt.

Onderdeel 3

Hoofdstuk 7

Marketing omvat alle activiteiten die een organisatie onderneemt om zijn ruilactiviteiten te bevorderen, te vergemakkelijken en te bespoedigen.
De marketingmix is de combinatie van instrumenten waarmee een bedrijf in de wensen van de afnemers wil voorzien. Deze mix is opgebouwd uit de volgende instrumenten:
* Product, alles wat in een behoefte kan voorzien noemen we een product. Een product moet eigenschappen bezitten waardoor het voor de consument aantrekkelijk is.
* Prijs, bij bepaalde producten is de prijs doorslaggevend voor de koopbeslissing.
* Plaats, de plaats waar het bedrijf is gevestigd kan van grote betekenis zijn voor zijn succes.
* Promotie, de aanbieder moet de meeste producten onder de ogen van de consument krijgen. Dat kan door allerlei verkoopbevorderende activiteiten, waarvan reclame de bekendste is.
De instrumenten van de marketingmix staan niet los van elkaar: ze moeten altijd in onderlinge samenhang worden toegepast.

Omgevingsfactoren zijn de externe omstandigheden waarmee een organisatie bij het toepassen van de marketingmix rekening moet houden. We onderscheiden vanuit het gezichtspunt van een organisatie:
* de niet-beïnvloedbare omgevingsfactoren, deze factoren zijn niet te beïnvloeden, maar beïnvloeden wel de activiteiten van een organisatie, we zetten een paar op een rijtje:
Wetten, gedragsregels
Macro-economische ontwikkeling, inflatie of rente etc.
Demografische ontwikkeling, vergrijzing
Sociaal en cultureel milieu, kenmerkende overtuiging voor elke samenleving
Technologische ontwikkeling, nieuwe innovaties.
* de beïnvloedbare omgevingsfactoren:
Inkoop, hoe minder concurrentie, hoe meer invloed
Verkoop, tussenhandel is hierbij zeer belangrijk
Concurrentie, kennis over de concurrenten

Hoofdstuk 8

Doelen van niet-commerciële organisaties zijn vooral:
* informeren
* het aanbrengen van een andere “attitude” bij het publiek
* het verkrijgen van middelen
Doelen van commerciële organisaties zijn vaak:
* een grote afzet
* meer marktaandeel
* meer winst
* het imago van het bedrijf verbeteren in de ogen van het publiek

Het marktaandeel van een bedrijf is diens afzet (in hoeveelheden) of omzet (in euros) uitgedrukt in procenten van de afzet of de omzet van de gehele bedrijfstak.
Een bedrijf wiens acties een voorbeeld zijn voor de andere aanbieders in de bedrijfstak is de marktleider.

Een marktsegment is een groep mensen met gelijke kenmerken, die op gelijke wijze reageert op de marketingmix.

Marketingstrategie is de wijze waarop een producent met de elementen van de marketingmix inspeelt op de eigenschappen van zijn doelgroep.
We onderscheiden de volgende marketingstrategieën:
* Ongedifferentieerde marketing, hierbij worden géén marktsegmenten onderscheiden, “de hele wereld is onze doelgroep” een voorbeeld is de Coca Cola Company. Voor de productie heeft ongedifferentieerde marketing een groot voordeel. Het product wordt in grote hoeveelheden (massafabricage) voortgebracht.
* Gedifferentieerde marketing, hiervan is sprake als de ondernemer voor elk marktsegment een daaraan aangepast marketingstrategie hanteert. Een voorbeeld hiervan is Unilever (verschillende soorten boter à verschillende reclames)
* Geconcentreerde marketing, hiervan is sprake wanneer de ondernemer zich maar op één of enkele marktsegmenten richt. Een voorbeeld hiervan is Jaguar, dat lang niet voor alle mensen is weggelegd. De Exclusiviteit van deze producten is zeer belangrijk.

Hoofdstuk 9

De productmix is de combinatie van eigenschappen die een product bezit.
Onderdelen van de productmix zijn:
* Kwaliteit, hierbij onderscheiden we de technische kwaliteit van de consumentenkwaliteit. De technische kwaliteit wordt bepaald door de gebruikte grondstoffen en de toegepaste constructie, en is vrij objectief. De consumentenkwaliteit is subjectief, omdat het de kwaliteit is zoals de gebruiker die ervaart. Garantie is het vrijwaren van de koper voor onverwachte kwaliteitsvermindering, wanneer de koper niet tevreden is over de kwaliteit van sommige producten, kan deze een nieuwe krijgen.

* Merk, een merk is een naam, een beeld of een symbool waarmee een product wordt aangeduid. We delen de merknamen op in twee segmenten:
Fabrikantenmerk, zoals de naam al aangeeft, wordt een fabrikantenmerk gevoerd door de fabrikant (bijvoorbeeld Hak). De fabrikant kan kiezen voor het voeren van individuele merken of voor een paraplumerk. Bij een individueel merk is de merknaam aan een bepaald product gebonden. Bij individuele merken onderscheiden we A- en B-merken. Een A-merk is een merk dat bij de koper een goede naam heeft. Vaak is de prijs wat hoger (dan bij een B-merk). Het artikel is ruim verkrijgbaar en wordt ondersteund door landelijk gevoerde reclame. Een B-merk is wat minder bekend dan een A-merk. Veel kopers hebben een (lichte) voorkeur voor een A-merk.
Bij een collectieg fabrikantenmerk of paraplumerk voorziet de producent al zijn producten van hetzelfde merk. Philps, Iglo en de automobielfabrikanten volgen deze strategie. Een voordeel van deze strategie is de snelle herkenbaarheid van het product, maar daarentegen heeft een misser bij één product direct een negatieve uitstraling op de andere producten van dit merk.
Winkelmerk, ook bij winkelmerken kennen we het begrip paraplumerk. In de regel spreken we dan van huismerk (bijvoorbeeld AH). Een aantal winkelketens maakt tevens gebruik van eigen merken of private labels en witte merken. Eigen merken zijn bijvoorbeeld Brouwersbier en Perlakoffie (Albert Heijn). Witte merken zijn merkloze producten met als aanduiding uitsluitend de productsoort. Tot slot kennen we nog de C-merken, deze merken hebben minimale plaatselijke verkrijgbaarheid.
Bij merkbekendheid onderscheiden we:
actieve merkbekendheid
passieve merkbekendheid
Merkbekendheid wordt gemeten met behulp van consumenteninterviews. Hierbij zijn twee typen vragen mogelijk: 1 Noem een bekend merk margarine, wanneer een zeer groot aantal consumenten één bepaald merk vaak noemt, is dit actieve naamsbekendheid.
2 Welk van deze margarinemerken kent u, naarmate meer mensen een bepaald merk aankruisen in een voorgelegde lijst, dan is de passieve merkbekendheid groter.

*Verpakking, de verpakking van een product heeft verschillende functies:
Bescherming, Het belang van de verpakking is bijvoorbeeld zeer groot bij filmrolletjes. Ook bij de verpakking van gevaarlijke of brandbare stoffen speelt het aspect beschermen een belangrijke rol.
Communicatie, in de moderne supermarkt is er geen personeel dat een bepaald product onder de ogen van de consument kan brengen. Door opvallende verpakking (kleur, vorm) kan de aandacht van de koper getrokken worden. Verder leent de verpakking zich voor het afdrukken van een gebruiksaanwijzing
Verkoopstimulering, De vorm en kleur van de verpakking kunnen doorslaggevend zijn bij de aankoopbeslissing (bonbons in een geschenkverpakking bijvoorbeeld)
Hanteerbaarheid, Veel producten kunnen zonder verpakking niet worden vervoerd (vloeistoffen, gassen e.d.)

*Service, de behoefte aan service kan zich bij de koper voordoen:
vóór de aankoop (demonstratie, proefopstelling, bouwtekening)
tijdens de aankoop (bezorging, installeren, gebruikersinstructie)
ná de aankoop (onderhoud, reparatie, garantie)

De productlevenscyclus is het verloop van de afzet van een product in de loop van de tijd. Deze bestaat uit vijf fasen:
1 De introductiefase, tijdens deze fase moet het nieuwe product bewijzen, dat het in een bepaalde behoefte voorziet.
2 De groeifase, de afzet vertoont in deze fase een snelle toename, steeds meer concurrenten, prijs wordt lager.
3 De rijpheidsfase, de afzetgroei begint af te nemen, prijzen dalen nog verder, premiums bij producten.
4 De verzadigingsfase, de afzet groeit niet meer, prijzen gestabiliseerd op een tamelijk laag niveau, veel aanbieders verlaten de markt.
5 De neergangsfase, de afzet daalt, winst is zeer laag of zelf verlies, geen promotie meer.

Hoofdstuk 10

Met de prijszetting van een product kan een ondernemer verschillende doeleinden voor ogen hebben. In de eerste plaats zal de ondernemer met de prijs die hij voor zijn product ontvangt, ten minste de productie- en verkoopkosten willen terugverdienen. In de tweede plaats wil hij een redelijk rendement behalen. In de derde plaats kan de prijs worden gebruikt als wapen om een bepaald deel van de markt te veroveren. En ten vierde kan de prijs als concurrentiemiddel worden gebruikt.

Enkele manier om de prijs vast te stellen zijn:
* De kostengeoriënteerde prijsbepaling, hierbij worden de productiekosten verhoogd met een (bruto)winstpercentage (de brutowinstopslag).
* De vraaggeoriënteerd prijsbepaling, deze manier neemt de prijs die de consument ervoor wil betalen, als uitgangspunt. Er zijn verschillende manieren om de prijs die de consument wil betalen als uitgangspunt te nemen:
* Prijsdiscriminatie, hier is sprake van als op hetzelfde moment voor hetzelfde product op verschillende marktsegmenten verschillende prijzen worden gevraagd. (65+-pas etc.)
* Psychologische prijzen, dit zijn prijzen die net onder een bepaalde grens liggen, je betaald geen 6 euro maar 5,95 euro. Deze prijs wordt door de consument als relatief laag ervaren.
* Afroompolitiek houdt in, dat de producent voor een nieuw product aanvankelijk een hoge prijs vraagt en vervolgens de prijs geleidelijk verlaagt.
* Penetratiepolitiek, de ondernemer kiest gelijk voor een zó lage prijs dat meteen een groot deel van de markt wordt bediend.
* Prijskortingen, het geven van kortingen is ook een manier van vraaggeoriënteerde prijsbepaling.

Het profijtbeginsel houdt in dat een gebruiker van een bepaalde voorziening de kosten daarvan betaald (huisvuilverwijderingen, paspoorten).

Niet-monetaire aspecten van de prijs kunnen zeer verschillend zijn van aard, zoals:
* Bereikbaarheid: berucht zijn in dit verband de beperkte openingstijden van de gemeentesecretarie. Hoe moet iemand met een “normale” baan van 9 tot 5 een paspoort aanvragen of een rijbewijs verlengen?
* Psychologische drempels komen we vaak tegen bij medische behandelingen. De angst voor tandarts en ziekenhuis zijn bekende voorbeelden.

Hoofdstuk 11

Het plaatsbeleid of distributiebeleid betreft al het handelen dat erop is gericht de goederen op de plaats te krijgen waar de afnemer deze goederen verwacht.
We onderscheiden indirecte distributie:
* klassieke of lange keten: producent à grossier à detaillist à consument.
* korte keten: producent à detaillist à consument.
En directe distributie:
Producent à consument.

De grossier heeft een collecterende functie in de klassieke keten, omdat deze van veel verschillende producenten en importeurs producten koop, om die daarna weer aan de detaillist aan te bieden. Die leveringen van de grossier aan de detaillist heet de distribuerende functie van de grossier.

Bij de levering door fabrikanten van merkartikelen is het gebruikelijk dat de fabrikant een adviesprijs geeft. Van deze adviesverkoopprijs kan de detaillist afwijken. De fabrikant brengt de detaillist de adviesprijs in rekening als inkoopprijs, maar verstrekt daar een korting op, het rabat. Zo’n rabat is een korting die fungeert als (bruto)winstmarge voor de detaillist.

De brutowinstmarge is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs van een product. De brutowinstmarge wordt uitgedrukt in een percentage van de verkoopprijs. Overigens kan de brutowinst ook worden uitgedrukt in een percentage van de inkoopprijs maar dan spreken we van brutowinstopslag

Hoofdstuk 12

Het promotiebeleid omvat alle activiteiten waarmee de interesse van de consument wordt gewekt en waarmee hij tot de aankoop wordt overgehaald. Het promotiebeleid dient om de verkopen te stimuleren. De werking van het beleid is samengevat in de zgn. AIDA-formule:
A = Attention, op de een of andere manier wordt de aandacht van de koper getrokken.
I = Interest, de koper krijgt belangstelling voor het product.
D = Desire, de koper wenst het artikel te kopen, omdat hij/zij ervan overtuigd is dat het in een behoefte voorziet.
A = Action, de koper gaat tot de aankoop over.

Tot de instrumenten van het promotiebeleid worden gerekend:
* Persoonlijke verkoop, hierbij is rechtstreeks contact tussen verkoper en afnemer, de belangrijkste taak van de verkoper is het sluiten van een koopovereenkomst.
Een koopovereenkomst is een overeenkomst waarbij de verkoper zich verbindt een bepaalde zaak te leveren en de koper zich verbindt de overeengekomen prijs te betalen.
* Reclame is elke vorm van niet-persoonlijke presentatie en promotie van ideeën, goederen en diensten. Moderne reclame-uitingen zijn in te delen op verschillende manieren. Zo’n indeling kan berusten op de reclameboodschap of op het gebruikte medium.
- Op basis van boodschap onderscheiden we:
1 Individuele reclame, in dit geval is de reclamemaker één organisatie.
2 collectieve reclame, de bedoeling hiervan is dat alle ondernemers in een branche ervan profiteren (“kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper”).
3 ideële reclame, het doel van dit soort reclames is het veranderen van gedragingen of opvattingen van mensen. (SIRE)
4 actiereclame, zijn bedoeld om een nieuw product “in de markt te zetten”, huis-aan-huis.
5 themareclame, streeft het langetermijneffect na, naamsbekendheid onderhouden is erg belangrijk.
- Wanneer we letten op het reclamemedium onderscheiden we:
1 televisiereclame, gericht op een breed publiek
2 radioreclame, verhogen van merkbekendheid
3 dagbladreclame, doelgroep: eigen categorie lezers.
4 reclame in vrouwen-, familie- en radio- en tv-bladen, doelgroep: het gezin.
5 reclame in vakbladen en hobby-tijdschriften, doelgroep: lezer/vakman/hobbyist.

Public relations is het stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip tussen een organisatie en groepen van het publiek die voor de organisatie van belang zijn. Een belangrijk onderdeel hiervan is het verstrekken van informatie, dit heeft tot doel:
* het wegnemen van vooroordelen over het bedrijf
* het voorkomen van ongunstige overheidsbeslissingen voor het bedrijf
* het onder de aandacht brengen van nieuwe producten of productieprocessen.

Hoofdstuk 13

Marktonderzoek is het verzamelen, vastleggen en analyseren van gegevens die betrekking hebben op de markt voor een bepaald product en op de effectiviteit van de marketinginstrumenten.
Het raadplegen van reeds bestaande bronnen wordt desk research genoemd. Een andere manier om gegevens te verzamelen is door middel van field research, vormen hiervan zijn onder meer:
* experimenten, bepaald instrument wordt op kleine schaal getest.
* steekproeven, dit is een deel van een verzameling (of populatie) dat informatie geeft over de gehele verzameling.
* vergelijkend warenonderzoek.

Onderdeel 4

Hoofdstuk 14

Niet-commerciële organisaties zijn gericht op het uitgeven van geld door het vervullen van hun taak.
Commerciële organisaties zijn gericht op het verdienen van geld door het vervullen van hun taak.

In een nog niet zo lang verleden subsidieerde de overheid de niet-commerciële organisaties die afhankelijk van haar zijn (scholen, ziekenhuizen, universiteiten etc.) op basis van input-financiering. De overheid koppelde de beschikbaar gestelde geldmiddelen aan de daaruit te bestrijden kosten. Zo betaalde de overheid de salarissen van de aangestelde docenten aan een school, vergoedde de onderhoudskosten van een school etc. Maar voor het maken van al deze kosten moest de schoolleiding vooraf toestemming vragen aan de minister. Als de ambtenaren vonden dat het dak nog best wel een tijdje meekon, ging de reparatie niet door. Deze werkwijze is zeer bureaucratisch en niet efficiënt.
Tegenwoordig past de overheid meer en meer de lump-sum-financiering toe. De organisatie krijgt dan haar geld op basis van een prestatienorm. De overheid hanteert voor een school als prestatienorm het aantal leerlingen dat ze opleidt, hoe meer leerlingen, hoe meer geld. De school mag dan zelf bepalen hoe ze dat geld besteden, maar de overheid eist wel dat accountants achteraf controleren of alle subsidiegoederen ook inderdaad ten behoeve van de school zijn uitgegeven.

De begroting is de financiële vertaling van het voorgenomen beleid van een organisatie in een toekomstig boekjaar. De financiële vertaling kan uitgedrukt zijn in inkomsten en uitgaven, maar ook in baten (winsten) en lasten (verliezen)

Ruim voor de aanvang van het nieuwe jaar moet het verenigingsbestuur een begrotingsvoorstel doen aan de ledenvergadering. Het bestuur laat zich hierbij onder meer leiden door:
1 Nieuwe plannen en voornemens die de vereniging wil uitvoeren.
2 Bestaande activiteiten.
3 De financiële positie van de vereniging

Zodra een niet-commerciële organisatie geld vast wil leggen in duurzame zaken (gebouwen, vervoermiddelen, machines of andere apparatuur), is het noodzakelijk dat de leden (vereniging) of bestuur (stichting) van die organisatie de juiste beslissing neemt op basis van een zgn. investeringsbegroting.
Een investeringsbegroting bevat een raming van de kosten en uitgaven die in de komende jaren met de geplande investeringen samenhangen. Tevens bevat het een voorstel om de investering te financieren.

Een liquiditeitsbegroting is een prognose voor de inkomsten en uitgaven van een organisatie voor een komende periode.
De volgende documenten en gegevens vormen de uitgangspunten voor de liquiditeitsbegroting:
1 De begroting van de organisatie
2 De investeringsbegroting
3 De betalingsverplichtingen aangaande opgenomen leningen (aflossingen, rentebetalingen)
4 De voorraad liquide middelen aan het begin van een periode
5 De bestaande kredietruimte bij de bank (hoeveel mogen we maximaal “rood” staan)

Hoofdstuk 15

Een handelsonderneming is een bedrijf dat goederen in- en verkoopt zonder deze goederen een verdere bewerking te geven.
De inkopen van een handelsonderneming is de collecterende functie (verzamelen van producten). De distribuerende functie is het verdelen van de in grote hoeveelheden ingekochte goederen over de afnemers.
Het verschil tussen een kleinhandel en een groothandel, is dat de kleinhandel uitsluitend levert aan de consument, terwijl groothandelaren vooral andere (winkel)bedrijven als afnemers hebben.

De ontvangsten van handelsondernemingen komt in de regel uit de verkoop van aangeboden producten. Van de goederen die de onderneming contant verkoopt, ontvangt ze de verkoopprijs direct op het moment van verkoop. Als ze op rekening verkoopt, ontvangt ze de verkoopprijs pas enige tijd daarna. Wanneer de eigenaar contant geld in de onderneming brengt is er ook sprake van geldontvangst, het opnemen van een afgesloten lening heeft hetzelfde effect.
De uitgaven van handelsondernemingen betreffen onder meer:
1 De betaling van ingekochte goederen.
2 De betaling van de inkoopkosten: soms moet een onderneming zelf betalen voor de vervoers- en verzekeringskosten van de ingekochte goederen. Deze bijkomende kosten verhogen uiteraard de inkoopwaarde van de gekochte goederen.
3 De loonkosten van het personeel: in de regel moet maandelijks het loon van het personeel
-onder inhouding van loonbelasting en sociale premies- worden betaald. De loonbelasting moet worden afgedragen aan de belastingdienst en de sociale premies aan de uitvoeringsorganisatie van de sociale verzekeringen.
4 Rentebetalingen: opgenomen leningen leiden tot rentebetalingen. Afhankelijk van de soort lening moet deze rente per maand, per kwartaal, per halfjaar of per jaar worden betaald. Soms is de rente bij vooruitbetaling verschuldigd, meestal echter wordt de rente achteraf betaald.
5 Overige betalingen: bijvoorbeeld: betalingen aan openbare nutsbedrijven (voor gas, elektriciteit en water), betaling van gemeentelijke heffingen (zoals onroerendezaakbelasting en milieuheffingen), administratieve uitgaven (papier, schrijfmateriaal, postzegels), betalingen voor reclame, aflossing van opgenomen leningen.

Geldontvangsten die voortvloeien uit de levering van producten of diensten, noemen we opbrengsten. Omdat de opbrengsten samenhangen met bepaalde leveranties, zijn ze “gedateerd”. Dat wil zeggen dat de opbrengsten “toegerekend” moeten worden aan de periode waarin aan de klant geleverd is.

Uitgaven zijn betalingen. Als zo’n betaling gebeurt omdat de onderneming goederen of diensten heeft aangeschaft ten behoeve van haar productie, spreken we van kosten.
Niet alleen de inkoop van goederen en diensten leidt tot kosten. Ook de waardedaling van de kapitaalgoederen die de onderneming gebruikt, zijn kosten. Zo’n waardedaling leidt tot afschrijvingskosten. Deze kosten gaan niet gepaard met gelduitgaven, de uitgave heeft immers al plaatsgevonden toen de onderneming het kapitaalgoed aanschafte (de investering).
Evenals de opbrengsten moeten ook de kosten worden “toegerekend” aan de periode waarvoor ze zijn gemaakt.

Het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs van een product noemen we de brutowinst van het product. De totale geldopbrengst van alle in een jaar verkochte goederen samen noemen we de omzet van een bedrijf.

De afzet is de hoeveelheid goederen die in een bepaalde periode is verkocht.
De omzet is de som van het aantal verkochte goederen vermenigvuldigd met de (werkelijke) verkoopprijs van ieder goed.

In veel branches verhoogt men de inkoopprijs met een percentage om de verkoopprijs vast te stellen. Dit percentage is de brutowinstopslag. Deze benadering is gebruikelijk als de ondernemer zelf in staat is om de verkoopprijs vast te stellen.
Als de brutowinst wordt uitgedrukt in een percentage van de verkoopprijs, noemen we dat de brutowinstmarge. Deze benadering wordt vooral gehanteerd, als de markt de verkoopprijs dicteert en de ondernemer daar zelf geen invloed op heeft.

Behalve voor de aanschaf van ingekochte goederen maakt een handelsonderneming diverse andere kosten, zoals: loonkosten, magazijnkosten, rentekosten, afschrijvingskosten en reclamekosten. Al deze kosten samen noemen we de bedrijfskosten.

De nettowinst is de brutowinst minus de bedrijfskosten.
De nettowinst vormt het inkomen van de eigenaar(s) van het bedrijf.

Het opslagpercentage voor de brutowinst wordt in de regel bepaald op grond van cijfers uit het verleden. Aan de hand van de in de afgelopen jaren gemaakte kosten weet de bedrijfsleiding met welk percentage zij de inkoopprijs moet verhogen om de kosten terug te verdienen en een redelijke nettowinst te behalen.
Door de brutowinst uit te drukken in een percentage van de inkoopprijs -of van de omzet- geeft de bedrijfsleiding aan wat volgens haar de verwachte bedrijfskosten zullen zijn. De werkelijke bedrijfskosten kunnen hoger of lager zijn. Hierdoor zal ook de werkelijk behaalde nettowinst meer of minder kunnen zijn dan de verwachte nettowinst.

Omzetbelasting is een belastingheffing op de consumptie van goederen en diensten (BelastingToegevoegdeWaarde)
De toegevoegde waarde is de waardevermeerdering die een product verkrijgt tijdens een productieproces. De berekening hiervan is:
waarde eindproduct - waarde ingekochte grond en hulpstoffen - waarde diensten van derden = toegevoegde waarde.
De consumentenprijs is de verkoopprijs verhoogd met de BTW.

Hoofdstuk 16

Handelsondernemingen dienen hun voorraden regelmatig aan te vullen. Lege schappen leidt tot “nee-verkopen” en dat leidt niet alleen tot gemis van de brutowinst, maar ook stuurt een onderneming op deze manier de klanten naar de concurrentie. De voorraad van een handelsonderneming bestaat dus uit partijen die op verschillende tijdstippen tegen verschillende prijzen zijn ingekocht. Vaak is het ondoenlijk deze partijen te scheiden en per partij de behaalde winst te berekenen.

De methode first in, first out (afgekort fifo) gaat er bij de berekening van de (bruto)winst vanuit, dat de eerst ingekochte partij het eerst verkocht wordt:

Toelichting:
* Na de inkoop van 3 januari bestaat de voorraad uit 10000 liter met een inkoopprijs van 1,60 en 40000 liter met een inkoopprijs van 1,70.
* De verkoop van 7 januari levert op: 30000 x 1,95 = 58.500
Volgens de fifo-methode is de inkoopprijs van de omzet:
10000 x 1,60 = 16.000
20000 x 1,70= 34.000
De brutowinst is dan dus 8.500

De methode last in, first out (lifo) gaat er bij de berekening van de (bruto)winst vanuit dat de laatste partij het eerst wordt verkocht.

In de voorgaande berekeningen is steeds met behulp van de verkoopprijs, de afzet en de inkoopprijs de brutowinst berekend. We hebben in deze berekening te maken met de gerealiseerd brutowinst. Een nacalculatie vindt plaats na afloop van een bepaalde transactie (bijvoorbeeld een verkoop) of na afloop van een bepaalde periode om het werkelijk behaalde resultaat te vinden:


Vergelijking fifo en lifo:
In geval van stijgende prijzen wordt volgens de lifo methode een geringere brutowinst berekend, dan volgens de fifo methode. Een deel van de prijsstijging van de voorraad is dan niet als winst aangemerkt, waardoor er meer geld achterblijft om de voorraad aan te vullen.
Een nadeel van de lifo methode is echter, dat de waarde van de voorraad volgens deze berekeningsmethode niets zegt over de werkelijke waarde van de voorraad. De voorraad is immers gewaardeerd tegen prijzen uit een ver verleden. In geval van dalende prijzen levert de lifo methode een grotere brutowinst dan de fifo methode.

Hoofdstuk 17

Om meer inzicht te krijgen in de kostenstructuur kan de volgende methode goed dienen:

Opslag algemene kosten
+ Opslag verkoopkosten
-----------------------------
Opslag overige kosten
+ Inkoopprijs
+ Opslag inkoopkosten
+ Opslag gewenste nettowinst
------------------------------------
Gewenste verkoopprijs

Om de kostprijs van het (verkochte) product te vinden is de volgende methode te hanteren:

Opslag % inkoopkosten
X Inkoopprijs
----------------------------
Opslag inkoopkosten
+ Inkoopprijs
----------------------------
Inkoopprijs incl. inkoopkosten
X Opslag % overige kosten
----------------------------
Opslag overige kosten
+ Inkoopprijs incl. inkoopkosten
----------------------------
Kostprijs

Wanneer een handelsonderneming producten verkoopt waarvan de inkoopprijzen betrekkelijk weinig schommelen, is de berekening van de gewenste verkoopprijs sterk te vereenvoudigen door de voorraad te waarderen tegen een vaste prijs: de vaste verrekenprijs (VVP):

Opslag % inkoopkosten
X Geschatte gemiddelde inkoopprijs
------------------------------
Opslag inkoopkosten
+ Geschatte gemiddelde inkoopprijs
------------------------------
Vaste verrekenprijs

Door te werken met de VVP, kunnen we de kostprijs op een andere manier uitrekenen:
Opslag % inkoopkosten
X Geschatte inkoopprijs
------------------------------
Opslag inkoopkosten
+ Geschatte inkoopprijs incl. inkoopkosten
------------------------------
Vaste verrekenprijs
X Opslag % overige kosten
------------------------------
Opslag overige kosten
+ Vaste verrekenprijs
-----------------------------
Kostprijs
Voor de bepaling van de gewenste verkoopprijs van een product kan de volgende methode gehanteerd worden:

Opslag % nettowinst
X Kostprijs
------------------------
Opslag nettowinst
+ Kostprijs
-----------------------
Gewenste verkoopprijs excl. BTW
+ BTW per product
------------------------
Gewenste verkoopprijs incl. BTW (of consumentenprijs)

Opmerking:
* Het werken met opslagpercentages gaat ervan uit dat er een evenredig verband is tussen inkoopprijs en inkoopkosten, respectievelijk tussen vaste verrekenprijs en overige kosten. Het bestaan van zo’n verband is niet in alle gevallen even waarschijnlijk. Het werken met dergelijke opslagpercentages is echter wel eenvoudig.
* De opslagen worden bepaald met behulp van gegevens uit voorafgaande perioden. De inkoopkosten en de overige kosten kunnen in de lopende periode (bijvoorbeeld door stijging van de loonkosten) hoger zijn. Hierdoor zouden de berekende opslagpercentages te laag uitvallen. Hiermee kan rekening worden gehouden door de kosten van de vorige periode eerst te verhogen met de verwachte prijsstijging en dan pas het opslagpercentage te berekenen.

Hoofdstuk 18

Als de positie van een ondernemer zodanig is dat de prijs door de concurrentie wordt bepaald, is de verkoopprijs voor de ondernemer een gegeven. Uitgaande van deze gegeven marktprijs verwacht de ondernemer een bepaalde afzet. Hierdoor is de verwachte brutowinst te berekenen:

Begrote afzet Begrote afzet
X Verkoopprijs X Inkoopprijs
------------------ ------------------
Begrote omzet Inkoopwaarde begrote omzet

Begrote omzet
- Inkoopwaarde begrote omzet
----------------------
Verwachte brutowinst

Berekeningen op basis van verwachtingen gebeuren per definitie altijd vooraf. Daarom spreken we ook van voorcalculatie. Voorcalculaties zijn schattingen en zijn dus nooit “hard”.

Na afloop van een periode wordt de “rekening opgemaakt”. Er wordt gekeken wat er werkelijk is gebeurd: hoeveel is er werkelijk afgezet, wat was de feitelijke verkoopprijs en wat was de werkelijk betaalde inkoopprijs.
In zo’n geval spreken we dan van nacalculatie, deze cijfers zijn wel “hard”. De berekening van de nacalculatorische of gerealiseerde brutowinst:

Gerealiseerde afzet Gerealiseerde afzet
X Verkoopprijs X Inkoopprijs
----------------------- -----------------------
Gerealiseerde omzet Inkoopwaarde gerealiseerde omzet

Gerealiseerd omzet
- Inkoopwaarde gerealiseerde omzet
-------------------------------------------
Gerealiseerde brutowinst

De inkopen brengen inkoopkosten met zich mee. Zowel transport- en verzekeringskosten als loonkosten van inkopers en de administratiekosten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Ook bij overheadkosten (de algemene kosten + de verkoopkosten) kunnen verwachting en realisaties van elkaar afwijken.

Om de verwachte nettowinst te berekenen maken we gebruik van het volgende schema:

Algemene kosten Verwachte brutowinst
+ Verkoopkosten - Begrote bedrijfskosten
--------------------- + Begrote interestopbrengst
Overheadkosten ----------------------------------
+ Inkoopkosten Verwachte nettowinst
---------------------
Begrote bedrijfskosten

Het verschil tussen de verwachte omzet en de kostprijs hiervan noemen we het verwachte verkoopresultaat. Dit verkoopresultaat komt overeen met de verwachte nettowinst, als de onderneming ervan uitgaat dat alle andere kosten binnen de onderneming zich gedragen volgens de verwachtingen, verwachte nettowinst:

Begrote afzet Begrote afzet
X Verkoopprijs excl. BTW X Kostprijs
-------------------------------- ----------------
Verwachte omzet excl. BTW Verwachte omzet tegen kostprijs
- Verwachte omzet tegen kostprijs
--------------------------------
Verwacht verkoopresultaat
+ Verwachte begrotingsafwijkingen (meestal f 0,0)
--------------------------------
Verwachte nettowinst

In een handelsonderneming zal de controle op de uitgaven zich onder meer toespitsen op het met elkaar vergelijken van de toegestane inkoopkosten met de werkelijke inkoopkosten en de toegestane overheadkosten met de werkelijke overheadkosten. De verschillen tussen de toegestane kosten en de werkelijke kosten noemen we het gerealiseerd budgetresultaat:

Werkelijk ingekochte hoeveelheid Werkelijke inkoopwaarde Toegestane overheadkosten
X Vaste verrekenprijs + Inkoopkosten - Werkelijke overheadkosten
----------------------------------------- -------------------------------- ------------------------------------
Toegestaan bedrag Werkelijk bedrag Resultaat op overheadkosten
- Werkelijk bedrag
-----------------------------------------
Resultaat op inkopen
+ Resultaat op overheadkosten
-----------------------------------------
Gerealiseerd budgetresultaat

Opmerking:
Wanneer de toegestane kosten hoger zijn dan de werkelijke kosten is er sprake van een voordelig resultaat. Er is dan zuiniger met de desbetreffende kostenposten omgesprongen.
Wanneer de toegestane kosten lager zijn dan de werkelijke kosten, spreken we van een nadelig resultaat.

De berekening van de (totale) gerealiseerde nettowinst verloopt als volgt:

Werkelijke afzet Werkelijke afzet
X Verkoopprijs excl. BTW X Kostprijs
-------------------------------- --------------------
Omzet excl. BTW Omzet tegen kostprijs
- Omzet tegen kostprijs
--------------------------------
Gerealiseerde verkoopresultaat
+ Gerealiseerd budgetresultaat
--------------------------------
Gerealiseerde nettowinst.

Hoofdstuk 19

Aan het voorraad houden van producten zijn risico’s en kosten verbonden:
* De kosten van de voorraad zijn de bestelkosten en opslagkosten
- Bestelkosten: de bestelkosten zijn alle kosten die verband houden met de inkoop. Tot deze kosten behoren de loonkosten van de inkopers, de kosten van het gebruikte materiaal (schrijfbenodigdheden), telefoonkosten, elektriciteit, vervoerskosten en verzekeringskosten.
- Opslagkosten: de opslagkosten houden verband met het in voorraad houden van goederen. Tot de opslagkosten behoren de loonkosten van magazijnpersoneel en de kosten van de opslagruimte (afschrijving, verzekering, verlichting, verwarming of koeling)
* Het aanhouden van voorraad houdt ook het risico van waardevermindering in. Voorraden kunnen in waarde verminderen door:
- Bederf: door de bederf daalt de waarde van de voorraad, omdat ze dan ongeschikt is voor de productie (of handel). Als bijvoorbeeld roestvorming optreedt aan in voorraad gehouden auto’s, daalt de prijs van de voorraad. We spreken in dit geval van een kwaliteitsrisico.
- Diefstal: door diefstal neemt de grootte van de voorraad af. Diefstal vormt een kwantiteitsrisico.
- Veroudering: zowel veranderingen in de productie (technische veranderingen) als veranderingen in de vraag naar consumptiegoederen (smaakverandering, modeveranderingen, seizoensinvloeden) kunnen ertoe leiden, dat een product veroudert. Door deze veroudering daalt de waarde van de voorraad. Veroudering van de voorraad is een commercieel risico.
- Prijsfluctuaties: wanneer de marktprijs van de reeds ingekochte voorraad daalt, vindt de productie plaats met te duur ingekochte grondstoffen. Het bedrijf zit dan met een probleem, dat uit concurrentie-overwegingen vaal noodzakelijk si de kostprijs te baseren op de lagere actuele inkoopprijs. Prijsfluctuaties vormen een economisch risico.

In het algemeen zullen handelsondernemingen ernaar streven de voorraad zó klein te laten zijn, dat -zonder dat de verkopen in gevaar komen- de kosten en de risico’s zo gering mogelijk zijn. We spreken dan van een optimale voorraad.

Als we de voorraad van een bedrijf nog eens bekijken, blijkt dat vaak een deel van de voorraad al is verkocht, maar nog niet geleverd. Dit zijn de voorverkopen. Over verkochte goederen loopt het bedrijf geen prijsrisico meer. Een vergelijkbare situatie doet zich voor aan de inkoopzijde: er zijn al goederen besteld (gekocht), maar nog niet ontvangen. Dit noemen we voorinkopen. Over de bestelde goederen loopt een bedrijf juist wel prijsrisico. Op grond hiervan kunnen we onderscheid maken tussen de economische voorraad en de technische voorraad.
* De technische voorraad is de voorraad die werkelijk aanwezig is.
* De economische voorraad is de voorraad waarover een bedrijf prijsrisico loopt.

Om te produceren moet een bedrijf over productiemiddelen beschikken: gebouwen, inventaris, transportmiddelen, voorraden handelsgoederen, banktegoeden en kasgeld. Dergelijke productiemiddelen noemen we activa. Alle activa hebben een bepaalde omlooptijd.
De omlooptijd is de tijd die verstrijkt tussen het moment dat het productiemiddel is aangeschaft en het moment dat het geheel is terugverdiend uit de verkopen.
We onderscheiden twee verschillende soorten omlooptijden van activa:
* vlottende activa kennen een omlooptijd die korter is dan een jaar.
* vaste activa staan een bedrijf langer dan een jaar ter beschikking. Het in de vaste activa geïnvesteerde geld is in de regel pas na een aantal jaren terugverdiend.

Slijtage is de waardedaling van duurzame productiemiddelen.
De waardedaling van het productiemiddel in een periode behoort tot de kosten. Deze waardedalingen noemen we afschrijvingen. De restwaarde of residuwaarde is de opbrengst van het productiemiddel bij buitengebruikstelling. Deze opbrengst kan gelijk zijn aan de schrootwaarde, als het productiemiddel technisch is versleten. Dit betekend dat het productiemiddel zijn functie niet meer kan vervullen. Een lamp die is doorgebrand, is technisch versleten.
De economische levensduur is de periode waarin een productiemiddel winstgevend kan worden gebruikt.
Afschrijvingskosten zijn géén uitgaven, want bij de aanschaf van het productiemiddel is al een bepaalde investering gedaan.

Hoofdstuk 20

Wat de kostentoerekening betreft, is een belangrijk verschil te maken tussen:
* Vaste kosten
* Variabele kosten

Vaste kosten, of constante kosten, zijn kosten die afhankelijk zijn van de gekozen productiecapaciteit en niet van de werkelijke productiegrootte.
Omdat vaste kosten samenhangen met de gekozen productiecapaciteit noemen we deze ook wel capaciteitskosten.
De productiecapaciteit van een bedrijf is de hoeveelheid goederen (prestaties) die een bedrijf onder normale omstandigheden voort kan brengen. De productiecapaciteit wordt zelden volledig benut, de werkelijke benutting noemen we de bezettingsgraad.
De bezettingsgraad van een bedrijf is de mate waarin de beschikbare capaciteit wordt benut.
Variabele kosten zijn kosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de bezettingsgraad.

Het verschil tussen marktprijs, inkoopprijs en variabele kosten (alles per product) geeft aan hoeveel een handelsonderneming per product verdient voor vaste kosten en nettowinst. Dit verschil noemen we de dekkingsbijdrage.
De dekkingsbijdrage is het verschil tussen de verkoopprijs en de som van de inkoopprijs en variabele kosten per product.
De break-evenafzet is de afzet waarbij de onderneming noch winst noch verlies maakt:
Break-evenafzet = totale vaste kosten
----------------------
dekkingsbijdrage per product

De veiligheidsmarge is het verschil tussen de werkelijke afzet (omzet) en de break-evenafzet (omzet), uitgedrukt in procenten van de werkelijke afzet (omzet):
Veiligheidsmarge = 12.000 - 6.000
------------------
12.000

Gewenste afzet = vaste kosten + gewenste nettowinst
------------------------------------------
dekkingsbijdrage

Onderdeel 5

Hoofdstuk 21

Par 1 Intern verslag in een eenmanszaak

Balans en resultatenrekening spelen een belangrijke rol in de interne verslaggeving
Deze stukken zijn bestemd voor de bedrijfsleiding

Resultatenrekening * een overzicht van opbrengsten en de kosten van een bedrijf gedurende een bepaalde periode

Resultatenrekening 2002 (= bep. Periode)

Inkoopwaarde Omzet
Overige kosten

Winst + +


· het verlies- of winstsaldo zet je aan de kleinste kant om evenwicht te houden

Omzet
Inkoopwaarde -
Bruto Winst
Overige Kosten -
Winst

Overige kosten kan bestaan uit:
- verkoopkosten
- magazijnkosten
- administratiekosten
- interestkosten
- huisvestingskosten
- afschrijvingskosten
- algemene kosten

Balans * overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen zoals die op een bepaald moment bestaan

Balans 31-12-2002 ( = één moment)

Bezit Eigen vermogen
Vaste activa Schulden ( = vreemd vermogen)
Vlottende activa korte termijn
Liquide middelen + lange termijn +
------- -------

· Vaste activa: (bv auto’s, machines, gaan langer als 1 productie mee)
· Vlottende activa: (bv. Voorraden, grondstoffen, gaat maar 1 productie mee)
· Liquide middelen: (bv kas, geld op de bank, meteen vrij te krijgen betaalmiddelen)

Activa * de bezittingen (debetzijde, links)
Passiva * eigen vermogen + schulden (creditzijde, rechts)

Eigen vermogen = activa – vreemd vermogen

Par 2 Intern verslag in een naamloze vennootschap

Balans Rechtspersoon

Aandelenkapitaal
Aandelen in portefeuille -
Geplaatste aandelenkapitaal
Nog te storten -
Gestorte aandelenkapitaal

Eigen vermogen = geplaatst AK (én gestort AK) + reserves + winst

Reserve * is een bedrag waarmee het eigen vermogen het geplaatste aandelenkapitaal overtreft

Reserves worden gevormd door:
- winstinhouding
- waardestijging van activa

Dividendstabilisatie * de in de vette jaren gereserveerde winst kan in magere jaren worden gebruikt om de dividendbetaling in stand te houden

Herwaardingsreserve * een waardestijging van de vaste activa wordt op de balans zichtbaar gemaakt.

Voorzieningen * geschatte toekomstige verplichting

Voorbeelden van voorzieningen:
- pensioen
- garanties
- onderhoud
- belasting
* wordt verrekend tot het vreemd vermogen

Par 3 Liquiditeitsbegroting

Liquiditeitsbegroting * een overzicht van verwachte ontvangsten en uitgaven in een toekomstige periode
Doel * kijken of je genoeg liquide middelen hebt

Liquiditeitsbegroting:
Periode1 Periode 2
Beginsaldo KAS + Bank

Ontvangsten:
Contante verkopen
Debiteuren
Verkoop + +
Totaal ontvangsten:
Uitgaven:
Contante inkopen
Belastingdienst
Salarissen
Huur
Verzekering
Aflossing hypotheek
Rente hypotheek
Overige kosten + +
Totaal uitgaven:

Eindsaldo Kas + Bank Beginsaldo + ontvangsten - uitgaven

Eindsaldo periode 1 is beginstand liquide middelen periode 2

Verandering liquide middel = ontvangsten - uitgaven

Par 4 Resultatenbegroting

Resultatenbegroting * overzicht van verwachte opbrengsten en kosten en het resultaat (winst of verlies) per periode

Verwachte omzet
Inkoopwaarde omzet -
Verwachte brutowinst
Diverse kosten -
Verwacht resultaat

Verschil liquiditeitsbegroting en resultatenrekening

Liquiditeitsbegroting * ontvangsten & uitgaven
Resultatenrekening * opbrengsten & kosten

Hoofdstuk 22, Extern verslag van commerciële organisaties

Par 1 Functie van het externe verslag

Extern verslag * info voor betrokkenen bij de onderneming

Par 2 De balans van een handelsonderneming

Jaarverslag * verslag van de directie (of het bestuur) van de onderneming over de gang van zaken in het afgelopen jaar.

Jaarrekening * balans + winst en verliesrekening + toelichting
- balans: overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van het bedrijf
- winst en verliesrekening: een overzicht van de behaalde opbrengsten verminder met de kosten. Het verschil tussen opbrengsten en kosten vormt het exploitatieresultaat (winst of verlies)
Verplicht voor BV/NV + accountantsverklaring
Debet/activa Balans 31/01/02 Credit/passiva

Vaste activa: Eigen Vermogen

- immateriële vaste activa - aandelenkapitaal
bv goodwill en patent - aandelen in portefeuille (geplaatst AK)
- materiële activa - nog te storten (geplaatst AK en gestort AK)
bv gebouw ,auto, machine - reserves(herwaardingsreserve, algemene reserve
- financiële vaste activa - winst
bv deelnemingen (aandelen van
ander bedrijf = dochteronderneming

Vlottende Activa: Vreemd Vermogen:

- voorraden - voorzieningen (pensioen, garantie, btw)
- Debiteuren - VV lang termijn (hypothecaire lening)
- Overlopende activa (nog te - VV kort termijn (crediteuren)
Ontvangen bedragen, Overlopende passiva(nog te betalen en ontvangen
Vooruitbetaalde bedragen) bedragen)
- effecten (=tijdelijke belegging)
- liquide middelen (kas, bank, post-
bank)

Goodwill * ontstaat bij het overnemen van een bedrijf
geplaatst AK * het aandelenvermogen dat bij aandeelhouders is ondergebracht
reserves * reserves ontstaan onder andere door winstinhoudingen en herwaarderingen.

Par 3 Resultatenrekening van een handelsonderneming:

Omzet
Inkoopwaarde van de omzet -
Bruto omzetresultaat * brutowinst
Bedrijfskosten (zonder interestkosten!) -
Netto omzetresultaat
Financieringsresultaat (betaalde – ontvangen interest) +/-
Netto resultaat = netto voor de belasting
Winstbelasting -
Netto winst na belasting

Financieringsresultaat bestaat uit het verschil tussen de betaalde interest en de ontvangen interest

Netto omzetresultaat + financieringsresultaat = totale resultaat

Cash-flow * netto winst (na belasting) + afschrijvingen
* wordt gebruikt om te vergelijken met andere bedrijven

Par 4 Liquiditeit en solvabiliteit

Liquiditeit * geeft aan of de onderneming haar schulden op korte termijn kan betalen

Current Ratio: (CR)

Vlottende activa / vreemd vermogen op kort termijn
Bedrijf is liquide wanneer de current ratio 1,5 is

Quick Ratio: (QR)

Vlottende activa – voorraad / vreemd vermogen op kort termijn
Bedrijf is liquide wanneer de quick ratio 1 is.

Solvabiliteit * wanneer een bedrijf in staat is om alle (zowel kort- als langlopende) schulden terug te kunnen betalen

* totale activa / vreemd vermogen * 100%
Bedrijf is solvabel wanneer de solvabiliteit ligt tussen den 150% en 200%
* eigen vermogen / vreemd vermogen * 100%
Bedrijf is solvabel wanneer deze ratio tenminste 50% bedraagt.

Par 5 Rentabiliteit

Rentabiliteit * mate van de winstgevendheid

Rentabiliteit van een belegging: opbrengst belegging / belegging * 100%

Rentabiliteit totaal vermogen:
* gemiddeld geïnvesteerd vermogen uitrekenen
* winstsaldo + interest
* Winst + interest / gemiddeld totaal vermogen * 100 %

Rentabiliteit eigen vermogen:
REV = winst / gemiddelde eigen vermogen * 100 %

Interest vreemd vermogen:
IVV = interest / gemiddeld vreemd vermogen * 100 %

Gemiddeld TV = gemiddeld EV + gemiddeld VV

Het verband tussen de rentabiliteit van het eigen vermogen, het totaal vermogen en de kosten van het vreemd vermogen wordt met de volgende formule weergegeven:

REV = RTV + (RTV – IVV) * VV/EV

Hefboomeffect * hoe meer vreemd vermogen er is (in vergelijking tot het eigen vermogen), hoe grotere het extra inkomen dat de verschaffers van eigen vermogen toevalt.

Als: IVV < RTV * REV > RTV

VV/EV * hefboomfactor.

Werkstuk Maatschappijleer: Islam



Inleiding:

Dit werkstuk gaat over de emancipatie van moslimse vrouwen in Nederland. Ik heb dit onderwerp gekozen, omdat ik erg geïnteresseerd ben in de moslimse cultuur. Ook ben ik geïnteresseerd in de emancipatie van de vrouw. Deze twee interesses heb ik gekoppeld in dit werkstuk, vandaar: de emancipatie van moslimse vrouwen in Nederland. Dit probeer ik te onderzoeken met behulp van de volgende hoofdvraag:
In hoeverre zijn moslimse vrouwen in Nederland geëmancipeerd?

Met behulp van de analysevragen heb ik de 8 hoofdstukken gevormd, dit verliep goed, omdat de vragen over het algemeen redelijk te beantwoorden waren. Soms moest ik het een en ander opzoeken om alles weer helder te krijgen, maar ik vond dat het goed ging. Ik vond de analysevragen een fijne steun, want ik denk dat ik zonder deze vragen geen houvast zou hebben gehad bij het maken van dit werkstuk. Nu heb ik het gevoel dat er een bepaalde, duidelijke structuur inzit die goed loopt, dat is fijn.

Ter ondersteuning van de inhoud van dit werkstuk heb ik twee interviews gehouden, een met Dhr. Rabbae, Tweede-Kamerlid voor Groen Links en de ander met Zahra, een meisje uit het debatteam van het Elzendaalcollege. Door deze interviews heb ik een duidelijk beeld gekregen van de situatie en heb ik echt de sfeer kunnen proeven. Dat heeft zeker geholpen bij de totstandkoming van dit werkstuk.

Doordat ik veel gelezen heb over dit onderwerp en ook meerdere gesprekken heb gevoerd, zijn veel vooroordelen en stereotyperingen die ik eerst wel had, nu niet meer aan de orde. Ik hoop dat ik de lezer van dit werkstuk ook die verruiming aan kan bieden.

Hoofdstuk 1: Het probleem.

Over welk probleem (conflict) wordt in dit hoofdstuk gesproken?
Het probleem dat ik in dit hoofdstuk aan de kaak wil stellen is het volgende: In hoeverre zijn islamitische vrouwen geëmancipeerd en in hoeverre hebben zij die mogelijkheid in Nederland. Het probleem is dat er veel verschillende islamitische culturen zijn die allemaal hun eigen tradities en normen en waarden hebben. Deze zijn wel gebaseerd op de islam, maar in deze culturen is de Koran uitgelegd door mannen; waardoor er een subjectieve uitleg van de Koran ontstaat, met als gevolg dat verscheidene islamitische culturen de vrouw, volgens onze westerse ideeën, discrimineert

Wie zijn bij het probleem (conflict) betrokken?
Bij dit probleem zijn verschillende partijen betrokken: de islamitische vrouwen zelf natuurlijk, maar ook hun familie en dan met name hun echtgenoten. Hoe vrij zijn de vrouwen opgevoed en hoe worden zij behandeld door hun mannen. Hoe is zijn opvoeding geweest en hoe interpreteert hij de verhalen en teksten uit de Koran? Maar ook de cultuur waarvan deze vrouwen deel uitmaken speelt een grote rol; In hoeverre laat deze cultuur toe dat vrouwen de verhalen en teksten uit de Koran zelf interpreteren? Ook de Nederlandse samenleving speelt een grote rol, want door de invloeden van deze samenleving, komen de islamitische vrouwen in aanraking met andere normen en waarden over de rechten en de positie van de vrouw.

Welke pressiegroepen houden zich met het conflict bezig en tot wat voor soort pressiegroepen kun je ze rekenen?
Bij dit conflict spelen voor zo ver ik kan beoordelen pressiegroepen in de vorm van belangengroepen en actiegroepen geen rol, sociale bewegingen kunnen echter wel een rol spelen. Een voorbeeld hiervan is SMT (Samenwerkingsverband Marokkanen en Tunesiërs), deze organisatie organiseert o.a discussies tussen Marokkaanse jongens en meisjes over de positie van de vrouw.

Wat is de probleemstelling?
De probleemstelling die ik ga onderzoeken wil ik formuleren als de volgende: in hoeverre hebben islamitische vrouwen in Nederland de mogelijkheid om zich te emanciperen.

Wat is mijn motivatie voor deze stelling?
Met deze stelling wil ik duidelijk proberen te maken, dat islamitische vrouwen in principe in Nederland meer kansen hebben om zich te emanciperen. Dit in verband met de in mindere mate aanwezige sociale controle dan in hun eigen thuisland, met hun eigen cultuur. Hier hebben ze alle mogelijkheid om geschreven bronnen over hun geloof te raadplegen, daar waar dat in hun thuisland voor sommige vrouwen verboden is. Ook denk ik dat de Nederlandse samenleving geëmancipeerder is dan de samenlevingen waar de meeste van de in Nederland woonachtige islamitische vrouwen vandaan komen.

Wat verwacht ik aan te kunnen tonen, met deze benadering?
Door deze benadering verwacht ik aan te kunnen tonen dat in de verschillende islamitische culturen de Koran door mannen is geïnterpreteerd en dat die verschillende culturen op die interpretatie zijn gebaseerd. Dus dat als de islamitische vrouwen van die culturen de kans zouden krijgen om zich in hun eigen geloof te verdiepen door de Koran te lezen en te interpreteren zoals zij de teksten willen interpreteren, kunnen zij emanciperen. De Koran is namelijk helemaal niet discriminerend tegenover vrouwen, volgens de Koran zijn de man en vrouw namelijk gelijkwaardig. Maar in verschillende culturen word dit weerlegd met andere teksten uit de Koran, zodat in hun cultuur de vrouw toch ondergeschikt is aan de man. Deze ondergeschiktheid wordt dan uitgelegd als islamitisch, terwijl de Koran anders zegt. Zo zie je maar dat je de Koran net kunt interpreteren zoals je zelf wilt en dat als islamitische vrouwen de kans zouden krijgen om de Koran zelf te interpreteren, dat ze dan geëmancipeerd door het leven kunnen gaan, zonder hun geloof in de steek te laten.

Welke specifieke informatie moet ik geven om dit probleem nader te verduidelijken?
Als eerst wil iets vertellen wat van essentieel belang is om het verschil tussen de islam en de verschillende islamitische culturen uit te leggen. Niet alles wat moslims doen in de wereld, ook al gebeurt dat in de naam van de islam, is toe te schrijven aan de islam zoals die feitelijk in de Koran beschreven staat. De islam is een expansieve godsdienst: in de werelddelen waarheen zij zich heeft verbreid, worden de lokale gewoonten geïntegreerd, waardoor een grote culturele verscheidenheid is ontstaan. Vele moslims weren weinig van de leerstellingen van de islam en zijn uitsluitend vertrouwt met lokale versies. Hierdoor kunnen bepaalde gebruiken worden voorgesteld als islamitisch, terwijl zij dit niet zijn.

Om dit probleem verder te verduidelijken, wil ik een aantal voorbeelden geven van situaties waarin de cultuur de teksten en verhalen uit de Koran anders worden uitlegt dan wat er letterlijk staat:

· De Koran zegt dat niemand geoorloofd is iets te doen zonder daarvan honderd procent overtuigd te zijn. Dit betekent dat je nooit iemand tegen haar zin in kunt uithuwelijken.
· Man en vrouw moeten zich beide onthouden van seksueel contact voor het huwelijk; maagdelijkheid in niet alleen een eis die voor meisjes geldt!
· In de Koran staat: dien uw ouders goed. Maar er staat ook: Als zij van jou iets vragen wat in strijd is met jouw overtuiging of met een gebod dat God je heeft gegeven, gehoorzaam hen dan niet.
· In de Koran staat nergens dat je je zoon anders moet behandelen dan je dochter. Toch mogen jongens in de praktijk veel meer dan meisjes. Omdat je je ouders wilt gehoorzamen, leg je je daarbij neer.
· Voordat de islam werd geopenbaard, had de vrouw veel minder rechten dan daarna. Traditie en cultuur spelen vaak een grotere rol als het om de positie van de vrouw gaat.
· Niet alleen voor de vrouw bestaan kledingvoorschriften, die bestaan ook voor de man. Voor het vers over de hoofddoek staat een vers waarin mannen worden aangesproken: mannen bedek u, mannen sla uw ogen neer, val geen vrouwen lastig. Eerst worden de mannen aangesproken, daarna volgen die van de vrouw pas. Maar ook de vrouw hoeft niet perse een hoofddoek te dragen; de hoofddoek is bedoeld om de wereld voor de vrouw te verbreden. Als het dragen van een hoofddoek zou betekenen dat je bijvoorbeeld je baan moet opgeven dan is het gerechtvaardigd om hem niet te dragen.

Welke begrippen moet ik nader definiëren?
Om dit probleem verder zonder problemen uit te kunnen werken, is het misschien handig als ik een paar belangrijke begrippen nader definieer.

Cultuur: de totale leefwijze van een groep zoals die tot uiting komt in de waarden (=datgene wat mensen nastrevenswaardig en waardevol vinden) en normen (=specifieke gedragsregels die voorkomen uit waarden), de gewoontes, regels, tradities, rituelen, symbolen en de kunst. Elke etnische bevolkingsgroep heeft zijn eigen cultuur.

Koran: het boek waarin alle openbaringen van Mohammed zijn opgetekend; de bijbel van de islamieten.

Emancipatie: streven naar gelijkgerechtigheid, zelfstandigheid, eerlijker maatschappelijke verhoudingen.
Toekenning van gelijke rechten, gelijkstelling voor de wet

Islam: de godsdienst, zoals door Mohammed is geleerd.

Pressiegroep: groeperingen die geen politiek partij of publiekrechtelijk orgaan zijn en die op basis van gemeenschappelijke belangen en/of uitgangspunten politieke invloed trachten uit te oefenen.
Referentiekader: het geheel van kennis, ervaringen en verwachtingen, dat men heeft.

Sociale controle: een belangrijk aspect van elke cultuur waarin het gedrag van leden van de groep wordt gewaardeerd of afgekeurd.

Dominante cultuur: de cultuur met de meeste invloed op de samenleving.

Subcultuur: cultuur die verwant is aan de dominante cultuur, maar deze heeft over bepaalde onderwerpen een ander mening.

Etnocentrisme: Mensen uit een andere cultuur worden als minderwaardig aan mensen uit de eigen cultuur beschouwd.

Hoofdstuk 2: Belangen en standpunten van betrokkenen.

Welke belangen of idealen hebben de betrokken bij het probleem (conflict)?
De idealen die de islamitische vrouwen hebben, lijken mij duidelijk: zij willen emanciperen; zij willen dat erkent wordt dat ze gelijk zijn aan de man en dat ze dus gelijke rechten hebben. Dit leggen deze islamitische vrouwen uit aan de hand van de Koran, zodat ze trouw kunnen blijven aan hun geloof dat is namelijk een ander belangrijk ideaal.
De idealen van de familie en met name de echtgenoot zullen waarschijnlijk anders zijn. Hun idealen zijn nauw verwant met hun cultuur, zij willen dat de vrouw leeft volgens hun tradities en dus volgens hun cultuur. Zij vinden de emanciperende ideeën tegen het geloof ingaan, omdat zij de teksten en verhalen in de Koran anders uitleggen.
De culturen waar de vrouwen vandaan komen zullen hun emanciperende gedachtes ook niet goedkeuren. De cultuur houdt streng vast aan hun normen en waarden en aan hun tradities en dergelijke. Hun idealen zijn het behouden van de cultuur.
De Nederlandse samenleving heeft als idealen dat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, zoals in de grondwet staat. Voor de Nederlandse samenleving is het ook van belang dat de islamitische vrouwen in Nederland emanciperen, zodat zij ook kunnen gaan werken; er is namelijk een arbeiderstekort. Dit is natuurlijk niet het enigste en belangrijkste belang van de Nederlandse samenleving. Er is nog een ander belangrijk belang van de Nederlandse samenleving, de tweede generatie allochtone jongeren heeft er zelfs een mooi woord voor bedacht: Intercreatie, het vormen van een eigen identiteit binnen de context van twee of meer culturen. Deze intercreatie kan niet plaatsvinden als de islamitische vrouwen, en hun familie, niet emancipeert. (uit “toen de vrouw van onze profeet afwaste, stopte hij sokken’, door Malou van Hintum, uit onze wereld april 1996) Afgezien hiervan speelt de Nederlandse samenleving nog een andere belangrijke rol in de emancipatie van islamitische vrouwen. De Nederlandse samenleving dwingt ze namelijk na te denken over de islam. Deze vrouwen krijgen constant vragen, door die vragen beginnen ze hun eigen moslimidentiteit te onderzoeken.

Vallen de belangen of idealen met elkaar samen of zijn ze met elkaar in strijd?
Deze verschillende idealen en belangen zijn met elkaar in strijd. De islamitische vrouwen willen hun geloof ontdekken en zelf interpreteren. Hun familie en met name hun echtgenoot vinden dat ze zich aan hun eigen cultuur moeten houden en niet zo liberaal moeten doen. Ze zijn bang dat als de vrouwen emanciperen dat ze hun cultuur dan niet meer respecteren en dat er dan nietes meer van overblijft. Ook de cultuur waar de vrouwen deel van uitmaken zijn het niet eens met hun idealen, de cultuur is bang dat er niets meer overblijft van de eeuwenoude tradities en gewoonten, als de vrouwen de kans krijgen om te emanciperen. De Nederlandse samenleving steunt de islamitische vrouwen in hun strijd voor emancipatie, want zoals in de Nederlandse grondwet staat zijn alle inwoners van Nederland gelijkwaardig en hebben ze dezelfde rechten en plichten, ongeacht geslacht.

Welke concrete eisen worden gesteld en door wie?
De eis van de islamitische vrouwen is zelfstandigheid, onafhankelijkheid en gelijkwaardigheid. Zij willen de mogelijkheid om te emanciperen. De eis die de familie en de echtgenoten, maar ook de cultuur stelt is dat de vrouwen trouw blijven aan de familie, de echtgenoot, de cultuur en de godsdienst.
Welke waarden en normen worden in het conflict gehanteerd en door wie?
In dit conflict worden verschillende normen en waarden gehanteerd, door zowel de islamitische vrouwen als hun familie en cultuur, ook de Nederlandse samenleving hanteert verschillende normen en waarden. Voor de islamitische vrouwen gelden deze normen en waarden:
· gelijkwaardigheid
· vrijheid van meningsuiting
· vrijheid van ontwikkeling
· trouw blijven aan het geloof
· trouw blijven aan de cultuur, voor zover mogelijk
De familie en de echtgenoot, maar ook de cultuur, hanteren de laatste twee waarden en normen, maar zij zijn daar strenger in.
De Nederlandse samenleving hanteert de eerste drie normen en waarden van de islamitische vrouwen.

Welke ideeën hebben de verschillende pressiegroepen?
De sociale bewegingen die een rol spelen in dit conflict hebben als doel de discussie over de positie van de vrouw in de islam te bespreken. Hun ideeën hierbij zijn dat ze een belangrijke rol kunnen spelen bij de emancipatie van de islamitische vrouw in Nederland. Door onder andere discussies te organiseren tussen jongeren en ouderen over de positie van de vrouw. Ook hebben deze Nederlandse bewegingen het ideaal om de Nederlandse grondwet te dienen, waarin een aantal rechten worden beschreven die ook van toepassing zijn op de islamitische vrouwen. (hierover meer in hoofdstuk 4)

Zijn er betrokkenen die vinden dat er sprake is van maatschappelijke ongelijkheid?
De Nederlandse samenleving en de islamitische vrouwen vinden dat er sprake is van maatschappelijke ongelijkheid. De positie van de islamitische vrouw is ongelijk aan die van de man, dit komt door de cultuur waar zij deel van uitmaken, door deze cultuur hebben ze niet de mogelijkheid om zich te emanciperen en zo iets te doen aan de maatschappelijke ongelijkheid.

Hoofdstuk 3: Achtergronden van betrokkenen.

In hoeverre zijn de normen en waarden van de betrokkenen te verklaren vanuit hun referentiekader?
De eerste drie normen en waarden van de islamitische vrouwen (gelijkwaardigheid, vrijheid van meninguiting en vrijheid van ontwikkeling) zijn niet te verklaren vanuit hun referentiekader, ze zijn niet aangeleerd tijdens hun socialisatieproces, maar deze normen en waarden hebben zich pas hier gevormd. De laatste twee normen en waarden ( trouw blijven aan het geloof en trouw blijven aan de cultuur voor zover mogelijk) zijn echter wel te verklaren vanuit het referentiekader van deze vrouwen. In hun jeugd hebben ze geleerd respect te hebben voor hun geloof en hun cultuur en hier trouw aan te blijven.
De normen en waarden van de familie, de echtgenoot en de cultuur ( trouw blijven aan het geloof en trouw blijven aan de cultuur) zijn ook te verklaren vanuit hun referentiekader; het geheel van kennis, ervaringen en verwachtingen. Dit referentiekader ligt diep verankerd in de geschiedenis van de cultuur, waar de ouders deel van uitmaken.
De normen en waarden van de Nederlandse samenleving zijn ook te verklaren vanuit hun referentiekader. In de Nederlandse samenleving zijn deze normen en waarden diep geworteld en helemaal ingeburgerd, in Nederland weten we niet beter.

Welke sociale rollen vervullen de betrokkenen?
De islamitische vrouwen vervullen tot nu toe nog niet, of heel weinig een sociale rol. Hun cultuur verbiedt hun dat vaak, sommige werken of studeren, maar verder zijn hun vrijheden erg beperkt. De enige sociale rollen die voor hen zijn weggelegd is het zorgen voor de kinderen en naar de markt gaan.
De familie en de cultuur waarvan de vrouwen deel uitmaken vervullen ook niet echt een sociale rol; ze controleren het doen en laten van de vrouw en zorgen dat zij het goed doet, volgens de waarden en normen van de cultuur.
De sociale rol van de Nederlandse samenleving is hier geen kwestie.

In hoeverre hangen de waarden en normen van de betrokkenen samen met hun sociale rollen?
De waarden en normen van de islamitische vrouwen zijn nauw verwant met hun sociale rollen. De islamitische vrouwen laten in de eerste drie normen en waarden duidelijk merken dat ze meer sociale rollen willen vervullen, dus hier hangen de normen en waarde samen met hun sociale normen. De laatste twee waarden en normen hangen ook samen met hun sociale rollen, omdat de islamitische vrouwen trouw willen zijn aan hun geloof en cultuur, aanvaarden ze de weinige sociale rollen die voor hen zijn weggelegd.
De normen en waarden van de familie, echtgenoot en cultuur hangen ook samen met hun sociale rol. Zij controleren de islamitische vrouwen met betrekking op de waarden en normen van hun cultuur.

In hoeverre heeft de maatschappelijke positie (c.q status) van de betrokkenen invloed op hun waarden en normen?
Hoe hoger de islamitische vrouw kan opklimmen op de maatschappelijke ladder, hoe sterker haar mening over gelijkwaardigheid zal worden, dit komt omdat ze dan in aanraking komt met de Nederlandse normen en waarden ten aanzien van de positie van de vrouw. Op deze manier heeft de maatschappelijke positie veel invloed op de waarden en normen.
Ook de hoogte van de maatschappelijke positie van de familie en dan met name van de echtgenoot speelt een grote rol. Als de echtgenoot een goede opleiding heeft gehad en een hoge functie bekleedt, is de kans groter dat hij in aanraking komt met geëmancipeerde ideeën en deze dan ook tolereert van zijn vrouw. Door zijn hoge functie komt de vrouw dan ook in aanraking met deze ideeën, waardoor zij zichzelf ook kan oriënteren en verdiepen in de positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving, waardoor zijzelf misschien ook wel gaat emanciperen.
De cultuur van de islamitische vrouwen kan geen maatschappelijke positie hebben en ook de Nederlandse samenleving (op zich) heeft geen maatschappelijke functie, dus van invloed van een eventuele maatschappelijke functie met betrekking op de normen en waarden kan hier geen sprake zijn.

In hoeverre is de cultuur van de betrokkene van invloed op hun waarden en normen?
De cultuur van alle betrokkenen is de bepalende factor van hun waarden en normen. De islamitische vrouwen vormen echter een uitzondering, naast de waarden en normen die gevormd zijn volgens de waarden en normen van hun cultuur hebben ze ook waarden en normen gevormd naar aanleiding van de waarden en normen hier in Nederland. Dat zijn de waarden en normen die streven naar emancipatie.

In hoeverre is er in dit conflict sprake van sociale controle?
In dit conflict is er zeker sprake van sociale controle, de islamitische vrouwen worden constant door hun familie en echtgenoot gecontroleerd, maar daar houd het niet mee op. Zij worden ook nog gecontroleerd door de andere islamitische families in hun stad of dorp. Door deze sociale controle is het voor deze vrouwen niet mogelijk om ‘stiekem’ zich te oriënteren.

In hoeverre behoren de betrokkenen tot een dominante cultuur of tot een subcultuur?
In Nederland behoren de islamitische vrouwen en hun familie tot een subcultuur, maar in hun eigen land behoren ze tot de dominante cultuur. De Nederlandse samenleving behoort tot de dominante cultuur in Nederland.

Wat zijn de eventuele verschillen tussen de dominante cultuur en de subcultuur?
Het grootste verschil tussen de dominante cultuur en de subcultuur is waarschijnlijk de godsdienst en de daarbij horende waarden en normen, zoals die gevormd zijn in de cultuur.

Heeft het probleem (conflict) te maken met het botsen van culturen?
Het probleem heeft niet echt te maken met het botsen van culturen, maar wel met de aanwezigheid van twee verschillende culturen in één samenleving. Doordat de islamitische vrouwen in Nederland leven, komen ze in aanraking met andere normen en waarden ten aanzien van de positie van de vrouw. Daardoor gaan ze nadenken over hun positie in hun cultuur en komen ze hiertegen in opstand. Doordat ze in Nederland de kans krijgen om de Koran te bestuderen komen ze erachter dat ze volgens hun geloof wel gelijkwaardig zijn aan de man, maar dat hun cultuur vind van niet. Dit heeft dus niets te maken met het botsen van twee culturen, maar met een vergelijking maken tussen twee culturen, omdat de Nederlandse samenleving nou eenmaal een multiculturele samenleving is.

In hoeverre is er sprake van etnocentrisme, vooroordelen en stereotyperend denken?
In dit conflict is er helemaal geen sprake van etnocentrisme, er is ook helemaal geen verband met etnocentrisme en het conflict waar dit werkstuk over gaat. Ook vooroordelen en stereotyperend denken spelen helemaal geen rol in het wel of niet emanciperen van islamitische vrouwen in Nederland. Misschien dat onwetendheid van de familie en de echtgenoot ten opzichte van emancipatie wel een rol speelt, maar daar gaat het nu niet om.

Hebben de massamedia aanwijsbare invloed gehad op de normen en waarden van de betrokkenen of andersom?
Ik denk dat de massamedia geen invloed hebben op de normen en waarden van de islamitische vrouwen en hun familie en echtgenoot. Deze normen en waarden liggen over het algemeen nauw verwant met hun cultuur, dus daar heeft de massamedia geen hand in gehad. Ook de normen en waarden van de Nederlandse samenleving hebben geen invloed van de massamedia genoten. Deze liggen ook diep geworteld en staan zelfs in de grondwet.

Hoofdstuk 4: De geschreven normen in de samenleving.

Welke concrete mensenrechten zijn bij het probleem (conflict) betrokken? Tot welke categorie behoren die rechten?
In de Universele Verklaring van de rechten van de mens (1948) staan de volgende rechten van de mens die, naar mijn mening, betrekking hebben op dit conflict:
· Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politiek of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. (artikel 2.1)
· Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
· (artikel 16.1)
· Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten. (artikel 16.2)
· Een ieder heeft het recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven. (artikel 19)

Is er in de Nederlandse wet, internationale verdragen of in andere geschreven bronnen iets geregeld over het probleem (conflict)? Zo ja, hoe luiden die regelingen?
Door de NAVO is een verdrag opgesteld ten gunste van de emancipatie van de vrouw: Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen. Dit verdrag zit als bijlage bij dit verslag, net zoals de Universele Verklaring van de rechten van de mens. Maar natuurlijk ook de Universele Verklaring van de rechten van de mens, is een geschreven bron waarin het een en ander staat over dit probleem. (zie vorige alinea) Ook in de Nederlandse grondwet staan artikelen over dit probleem, deze luiden als volgt:
· Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandelt. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan. (artikel 1)
· Iedereen heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. (artikel 6.1)
· Iedereen heeft, behoudens bij of krachtens wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam. (artikel 11)
· Ook een kopie van hoofdstuk 1 van de Nederlandse grondwet is als bijlage bijgevoegd.
· Een ander geschreven bron met betrekking op het probleem is het islamitisch rechtstelsel, er is echter geen sprake van één monolithisch islamitisch rechtstelsel, maar er bestaan verschillende versies naast elkaar. De verschillen in het rechtstelsel komen voort uit uiteenlopende interpretaties van de wijze waarop islamitische voorschriften moeten worden toegepast. Aangezien er veel verschillende rechtstelsels zijn heb ik geen voorbeeld van hoe die regelingen luiden.

Worden in deze regelingen de mensenrechten gerespecteerd?
In de Universele Verklaring van de rechten van de mens, het Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen en de Nederlandse worden de mensenrechten gerespecteerd. Maar in het islamitische rechtstelsel worden de mensenrechten niet of niet altijd gerespecteerd.

Al deze artikelen heb ik als bijlage opgenomen in mijn werkstuk, aangezien van essentieel belang zijn.

Hoofdstuk 5: De besluitvorming

In welke fase van het besluitvormingsproces is het probleem (conflict) op dit moment?
Het probleem zit momenteel in de fase van (h)erkenning en bevind zich bij de eerste barrière. De politiek weet dat er problemen zijn door diversen impulsen vanuit de samenleving, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van enkele tientallen islamitische vrouwenorganisaties hier in Nederland (bijv. LIVON Landelijke Islamitische Vrouwenorganisatie Nederland en NISBO Nederlandse Islamitische Bond voor Ouderen). Men neemt waar dat er problemen zijn bij de emancipatie van islamitische vrouwen in Nederland ten opzichte van de emancipatie van de andere (en dan met name de Nederlandse) vrouwen. Van echte wensen en eisen van de islamitische vrouwen is geen sprake, maar het is wel echt duidelijk dat er sprake is van een probleem en dat daar een oplossing voor gezocht moet worden.

Wie moet er in deze fase van het besluitvormingsproces benaderd worden?
De gene die in deze fase van het besluitvormingsproces benaderd moeten worden zijn waarschijnlijk de politici met een bepaalde achtergrond. Ik doel dan op politici die in hun verleden veel met islamieten te maken hebben gehad en de cultuur en godsdienst ook kennen of islamitische politici. Dit is heel erg belangrijk bij de behandeling van dit probleem binnen de politiek. Anders is de kans op grote denkfouten erg groot en wordt er geen effectieve oplossing gevonden. Dit probleem dient een specifieke benadering te krijgen, anders dan word het heel erg moeilijk om een oplossing te vinden. Kortom wil je bepaalde personen benaderen ten behoeven van dit probleem dan moet je denken aan specialisten die weten wat de problemen zijn en de visies van beide groepen ook begrijpen. Maar is dat eigenlijk niet bij ieder probleem zo?

Welke actiemiddelen worden door de betrokkenen groepen gebruikt om voor hun standpunt over de beslechting van het probleem (conflict) op te komen?
De verschillende groepen gebruiken nog geen actiemiddelen om voor hun standpunt uit te komen. Dat is op dit moment nog helemaal niet aan de orde. Dit probleem is nog helemaal in de fase van erkenning van het probleem en het bespreekbaar maken van het probleem. Pas als er sprake is van besluitvorming in de laatste fase dan is het voor de betrokkene pas nodig om actiemiddelen in te zetten.

Zijn de actiemiddelen die door de betrokken groepen worden gebruikt om voor hun standpunt over de beslechting van het probleem (conflict) op te komen? , Voor zover jij dat kunt beoordelen wel of niet in strijd met de wet?
Aangezien de betrokkenen geen actiemiddelen inzetten kun je ook niet spreken van strafbaar gedrag.

Kun je deze actiemiddelen rekenen tot burgerlijke ongehoorzaamheid?
Dat is nu niet ter sprake.

Vindt jijzelf de gehanteerde actiemiddelen juist?
Aangezien er geen actiemiddelen gehanteerd zijn kan ik daar ook niet over oordelen. Wel denk ik dat er best meer impulsen van buitenstaanders zouden mogen komen om de vrouwen hulp te bieden door bijvoorbeeld ervaringen uit te delen of door gewoon solidair te zijn. Maar ik weet eigenlijk niet of dat wel een actiemiddel is.

Vind jij burgerlijke ongehoorzaamheid als eventueel actiemiddel in deze kwestie te verdedigen?
Ik denk dat burgerlijke ongehoorzaamheid hier niet ter sprake hoeft te komen. De kwestie kan ook opgelost worden zonder het inzetten van een actiemiddel als burgerlijke ongehoorzaamheid. Daarbij denk ik ook niet dat het nuttig en nodig zou zijn. Dit probleem kan het beste opgelost worden door veel te praten en het onderwerp en eventuele veranderingen bespreekbaar te maken, maar mee over mijn mening over een oplossing in hoofdstuk 7.
Vind jij ondemocratische actie in dit geval te verdedigen?
Ik denk dat er nu juist sprake is van ondemocratische actie. Omdat de vrouwen niet gelijk als de mannen behandeld worden. Ik vind ondemocratische actie niet te verdedigen, omdat ik het helemaal niet eens ben met ondemocratische handelingen. Je leeft hier in Nederland in een democratie en dat moet je dan ook respecteren!

Welke actiemiddelen zou jijzelf verkiezen? Waarom?
Ik denk dat het gebruik van actiemiddelen zoals een demonstratie of een handtekeningenactie helemaal niet nodig zijn. Dit probleem vraagt een hele andere aanpak en is het gebruik van actiemiddelen helemaal niet relevant.

Wie kunnen of moeten er in het probleem (conflict) beslissen?
De beslissing ligt bij de islamitische samenleving ( en dan met name de ouders en de echtgenoten), hier in Nederland, deze moet de emancipatie van vrouwen leren te accepteren en uiteindelijk ook daarin mee kunnen gaan. Dat is namelijk ook het grootste probleem in dit conflict. Verder ligt er natuurlijk ook een beslissing bij de islamitische vrouwen zelf, zij moeten doorzetten en proberen tot een oplossing e komen. Hier is vooral sprake van een gezamenlijke oplossing van beide partijen, maar meer over een oplossing in hoofdstuk 7.

Waarop is de macht van degenen die moet of kan beslissen gebaseerd?
De macht van de islamitische samenleving en dan met name de ouders en echtgenoten is gebaseerd op hun gezamenlijke geloof en cultuur. Ze baseren zich op hun interpretatie van de Koran. De macht van de islamitische vrouwen in ook gebaseerd op hun geloof en hun interpretatie van de Koran. Want als je de Koran leest, dan kun je de teksten natuurlijk op veel manieren uitleggen. De islamitische vrouwen kunnen zich ook nog beroepen op internationale verdragen zoals de Universele verklaring van de Rechten van de mens en op de Nederlandse grondwet, zoals in hoofdstuk 4 genoemd.

Betreft het een democratische vorm van macht of niet?
De macht van de islamitische samenleving is niet helemaal democratisch, als je te maken hebt met conservatieven dan kan het nog wel eens zo zijn dat de vrouw helemaal niets te zeggen heeft en dat er buiten haar wil om wordt gehandeld. Maar gelukkig wordt men steeds moderner en heeft de vrouw steeds meer te zeggen.
De macht van de islamitische vrouwen is zeker wel een democratische vorm van macht. Zij baseren zich juist op hun democratische rechten zoals gelijkheid.

Staat de macht of de positie van de machthebber zelf ter discussie?
De positie van de machthebbers staat ter discussie, maar op een andere manier dan hier bedoeld is. De macht moet anders verdeeld worden, mannen en vrouwen moeten gelijke macht krijgen, dat betekent dat de man minder macht krijgt, zijn positie staat dan dus ter discussie. De vrouw strijdt juist voor meer macht, als zij die krijgt dan veranderd haar positie ook ingrijpend. De posities van de machthebbers veranderen als er wat aan het conflict gedaan word en dan staat de positie van de machthebber ter discussie.

Kunnen alle betrokkenen bij het probleem (conflict) macht uitoefenen?
Jazeker, alle betrokkenen kunnen macht uitoefenen, alleen is de macht op verschillende aspecten gebaseerd en zijn de mogelijkheden verschillend, zoals ik hierboven ook al heb vermeld.

Wordt de macht volgens jou op een goede manier gebruikt? Waarom wel/niet?
De macht van de ouders en echtgenoten word niet op een goede manier gebruikt, er is zelfs sprake van misbruik van de macht en het respect dat beide hebben. De macht van de islamitische vrouwen word wel goed gebruikt, zij baseren zich op hun grondrechten en op de teksten van hun geloof (wat ook het geloof van de ouders en de echtgenoten is). Deze macht is gegrond en benadeeld niemand.

Heeft de gemeentelijke, provinciale of landelijke overheid met het probleem (conflict) te maken?
Nee, de gemeentelijke, provinciale of landelijke overheid hebben niet met dit probleem te maken.

Welke factoren uit de omgeving van het politieke systeem beïnvloeden de mogelijkheden om oplossingen voor het probleem (conflict) te vinden?
Er is voor de politiek geen rol weggelegd bij de oplossing van dit probleem, dit probleem kan het beste een oplossing zoeken in de eigen groep en zal het ook daarbinnen op moeten lossen. Er zijn dus geen factoren uit de omgeving van het politieke systemen die de mogelijkheden om een oplossing voor het probleem te vinden beïnvloeden.

Welke politieke partijen houden zich daadwerkelijk met het probleem bezig en op welke wijze?
Volgens dhr. Rabbae van Groen Links wordt er op politiek niet gesproken over de emancipatie van islamitische vrouwen, er wordt wel gesproken over de emancipatie van de etnische minderheden, hier in Nederland aanwezig. Daar is de islamitische vrouw natuurlijk ook onderdeel van, maar ze is geen ‘begrip’ zoals wij het hier behandelen. De politiek houdt zich dus wel bezig met het probleem, maar niet op de manier die wij beschrijven. Men erkent het probleem en kijkt wat de mogelijkheden zijn om haar steentje bij te dragen aan een positieve ontwikkeling, door bijvoorbeeld het oprichten van een voorschool, voor allochtonen kinderen (meer hierover in het interview met dhr. Rabbae) waardoor ze later niet in aanraking komen met dit probleem. Groen Links is een van de partijen die zich met dit probleem bezig houden, maar uit het verhaal van dhr. Rabbae heb ik begrepen dat er binnen alle politieke partijen over nagedacht wordt.

Hoe zullen de politieke partijen zich waarschijnlijk tegenover het probleem (conflict) opstellen gezien hun uitgangspunten?
VVD en D’66: Zij gaan beide uit van het liberalisme, het belangrijkste uitgangspunt van deze visie is; vrijheid en onafhankelijkheid van staat, deze vrijheid betekent vooral individuele vrijheid, vooral ten opzichte van de staat. Als je van dit uitgangspunt uitgaat, dan kun je verwachten dat de VVD en het D’66 positief staat ten opzichte van de emancipatie van islamitische vrouwen. De VVD zal niet voor staatsbemoeienis zijn, ook dit heeft te maken met de individuele vrijheid.

PvdA: Deze partij gaat uit van de sociaal-democratische visie, een belangrijk idee binnen deze visie is het idee over een rol van de overheid bij het bevorderen van gelijkwaardigheid. Bij het probleem is er te maken van ongelijkwaardigheid, dus kun je van de PvdA verwachten dat ze voor overheidsbemoeienis binnen dit probleem zijn, om er zo voor te kunnen zorgen dat er uiteindelijk sprake is van gelijkwaardigheid.

CDA: Deze partij gaat uit van het christelijk geloof. Naastenliefde, solidariteit en de verantwoordelijke samenleving zijn belangrijke criteria. Van deze partij kun je verschillende dingen verwachten. Omdat binnen het christelijke geloof ook niet per definitie voor emancipatie wordt gestreefd.

Groen Links: Deze partij gaat van oorsprong uit van de ecologische visie, het probleem heeft geen verbinding met ecologie, toch heeft Groen Links een uitgesproken visie omtrent dit probleem. Dit heeft echter niets te maken met hun uitgangspunten, maar meer met hun visie op de maatschappij. (meer hierover in het interview met Dhr. Rabbae)

In hoeverre is het mogelijk om bepaalde standpunten over het probleem (conflict) links of rechts te noemen?
Bij dit probleem is er geen sprake van een politiek probleem, dit is een cultureel probleem, vandaar dat het onmogelijk is om standpunten links of rechts te noemen. Betere benaderingen zouden conservatief en modern zijn. Dan kun je de standpunten van de ene partij (de ouders en echtgenoten) conservatief kunnen noemen en de standpunten van de islamitische vrouwen modern. Maar van rechts of linkse standpunten is bij de probleem geen sprake.

Hoofdstuk 6: De oplossingen

Zijn er voorstellen om bepaalde normen, wettelijke regelingen in Nederland of in internationale verdragen die betrekking hebben op het probleem, te veranderen? Zo ja van wie en hoe?
Er zijn verschillende voorstellen om veranderingen aan te brengen ten bate van het probleem.
Zo heeft de Marokkaanse regering een tijdje geleden een wetsvoorstel ingediend om de positie van de vrouw in Marokko te versterken in Marokko zelf. Dit voorstel is er echter niet door gekomen omdat er hevig protest was vanuit de conservatieve groeperingen en de regering uiteindelijk te bang was om haar zin door te zetten.

Maar er zijn niet alleen in Marokko positieve impulsen in de goede richting. Ook de Nederlandse minister van Justitie voert gesprekken met de Marokkaanse minister van justitie over het probleem van Marokkaanse vrouwen die in Nederland scheiden van hun man voor de Nederlandse wet, maar die niet volgens de Marokkaanse wet gescheiden zijn en dus geen kant op kunnen.

In internationale verdragen en in de Nederlandse grondwet hoeft echter niets veranderd te worden aangezien in deze grondrechten al staat dat de huidige situatie verwerpelijk en niet volgens de regels is. Want volgens beide regelingen is de vrouw gelijk aan de man en moet zo ook zo behandeld en benaderd worden.

Ook zijn er, natuurlijk wil ik bijna zeggen, impulsen vanuit de islamitische vrouwenbewegingen om de emancipatie van deze vrouwen bespreekbaar te maken om zo te huidige normen aan te passen en bij te stellen aan de tijd waarin we nu leven, namelijk 2001!

Wordt er bij de voorgestelde oplossingen wel/geen rekening gehouden met de mensenrechten?
Er wordt niet alleen rekening gehouden met de mensenrechten, men beroept zich er zelfs op om de verwerpelijkheid van de huidige situatie te beargumenteren. Zoals bijvoorbeeld: artikel 2.1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de mens; Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, politiek of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status, en bijvoorbeeld artikel 1 van de Nederlandse grondwet; allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandelt. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan.

Is de menselijke gelijkwaardigheid in het geding?
Dit is juist het probleem, er wordt op dit moment geen rekening gehouden met de menselijke gelijkwaardigheid; vrouwen worden achtergesteld en ondergewaardeerd ten opzichte van mannen.

Getuigt de door de groepen voorgestane oplossing van vooroordelen en stereotype denken?
Nee, de aangedragen oplossingen getuigen niet van vooroordelen en stereotype denken. Het probleem echter wel. Dat is juist gebaseerd op vooroordelen en stereotype denken. Vrouwen worden namelijk ondergeschikt aan de man gesteld op basis van vooroordelen, bijv. vrouwen zijn het zwakke geslacht, ‘hun enige recht is het aanrecht’. Dit probleem is echter niet uitsluitend gebaseerd op vooroordelen en stereotype denken, er is natuurlijk ook een hele belangrijke invloed van de godsdienst en de cultuur.

Is er in de oplossingen sprake van discriminatie en andere vormen van achterstelling?
Nee, bij de oplossingen is hier juist geen sprake van, maar het probleem is juist wel weer gebaseerd op discriminatie en andere vormen van achterstelling.

Hoofdstuk 7: Mijn eigen oplossing

Mijn oplossing:
Volgens mij is het heel moeilijk om voor dit probleem een gepaste oplossing te vinden. Je hebt te maken met een cultuur en met een godsdienst waarin, tot nu toe, de vrouw achtergesteld wordt. Je kunt de mensen niet zomaar ineens gaan vertellen: Jullie doen het allemaal fout, je moet het zus en zo doen. Zo werkt het natuurlijk niet, je hebt te maken met conservatieven gedachten en deze mensen moet je beetje bij beetje uitleggen dat het ook anders kan, en dat je de positie van de vrouw ook anders uit kunt leggen, zonder je geloof op te geven. Want de islam is helemaal niet tegen de emancipatie van de vrouw. Er staan genoeg teksten in de Koran die aangeven dat de vrouw helemaal niet minder is dan de man. De profeet van de islam, Mohammed, heeft zelf een aantal vrouwen gehad die erg geëmancipeerd waren, een vrouw was een handelaar en een andere vrouw was een hoge militair. Als je deze teksten leest, dan kom je tot de conclusie dat Mohammed erg geëmancipeerd was. Dus zouden al zijn volgelingen dat ook moeten zijn. Jammer genoeg is het niet zo makkelijk. Islamieten zijn niet alleen islamiet, maar ook bijvoorbeeld, Turk, Marokkaan, of Tunesiër. Zij leven volgens hun cultuur, deze cultuur is gebaseerd op de islam, maar deze culturen hebben de tekst van de Koran op hun eigen manier geïnterpreteerd, deze interpretatie is een interpretatie van mannen en daar ligt het probleem. Om dit probleem op te lossen is onderwijs van essentieel belang. Zo krijgen deze mensen een algemenere visie op de wereld dan hun cultuur hun aanleert. Als ze onderwijs genoten hebben dan kunnen ze de waarden en normen van hun cultuur toetsen aan bijvoorbeeld de waarden en normen van de Nederlandse cultuur. Zo kunnen ze tot inzichten komen die de emancipatie van vrouwen bevorderd. Door het genoten onderwijs hebben ze een bepaalde bagage, waardoor ze op een verlichte en ‘geleerde’ manier de teksten zelf kunnen lezen en interpreteren, met als gevolg dat ze hopelijk tot nieuwe inzichten komen om op die manier de emancipatie van vrouwen wel goedkeuren en stimuleren.

Welke oplossing zou jij gelet op de mensenrechten het meest rechtvaardig vinden?
Volgens de mensenrechten is deze situatie verwerpelijk, als men de mensenrechten zou respecteren dan zou deze hele situatie niet ter sprake zijn. Daarom denk ik dat het belangrijk is om de mensenrechten te respecteren en daarvan uit te gaan. Toch denk ik dat de mensenrechten geen aanwezige rol hoeve te spelen binnen een oplossing. Men moet er wel van op de hoogte gebracht worden, en men moet ze respecteren, maar de kern van het probleem ligt niet bij de schending van de mensenrechten maar bij de cultuur die bepaalde normen en waarden voorschrijft. Daarom denk ik dat de beste oplossing gelet op de mensenrechten een gelijkwaardige beschouwing van de man en vrouw zou zijn. Uitgaande van een gelijkwaardige positie zoals in de rechten van de mens verklaard wordt, kan men verder gaan met een oplossing zoeken voor het probleem.

Welke waarden en normen hanteer jij zelf bij de oplossing van het probleem (conflict)?
Voor mij staan de waarden gelijkwaardigheid, onafhankelijkheid, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van ontwikkeling centraal. Ik ben zo opgevoed, dus ik weet niet beter. Mijn vader en moeder hebben mij heel duidelijk geleerd dat de man niet beter is dan de vrouw en dat het huishouden niet alleen voor de vrouw is. Bij ons geld zeker niet: ‘het enigste recht van de vrouw is het aanrecht’ ook mijn vader en mijn broertje doen hun dingen in huis, mijn vader haalt de boodschappen en kookt regelmatig. Dus mijn waarden en normen zijn erg gericht vanuit mijn referentiekader, in mijn jeugd heb ik geleerd dat vrouwen gelijkwaardig en onafhankelijk moeten worden beschouwd ten opzichte van de man. Bij de oplossing van dit probleem moet je zeker rekening houden met deze waarden en normen, daar is het hele probleem op gebaseerd en op grond van deze waarden en normen kun je tot een oplossing komen, door ze te respecteren en na te leven. Zo kunnen ook de islamitische vrouwen in Nederland een beroep doen op deze waarden en normen, zodat ook zij zich kunnen emanciperen.

Vind jij dat er sprake is van maatschappelijk ongelijkheid?
Ja, er is zeker sprake van maatschappelijke ongelijkheid, doordat het grootste deel van de in Nederland aanwezige moslims in een van de laagste maatschappelijke klasse zitten, namelijk de arbeidersklasse. Omdat ze in deze klasse zitten hebben ze minder toegang tot bijvoorbeeld onderwijs (en dan met name mbo, hbo en WO) omdat ze daar het geld en de behoefte niet naar hebben. Als de in Nederland aanwezige moslims een hogere opleidingsgraad hadden, dan hadden ze ook betere banen, waardoor ze het wel belangrijk zouden vinden om onderwijs te volgen. Doordat er sprake is van maatschappelijke ongelijkheid, is de positie van de vrouw ook anders, kijk maar naar Nederland in de tijd dat nog bijna iedereen arbeider was (ongeveer een eeuw geleden), toen werd er ook nog niet over de vrouw gedacht zoals men dat nu doet.

Op welke wijze en aan wie kun jij je eigen oplossing van het probleem het best naar voren brengen?
Ik denk dat het niet werkt als ik mijn oplossing naar voren breng, dit probleem moet van binnenuit opgelost worden. Men moet zelf tot het inzicht komen dat er een probleem is en dat het opgelost moet worden. Daar moet ik me als buitenstaander niet mee bemoeien. Gelukkig heeft de politiek dit probleem ook al gesignaleerd en denkt men er ook al over na. De politiek kan helpen door onderwijs te stimuleren en veel meer kunnen ‘wij’ buitenstaanders niet meer doen. De mensen moeten zelf tot inzichten komen en daarna pas kan er geholpen worden, bijvoorbeeld door middel van solidariteit en het uitwisselen van ervaringen door verschillende vrouwenbewegingen.

Tot welke politieke partij kun je je het best wenden om steun te krijgen voor jou standpunt in deze kwestie?
Groen Links, ik denk dat ik me tot deze partij zou wenden omdat ik met Dhr. Rabbae heb gesproken en omdat ik er van ben overtuigd dat Groen Links een hele heldere en ook goede visie heeft op dit probleem. Met Dhr. Rabbae hebben ze een echt geleerde op dit gebied in huis, omdat hij heel erg veel met mijn ‘doelgroep’ heeft gewerkt als directeur van achtereenvolgens; Regionaal Centrum Buitenlanders te Dordrecht, Regionaal Centrum Buitenlanders West-Brabant te Breda en Stichting Nederlands Centrum Buitenlanders te Utrecht.

Hoofdstuk 8: Het toetsen van de probleemstelling

In hoeverre zijn moslimse vrouwen in Nederland geëmancipeerd?
Je kunt deze probleemstelling vanuit twee verschillende punten beantwoorden, vanuit de Nederlandse cultuur en onze waarden en normen, maar natuurlijk ook vanuit de islamitische cultuur en hun waarden en normen.

Bekijk je het vanuit de islamitische cultuur dan is er sprake van emancipatie, de vrouwen worden mondiger en willen meer bereiken, dit komt doordat ze met de Nederlandse cultuur in aanraking zijn gekomen, vandaar dat de islamitische samenleving in Nederland vind dat deze vrouwen wel geëmancipeerd zijn. De islamieten vinden dat de vrouwen zijn geëmancipeerd omdat ze zich onder andere westers kleden, naar school willen en omdat ze willen werken.

Bekijk je het vanuit de Nederlandse cultuur dan zijn de islamitische vrouwen niet geëmancipeerd. Wij stellen andere eisen aan emancipatie en vinden daarom dat deze vrouwen nog niet geëmancipeerd zijn. Ze worden nog steeds niet gelijkwaardig geacht aan hun man en ze kunnen nog steeds niet onafhankelijk zijn, mede door bepaalde islamitische wetten. Wij toetsen de emancipatie van deze vrouwen vooral aan de UVRM en onze eigen grondwet en de rechten die daarin worden vermeldt.
Beide partijen hebben een beetje gelijk, de vrouwen zijn al meer geëmancipeerd dan toen ze hiernaartoe kwamen, maar ze hebben nog een achterstand op de Nederlandse vrouwen.

Maar gelukkig zijn er al vorderingen en gaat het de goede kant op. Er zijn al islamitische vrouwenbewegingen en binnen de islamitische cultuur wordt de emancipatie van de vrouwen al steeds meer geaccepteerd, zoals in mijn beide interviews is gebleken. Kortom, het gaat de goede kant!

De probleemstelling die ik bij dit werkstuk heb gehanteerd is dus: In hoeverre zijn moslimse vrouwen in Nederland geëmancipeerd? Deze probleemstelling leende zich perfect voor de beantwoording van de vragen van de analysevragen. De analysevragen waren erg duidelijk en sloten erg goed aan op de geleerde stof in 5 en 6 VWO. Ondanks de dat een aantal analysevragen van hoofdstuk 5 niet aansloten op mijn probleemstelling heb ik heel goed kunnen werken met het vragenschema.

Interview:

Het is donderdagochtend, gauw nog even naar school om de laatste wijzigingen in de interviewvragen door te nemen en dan snel naar het station, op de trein naar Den Haag. Tweeëneenhalf uur later kom ik aan in Den Haag, ik heb alle tijd want ik heb ruim de tijd genomen, je kunt natuurlijk niet te laat aankomen door een treinvertraging. Na een korte zoektocht kom ik aan bij het gebouw van de Tweede Kamer, ik meld me bij de balie en even later wordt ik opgehaald door Natalie Jas, een van de secretaresses van Groen Links, we hadden elkaar al aan de telefoon gesproken om deze afspraak te maken. Dhr Rabbae is nog in een vergadering dus ik mag naar een debat gaan kijken over het anonieme donorschap van spermadonoren. Na een kwartiertje haalt Natalie me op en mag ik plaats nemen in de werkkamer van Dhr. Rabbae, overal liggen documenten en stapels met papier! Na een half uurtje komt hij eindelijk binnen lopen en verontschuldigd zich dat hij te laat is, hij was me gewoon vergeten! Ik laat mijn werkstuk zien en vertel wat mijn bedoeling is en dan kan het vragenvuur beginnen::

Vraag 1:
Wordt er op politiek niveau gesproken over dit probleem? Zo ja op welk niveau en wat is de algemene mening?

Er wordt op 3 verschillende manieren over dit probleem gesproken.

1. In de politiek wordt geen verschil gemaakt tussen moslimse vrouwen en vrouwen uit andere etnische minderheden. Als er gesproken wordt over de emancipatie van etnische minderheden op zich, dan wordt er wel gesproken over de emancipatie van islamitische vrouwen als onderdeel van een etnische minderheid. De titel ‘islamitische vrouw’ wordt in de politiek niet gehanteerd, de titel ‘etnische vrouw’ wordt echter wel gebruikt. Hierover wordt wel op verschillende wijze en over verschillende aspecten gesproken. Bijvoorbeeld; vrouwen vragen om een gepaste benadering van hun groep in bijvoorbeeld de gezondheidszorg. Ze vragen om een bepaalde benadering van hun specifieke cultureel, juridische maar ook seksueel situatie. Er wordt op verschillende wijze en door verschillende mensen over verschillende aspecten over gesprokene, kortom, het leeft dus wel in de politiek!!

2. Er is een groot probleem omtrent scheidingen binnen een islamitische en in dit geval Marokkaans gezin. De scheiding volgens de Nederlandse wetgeving wordt niet erkent in Marokko. Men leeft dan in een dubbele situatie; de echtscheiding wordt niet erkent door de Marokkaanse wet, dit geeft problemen. De minister van justitie is bezig met het zoeken van een oplossing voor dit probleem met de minister van justitie van Marokko. De bedoeling is dat beide landen elkaars rechten accepteren en dat scheiding in het vervolg zonder problemen kunnen worden voltrokken.

3. Het derde probleem is het gebrek aan informatie aan vrouwen over voorbehoedsmiddelen en abortus; dit leidt tot ongelukken. Niet de jeugd maar de ouderen hebben vooral last van dit probleem, omdat ze er nooit over zijn ingelicht, de jongeren leren deze zaken nu inmiddels gewoon op school.

Deze volgende elementen spelen een grote rol bij de problematiek omtrent de emancipatie van islamtische vrouwen, hier in Nederland:

· Woningbouw! In de Marokkaanse woningen zijn de keuken en de kamer van elkaar gescheiden, de keuken is voor de vrouw en de kamer voor de mannen. Deze scheiding is van essentieel belang als er bijvoorbeeld bezoek is. In de ‘standaard’ Nederlandse woningen is de keuken een open ruimte. Het is van essentieel belang om ook rekening te houden met de wensen van de Marokkanen hier in Nederland.
· Onderwijsachterstanden! Het invoeren van een voorschool voor allochtonen kinderen vergroot hun kans in het verdere onderwijs en overbrugt een eventuele taalachterstand. Op deze voorschool maken ze kennis met de Nederlandse gewoonten en cultuur. Vanaf 2½ tot 3 jaar kunnen de kinderen op deze voorschool beginne. De belangrijkste doelen en vaardigheden die er bereikt en aangeleerd worden zijn: spelen, puzzelen, tekenen en kennis maken met de computer! Ook een (eerste) aanraking met de Nederlandse taal zorg voor een bepaalde bagage. Voorlichting voor de ouders is van belang, dit kan vooral op de consultatiebureaus gedaan worden ter bekendmaking van de aanwezigheid van een voorschool. Hier kan worden uitgelegd dar het van essentieel belang is voor de kansvergroting van de eigen kinderen!

· Laatste punt: Als allochtonen vrouwen binnen 3 jaar na aankomst scheiden dan heeft de vrouw geen verblijfvergunning en dan moet ze weg. Dit is sinds kort terug gebracht naar 1 jaar, maar het was beter geweest als er gelijke rechten voor de man en vrouw geweest waren. Bijvoorbeeld dat ze dezelfde status zouden hebben, maar 1 jaar beter dan geen compromis!

Dit is het standpunt van Groen Links en ook van hem!! Dit is zijn mening hij is het er helemaal mee! eens….
(bij dit antwoord zitten ook de vragen 2 en 3 inbegrepen, deze luiden achtereenvolgens: Heeft Groen Links een standpunt over dit onderwerp, zo ja wat is dat standpunt? Of is dat nog niet aan de orde en waarom dan niet?
Wat is uw mening over dit onderwerp als kamerlid van Groen Links?)

Vraag 4:
Bent u praktiserend moslim? Zo ja, wat is uw mening over dit onderwerp als moslim?

1. Vrouw en man zijn aan elkaar gelijk, je moet geen onderscheid maken.

2. De vrouw is de motor van het gezien, het is uiterst verwerpelijk dat die wordt uitgeschakeld.. Ze moet niet alleen thuis blijven, ze moet weten wat het postkantoor e.d is ze moet bijv zelf een rekening kunnen openen. In verschillende Marokkaanse gezinnen is het namelijk zo dat de vrouw nauwelijks naar buiten gaat en dat wanneer ze naar buiten gaat dat is voor de boodschappen of om naar de markt te gaan. Het is slecht voor het gezin wanneer de vader denkt dat hij denkt dat hij het gezin kan runnen. Ook is het slecht voor de kinderen als de moeder slecht ontwikkeld is. Zo snapt de moeder niet wat haar kinderen bezig houdt en kan ze niet met hen meepraten.
Gelukkig zien mannen beetje bij beetje in dat het erg belangrijk is dat de vrouw zich ontwikkeld.

3. Vroeger werden meisjes vanaf ongeveer 12 jaar thuisgehouden en soms ook nog naar Marokko terug gestuurd om te trouwen. De vader bedacht dit zodat ze niet zou verwesteren en verkeerd terecht zou komen. Hij dacht dat dat het beste voor zijn dochter zou zijn. Als een vader zijn dochter naar Marokko stuurde dan was dat vaak met de intentie om haar daar met een neef te laten trouwen, zodat ze goed terecht zou komen. Omdat zo’n huwelijk vaak verkeerd afloopt, doordat de partners elkaar een paar weken voor hun huwelijk voor het eerst zien, krijgt het meisje een slechte naam, omdat ze gescheiden is. Dat was helemaal niet de bedoeling van de vader, Dhr Rabbae heeft met veel vaders gesproken en hij is blij dat dit verschijnsel aan het verdwijnen is en dat de vaders inzien dat een goede opleiding heel belangrijk is voor hun dochters. Hij is blij dat er veel meisjes op school zitten, zodat ze later een goede baan hebben en voor zichzelf kunnen zorgen zodat wanneer een eventueel huwelijk misgaat (want hij is van mening dat dat natuurlijk altijd kan) dan kan ze tenminste nog voor zichzelf zorgen.

4. Gelijke kansen in onderwijs en werk en een gelijke verdeling binnen het huishouden is erg belangrijk. Uitschakeling van de vrouw door slecht of geen onderwijs en een verbod op werk is slecht voor het gezin.

5. Dhr Rabbae is tegen uithuwelijken, omdat hij denkt dat de vader de toekomst van de dochter verknalt doordat hij een huwelijkspartner voor haar kiest, volgens hem kan dat nooit goed gaan omdat je niet kunt trouwen met iemand waar je niet verliefd op bent en waar je niet van houdt als van een partner. Een goede opleiding, diploma en goed werk zijn veel belangrijker, zodat de vrouw uiteindelijk voor zichzelf kan zorgen en de vader zich niet voor zijn dochter hoeft te schamen maar dat hij juist trots op haar is. Doordat er veel huwelijken zijn misgelopen hebben veel vaders geleerd dat het geen goed idee is om hun dochters naar Marokko te sturen om met een neef te trouwen maar dat hun dochters veel beter af zijn met een diploma dan met een gedwongen huwelijk.

Marokkaanse families gaan steeds meer lijken op Nederlandse families, er is dus sprake van integratie!

Vraag 5:
Wat is volgens u het voornaamste knelpunt in de probleemstelling?
Het voornaamste knelpunt binnen deze probleemstelling is onderwijs. Daar had Dhr. Rabbae de volgende redenen voor:
· Jammer genoeg speelt de geschooldheid van de ouders, en dan met name de vaders een grote rol, hoe geschoolder zij zijn, hoe meer ruimte de dochters krijgen. Gelukkig zijn er uitzonderingen: moeders en vaders die nog nooit een school van binnen hebben gezien, die toch perse willen dat hun kinderen naar school gaan. Hij vindt dat heel knap! Tegenwoordig zijn er heel veel arbeidersdochters op de universiteit, terwijl de ouders nog nooit een school van binnen hebben gezien. Men ziet in dat de weg van het onderwijs de beste weg is.
· Doordat de meisjes naar school gaan willen ze ook uit, oudesr hebben daar vaak problemen mee. Het knelpunt hier is dat de meisejes in aanraking komen met de Nederladse cultuur en dat ze dezelfde dingen willen doen als hun nederlandse vriendinnen. Gelukkig is daar in sommige steden al een oplossing voor gevonden; de meisjes organiseren een eigendisco-middag zodat ze op tijd thuis zijn.

Elke nadeel heb een voordeel, volgens Cruiff, en hij is het daar helemaal mee eens, want doordat de dochters kort zijn gehouden steken ze meer in hun opleiding waardoor ze uiteindelijk vrijer zijn dan wanneer ze geen opleiding hadden gehad, omdat ze een baan en een eigen inkomen hebben. Dat hadden ze niet bereikt als ze niet naar school waren geweest.
Gelukkig vindt er steeds mee overleg plaats tussen ouders en kinderen, waardoor de verhoudingen steeds beter zijn. Dhr. Rabbae had een mooie uitleg over hoe die verhoudingen lopen:
“ De verhouding met je kinderen loopt langs een touw, trek je te hard dan gaat het touw kapot, dat betekent geen contact meer met je kinderen, voor een vader is dat het ergste wat er is, en hij zit met de gebakken peren. Hij kan dus beter iets trekken en loslaten en vooral zoeken naar evenwicht, zo blijft de relatie met je kinderen goed, het is geven en nemen!”
Ook speelt de omgeving een grote rol als bron voor problemen; er wordt gevochten en er vinden andere vervelende dingen plaats die de ouder wantrouwiger maakt ten opzichte van uitgaan. Als het niet veilig is laat je je kinderen niet graag gaan.

Vroeger sprak hij alleen met de vaders nu is de hele familie aanwezig bij een discussie over deze kwestie; jammer genoeg gebeurd dat nog niet overal maar wel steeds meer.

Af en toe heeft hij nog steeds gesprekken met mensen uit de islamitische samenleving, vandaar dat hij erg betrokken is bij deze probleemstelling.

Vroeger hoorde hij vaak tijdens discussies dat de islamitische ouders goed waren Nederlandse samenleving slecht. Omdat wij een slappe politie hadden; bijv. een jongen steelt wat gaat naar het politie bureau en krijgt daar koffie, dat snappen ze niet en vinden ze niet goed.
Ook de school is slecht niemand deugde.

Hij is echter van mening dat je het niet moet hebben over Nederlanders, maar heb het over je eigen problemen. Geen zoon of dochter of zelfs vrouw loopt zomaar weg! Het komt niet door de Nederlandse samenleving maar door onderlinge problemen, pas als iemand wegloopt komt de Nederlandse samenleving in het oog, in de vorm van bijvoorbeeld blijf-van-mijn-lijfhuizen, je moet het niet hebben over bijzaken, maar over de echte problemen, het ligt aan jezelf dat je familie uiteenvalt, daar kan de Nederlandse samenleving niets aan doen. Toch snappen vaders de Nederlandse samenleving niet, want er gebeuren voor hen rare dingen, bijvoorbeeld: een zoon is crimineel geweest, hij heeft in de gevangenis gezeten, en komt eruit, zijn vader houdt hem goed in de greep en laat hem zijn diploma halen, de jongen gaat solliciteren, maar wordt hij niet aangenomen omdat hij een strafblad heeft. Voor de vader is dat niet te begrijpen, hij weet niet wat hij dan nog moet doen. De vader snapt het niet omdat hij het de beste weg vindt om zijn zoon weer terug de criminaliteit op te krijgen, door hem geen baan te geven. Dit is een van de problemen waarover Dhr. Rabbae tijdens zijn vorige baan (als directeur van de stichting nederlans cnetrum buitenlanders) veel over gesproken heeft.

Vraag 6:
Denkt u dat er voor de politiek een rol is weggelegd in het proces van emancipatie van islamitsche vrouwen? Zo ja, hoe ziet u dat dan en zou er een rol voor u zijn weggelegd in dit probleem (bijvoorbeeld met betrekking tot onderwijs)

De politiek kan een rol spelen binnen deze probleemstelling, maar eigenlijk is het een zaak van de groep zelf, de politiek kan een rol spelen op de volgende punten:
· Politiek heeft verantwoordelijkheid ter bevordering van goed onderwijs, voor kinderen maar ook voor de vrouwen! Zij hebben nooit onderwijs gehad.
· Juridische belemmeringen! Zie vraag 1verblijfsvergunningen. De politiek kan hier een rol spelen door bijvoorbeeld contact te leggen met bijvoorbeeld de Marokkaanse regering omtrent de erkenning van elkaars scheidingen, zoals bij vraag 1 is vermeldt.
· Bevorderen van voorlichting, bijvoorbeeld door het opzetten van speciale voorlichtingscampagnes over bijvoorbeeld onderwijs of over voorbehoedsmiddelen.

Maar eigenlijk is het een zaak van de groep zelf, zij moeten met elkaar in discussie over de steun voor de emancipatie van de vrouwen. Er vindt dan natuurlijk een strijd plaats binnen de eigen groep, maar zo kan er een discussie ontstaan waardoor het probleem bespreekbaar wordt.

Ingrijpen door de overheid kan juist averechts werken en betuttelend overkomen. Ook als anderen er zich mee gaan bemoeien dan is de kans groot dat het averechts gaat werken. Je kan wel hulp bieden en ervaringen uitwisselen en solidair zijn, maar ze moeten het eigenlijk zelf doen.

De politiek kan er dus vrij weinig aan doen.

Vraag 7:
Wat is uw mening over eventuele impulsen vanuit de Nederlandse samenlevign (bijvoorbeeld een Nederlandse vrouwenbeweging). Zijn deze impulsen nuttig?

Impulsen zoals ondersteuning, helpen en solidariteit, zijn goed en ook nuttig. Maar men moet niet willen dat de islamitische vrouwen feministisch gaan worden en zich afzetten tegen de man, want dat willen ze niet.

Wel kun je men ervan overtuigen dat het een goede zaak is dat vrouwen verder gaan dan de keuken.
Soms zijn de mannen toegankelijk soms niet, maar het gaat toch steeds beter.

Steun van Nederlandse vrouwen is goed, maar ze moeten niet zeggen hoe het moet, ivm culturele verschillen. Ze kunnen helpen; een ondersteuning zijn en ervaringen uitwisselen, maar ze moeten de islamitische vrouwen niet gaan vertellen hoe ze het moeten doen, want dat werkt alleen maar averechts.

Vraag 8:
Zijn er concrete moslimregels die emancipatie van vrouwen tegen gaan? In hoeverre hebben we te maken met culturele of sociaal-economische factoren?

Toen de Islam is kwam hadden de vrouwen minder rechten dan daarna, dochters werden na hun geboorte begraven, ze waren een schande. Na de komst van de Islam kregen ze meer rechten, maar ze werden nog steeds niet gelijk behandeld.
Sindsdien hebben de mannen het voor het zegen gehad. Er is nooit echt over nagedacht. Maar er komen wel veranderingen, in Tunesië is de polygamie verboden bijv. veel portesten..

Een half jaar geleden werd er in Marokko een voorstel gepresenteerd om de positie van de vrouw te versterken. Er waren twee demonstraties van voor- en tegenstanders. Door deze demonstratie (van de tegenstanders) verlamde de regering, ze durven niet meer. Mensen die voor vooruitgang zijn, zijn meestal niet de meerderheid, de islam wordt gedomineerd door conservatieven krachten. Er zijn weinig mensen die verlicht denken en te werk gaan. Daardoor is verandering en modernisering van de islam moeilijk.

De theorie en de praktijk spreken elkaar tegen, de profeet Mohammed word als voorbeeld genoemd, terwijl hij heel vrouwvriendelijk was hij werkte bij een vrouw en is later met haar getrouwd. Zijn andere vrouw Aisha ging op militaire expedities, voor zijn tijd was hij dus heel erg geëmancipeerd. Zijn vrouwen hadden ook veel invloed o hem.

De conservatieven krachten kijken hier niet naar en dat is jammer, want in de Koran, het heilige boek waarvan men uitgaat, schrijft anders voor.

Een goed voorbeeld hiervan is een verhaal over foute imam, die Dhr. Rabbae vertelde:
De vraag was of een vrouw mag werken, volgens de imama mag een vrouw niet werken, want zo komt ze in aanraking met mannen en is de weg naar de prostitutie niet ver meer en dus mag ze niet werken. Dit werd op de Marokaanse radio in Nederland verteld, veel Marokkanen hoorde dit. Hierdoor mogen meisjes niet meer werken van hun vader. Het is erg te betreuren dat een imam zoiets zegt, de Marrokanen hebben veel respect voor hem en luisteren ook naar hem.
De imam zegt dit hij terwijl er in Marokko veel vrouwen werkzaam zijn in ziekenhuizen en onderwijs. Als hij de koran goed kende dan wist hij dat de eerste vrouw van Mohammed zakenvrouw was! Daarom is het erg tegenstrijdig dat hij dat zegt.

Dit probleem heeft dus vooral te maken met de interpretatie!! ( zie hoofdstuk 1)

De Islam is een paar eeuwen gelden ontstaan, toen was het een verbetering van de positie van de vrouw. Dat was toen, een van de belangrijkste doelstellingen van de Islam is: inspannen om vooruitgegaan. Doordenken en nadenken anno 2001 moet de Islam dus ook vooruitgaan. Dhr Rabbae is van mening dat de vrouw in een andere positie terecht moet komen. Na zoveel eeuwen opnieuw moet de positie van de vrouw worden bezien met het idee dat er geen verschil meer is tussen man en vrouw.

De heersers in verschillende islamitische landen beroepen zich ook op de islam, zij hebben dan dus ook de knuppel in de handen. Zij heersen namens de islam. En hebben zo ontzettend veel macht.

Vraag 9:
Is er naar uw mening een groot verschil tussen orthodoxe en moderne moslims, of hebben deze beide groepen toch een zelfde uitgesproken mening over de emancipatie van vrouwen, en wat is die mening dan?

De orthodoxe en moderne visie verschillen tov van de positie van islamitische vrouwen.
Je moet niet tornen aan de tekst, zeggen de conservatieven, de modernen interpreteren het gewoon anders het lezen de tekst met een verlichte bril op!
Vroeger was de komst van de Islam een verbetering voor de positie van de vrouw, nu is het een zaak die aan heroverweging toe is, maar zolang de conservatieven krachten in de meerderheid zijn is het moeilijk.

Vraag 10:
Wat is volgens u een goede oplossing of in ieder geval een stap in de goede richting?

De beste oplossing is een verbetering van het aanbod van onderwijs. Daar ligt de kern. Als er goed onderwijs wordt genoten, dan komt men verder, als men verder komt dan hebben de kinderen nog betere kansen, zo kan men op de maatschappelijke ladder klimmen. Als men onderwijs heeft gehad, dan kan men de Koran met een geleerde achtergrond zelf lezen, waardoor men er anders tegenaan kan kijken en een eigen mening kan vormen.
Kortom, ONDERWIJS, ONDERWIJS, ONDERWIJS!!!!

Interview met Zahra

Weer in de trein, nu naar Den Bosch, over een uurtje beginnen de regionale debatvoorrondes, gelukkig hebben we tijd genoeg om een interview te doen, ook al zitten we met ons hoofd al helemaal in Den Bosch, bij de komende spannende debatten.

Hoe is jouw situatie thuis? Is dat doorsnee islamitisch of is het anders? Orthodox/westers? (werk/taakverdeling e.d?)
Zahra is een nakomertje, haar oudere broers en zussen zijn het huis uit, haar vader en moeder hebben allebei geen werk. Haar moeder is huisvrouw, maar volgens Zahra niet het ‘prototype’, thuis is zij de baas en haar vader heeft weinig te zeggen. Zahra is islamitische opgevoedt naar haar eigen zeggen, maar ze vind wel dat ze vrij is opgevoed vergeleken met andere moslimmeisjes. Haar ouders laten hun kinderen vrij. Ze mochten studeren en op kamers en ze mochten trouwen met wie ze willen, zo is een van haar zussen met een Turk getrouwed en zo is een van haar broers met een Nederlandse getrouwd. Daar hadden haar ouders geen bezwaar tegen.

Hoe wordt er over het algemeen over vrouwen gedacht, volgens jou, binnen de islamitische samenleving hier in Nederland? Vergelijk met Marokko, grote verschillen of juist overeenkomsten?
Hier in Nederland zijn de vrouwen zelfstandiger dan in Marokko. Ze hebben te maken met veel vooroordelen, als je je een beetje westers kleed dan vind men je al snel een hoer. Toch zijn vrouwen hier veel vrijer dan in Marokko en dat is een groot verschil!

Zijn er volgens jou grote verschillen tussen hier en Marokko, met betrekking tot de positie van vrouwen (normen en waarden)? Waarom wel/niet?
Vrouwen zijn hier veel vrijer en leven meer op een westerse manier, ze leven echt in een westerse samenleving! Veel mensen in Marokko beschouwen ze dan ook als Europeanen. Dit komt door je uiterlijk, maar ook door je denkwijze, je wordt toch heel erg beïnvloed door de Nederlandse waarden en normen.

Hoe zie jij je toekomst? (met betrekking tot je positie als vrouw in de samenleving)
Zahra denkt dat het moeilijk gaat worden voor haar omdat ze toch erg vernederlands is, ze heeft nu al te maken met vooroordelen, omdat ze zich toch ‘Nederlands’ gedraagt. Toch zit ze nu op de havo en hoopt ze later een goede baan te krijgen.

Hoe wordt er over het algemeen gedacht over vrouwenemancipatie (bijvoorbeeld werk en scholing) binnen de islamitische samenleving hier in Nederland? Verschilt dat erg met Marokko, zo ja, in welk opzicht?
In Marokko wordt in de lagere sociale klasse niet zo veel over gedacht, het wordt daar ook niet echt gestimuleerd. In Nederland is het wel geaccepteerd, maar men vind een geëmancipeerde Marokkaanse vrouw eerder een westerse vrouw dan een Marokkaanse. Daardoor wordt je niet echt meer geaccepteerd als Marokkaanse, en als je in Marokko bent keurt men het vaak af en vind men je ‘verwesterd’ in plaats van geëmancipeerd.

Wat is/zijn volgens jou (de) beperkende factor(en) bij dit probleem? Waar ligt het volgens jou aan?
Mensen in Marokko zijn best bekrompen volgens Zahra op het gebied van vrouwenemancipatie, ze zijn nog erg conservatief en in Nederland zijn die mannen vaak met die gedachte opgegroeid. Maar gelukkig begint er steeds meer acceptatie te komen van de 2e en 3e generatie Marokkanen.
Volgens Zahra ligt het probleem dus in de cultuur en de geldende normen en waarden.
Is er volgens jou sprake van stereotypering en vooroordelen vanuit de Nederlandse samenleving ten opzichte van de positie van de islamitische vrouwen? Zo ja, in welk opzicht? Kun je er voorbeelden van geven?
In Nederland heeft men volgens Zahra het volgende stereotype beeld van een Marokkaans meisje: Dit meisje is zedelijk, doet veel in het huishouden, bidt veel en houdt zich helemaal aan de regels, en wordt op haar 20e uitgehuwelijkt en is natuurlijk heel streng gelovig. Als je ze laat zien dat jij anders bent, dan denken ze dat je een uitzondering bent. Natuurlijk is het helemaal niet zo erg en zijn Marokkaanse meisjes helemaal niet zo als de stereotiep doet denken.

Nawoord:

Ik vond het echt erg interessant om dit werkstuk te maken. Ik ben er tijdens het maken van dit werkstuk achter gekomen dat veel van mijn denkbeelden over moslims, helemaal verkeerd waren. Ik dacht bijvoorbeeld dat de islam een vrouwonvriendelijke godsdienst was, maar dat is helemaal niet zo, veel islamitische culturen zijn echter wel vrouwonvriendelijk. Ook heb ik helderheid gekregen omtrent het wel of niet dragen van een hoofddoek.
Naar mijn mening is de islam een heel interessante godsdienst en ik vind het heel fijn dat ik door dit werkstuk de mogelijkheid heb gekregen om me daar een keer in te verdiepen.

Ik heb veel bewondering voor de islamitische vrouwen waarvan ik interviews heb gelezen, die hebben geprobeerd om te emanciperen en zijn daarin geslaagd, ook heb ik veel bewondering voor Carolien Marouf; zij in Nederlandse en is met een Egyptische man getrouwd. Ondanks haar feministische denkbeelden heeft zij zich tot de islam bekeerd en ik vind dat zij deze twee overtuigingen heel erg goed combineert.

Ook door mijn interviews met Dhr Rabbae en Zahra, heb ik veel geleerd, ik ben heel blij en trots dat ik de kans heb gehad om met een Tweede-Kamerlid over mijn probleemstelling te praten. Daardoor ben ik tot nieuwe inzichten gekomen en heb ik de problematiek aan de hand van duidelijke voorbeelden goed begrepen. De moraal van dit verhaal: Ik heb er wat van geleerd, ik hoop dat jij dat ook doet!

Literatuurlijst:

· Volkskrant magazine nummer 37, 13-5-2000, artikel: Een Hollandse islam, door Bas Mesters en Henk Müller.
· Artikel: Moslim èn feministe, door Ria Lavrijsen. Uit HN.
· Artikel: Toen de vrouw van onze profeet afwast, stopte hij sokken, door Malou van Hintum. Uit onzeWereld.
· Studie: Vrouwen, islam en ontwikkelingssamenwerking. (IIAV)
· NRC Handelsblad: Profiel Islam. December 1998.

Werkstuk Economie: Beleggen & de euro

<