Sponsor of prijs nodig? Zelf sponsor worden?
Arkefly: Aruba

vrijdag 25 januari 2008

Tweede Wereldoorlog



De Tweede Wereldoorlog was de samensmelting van een aantal aanvankelijk afzonderlijke militaire conflicten die van 1939 tot 1945 op wereldschaal werden uitgevochten tussen twee allianties: de asmogendheden en de geallieerden. In Europa vielen de Duitse troepen op 1 september 1939 Polen binnen. Dit leidde op 3 september 1939 tot een oorlogsverklaring aan Duitsland door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Uitbreiding van het conflict vond plaats op 22 juni 1941 met de Duitse overval op de Sovjet-Unie. Desondanks was de oorlog nog steeds een Europese aangelegenheid. Dit veranderde op 7 december 1941 toen Japan de United States Pacific Fleet bij Pearl Harbor bombardeerde en Hitler vier dagen later eveneens de Verenigde Staten de oorlog verklaarde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen tussen de 50 en 70 miljoen doden. Ongeveer twee derde van alle slachtoffers waren burger waarvan naar schatting meer dan elf miljoen minderheden stelselmatig werden vervolgd en vermoord.

België en Nederland werden op 10 mei 1940 door Duitsland aangevallen en de daaropvolgende bezetting duurde in België tot 17 september 1944 en in Nederland tot 6 mei 1945. Japan viel Nederlandsch-Indië binnen op 10 januari 1942, deze bezetting eindigde op 15 augustus 1945.


De oorlog in Europa

Oorzaken van de oorlog in Europa

De strijd om de Europese Hegemonie 1866 - 1918

Na de Duitse Eenwording in de 19e eeuw nam de Pruisisch-Duitse macht snel toe. Dit leidde tot oorlog tussen Frankrijk en Duitsland maar na de Duitse successen ook tot spanningen tussen het Keizerrijk en Groot-Brittannië. De wortels van de Eerste en Tweede Wereldoorlog liggen in deze strijd om de Europese hegemonie. Duitsland had de Tweede Duits-Deense Oorlog (1864), de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866) en de Frans-Duitse Oorlog (1870 – 1871) gewonnen. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had echter een onvergelijkbaar andere afloop. In de herfst van 1918 werden de Duitse troepen aan het hele Westelijk front teruggedreven en Duitsland was gedwongen de wapenstilstand te tekenen.

Duitse instabiliteit 1918 - 1929

Het politiek instabiele Duitsland van na de wapenstilstand (1918) was ondergedompeld in chaos en armoede waarbij links en rechts streden om de macht. Deze strijd zou uiteindelijk worden beslecht in het voordeel van het extreem rechtse en totalitaire Nationaal-Socialisme. De buitenlandse politiek van deze dictatuur zou Europa nogmaals in oorlog storten.

Het Verdrag van Versailles verplichtte Duitsland tot enorme herstelbetalingen, het afstaan van een aanzienlijk deel van haar grondgebied en de facto tot beëindiging van haar militaire macht. De vernedering was een bron voor Duits ressentiment en zou de uiterst rechtse nationalistische partijen in de kaart spelen. Ook de opdeling van Duitse grondgebieden zonder rekening te houden met de bevolkingssamenstelling zou aanleiding geven voor internationale spanningen.

In het verarmde en hongerige Rusland van 1917 braken revoluties uit. De hierop volgende Communistische machtsovername leidde in heel Europa tot ernstige onlusten. Europa zou na 1917 veelvuldig in de greep komen van de angst voor het “Communistisch gevaar” en deze angst zou de opkomst van het Fascisme in Italië en het Nationaal-Socialisme in Duitsland een enorme impuls geven.

In november 1918 vond een door de Russische Revolutie geïnspireerde linkse opstand plaats (de Novemberrevolutie) die de kop werd ingedrukt door uit gedemobiliseerde soldaten samengestelde vrijkorpsen. De extreem rechtse vrijkorpsen werden deels gedreven door de theorie dat communisten, socialisten, republikeinen en Joden het land zouden hebben verraden en dat Duitsland daarom de oorlog had verloren (de zogenaamde dolkstootlegende). De naoorlogse economische crisis verergerde nadat Duitsland in 1923 in gebreke bleef bij de nakoming van de haar opgelegde herstelverplichtingen. Franse en Belgische troepen bezetten hierop het Ruhrgebied waarna door de Duitse staat aangemoedigde stakingen uitbraken. Om de stakingskas te vullen draaide de geldpers en hyperinflatie was het gevolg. De economische chaos ontketende in het hele land onlusten. Een extreem rechtse partij de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij ( N.S.D.A.P) zou deze onlusten aangrijpen om in Beieren een greep naar de macht te doen. De couppoging mislukte jammerlijk en hun leider Adolf Hitler werd tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld waarvan hij uiteindelijk 1 jaar moest uitzitten. De volgende economische crisis zou de N.S.D.A.P echter helaas een herkansing geven die zij beter zou benutten.



1 tot en met 8: Door het Duitse Rijk afgestane gebieden na de Eerste Wereldoorlog.

Adolf Hitler en het Nationaal-Socialisme



Adolf Hitler 1923


Zo bracht bovenstaande poel van armoede, angst, chaos en onvrede het Nationaal-Socialisme voort. De essentie van deze fascistische stroming was dat de sterkere het recht heeft de zwakkere te overheersen. Dit verklaart zowel het radicaal nationalistische, antisemitische, militaristische, antidemocratische en anticommunistische karakter van deze beweging als de ideologisch geïnspireerde vernietigingsoorlog die hieruit voortvloeide. Hitler trad in 1919 toe tot de N.S.D.A.P. (toen nog D.A.P geheten) en deze fanaticus bleek te beschikken over een ongekend redenaarstalent en politiek instinct. Deze twee eigenschappen opgeteld bij zijn dominerende drang naar macht en gebrek aan moreel besef brachten hem en zijn partij de overheersing en de ondergang.

De depressie die ontstond na 1929 deed de aanhang van de N.S.D.A.P groeien tot bijna 14.000.000 in juli 1932. In januari 1933 trad Hitler als Rijkskanselier toe tot een regering waarin de Nationaal-Socialisten de minderheid vormden. In deze positie was hij zeer snel in staat alle macht naar zich toe te trekken en de parlementaire democratie buiten spel te zetten. Vanaf dat moment zou de Duitse politiek enkel en alleen door hem bepaald worden.

Het Derde Rijk startte vrijwel direct met herbewapening. De omvang van de Reichswehr was door de bepalingen van Versailles beperkt tot 100.000 man. Het had geen tanks, geen luchtmacht en nauwelijks schepen. Zes jaar later, bij het uitbreken van de vijandelijkheden, beschikte de Wehrmacht, de Luftwaffe en de Kriegsmarine over 3,5 miljoen soldaten, 9000 kanonnen, 2.500 tanks, 2.300 vliegtuigen, 57 onderzeeërs en 45 oppervlakteschepen.

Duitse Buitenlandse politiek 1933 - 1939

De buitenlandse politiek van de Nationaal-Socialisten had hoe dan ook tot oorlog geleid. Het verbazingwekkende van de periode 1933 – 1939 waren de Duitse successen zonder dat dit gebeurde. De Westerse democratische landen zouden te lang pogen Hitler in te tomen met diplomatieke middelen waarbij de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog hen zeker parten hebben gespeeld. Zo kwam in 1935 het Saarland „Heim ins Reich“ en werden in 1936 in het Rijnland Duitse troepen gelegerd. In 1936 ontstond tevens de as Rome-Berlijn, deze alliantie zou met het staalpact van 1939 worden verstevigd. Vervolgens volgde de annexatie van Oostenrijk op 13 maart 1938 en die van Tsjechoslowakije op 15 maart 1939. Deze bezetting van Tsjechoslowakije markeert het eindpunt van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om met vreedzame middelen de veroveringszucht van Nazi-Duitsland te beteugelen

De Inval in Polen

Nazi-Duitsland viel op 1 september 1939 Polen aan (Operatie Fall Weiss). Deze aanval, ook wel Poolse campagne genoemd, zou vier weken duren. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk verklaarden op 3 september 1939 Duitsland de oorlog. Afgezien van deze oorlogsverklaring en het vruchteloze Franse Saaroffensief van 7 september 1939 ondernamen de geallieerden weinig. Conform het in augustus 1939 gesloten Molotov-Ribbentroppact viel de Sovjet-Unie op 17 september 1939 Oost-Polen binnen. Het Poolse leger werd nu vermorzeld tussen de Duitse en Russische strijdkrachten. De laatste Poolse eenheden capituleerden op 6 oktober 1939 waarna een deel van het Poolse leger en de regering eerst naar Frankrijk uitweken en vervolgens naar het Verenigd Koninkrijk.



Europa in 1939 na de Inval in Polen.

De Russische expansie

De Sovjet-Unie viel op 30 november 1939 Finland aan in de verwachting het land binnen een maand te veroveren. Het Russische leger ontmoette onverwacht felle Finse tegenstand en leed onvoorstelbare verliezen. Zo verloren de Russen meer dan 200.000 soldaten en meer dan 2000 tanks. De Finnen verloren ongeveer 25.000 man. Het bleef helaas een strijd van David tegen Goliath en op 13 maart 1940 kwam een staakt-het-vuren tot stand op Russische voorwaarden. Finland verloor 10 procent van haar grondgebied en 20 procent van haar industriële capaciteit. Het verloop van de winteroorlog had de status van het Rode Leger echter ernstig aangetast en zou in hoge mate de Duitse onderschatting van Ruslands militair vermogen in de hand werken. De Sovjet-Unie bezette in de daaropvolgende maanden nog wel Estland, Letland, Litouwen, Bessarabië en het Roemeense Noord-Boekovina.



Finse skitroepen tijdens de Winteroorlog

Noorwegen en Denemarken

Noorwegen was voor de Duitse oorlogvoering belangrijk vanwege de aanvoerroutes van Zweeds ijzererts en als uitvalsbasis voor de Kriegsmarine. Zowel de Britten als de Duitsers maakten daarom in een vroeg stadium plannen voor een inval. De Duitse vloot stoomt op naar Noorwegen op drie april 1940 en in Noorse wateren worden, op acht april door een Britse torpedobootjager, mijnen gelegd. Vervolgens landen de Duitsers op negen april in Oslo, Bergen, Trondheim en Narvik, en vallen zij Denemarken binnen (Operatie Weserübung). Denemarken capituleert vrijwel onmiddellijk na slechts enkele schermutselingen. Hoewel op vijftien april nog een geallieerde tegenaanval plaats vindt bij Narvik, Namsos en Åndalsnes zijn de kaarten geschud na de vernietigende nederlaag op het Europese vasteland. Noorwegen capituleert op negen juni 1940 en de geallieerden moeten evacueren en Scandinavië achter zich laten.



HMS Warspite, Noorwegen 1940

De Westelijke Veldtocht 1940



Rotterdam na het bombardement


Aan het Westelijk front was tot mei 1940 nauwelijks gevochten. Een situatie door journalisten omschreven als de Schemeroorlog. Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers echter Nederland, België en Luxemburg aan (Operatie Fall Gelb). Het Nederlandse leger, niet uitgerust voor een moderne oorlog, werd volkomen onder de voet gelopen. Desondanks verliep de campagne voor de Duitsers te traag en hun Heinkels bombardeerden op 14 mei Rotterdam. Generaal Winkelman, de bevelhebber van de Nederlandse Strijdkrachten werd zowel geconfronteerd met een strategisch uitzichtloze situatie als met het Duitse dreigement tot vernietiging van alle grote Hollandse steden. Woensdagochtend 15 mei 1940 tekende hij de capitulatie. In de provincie Zeeland zou de strijd nog twee dagen verder gaan zodat de Franse troepen zich terug konden trekken






Britse uitgeschakelde Cruiser Mk IV tank 30 Mei 1940


De geallieerde legers hadden ondertussen gereageerd op de Duitse troepenbeweging door zich naar het Noorden te verplaatsen. De achterliggende gedachte was dat het zwaartepunt van de Duitse aanval daar zou plaats vinden omdat het zuiden immers gedekt werd door de Maginotlinie en de Ardennen. De Duitse pantsers doorboorden echter volkomen onverwacht de defensieve linies bij Sedan mede door massale inzet van de Luftwaffe en zij rukten vervolgens zo snel op dat het Britse expeditieleger geïsoleerd werd. Op 20 mei bereikten de verkenningseenheden van de tweede Duitse panterdivisie de Kanaalkust en de Britten restte niets anders dan een vluchtpoging over het Nauw van Calais. Op 2 juni waren driehonderdendertigduizend soldaten erin geslaagd bij Duinkerke in te schepen en de oversteek te maken, hun bewapening en dertigduizend dode kameraden lieten zij achter.






Lockheed Hudson juni 1940


Het Britse expeditieleger was verjaagd en België had gecapituleerd (28 mei). Desondanks vochten de Fransen door. Op 5 juni bogen de Duitsers af naar het zuiden (Operatie Fall Rot). Na een week hardnekkige tegenstand stortte de Franse verdediging in. Het fascistische Italië, overtuigd dat de oorlog voorbij was, verklaarde op 10 juni Frankrijk en Groot-Brittannië alsnog de oorlog en het viel Frankrijk in het zuidoosten aan. De laatste Britse troepen trokken zich terug (Operatie Dynamo), waarna de Duitsers op 14 juni de open stad Parijs innamen. Op 22 juni 1940 ondertekent Frankrijk de wapenstilstand waarbij bepaald werd dat zestig procent van Franse bodem bezet zou worden. In het overige zuidoostelijke deel werd de marionettenstaat Vichy-Frankrijk gevestigd.

De Slag om Engeland

De Britten vochten door, de verpletterende nederlaag op het Europese vasteland ten spijt. Op 16 juli 1940 gaf de Duitse opperbevelhebber opdracht voorbereidingen te treffen voor de invasie en verovering van Groot-Brittannië ( operatie Seelöwe). Mede door het overwicht van de Royal Navy zou de aanval over zee slechts kans van slagen hebben als de Duitse strijdkrachten het luchtruim volledig zouden beheersen. De aanvallen van de Luftwaffe waren dan ook gedurende bijna twee maanden grotendeels gericht op de uitschakeling van de Royal Air Force . Nadat op 24 augustus 1940 voor het eerst bommen op Oost-Londen vielen leidde een vergeldingsaanval op Berlijn en het idee dat het met de Engelse luchtverdediging grotendeels was gedaan tot een fundamentele wijziging van de Duitse strategie. Vanaf 7 september 1940 werd getracht het Britse oorlogsmoreel te breken door stelselmatige terreurbombardementen van de burgerbevolking. De Duitse verliezen liepen echter steeds verder op. Operatie Seelöwe werd eerst een aantal maal uitgesteld en vervolgens definitief afgeblazen. De luftwaffe was meer dan 1500 vliegtuigen kwijt geraakt en de Duitse oorlogscapaciteit zou nooit volledig aan het Oostfront worden ingezet door de voortdurende dreiging in de rug.



Londen, Verenigd Koninkrijk na een bombardement

De Slag om de Atlantische Oceaan

De Kriegsmarine trachtte vooral met duikboten de scheepvaart op de Atlantische Oceaan onmogelijk te maken en op die manier de Britse aanvoerlijnen vanuit de Verenigde Staten af te snijden. Door de samenloop van een aantal factoren zou deze uitputtingsslag vanaf 1943 worden beslecht in het voordeel van de geallieerden. Zo kwamen er meer technische mogelijkheden om duikboten op te sporen en te vernietigen, werden de Enigmacodes gekraakt en bleek bovenal het productief vermogen van de Verenigde Staten groter dan de vernietigingskracht van de Duitsers.



aangevallen U-boot 1943

Afrika en de Middellandse Zee

Meer dan 200.000 Italiaanse troepen vielen op 13 september 1940 Egypte binnen en als zij succes zouden hebben dan zouden de asmogendheden controle krijgen over het Suezkanaal en de Arabische olievelden. Ondanks hun numerieke overwicht leden zij al snel ernstige verliezen en weer moesten de Duitsers Mussolini’s mannen te hulp schieten. Het Afrikakorps dreef met twee Pantserdivisies de Britten terug tot Tobroek en na de Slag bij Gazala werd deze stad ingenomen. Onder Montgomery slaagden de Britten er alsnog in de troepen van Rommel in 1942 bij El Alamein te verslaan. Daarna zouden Britse en Amerikaanse troepen de Duitsers uit Noord-Afrika drijven ( operatie Toorts). In mei 1943 gaven de laatste Duitsers en Italianen zich over.



Uitgeschakelde Engelse Crusader november 1941

De Balkan

Albanië was reeds in april 1939 door de Italianen bezet en Mussolini,geïrriteerd door de Duitse successen, liet op 28 oktober 1940 zijn troepen Griekenland binnenvallen. Hoewel het Griekse leger geen noemenswaardige luchtmacht had en slecht was voorbereid bleek het in staat de Italianen partij te bieden. De overigens evenmin imponerende Italiaanse strijdkrachten beschikten wel over aanvalsvliegtuigen maar deze konden door de slechte weersomstandigheden niet worden ingezet. Ook was het moeilijk begaanbare terrein in het voordeel van de verdedigers. Het Griekse tegenoffensief van 14 november 1940 wierp de Italianen vervolgens ver terug tot over de grenzen van Albanië. Britse troepen landen op Kreta en verleenden de Grieken luchtsteun waarmee voor Duitsland een ernstige bedreiging ontstond. De Britten waren nu namelijk in staat vanuit Griekenland de Roemeense olievelden te bombarderen en zo de Duitse brandstofvoorziening in gevaar te brengen.

Op 27 maart 1941 bracht een staatsgreep in Joegoslavië een bewind aan de macht dat gekant was tegen de as-mogendheden en waarmee de bedreiging vanuit de Balkan compleet was. De Duitse troepen vallen daarom op zes april 1941 van alle kanten Joegoslavië binnen. De inmiddels ervaren Wehrmacht overmeestert het land in elf dagen, geholpen door de onbeholpen strategie van de Joegolaven overal stand te willen houden waardoor de verdediging volledig versnipperd. Tegelijkertijd waren de Duitse strijdkrachten Griekenland binnengedrongen, de gecombineerde Grieks-Britse defensie was echter in geen enkel opzicht opgewassen tegen de numeriek grotere en zwaarder bewapende overmacht. Op 27 april 1941 valt Athene waarna de Nationaal-Socialisten de Balkan beheersen en zij hun flank veilig hebben gesteld.



Toegetakelde Joegoslavische tank

Het oostfront



De territoriale expansiedrift van Nazi-Duitsland en de ideologische tegenstelling tussen het Nationaal-Socialisme en het Communisme zou leiden tot het grootste militaire conflict uit de Europese geschiedenis.

Op 22 juni 1941 vielen meer dan 3 miljoen Duitse soldaten bewapend met 3580 tanks, 7184 kanonnen en 2740 vliegtuigen de Sovjet-Unie binnen (Operatie Barbarossa). Hoewel het veel grotere Rode leger in totaal beschikte over bijna zes miljoen soldaten, 25.700 tanks en 18.700 vliegtuigen ontbeerde het de ervaring, training en slagvaardigheid van de Wehrmacht. De vliegtuigen waren merendeels verouderd en de troepen niet voorbereid. Incompetentie en tekortschietende logistieke ondersteuning completeren het plaatje. Hitler zat er niet heel ver naast toen hij vooraf zei: “we hoeven slechts de deur in te trappen en de hele verrotte boel stort in”.

Drie Duitse legerkorpsen drongen diep in Rusland door. Een Noordelijke aanvalsgolf richting Leningrad en de Baltische staten, een Zuidelijke naar de olievelden in de Caucasus en de middelste moest Moskou veroveren.



Duitse infanteristen 1941


De Duitsers wilden voor oktober 1941 alle gebieden ten Westen van de Wolga bezetten om de herfstmodder te vermijden. De Sovjets probeerden hun tegenstanders te pareren door een vruchteloze poging de Duitse moderne bewegingsoorlog te imiteren. Haar legers en haar pantsers werden omsingeld en vernietigd. In juli 1941 leek het erop dat Duitsland de oorlog had gewonnen en het de Sovjet-Unie had verslagen. Door de enorme omvang van het Rode leger konden echter steeds nieuwe troepen worden aangevoerd. De Wehrmacht bereikte weliswaar Leningrad, Moskou en Rostov maar stagneerde in de herfstblubber, vroor vast in de Russische winter en werd geplaagd door inmiddels te lange aanvoerlijnen. Het eerste echte Russische tegenoffensief van december 1941 wierp legergroep Midden meer dan 100 kilometer terug.




Russen op de Rijksdag mei 1945


Het Duitse leger bleek vervolgens in de zomer van 1942 niet in staat op alle punten aan te vallen en drong alleen in het Zuiden verder door. Sebastopol, Voronez en een aantal olievelden in de Kaukasus werden veroverd. De te ver vooruitgeschoven troepen van Von Paulus raakten eind 1942 in Stalingrad geïsoleerd en werden door de Russen begin 1943 vernietigd. De Russische offensieven namen hierna toe, desondanks wist Manstein toch nog in februari en maart 1943 Kharkov heroveren. De Slag bij Koersk, juli 1943 vormde de laatste grote aanval van de Duitsers en is de grootste tankslag uit de geschiedenis. De Russen wisten echter ook hier de Duitsers te weerstaan en zo keerden na Stalingrad en Koersk de kansen. De Duitsers waren niet meer in staat het initiatief te nemen maar zij konden nog wel een tamelijk succesvolle defensieve strijd leveren en het zou dan ook nog twee jaar duren voordat de Russen in Berlijn zouden staan.


Het verloop van bovenstaande kan pas goed begrepen worden als de omvang van de oorlogseconomiën tegen elkaar afgezet wordt. Dit kan misschien het beste door de vliegtuigproduktie met elkaar te vergelijken ( voor de kanonnen, tanks, vrachtwagens en schepen geldt ongeveer hetzelfde).


Jaar 1939 1940 1941 1942 1943 1944
Duitse vliegtuigproduktie 8300 10.800 11.400 15.300 25.100 39.300
Sovjet vliegtuigproduktie 10.400 10.600 15.700 25.400 34.800 40.250


Deze produktieverschillen betekende slecht nieuws voor het Derde Rijk maar het wordt pas echt hopeloos als wij de totale vliegtuigproduktie van de asmogendheden vergelijken met de totale vliegtuigproduktie van de geallieerden.


Jaar 1940 1941 1942 1943 1944
Totale vliegtuigproduktie asmogendheden 18.900 20.000 27.000 42.500 67.500
Totale vliegtuigproduktie geallieerden 38.400 62.100 96.900 147.000 163.000

De strijd aan het Oostfront was het kernconflict van de oorlog in Europa en het belichaamde de ideologisch geïnspireerde vernietigingsdrang van het Nationaal-Socialisme. Hun oorlog was geen simpele imperialistische strijd om grondgebied of basismaterialen maar een existentiële worsteling waarbij het ene volk zou leven en het andere volk niet. Toen in juli 1941 de oorlog gewonnen leek stelde Hitler daarom dat zowel de Russische krijgsgevangenen als de gewone bevolking moesten worden doodgehongerd. Mede hierdoor vielen in het Oosten de meeste slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Meer dan 21 miljoen Russen en Polen lieten het leven: 20 procent van het Poolse volk en 10 procent van de Russische bevolking.


Het Westelijk front van 1943 tot het einde

De geallieerden landden op 10 juli 1943 op Sicilië, op 3 september 1943 werd de Straat van Messina overgestoken en na 9 maanden strijd werd op 4 juni 1944 Rome bevrijd. Omdat vervolgens het zwaartepunt van de geallieerde inspanningen in Frankrijk kwam te liggen zou de strijd om Noord-Italië duren tot mei 1945.



Aanvalsroutes 6 juni 1944


Dwangarbeiders hadden aan aan de Westkust van het bezette Europa meer dan 8.000 bunkers aangelegd maar de verdedigingslinie had weinig diepte en de tijd van lineaire verdediging was voorbij. In de ochtend van 6 juni 1944 werden de Duitsers geconfronteerd met meer dan 6.000 schepen (waaronder 4000 landingsvaartuigen, 7 slagschepen, 23 kruisers, en meer dan 100 jagers), 7000 bommenwerpers en 5000 jachtvliegtuigen. De Duitsers hadden aan het Westfront ongeveer 170 vliegtuigen tot hun beschikking. Binnen een dag was een bres geslagen in de Atlantikwall en was een begin van een bruggehoofd gevormd (operatie Overlord). De Westelijke troepen lukte het op 23 juli 1944 uit te breken (operatie Cobra).




Omahabeach juni 1944


De kwaliteit van de Duitse pantsers was vele malen hoger dan gevechtswaarde van de Amerikaanse tanks maar het geallieerde numerieke overwicht en hun beheersing van het luchtruim bleek doorslaggevend. Een poging om de Rijnbruggen te veroveren middels luchtlandingstroepen mislukte helaas door onverwacht krachtige Duitse tegenstand (operatie Market Garden). In december 1944 poogden de Duitsers in de Ardennen (Ardennenoffensief) tevergeefs en voor de laatste maal hun tegenstanders af te weren. Amerikaanse en Russische troepen schudden elkaar de hand aan de Elbe op 25 april 1945. Hitler pleegt zelfmoord op 30 april 1945. Op 1 mei 1945 maakte de Duitse radio bekend dat de Führer bij de verdediging van Berlijn aan het hoofd van zijn troepen was gesneuveld en met deze laatste leugen ging Nazi-Duitsland ten onder. De overgave werd getekend op 7 mei 1945.


De oorlog in Azië

Japan in de eerste helft van de 20e eeuw

Japan moderniseerde radicaal tijdens de Meji restauratie in de tweede helft van de 19e eeuw. Deze nieuw geïndustrialiseerde grootmacht ontbeerde het echter aan natuurlijke hulpbronnen hetgeen leidde tot de decennia durende Japanse imperialistische politiek tot verovering en beheersing van buurlanden om de aanvoer van grondstoffen en voedsel veilig te stellen. De Eerste Chinees-Japanse oorlog (1894-1895) en de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905) leidden tot de Japanse beheersing van Taiwan, Korea en Zuid-Sachalin. De Japanse imperialistische drang werd nieuw leven ingeblazen door de mondiale economische crisis die ontstond na 1929.

De tweede Chinees-Japanse oorlog

In de jaren twintig fragmenteerde het centrale gezag in China onder een aantal krijgsheren. Japan was hierdoor in staat invloed te verwerven en ongelijke verdragen af te sluiten met wat er aan centraal gezag restte. Deze situatie was inherent instabiel: wanneer China verder uiteenviel, kon het de verdragen niet meer nakomen; wanneer het centrale gezag sterker werd, had ze geen belang meer bij deze verdragen.In 1927 leidde Chiang Kai-shek en de Kwomintang de Noordelijke Expeditie. Chiang was in staat de krijgsheren in Zuid- en Midden-China zijn gezag te laten erkennen, en was bezig de krijgsheren in Noord-China formeel aan zijn gezag te binden. Uit vrees dat Zhang Xue-liang (de krijgsheer die Mantsjoerije controleerde) zijn trouw aan Chiang zou verklaren, intervenieerden de Japanners en plaatsten in 1931 een marionettenregering in hun satellietstaat Mantsjoekwo met aan het hoofd ervan de laatste Chinese keizer Pu Yi.In de jaren dertig werd militair geweld als instrument van koloniale macht echter door de internationale gemeenschap niet meer als politiek correct gezien. Japan trok zich terug uit de Volkerenbond. Er ontstond een patstelling toen Chiang zijn inspanningen ging richten op het uitschakelen van de communisten. Chiang beschouwde dit als een groter gevaar dan de Japanners. Deze houding werd binnen China door het sterke nationalisme in alle lagen van de bevolking steeds meer als onhoudbaar gezien.In 1937 werd Chiang ontvoerd door Zhang Xue-liang tijdens het zogenaamde Xian Incident. Als voorwaarde voor zijn vrijlating beloofde Chiang samen met de communisten tegen de Japanners te vechten. Als antwoord hierop zetten officieren van het Kwantoengleger zonder overleg met het Japanse opperbevel het Marco Polo-brugincident in elkaar, waardoor de tweede Chinees-Japanse oorlog formeel een feit werd. Deze oorlog ging gepaard met ongekende wreedheden, zoals het beruchte bloedbad van Nanking waar de Japanners naar schatting 300.000 Chinezen hebben vermoord.



Japanse Imperium 1870-1942

De weg naar Pearl Harbor

In 1938 raakte Japan slaags met Mongolië en de Sovjet-Unie, maar deze landen behaalden onder generaal Zjoekov een overwinning op de Japanners in de Slag bij Halhin Gol, waardoor Japanse uitbreiding naar het noorden verhinderd werd en een status quo ante bellum tot gevolg had. Door deze slag werd de Noordelijke Aanvalsgroep, die het Japanse Leger voorstond, vervangen door de Zuidelijke Aanvalsgroep, die de Japanse Marine prefereerde. In 1940 tekende Japan met Duitsland en Italië het Driemogendhedenpact, dat wederzijdse hulp beloofde bij een eventuele aanval. Vichy-Frankrijk werd door Japan en Duitsland gedwongen Indochina af te staan. Om de Japanse oorlogsinspanning te ontmoedigen stelden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Nederlandse regering in ballingschap die nog steeds de oliebronnen in Nederlands-Indië controleerde, een olie- en een staalboycot tegen Japan in. Japan zag dit als een daad van agressie omdat het deze stoffen voor haar oorlogvoering nodig had. Dit leidde tot het plan van Japanse militairen onder leiding van admiraal Isoroku Yamamoto om de Verenigde Staten de Grote Oceaan uit te drijven. Aangezien de koloniale mogendheden Nederland en Engeland in Europa hun handen vol hadden zouden de Japanners daarna de regionale heerschappij kunnen opeisen.



Admiraal Yamamoto

Het Japanse offensief

Op 7 december 1941 viel Japan Siam, Maleisië (Malakka), de Filipijnen en de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaï aan. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Tot dat moment hadden de Verenigde Staten zich buiten de oorlog in Europa gehouden, hoewel het binnen het kader van de voorzichtige anti-Duitse politiek van Franklin Delano Roosevelt wel militaire steun verleende aan het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie door het Lend-Lease programma.


De geallieerde strijdkrachten in Azië bleken niet opgewassen tegen de Japanse veteranen. Het Britse slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse werden op 10 december voor de kust van Maleisië tot zinken gebracht. De marinebasis Singapore viel. Hongkong viel op 25 december. Ook de Amerikaanse bases op Guam en het eiland Wake gingen verloren. In januari volgden de Japanse invasies in Birma, de Salomonseilanden, Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Manilla, Kuala Lumpur en Rabaul werden door Japan veroverd. De Japanse veroveringsmachine draaide in snel tempo verder: Bali en Timor vielen in februari 1942; Rangoon en Java in maart. Mandalay volgde begin mei. De Japanse luchtmacht vernietigde de Britse en Amerikaanse luchtstrijdkrachten in Zuidoost-Azië en voerde belangrijke aanvallen uit op Noord-Australië. De Britse vloot werd uit Ceylon verdreven.

Op 7 december 1941 viel Japan Siam, Maleisië (Malakka), de Filipijnen en de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaï aan. Vier dagen later verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Tot dat moment hadden de Verenigde Staten zich buiten de oorlog in Europa gehouden, hoewel het binnen het kader van de voorzichtige anti-Duitse politiek van Franklin Delano Roosevelt wel militaire steun verleende aan het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie door het Lend-Lease programma.


De geallieerde strijdkrachten in Azië bleken niet opgewassen tegen de Japanse veteranen. Het Britse slagschip Prince of Wales en de slagkruiser Repulse werden op 10 december voor de kust van Maleisië tot zinken gebracht. De marinebasis Singapore viel. Hongkong viel op 25 december. Ook de Amerikaanse bases op Guam en het eiland Wake gingen verloren. In januari volgden de Japanse invasies in Birma, de Salomonseilanden, Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Manilla, Kuala Lumpur en Rabaul werden door Japan veroverd. De Japanse veroveringsmachine draaide in snel tempo verder: Bali en Timor vielen in februari 1942; Rangoon en Java in maart. Mandalay volgde begin mei. De Japanse luchtmacht vernietigde de Britse en Amerikaanse luchtstrijdkrachten in Zuidoost-Azië en voerde belangrijke aanvallen uit op Noord-Australië. De Britse vloot werd uit Ceylon verdreven.

De omkeer



Brandende Hiryu 4 juni 1942


De geallieerde weerstand nam langzaam toe. De Doolittle Raid in april 1942 was een symbolische maar moreel belangrijke luchtaanval op Japan. Een invasie bij Port Moresby werd voorkomen door de Slag in de Koraalzee ondanks een Amerikaanse tactische nederlaag.

De Slag bij Midway was het keerpunt in de oorlog in Azië, in deze atol in de Stille Oceaan behaalden de Amerikanen een overtuigende overwinning waarvan de Japanse marine zich niet zou herstellen. Drie Amerikaanse vliegdekschepen , de USS Yorktown (CV-5), de USS Enterprise (CV-6) en de USS Hornet (CV-8) troffen vier Japanse, de Kaga, de Akagi, de Soryu en de Hiryu. De Japanners hadden bovendien nog eens 150 ondersteunende schepen tegen 50 Amerikaanse. Doordat op Midway zelf echter 127 gevechtsvliegtuigen waren gestationeerd beschikten de Amerikanen over meer dan 350 vliegtuigen terwijl de Japanners 248 toestellen hadden. Toen op 7 juni 1942 na 4 dagen strijd de balans werd opgemaakt waren de 4 Japanse vliegdekschepen samen met bijna 250 vliegtuigen vernietigd tegen het relatief geringe verlies van de USS Yorktown en ongeveer 100 vliegtuigen. Het is niet moeilijk dit verlies in perspectief te plaatsen: het zou Japan bijna 3 jaar kosten deze 4 schepen te vervangen, in dezelfde periode produceerde de Amerikaanse industrie meer dan 24 vliegdekschepen!



Salomonseilanden


Op het land vertraagde de terugtocht van de Brits/Indiase strijdkrachten in Birma. Australische eenheden in Nieuw-Guinea verdedigden met succes Port Moresby langs de Kokada Track en in augustus 1942 mislukte voor het eerst een Japanse landing bij de (mini)slag om de baai van Milne. Terzelfder tijd probeerden zowel Amerikaanse als Japanse soldaten het eiland Guadalcanal, één van de Salomonseilanden te bezetten. In deze zes maanden durende uitputtingsslag, waar meer dan 40.000 mensen het leven zouden laten behaalden de Verenigde Staten uiteindelijk de overwinning. Hierna werd Japan definitief in het defensief gedrongen. De constante noodzaak om versterkingen naar Guadalcanal te zenden verzwakte de Japanse inspanningen op andere plaatsen. Dit leidde tot de herovering van Buna/Gona door Australische en Amerikaanse strijdkrachten in 1943 en bereidde de weg voor zowel MacArthur's over land gebaseerde route door Nieuw-Guinea en Nimitz's 'island hopping' campagne over de Stille Oceaan.

Het einde



USS Bunker Hill geraakt door Kamikazes 11 mei 1945


De geallieerden dreven de Japanners vanaf 1943 steeds verder terug. Het militair potentieel van de Verenigde Staten resulteerde in onvervangbaar velies van Japanse piloten en vliegtuigen. Dit leidde op 19 oktober 1944 tot oprichting van Japanse zelfmoordeenheden: de Kamikaze. Deze vaak onervaren piloten moesten hun met explosieven volgepropte vliegtuigen in vijandelijke schepen boren en zo de vijand vernietigen. Op deze manier zouden uiteindelijk rond de 2800 zelfmoordenaars ongeveer 40 schepen tot zinken brengen.




landingsvaartuigen naderen Iwo Jima 1944


Begin 1945 veroveren de Amerikanen na een verbeten strijd de eilanden Iwo Jima ( februari-maart) en Okinawa (april-juni) ten koste van huiveringwekkende aantallen slachtoffers: meer dan 20.000 Amerikanen en meer dan 130.000 Japanners.




Nagasaki 1945


De Japanse militaire strategische situatie was in juli 1945 hopeloos, bovendien werd hun infrastructuur stelselmatig vernietigd door de niet aflatende Amerikaanse bombardementen. Desondanks wekten de Japanse militairen niet de indruk dat zij spoedig zouden capituleren. Hierop besloot Truman tot inzet van het atoomwapen. Amerikaanse B-29 bommenwerpers vernietigden op zes augustus 1945 Hiroshima en op acht augustus 1945 Nagasaki. De vernietigingskracht van twee atoombommen was zo groot dat op zes en acht augustus ongeveer 155.000 mensen stierven en in de weken erna nog eens rond de 110.000. Het Russische leger viel vervolgens op negen augustus 1945 Mantsjoerije binnen (waar tot 2 september zou worden doorgevochten) en veroverde Zuid-Sachalin en de Koerilen (Operatie Augustusstorm). Keizerlijk Japan capituleerde eindelijk op 15 augustus 1945 waarna de overgave werd getekend op 2 september 1945 op het slagschip Missouri. In de hierop volgende periode vestigde generaal MacArthur bases in Japan om de naoorlogse ontwikkeling van Japan te sturen en te controleren. President Harry Truman verklaarde officieel op 31 december 1946 de beëindiging van de vijandelijkheden.


Algemeen

Vervolging en vernietiging

De volle gruwel van het Nationaal-Socialisme zou zich na de bevrijding openbaren. In Oost-Europa hadden de Duitsers concentratiekampen aangelegd waar naar schatting 12 miljoen mensen systematisch zijn vermoord. De ongelukkigen die in de ogen van de nazi’s inferieur en parasitair waren moesten letterlijk worden uitgeroeid. Deze groep bestond onder meer uit Joden, Slavische volkeren en Zigeuners. Vooral de Joodse burgers werden het slachtoffer: 6 miljoen van de in kampen vermoorde mensen waren Joods. Deze genocide is van een ander karakter dan de even meedogenloze moord op miljoenen gehandicapten, Katholieken, verzetsstrijders, Jehova’s getuigen, homosexuelen en dissidenten omdat deze groepen niet werden vermoord vanwege hun afkomst. De vernietigingsmethoden verschilden van plaats tot plaats en ontwikkelden zich tijdens de oorlog maar misschien het meest schokkend en ontredderend was de mechanisch massale bijna industriële vernietiging in kampen als Dachau, Sachsenhausen, Majdanek en Auschwitz waar gaskamers werden aangelegd om hele groepen mensen zo efficiënt mogelijk van het leven te beroven.



Zwaar ondervoede Joodse gevangenen in Buchenwald, bij hun bevrijding op 16 april 1945

De Burgerbevolking en de bombardementen

De strijdende partijen bombardeerden de civiele bevolking bewust. De Japanners voerden terreuraanvallen uit op onder andere Sjanghai, Wuhan, Nanking en Kanton. In Europa werden onder andere Warschau, Rotterdam, Londen en Coventry bestookt. Het zou echter vooral door de geallieerden worden gebruikt in een poging de tegenstander op de knieën te krijgen. De voortdurende bommenregen op Duitsland en Japan had twee strategische doelen: vernietiging van de oorlogsindustrie en aantasting van het moreel. De techniek om bommen te richten was echter dermate primitief dat de oorlogsindustrie alleen kon worden aangetast als enorme oppervlakten werden bestookt waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In Duitsland werden steden als Hamburg, Keulen, Berlijn, Dresden zwaar beschadigd met in totaal 1,5 miljoen doden en gewonden. In Japan werden 67 steden met overwegend houten huizen vrijwel weggevaagd door brandbommen. Dit resulteerde in 500.000 doden en 5 miljoen daklozen.

In augustus 1945 werden tenslotte ook nucleaire wapens tegen de burgerbevolking ingezet.



Hamburg 1945


Historische betekenis en balans

Mens en materieel

Europa en Japan lagen in puin, meer dan 60 miljoen mensen waren dood. De Verenigde Staten, welvarend en ongeschonden, steunden de niet-communistische landen met miljarden dollars (Marshallplan) en mede hierdoor wisten zowel de Japanners als de Europeanen zich economisch snel uit het moeras te werken. In de door de Sovjet-Unie gedomineerde landen liep het anders: zij kregen in plaats van kredieten een communistisch economisch model opgelegd waardoor tot op heden de West-Europeanen rijker zijn dan de Oost-Europeanen.

Geopolitieke gevolgen

De wereld van 1939 kende 5 grote regionale machten: het opkomende Amerika, het Communistische Rusland, het Nationaal-Socialistische Duitsland, het Keizerlijke Japan en het koloniale Groot-Brittannië. Deze wereld was weg. De naoorlogse periode werd gekenmerkt door de rivaliteit tussen twee resterende supermachten: de USA en de USSR.
De opkomst van de twee grootmachten ging hand in hand met de ingekrompen macht en positie van de drie andere landen. Japan en Duitsland hadden de oorlog verloren en daarom was hun politieke en militaire mondiale rol uitgespeeld. Verbazingwekkender was het snelle einde van het Britse Imperium. De Japanners hadden de nationalistische sentimenten in het Verre Oosten flink opgezweept om steun te krijgen bij hun strijd tegen de Westelijke mogendheden. Deze geest was uit de fles en zou niet meer terugkruipen. De Koloniale Rijken brokkelden af in sneltreinvaart en Groot-Brittannië moest leren leven met de status van modale staat.
De staat Israël werd gesticht ten koste van de Palestijnen waardoor in dat deel van het Midden-Oosten voortdurend gewapende conflicten oplaaien.
De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben met name op het Europese continent geleid tot geïntensiveerde internationale samenwerking. De Verenigde Naties en de Europese Unie kwamen hierdoor tot stand. Het succes van de Europese Unie met haar supranationale wetgeving, gemeenschappelijke munt en democratische waarden maakt in onze tijd een Europees conflict moeilijk denkbaar.



Geallieerde oorlogsleiders in Jalta 1945

Technische en wetenschappelijke gevolgen.

Het conflict versnelde de wetenschappelijke en technologische kennis. Hierdoor heeft de mensheid eerder dan verwacht kennis gemaakt met penicilline, radar, nucleaire energie, geavanceerde raketten, straalvliegtuigen en de atoombom.

woensdag 23 januari 2008

Europese Unie



De Europese Unie of EU is een intergouvernementele en supranationale organisatie van in meerderheid Europese staten, die momenteel 27 lidstaten heeft. De Unie is onder deze naam opgericht door het Verdrag van Maastricht in 1992. Vele aspecten van de EU bestonden echter al in de voorlopers van deze Unie, daterend uit de jaren '50. Binnen de Unie wordt er onder andere op politiek, economisch en juridisch vlak samengewerkt.


Status

De lidstaten van de Europese Unie hebben in de loop van de tijd een aanzienlijke hoeveelheid soevereiniteit overgedragen aan de Europese Unie. De Europese Unie heeft als zodanig meer macht dan welke andere niet-soevereine regionale organisatie ook. Op verschillende terreinen begint de EU te lijken op een federatie of een confederatie. De Unie blijft echter gebaseerd op verdragen tussen lidstaten (ook de voorgestelde Europese Grondwet was in rechtstermen slechts een internationaal verdrag), waaruit volgt dat de Unie slechts bestaat vanuit de wil van de lidstaten – een lidstaat kan zich in principe op elk moment terugtrekken uit de Unie (hoewel het Europese Hof van Justitie hier anders over denkt) en wijzigingen aan de verdragen moeten door alle lidstaten individueel worden geratificeerd.

In dit opzicht lijkt de Europese Unie het meest op een confederatie, die in tegenstelling tot een federatie niet soeverein is en dus ook slechts bestaat bij de gratie van de lidstaten. Een confederatie in de traditionele zin van het woord heeft echter veel meer macht, vooral op het gebied van buitenlandse zaken en defensie. De meeste mensen classificeren de Europese Unie daarom als een structuur sui generis, een unieke vorm van samenwerking tussen landen.

Momenteel probeert men de bestaande verdragen die de Europese Unie vormen samen te voegen in een nieuw verdrag dat de bestaande verdragen moet vervangen. Men is van mening dat de bestaande structuur te complex en ingewikkeld is geworden doordat de Unie in de loop van de tijd steeds meer taken heeft gekregen. Daarnaast is volgens velen de bestaande structuur niet opgewassen tegen de uitgebreide Unie zoals die sinds 2004 bestaat en al helemaal niet tegen verdere uitbreidingen in 2007 en later. Het verdrag dat volgens de Europese regeringsleiders aan deze tekortkomingen tegemoet zou komen, de Europese Grondwet werd echter in 2005 in een referendum zowel in Frankrijk als in Nederland verworpen. Na een onzekere periode direct na de verwerping van het verdrag is nu de algemene consensus dat er nieuwe onderhandelingen over een verdrag zullen komen. De Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft gezegd tijdens het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2007 te willen beginnen met nieuwe onderhandelingen over de verdragtekst. De Europese Commissie heeft bij monde van de commissaris voor communicatie Margot Wallstrom laten weten de positie in te willen nemen de bestaande Europese Grondwet als basis voor de onderhandelingen te gebruiken. Algemeen aangenomen wordt dat de onderhandelingen pas echt goed op gang zullen komen na de presidentsverkiezingen in Frankrijk in april 2007.

Momenteel is alleen de Europese Gemeenschap op basis van artikel 281 van het Verdrag van Rome een internationaal rechtspersoon, wat betekent dat de Unie alleen als EG internationale verdragen kan sluiten met landen of andere internationale rechtspersonen. De Europese Unie als overkoepelende organisatie noch de twee andere pijlers hebben een rechtspersoonlijkheid. Verwacht wordt dat met de op handen zijnde verdragswijzigingen de Unie als geheel rechtspersoonlijkheid krijgt (dit was al voorzien in de Europese Grondwet).


Geschiedenis en evolutie van de organisatiestructuur

In de gehele geschiedenis van Europa zijn er momenten geweest dat een Europese macht heeft geprobeerd heel Europa in haar macht te krijgen. Het Romeinse Rijk was hier één van de eerste voorbeelden van en het Derde Rijk van Adolf Hitler de laatste. In de negentiende eeuw kwamen er echter vredelievende ideeën over een verenigd Europa tot stand, waarin individuele lidstaten op gelijkwaardige basis konden samenwerken. Eén van de eerste voorstanders van deze Europese vereniging was de Franse pacifist en intellectueel Victor Hugo.

Tijdens de beide Wereldoorlogen zochten aartsrivalen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op initiatief van Jean Monnet al toenadering in een economische unie. Als gevolg van een toespraak van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman op 9 mei 1950 kwam de Europese eenwording uiteindelijk op gang. Op 18 april 1951 werd als gevolg van de toespraak het Verdrag van Parijs getekend tussen België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die hierbij opgericht werd kwam tot stand op 23 juli 1952.

Op 25 maart 1957 werd het Verdrag van Rome ondertekend door dezelfde landen. Dit nieuwe verdrag richtte de Euratom en de Europese Economische Gemeenschap op, en betekende een verdere integratie op Europees niveau. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal bleef naast deze organisaties bestaan.

Op 1 juli 1967 werden door de inwerkingtreding van het Fusieverdrag, dat gesloten was op 8 april 1965, de drie organisaties feitelijk samengevoegd, waarna ze verder werkten onder naam Europese Gemeenschappen (EG). Officieel bleven de drie organisaties echter bestaan.


Verdere integratie kwam tot stand met de komst van de Europese akte (1986) en het Verdrag van Maastricht (1992). Bij het laatste verdrag werden de bevoegdheden van de Europese Economische Gemeenschap vergroot naar een groot aantal beleidsterreinen. Door al deze extra bevoegdheden was de bepaling 'Economische' niet langer ladingdekkend en werd de naam gewijzigd in Europese Gemeenschap. De Europese Gemeenschappen (meervoud) bestond vanaf dat moment uit de Europese Gemeenschap (enkelvoud), Euratom en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het belangrijkste aan het Verdrag van Maastricht was echter de oprichting van de Europese Unie als overkoepelende organisatie boven de Europese Gemeenschappen, die in de EU de eerste pijler vormde, en de nieuwe pijlers Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (tweede pijler) en Justitie en Binnenlandse Zaken (derde pijler).

Tijdens het sluiten van het Verdrag van Amsterdam op 2 oktober 1997 (in werking sinds 1 mei 1999) werd besloten de West-Europese Unie en de Akkoorden van Schengen te integreren in de Europese Unie en werden onderdelen uit de derde pijler naar de eerste pijler verhuisd. De derde pijler werd hierdoor hernoemd naar Politiële en Justitiële Samenwerking in Strafzaken. Tevens kreeg de tweede pijler met de sluiting van dit Verdrag een Hoge Vertegenwoordiger die tegelijkertijd ook secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (een functie die gecreëerd werd om meer continuïteit te geven tussen de voorzitterschappen die halfjaarlijks wisselden tussen de lidstaten). Sinds 1999 bekleedt Javier Solana deze functie.

Het Verdrag van Nice, gesloten op 26 februari 2001, in werking sinds 1 februari 2003, maakte de Unie gereed voor de grote uitbreiding van mei 2004. De pretenties van dit verdrag om de Unie volledig te herstructureren werden door onderlinge strijd teniet gedaan. Besloten werd een Europese Conventie in te stellen die een Europese Grondwet moest formuleren. Het voorstel van de conventie kwam in 2003 gereed, waarna in de intergouvernementele conferentie van 29 oktober 2004 een grondwettelijk verdrag tussen de lidstaten werd gesloten.

Na de afwijzing van de grondwet in Nederland en Frankrijk is de toekomst van het grondwettelijk verdrag onzeker.

In de voorbije jaren werd de Unie gestaag uitgebreid met Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Portugal, Spanje, Oost-Duitsland, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië. In de toekomst staan uitbreidingen met Kroatië (kandidaat-lid, werkdatum 2010), Turkije (kandidaat-lid), Macedonië (kandidaat-lid) en de Balkanlanden (door de EU erkend als potentiële lidstaten) op het programma. Na het toetreden van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie, op 1 januari 2007, reikt de Europese Unie nu van de Atlantische Oceaan tot de Zwarte Zee.


Lidstaten en uitbreiding van de Europese Unie

Lidstaten

Op dit moment omvat de Europese Unie 27 lidstaten, een grondgebied van 4.325.675 km² en ongeveer 496 miljoen inwoners. Indien als land gerekend neemt de Europese Unie de zevende plek in op de wereldranglijst qua grondgebied en de derde, na China en India, qua bevolkingsaantal.

De Europese Unie heeft een landgrens met 20 staten en een zeegrens met 31.

Buiten de Spaanse gebieden in of bij Afrika - zoals de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Canarische eilanden - en het Aziatische eiland Cyprus ligt de Europese Unie grotendeels op het continent Europa.

Sinds de stichting van de Europese Economische Gemeenschap door de zes oprichtende staten is de Unie met eenentwintig landen uitgebreid.


Jaar Land Aantal landen
1957 België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland (oprichtende lidstaten) 6
1973 Denemarken (inclusief Groenland), Ierland en Verenigd Koninkrijk 9
1981 Griekenland 10
1985 Groenland verlaat de EU 10
1986 Portugal en Spanje 12
1990 Oost-Duitsland wordt met West-Duitsland tot Duitsland herenigd en wordt zo lid van de EU 12
1995 Finland, Oostenrijk en Zweden 15
2004 Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië 25
2007 Bulgarije en Roemenië 27

Overzeese gebiedsdelen

Veel lidstaten van de Europese Unie bezitten overzeese gebiedsdelen. De zogenaamde ultraperifere regio's maken integraal deel uit van de Europese Unie. Tot deze gebieden behoren onder andere de Spaanse exclaves in Afrika, de Canarische eilanden, de Franse overzeese departementen en de Azoren. Een andere status is de status van landen en gebieden overzee, waartoe de Nederlandse Antillen en Aruba ook behoren. Het is mogelijk dat met de staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden in 2007 de Antillen en Aruba (al dan niet gedeeltelijk) van status wisselen en ook een ultraperifere regio gaan vormen.

Toekomstige uitbreidingen van de EU

Volgens het EU-verdrag kan iedere "Europese" staat lid worden van de EU mits alle andere lidstaten hiermee instemmen. Dit principe van unanimiteit betekent dat één huidige lidstaat de toetreding van een kandidaat-lidstaat kan blokkeren.

De criteria waaraan de lidstaten moeten voldoen staan beschreven in de Criteria van Kopenhagen. Onderdeel van deze criteria is het volledig overnemen van het acquis communautaire.



Kandidaat-lidstaten

Kroatië onderhandelt sinds 4 oktober 2005 met de EU over toetreding. Het screeningsproces is gestart op 20 oktober 2005. Verwacht wordt dat Kroatië in 2010 zal toetreden tot de Europese Unie;

Macedonië is sinds 17 december 2005 een kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Er is nog geen datum aangeven voor het begin van de onderhandelingen;

Turkije onderhandelt sinds 4 oktober 2005 met de EU over toetreding. Het screeningsproces is gestart op 20 oktober 2005. Het is onbekend wanneer en zelfs onzeker of Turkije toe zal treden tot de Europese Unie. De Unie is naar eigen zeggen voor 2015 niet gereed Turkije op te nemen. Verschillende lidstaten, waaronder Frankrijk en Polen, hebben aangegeven de eventuele toetreding van Turkije onderwerp te maken van een referendum.

Potentiële lidstaten

De Balkanlanden Bosnië en Herzegovina, Servië (met daarin ook een mogelijk onafhankelijk Kosovo), Montenegro en Albanië hebben van de EU te horen gekregen dat ze op termijn lid kunnen worden van de EU. Hun toetreding heeft voor de EU meer prioriteit dan die van Oekraïne, Moldavië of de Aziatische staten Armenië en Georgië.

Andere staten

Oekraïne en Georgië hebben aangegeven in de toekomst toe te willen treden tot de Europese Unie. De Europese Unie reageert hier, gezien het huidige debat over de toetreding van Turkije, vooralsnog terughoudend op.

Marokko diende op 20 juli 1987 een aanvraag in voor EG-lidmaatschap. De EG-lidstaten wezen deze aanvraag af omdat Marokko geheel in Afrika ligt en geen deel uitmaakt van de Europese cultuur.

Noorwegen is in 1973 toegelaten tot de EG en in 1995 tot de EU. Beide keren wees de Noorse bevolking het lidmaatschap in een referendum af. Samen met IJsland, Liechtenstein en de lidstaten van de EU vormt Noorwegen de Europese Economische Ruimte.

IJsland heeft geen belangstelling voor lidmaatschap. Met name de wens voor een eigen visserij-politiek speelt hierbij een rol.

Zwitserland heeft geprobeerd toe te treden tot de EU. Na de afwijzing door de Zwitserse bevolking van het EER-verdrag zijn de toetredingsonderhandelingen gestaakt.


Instellingen en juridisch raamwerk

Instellingen en andere lichamen

Het functioneren van de Europese Unie wordt ondersteund door verschillende instellingen:

Het Europees Parlement (787 leden)
De Raad van de Europese Unie (of 'Raad van Ministers') (27 leden)
De Europese Commissie (27 leden)
Het Europees Hof van Justitie (27 rechters)
Het Gerecht van eerste aanleg (27 rechters)
De Europese Rekenkamer (27 leden)
De Europese Raad (27 leden) - officieel nog geen EU-instelling, desondanks zeer invloedrijk. De Europese Grondwet voorzag in een opwaardering van deze Raad naar officiële EU-instelling
Er zijn verschillende financiële lichamen:

De Europese Centrale Bank (die samen met de nationale Centrale Banken het Europees Systeem van Centrale Banken vormt)
De Europese Investeringsbank (met daarin inbegrepen het Europees Investeringsfonds)
Een drietal comités adviseert de instellingen:

Het Comité van de Regio's vertegenwoordigt het regionaal belang
Het Europees Economisch en Sociaal Comité adviseert voor het economisch en sociaal beleid (hoofdzakelijk de relaties tussen werkgevers en werknemers)
Het Politiek en Veiligheidscomité, ingesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, adviseert op het gebied van internationale veiligheid.
Er is ook een groot aantal EU-lichamen, vaak ingesteld door tweedegraads wetgeving, die een speciaal doel voor ogen hebben. Deze lichamen worden de agentschappen van de Europese Unie genoemd.

Ten slotte bestaat er nog de Europese Ombudsman, die klachten over wanbeleid van EU-instellingen onderzoekt.



Berlaymontgebouw van de Europese Commissie in Brussel.




Het Europees Parlement in Straatsburg.

Locatie van EU-instellingen

De Europese Unie heeft geen officiële hoofdstad. Haar instellingen zijn verdeeld tussen verschillende steden:

Brussel, België - In de praktijk beschouwd als de hoofdstad van de EU
Zetel van de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie
Het Europees Parlement houdt er bijeenkomsten voor Parlementcomités en minisessies
Locatie voor alle Europese Raden sinds 2004
Straatsburg, Frankrijk
Zetel van het Europees Parlement
Ook de zetel van twee belangrijke Europese organisaties, namelijk de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, beide organisaties die geen onderdeel zijn van de Europese Unie en een groter aantal lidstaten hebben.
Luxemburg-stad, Luxemburg
Zetel van het Europees Hof van Justitie en het Secretariaat van het Europees Parlement
Zetel van de Europese Investeringsbank
Frankfurt, Duitsland
Zetel van de Europese Centrale Bank



De Europese Centrale Bank in Frankfurt.

De drie pijlers

De politiek van de EU is in drie gebieden verdeeld, die 'pijlers' genoemd worden. De eerste pijler, de 'gemeenschapspijler' betreft de gemeenschappelijke economische, sociale en milieupolitiek. De tweede pijler betreft het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB). De derde pijler behelst de Politiële en Justitiële Samenwerking in Strafzaken (PJSS).

Binnen elke pijler is een ander evenwicht gevonden tussen supranationale en intergouvernementele principes. Supranationalisme is het sterkst aanwezig in de eerste pijler, terwijl de andere twee vooral intergouvernementeel zijn. In de tweede en derde pijler zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Europees Gerechtshof beperkt, maar niet afwezig.

Het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, dat pas van kracht zal worden na ratificatie door de lidstaten, schaft de pijlerstructuur af. Voortaan zullen de materies waar de EU zich mee bezighoudt ingedeeld worden in:

Exclusieve bevoegdheden: enkel de EU kan op deze domeinen optreden. De lidstaten kunnen enkel nog de beslissingen van de EU uitvoeren.
Gedeelde bevoegdheden: Zowel de EU als de lidstaten kunnen wetgevend optreden. Indien de EU wetgeving in deze sectoren uitvaardigt hebben de EU-regels wel voorrang op de nationale wetten die eventueel al bestonden. De meeste EU-bevoegdheden zijn van dit type.
Ondersteunende, coördinerende en aanvullende bevoegdheden: zoals de naam het zegt mag de EU het beleid van de lidstaten in deze sectoren ondersteunen, aanvullen of coördineren. De lidstaten behouden echter altijd de volledige wetgevende vrijheid. De EU mag op deze gebieden geen harmonisatie tussen de verschillende nationale stelsels nastreven. Meestal nemen dit type bevoegdheden de vorm aan van een financiële bijdrage vanwege de EU.

Intergouvernementalisme en supranationalisme

Binnen de EU bestaat een spanningsveld tussen intergouvernementele en supranationale tendensen. Intergouvernementalisme is een methode van besluitvorming in internationale organisaties waarbij de macht bij de lidstaten ligt en beslissingen met unanimiteit genomen moeten worden. Afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen hebben uitsluitend adviserende of uitvoerende functies. De meeste internationale organisaties hebben tegenwoordig een intergouvernementele grondslag.

Supranationalisme (zie ook federalisme) is een andere methode van besluitvorming. Hier ligt de macht bij onafhankelijke afgevaardigden van de regeringen of van gekozen vertegenwoordigingen. Lidstaten hebben nog steeds macht, maar moeten deze delen met andere instanties. Bovendien worden beslissingen nu bij meerderheid van stemmen genomen. Het kan dan ook gebeuren dat een lidstaat, gedwongen door andere lidstaten, een beslissing tegen zijn wil moet uitvoeren.

Beide vormen van besluitvorming hebben aanhangers binnen de EU. Voorstanders van supranationalisme redeneren dat dit het proces van integratie kan versnellen. Wanneer beslissingen de unanieme goedkeuring van alle betrokken regeringen vereisen, kan het jaren duren voor een besluit valt, als het er al ooit van komt. Voorstanders van intergouvernementalisme argumenteren dat supranationalisme de soevereiniteit en het democratisch gehalte van afzonderlijke staten in gevaar brengt en menen dat de legitimiteit van gemeenschappelijke besluiten alleen afgeleid kan worden van de legitimiteit van de nationale regeringen. Frankrijk is traditioneel een voorstander van een intergouvernementele EU geweest. Dit geldt ook voor eurosceptische landen als Groot-Brittannië en Denemarken. Landen als België, Duitsland en Italië neigen meer naar de supranationale benadering. In de praktijk balanceert de EU tussen beide extremen. Deze balans is echter een moeizaam compromis, dat vaak tot ingewikkelde besluitvormingsprocedures leidt.

Sinds maart 2002 staat herziening van deze balans weer op de politieke agenda. De Europese Conventie kreeg de opdracht om voorstellen te doen om de instellingen en besluitvormingsmechanismen aan te passen aan de steeds groter wordende EU. Uiteindelijk baarde de Conventie een ontwerp van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. In 2004 bereikten de staats- en regeringsleiders in de Europese Raad een compromis over dit Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Het akkoord beslecht allerminst de strijd tussen de "supranationalisten" en de "intergouvernementalisten". De tekst bevat immers, zoals het een compromis betaamt, elementen van beide strekkingen. Nu het grondwettelijke verdrag door zowel Frankrijk als Nederland is verworpen staat de discussie over de toekomstige balans tussen intergouvernementalisme en supranationalisme weer open.

Procedures in de eerste pijler

In de eerste pijler worden verschillende wetgevingsprocedures gebruikt om tot Europese wetgeving te komen. De wetgevingsprocedures in deze pijlers hebben als overeenkomst dat in deze procedures alleen de Europese Commissie een wetsvoorstel kan doen.

Verreweg het meest gebruikt is de medebeslissingsprocedure (artikel 251 van het EG-verdrag, onder de Europese Grondwet "gewone wetgevingsprocedure" genoemd), waar het Europees Parlement en de Raad van Ministers beide in twee lezingen over het wetsvoorstel van de Europese Commissie stemmen. In de eerste lezing kan het Europees Parlement het wetsvoorstel goedkeuren of amenderen (dus niet verwerpen), waarop de Raad van Ministers in haar eerste lezing het wetsvoorstel met de eventuele amendementen van het parlement ofwel kan aannemen, ofwel over het wetsvoorstel een "gemeenschappelijk standpunt" kan innemen. Als het laatste het geval is wordt het voorstel inclusief het gemeenschappelijk standpunt voor een tweede lezing naar het Europees Parlement gezonden dat het geheel met een gewone meerderheid kan aannemen of met een absolute meerderheid kan verwerpen dan wel amenderen. In geval van amendering door het parlement stemt de Raad van Ministers in een tweede lezing over de amendementen (over het wetsvoorstel zelf kan niet meer gestemd worden). De stemming moet eenparig (unaniem) zijn bij een negatief advies over de amendementen door de Europese Commissie, bij een positief advies volstaat een gekwalificeerde meerderheid. Als de Raad van Ministers de amendementen verwerpt volgt een laatste bemiddelingspoging.

Naast de medebeslissingsprocedure kent de eerste pijler ook de samenwerkingsprocedure (artikel 252 van het EG-verdrag), de instemmingsprocedure en de raadplegingsprocedure. De samenwerkingsprocedure kent net als de medebeslissingsprocedure twee lezingen in zowel het Europees Parlement als de Raad van Ministers. Het parlement geeft in de eerste lezing een advies over het voorstel en kan in een tweede lezing een voorstel goedkeuren of met absolute meerderheid amenderen of verwerpen. Bij verwerping door het parlement kan de Raad een voorstel alleen nog aannemen bij eenparigheid (unanimiteit) van stemmen. De instemmingsprocedure is grotendeels gelijk aan de samenwerkingsprocedure met als uitzondering dat het parlement niet de macht heeft een wetsvoorstel te amenderen. De raadplegingsprocedure voorziet slechts in een raadpleging door de Raad van Ministers van het Europees Parlement, waarbij de Raad de bevoegdheid heeft het advies van het parlement naast zich neer te leggen.

De Europese Grondwet voorzag in een afschaffing van de samenwerkingsprocedure en het onderbrengen van de instemmingsprocedure (in de Grondwet "goedkeuringsprocedure" genoemd) en de raadplegingsprocedure onder "bijzondere wetgevingsprocedures".

Procedures in de tweede pijler

Besluitvorming in de tweede pijler voltrekt zich grotendeels intergouvernementeel. De individuele lidstaten en de Europese Commissie kunnen beide voorstellen doen voor strategieën en richtlijnen die ter stemming voorgelegd worden aan de Europese Raad. Binnen deze strategieën en richtlijnen kunnen vervolgens door de Commissie dan wel de individuele lidstaten voorstellen gedaan worden voor een gemeenschappelijk optreden of een gemeenschappelijk standpunt. Deze voorstellen worden in de Raad van Ministers in stemming gebracht. Het Verdrag van Amsterdam maakt het mogelijk om voor besluiten van uitvoerende aard gebruik te maken van stemming met gekwalificeerde meerderheid in plaats van eenparigheid. Het Europees Parlement heeft een kleine rol in de tweede pijler. De voorzitter van de Raad is enkel gehouden het Parlement te raadplegen over de voornaamste aspecten van het Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid en hij moet erop toezien dat de opvattingen van het Parlement naar behoren in aanmerking worden genomen.

Procedures in de derde pijler

Ook in de derde pijler voltrekt de besluitvorming zich grotendeels intergouvernementeel. Net als in de tweede pijler hebben zowel de Europese Commissie als de EU-lidstaten het initiatiefrecht voor een beslissingsvoorstel. De besluitvorming over dit voorstel in de Raad van ministers vindt plaats op basis van unanimiteit. Voor besluiten van uitvoerende aard echter ook in deze pijler slechts een gekwalificeerde meerderheid nodig. Het Europees Parlement heeft in de derde pijler iets meer invloed dan in de tweede. Zo moet de Raad het parlement om advies vragen alvorens het een besluit mag nemen.

Rechtsinstrumenten

Momenteel kent de Europese Unie ongeveer 16 rechtsinstrumenten, waarvan de belangrijkste de Europese verordening en de Europese richtlijn zijn. Een verordening heeft directe rechtskracht, terwijl een richtlijn eerst in nationale wetgeving moet worden doorgevoerd. De Europese Grondwet voorzag in een sterke vereenvoudiging van de rechtsinstrumenten en in het hernoemen van de Europese verordening en de Europese richtlijn in respectievelijk Europese wet en Europese kaderwet.

Financiering van de Unie

De inkomsten van de Europese Unie komen deels uit importheffingen aan de buitengrenzen van Europa, deels uit de opgelegde boetes van de Europese Commissie en deels uit de bijdragen van de aangesloten landen.

Uitgaven van de Unie

Er zijn twee belangrijke uitgavenposten van de EU, bestaande uit landbouw en structuurfondsen.


Bevoegdheden en belangrijkste beleidsterreinen

De Europese Unie heeft bevoegdheden om op zowel economisch als politiek gebied beslissingen te nemen. De bevoegdheden zijn vanwege de verschillende manieren van samenwerking – intergouvernementeel en supranationaal – in drie verschillende pijlers ondergebracht.

Bevoegdheden in de eerste pijler

De Europese Unie heeft verreweg de meeste en meest verregaande bevoegdheden op het gebied van de gemeenschappelijke interne markt. De veelal supranationale bevoegdheden op dit gebied vloeien voort uit het Verdrag van Rome en vormen de eerste pijler (Europese Gemeenschappen) van de Europese Unie:

Wetgeving op het gebied van de vrije handel van goederen en diensten tussen de lidstaten. Er bestaan gemeenschappelijke douanetarieven voor de handel met niet-EU-landen (tolunie).
De bevoegdheid verdragen aan te gaan met andere landen of andere internationale rechtspersonen. Zulke verdragen bestaan onder meer met de EFTA, via de Europese Economische Ruimte.
Wetgeving op het gebied van de Akkoorden van Schengen. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben op dit gebied een opt-out in het EG-verdrag.
Wetgeving op het gebied van de vrijheid om als onderdaan van een EU-lidstaat overal binnen de Unie te mogen wonen en werken. Voor dit beleidsterrein is het burgerschap van de Europese Unie van groot belang.
Wetgeving op het gebied van het recht van ingezetenen van de lidstaten om overal binnen de EU aan lokale verkiezingen en de verkiezingen van het Europees parlement te mogen deelnemen. Ook dit vloeit voort uit het burgerschap van de Europese Unie.
Wetgeving op het gebied van het vrije verkeer van kapitaal tussen lidstaten.
Wetgeving op het gebied van de harmonisatie van nationale regels en bepalingen, bedrijfsrecht en merkregistraties.
Beslissingen op het gebied van de gemeenschappelijke munt, de euro. De Europese Centrale Bank is als onafhankelijk instituut hiervoor in het leven geroepen. Alle lidstaten, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, zijn op basis van het EG-verdrag verplicht de euro in te voeren.
Wetgeving op het gebied van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.
Wetgeving op het gebied van een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid. Wetgeving op dit gebied was oorspronkelijk een bevoegdheid die voortvloeide uit de intergouvernementele derde pijler, maar de bevoegdheden op dit gebied zijn als gevolg van het Verdrag van Amsterdam overgeheveld naar de eerste pijler.
Wetgeving op het gebied van de harmonisatie van indirecte belastingen, waaronder de omzetbelasting.
De bevoegdheid fondsen op te zetten voor onder meer de ontwikkeling van achtergebleven regio's of kandidaat-lidstaten en wetenschappelijk onderzoek.

Bevoegdheden in de tweede pijler

De tweede pijler van de EU geeft de Unie bevoegdheden beslissingen te nemen op het gebied van buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Beslissingen worden hierbij grotendeels intergouvernementeel genomen:

Beslissingen over een gemeenschappelijke buitenlandse politiek.
Beslissingen over een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid. In het kader hiervan is onder meer beslist een 60.000 man sterke "Snelle Interventiemacht" op te richten die als vredesmacht kan opereren, een militaire staf te creëren (zie ook West-Europese Unie) en een satellietcentrum voor het vergaren van inlichtingen op te zetten.

Bevoegdheden in de derde pijler

De derde pijler van de EU geeft de Unie bevoegdheden beslissingen te nemen op het gebied van samenwerking op politie- en justitiegebied. Beslissingen worden ook in deze pijler grotendeels intergouvernementeel genomen:

Beslissingen op het gebied van samenwerking in misdaadbestrijding, onder andere door informatie uit te wisselen (via Europol, Eurojust en het Schengen Informatie Systeem), egalisering van definities van criminele vergrijpen en versnelde uitleveringsprocedures.
Beslissingen op het gebied van terrorismebestrijding. In het kader van deze bevoegdheid is Gijs de Vries benoemd als EU-coördinator terrorismebestrijding.


Demografie

Officiële talen

De officiële talen van de instituten van de Europese Unie zijn:

Bulgaars
Deens
Duits
Engels
Ests
Fins
Frans
Grieks
Hongaars
Iers
Italiaans
Lets
Litouws
Maltees
Nederlands
Pools
Portugees
Roemeens
Sloveens
Slowaaks
Spaans
Tsjechisch
Zweeds


Met de toetreding van Bulgarije en Roemenië per 1 januari 2007 kwamen Bulgaars en Roemeens er bij. Ook kwam er een derde alfabet, het cyrillisch (in gebruik in Bulgarije), naast de al gebruikte Latijnse en Griekse letters, bij in gebruik.

Alle besluiten van de instellingen worden vertaald in alle officiële talen. Europese burgers hebben daarnaast het recht zich te wenden tot de Europese instellingen in een van de officiële talen, en hebben het recht in dezelfde taal antwoord te krijgen. Dat betekent vaak dat de autoriteiten voor een tolk moeten zorgen. In de Europese Raad en het Europees Parlement mag in elke officiële taal gesproken worden. Het gesprokene wordt, indien gevraagd, onmiddellijk vertaald in de andere officiële talen van de Unie. Uitspraken van het Europees Hof van Justitie worden in alle officiële talen vertaald. Het Maltees neemt een bijzondere positie in. Besluiten van de Raad en het Europees Parlement worden wel vertaald, maar besluiten van het Europees Hof van Justitie niet. Dit is grotendeels te wijten aan het gebrek aan Maltese tolken. De Raad van Ministers neemt besluit over de welke talen de officiële talen zijn door middel van een Europese verordening.

Andere talen in de Europese Unie

De Spaanse regering zal spoedig een voorstel indien om het Catalaans als semi-officiële taal te gebruiken voor de toekomstige Europese grondwet.

Het Poolse parlementslid Małgorzata Handzlik pleit voor de invoering van de internationale taal Esperanto als tweede taal in Europa. Op 1 april 2004 werd hierover gestemd. Van de 626 leden waren er 346 om allerlei redenen niet aanwezig. Slechts 280 brachten hun stem uit. Daarvan was 43% vóór.

Andere talen die in de Europese Unie worden gesproken, maar (nog) niet officieel zijn erkend door de EU, zijn o.a.:

Asturisch
Baskisch
Bretons
Cornish
Corsicaans
Faeröers
Fries
Galicisch
Jiddisch
Judeo-Spaans
Kasjoebisch
Luxemburgs
Nedersaksisch
Occitaans
Oost-Fries
Romani
Russisch
Schots-Gaelisch
Schots
Sorbisch
Welsh


Judeo-Spaans staat ook als Ladino de taal van de sefardische joden bekend.

Religie

De Europese Unie is een seculier orgaan, met geen formele relaties met wat voor religie dan ook en geen vermelding van religie in huidige of voorgestelde verdragen[2]. Tijdens discussies omtrent de ontwerptekst van de Europese Grondwet en later het Hervormingsverdrag waren er voorstellen om naar het christendom en/of God te verwijzen in de inleiding van de tekst. Dit idee kreeg echter veel oppositie, en zodoende werd het niet aangenomen[3].

Deze verwijzingen naar het christendom komen voort uit het gegeven dat het christendom de dominante religie is in de lidstaten van de Europese Unie. Het christendom in de Europese Unie kan ruwweg verdeeld worden in het rooms-katholicisme, een brede hoeveelheid protestantse kerken (vooral in Noord-Europa) en de oosters-orthodoxe Kerk (vooral in Zuidoost-Europa). Andere religies, vooral de islam en het jodendom komen ook voor. Er leven in de Europese Unie ruwweg meer dan een miljoen joden[4] en in 2006 zo'n zestien miljoen moslims[5].

Bevindingen van Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, die religie en geloof van de EU-bevolking onderzocht als onderdeel van de Eurobarometer, toonde aan dat de meerderheid van de EU-bevolking wel een soort van geloof heeft, maar dat maar eenentwintig procent dit als belangrijk ervaart. Er is een groeiend aantal atheïsten en agnostici onder de Europese bevolking, met daarnaast in vele landen een dalend kerkbezoek en kerklidmaatschap.[6]. De Eurobarometer van 2005 laat zien dat van de bevolking van de vijfentwintig lidstaten, 52% in een god gelooft, 27% in een af andere bovennatuurlijke entiteit of levenskracht gelooft en dat 18% geen enkel vorm van geloof heeft. De landen waar het laagste percentage mensen aangaf een religie aan te hangen, was Tsjechië (19%) en Estland (16%).[1]. In deze landen geven mensen die een soort van geloof aanhangen tevens aan dat ze religieuze organisaties wantrouwen.[7] De landen met het hoogste aantal religieuzen waren Malta (95%), Cyprus (90%) en Roemenië (90%). Door de Europese Unie heen bleek dat het percentage gelovigen hoger lag onder vrouwen, mensen met een religieuze opvoeding, mensen met een lager onderwijsniveau, mensen met een rechtse politieke voorkeur en mensen die zich meer bezig houden met filosofische en ethische vragen. Ook was het percentage gelovigen onder de ondervraagden hoger naarmate men ouder was.



Percentage Europeanen per lidstaat dat in een god gelooft (kaart is inclusief enkele niet-EU-landen)

dinsdag 22 januari 2008

Verenigde Staten



De Verenigde Staten, officieel de Verenigde Staten van Amerika, afgekort VS (Engels: United States of America, afgekort USA of US), zijn een federatie van 50 Staten en het district van Columbia, grotendeels in Noord-Amerika gelegen. Twee van de vijftig staten, Alaska en Hawaï, liggen apart en grenzen niet aan de andere staten. Tot het land behoren ook diverse eilandgebieden in de Caribische Zee en de Grote Oceaan. De Verenigde Staten is het op twee na grootste land ter wereld in bevolking, na China en India; en tevens het op drie na grootste land in oppervlakte, na Rusland, Canada en China. Er is nog discussie over wie groter is, de VS of China[1].

De VS wordt aan de noordkant begrensd door Canada en aan de zuidkant door Mexico en het Caribisch gebied, en wordt geflankeerd door de Grote Oceaan in het westen, de Atlantische Oceaan in het oosten en de Golf van Mexico in het zuiden. De grens met Rusland loopt tussen het Russische Diomedeseilanden, Groot-Diomede en Klein-Diomede, dat in Alaska ligt (de twee eilanden liggen maar enkele kilometers van elkaar verwijderd). Alaska heeft zijn noordgrens aan de Noordelijke IJszee. Washington is de hoofdstad en het politieke centrum, New York is de grootste stad en het economisch centrum.

Tot de afgelegen gebieden van de Verenigde Staten behoren:

In het Caribische Bassin: Puerto Rico (een gemenebest geassocieerd met de Verenigde Staten) en de Amerikaanse Maagdeneilanden (die in 1917 van Denemarken werden gekocht);
In de Grote Oceaan: Guam (afgestaan door Spanje na de Spaans-Amerikaanse Oorlog), de Noordelijke Marianen (een gemenebest geassocieerd met de Verenigde Staten), Amerikaans-Samoa, Wake Island en verscheidene andere eilanden.
De Verenigde Staten heeft vergaande samenwerkingsovereenkomsten met de onafhankelijke landen Marshalleilanden, Palau en Micronesia. Deze overeenkomsten, die bekend staan als de "Compacts of Free Association", regelen de financiële hulp en de defensie van de landen door de Verenigde Staten, alsook algemeen militair gebruik van gebieden erin. Bovendien is de VS met buurlanden Mexico en Canada verbonden in NAFTA.


Politieke geografie



De volgende staten maken deel uit van de Verenigde Staten: Alabama - Alaska - Arizona - Arkansas - Californië - Colorado - Connecticut - Delaware - Florida - Georgia - Hawaï - Idaho - Illinois - Indiana - Iowa - Kansas - Kentucky - Louisiana - Maine - Maryland - Massachusetts - Michigan - Minnesota - Mississippi - Missouri - Montana - Nebraska - Nevada - New Hampshire - New Jersey - New Mexico - New York - North Carolina - North Dakota - Ohio - Oklahoma - Oregon - Pennsylvania - Rhode Island - South Carolina - South Dakota - Tennessee - Texas - Utah - Vermont - Virginia - Washington - West Virginia - Wisconsin - Wyoming. Het District van Columbia is geen staat maar een federaal district.

Bij de onafhankelijkheidsverklaring in 1776 waren er 13 staten.

Alaska is de grootste staat (1.700.578 km²), en Rhode Island de kleinste (4003 km²). Californië heeft de grootste bevolking (33.871.648 in 2000), terwijl Wyoming de minste inwoners heeft (493.782 in 2000). In de late 20e eeuw ervaarden Nevada, Arizona, Florida, Colorado, Utah, Georgia en Texas het snelste tempo van bevolkingstoename. West Virginia, North Dakota en het District van Columbia hadden te maken met bevolkingsdalingen tijdens dezelfde periode.

De staten van de Verenigde Staten hebben ook bijnamen, die men meestal op de nummerplaten van auto's kan vinden.


Steden

De zes grootste steden van de Verenigde Staten zijn:

New York
Los Angeles
Chicago
Houston
Philadelphia
Phoenix
Een selectie van andere grote steden: Boston, Pittsburgh, Baltimore, Richmond, Virginia Beach, Charlotte, Atlanta, Jacksonville, Tampa, Miami, Cleveland, Columbus, Cincinnati, Detroit, Indianapolis, Milwaukee, Minneapolis, Saint Louis, Nashville, Memphis, New Orleans, Oklahoma City, Dallas, Austin, San Antonio, El Paso, Albuquerque, Denver, Salt Lake City, Washington, Tucson, San Diego, Long Beach, Las Vegas, Seattle, Portland, Sacramento, San Francisco, San Jose, Fresno en Honolulu.


Fysische geografie



Het landschap van de Verenigde Staten varieert sterk. Het kan in zeven brede geografische gebieden worden verdeeld. Van het oosten naar het westen:

kustvlakte langs de Atlantische kust
Appalachiaanse Hooglanden
binnenlandse vlaktes
binnenlandse hooglanden
rotsachtige bergsysteem
intermontaan gebied
pacifische bergsysteem
Het terrein van het noorden van de Verenigde Staten werd gevormd door een grote continentale ijskap die in Noord-Amerika tijdens de recente Cenozoïsche periode zijn ontstaan. De zuidelijke rand van de ijskap loopt ruwweg in een lijn die in het oosten door Long Island loopt en in het westen langs de rivieren Ohio en Missouri tot de Rocky Mountains. Het land ten noorden van deze lijn was bedekt met ijs. Alaska en de bergen in het noordwesten van Noord-Amerika hadden vroeger uitgebreide berggletsjers en werden zwaar geërodeerd. Great Salt Lake en andere meren in dit gebied zijn restanten van de ijstijd.

In het zuidwesten van de Verenigde Staten liggen woestijnen. Dit zijn de heetste en droogste plekken van het land. Langs de pacifische kust heeft het klimaat een mediterraan type (bijvoorbeeld in Zuid-Californië). Dit klimaat gaat geleidelijk over in het maritieme klimaat van de westkust. Het noordwesten is een van de natste delen van de Verenigde Staten en is dicht bebost. Rotsachtige bergen, bijvoorbeeld de Cascades en Sierra Nevada hebben typische hooglandklimaten en zijn ook dicht bebost. Naast de Grand Canyon in Arizona en Great Salt Lake in Utah, zijn er andere natuurwonderen in het land, zoals de Niagarawatervallen op de grens van Canada en de VS; de klippen van het Nationale Park van Bryce Canyon, in Utah; en de geisers van Nationaal Park Yellowstone, hoofdzakelijk in Wyoming (voor anderen, zie lijst van parken en reservaten en Werelderfgoed).


Klimaat

De Verenigde Staten hebben een gevarieerd klimaat, variërend van tropisch regenwoud van Hawaï en tropische savanne van Zuid-Florida (Everglades) tot subarctisch en toendraklimaat in Alaska. Ten oosten van de honderdste meridiaan (de algemene scheidingslijn tussen de droge en vochtige klimaten) is het klimaat vochtig en subtropisch. Het noordoosten van de Verenigde Staten heeft een vochtig, continentaal klimaat. Uitgestrekte bossen worden gevonden in beide gebieden. Ten westen van de honderdste meridiaan is er sprake van een steppeklimaat.


Overheid



De Verenigde Staten van Amerika zijn een op de constitutie gebaseerde federale republiek met een sterke democratische traditie. Elke vier jaar worden er presidentsverkiezingen gehouden. De president van de Verenigde Staten wordt niet direct gekozen, maar door getrapte verkiezingen. Men volgt hierbij het volgende proces:

allereerst worden voorverkiezingen gehouden, waarbij de presidentskandidaten van elke partij gekozen moeten worden (er zijn slechts twee partijen van betekenis: de Republikeinen en de Democraten).
Bij de eigenlijke verkiezingen worden de stemmen geteld per staat. Elke staat heeft een op het inwonertal gebaseerd aantal kiesmannen in het kiescollege. Wie in een staat de meeste stemmen krijgt, 'krijgt' in principe ook alle kiesmannen van die staat (het principe van het districtenstelsel).
Wie de meeste kiesmannen heeft, wint de verkiezingen en wordt president. Kiesmannen kunnen echter het stemadvies van de burgers naast zich neerleggen. In 1988 stemde bijvoorbeeld een Democratische kiesman niet op Michael Dukakis, de officiële kandidaat, maar op Lloyd Bentsen, de kandidaat voor vicepresident. In 1876, 1888 en 2000 kreeg de kandidaat met de minste stemmen toch het grootste aantal kiesmannen. Een gekozen president kan maximaal twee periodes dienen (acht jaar).

De presidentskandidaten kiezen al voor de verkiezingen hun running mate, de beoogde vicepresident, uit.

De president van de Verenigde Staten sinds 20 januari 2001 is George W. Bush. Hij werd op 20 januari 2005 geïnaugureerd voor zijn tweede ambtstermijn. Op 20 januari 2009 loopt die af en kan hij niet herkozen worden volgens de wet.

Het Congres (U.S. Congress) is de volksvertegenwoordiging en bestaat uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.

Politieke partijen

De federale en staatsoverheden worden overheerst door twee belangrijke politieke partijen, de Republikeinen en de Democraten. De Republikeinse Partij is conservatiever en de Democratische Partij is progressiever. Verscheidene andere, kleinere partijen bestaan, maar zij hebben zeer weinig inspraak in nationale bolwerken.

De politieke partijen in de Verenigde Staten hebben geen formele 'leiders' zoals veel andere landen, hoewel er complexe hiërarchieën binnen de politieke partijen zijn die diverse uitvoerende commissies vormen. De ideologie van de partij blijft zeer individueel gedreven; zo zijn er binnen een partij meestal zowel gematigden als radicalen.

De bedrijfsbelangen verlenen het grootste deel van de financiële steun aan beide belangrijke partijen. De Republikeinen ontvangen over het algemeen meer financiering en steunen van commerciële groepen, godsdienstige christenen en Amerikanen op het platteland, terwijl de Democratische partij meer steun van arbeidsvakbonden en etnische minderheidsgroepen ontvangt. Omdat de federale verkiezingen in de Verenigde Staten tot de duurste van de wereld behoren, is de toegang tot fondsen essentieel in het politieke systeem. Aldus spelen bedrijven, vakbonden en andere georganiseerde groepen die fondsen en politieke steun aan partijen verlenen een zeer grote rol in het bepalen van politieke agenda's en overheidsbesluitvorming.

Het politieke systeem van Verenigde Staten heeft historisch catch-all-partijen eerder dan coalitieoverheden gesteund.

Buitenlandse relaties

Als gevolg van de grote militaire, economische en culturele invloed van de Verenigde Staten op de wereld buiten de VS besteedt de politiek in de VS veel aandacht aan dit onderwerp. Veel burgers en bedrijven zijn bezorgd over het beeld van de Verenigde Staten in de rest van de wereld, vaak ook omdat het de belangen van de VS kan schaden.

Het buitenlandse beleid van de VS is in de geschiedenis meerdere keren veranderd tussen de extremen van isolationisme en imperialisme en alles ertussenin.

Als resultaat van de reusachtige politiek als culturele invloed zijn de reacties naar de VS vaak heftig en soms irrationeel. Het varieert van bewondering van alle dingen die 'Amerikaans' zijn tot anti-Amerikanisme. Bewondering van de VS komt vaak voort uit het feit dat veel mensen het als het land van de vrijheid zien. Zij bewonderen het feit dat de Verenigde Staten één van de eerste moderne democratieën was en hebben respect voor de American Dream. Voor veel Europeanen komt daar nog dankbaarheid voor de bevrijding van het Nazi-Duitsland en Italië onder Mussolini tijdens de Tweede Wereldoorlog bij. Tegenstanders van het buitenlands beleid van de VS daarentegen vinden dat de VS gedurende hun geschiedenis weinig respect hebben getoond voor de vrijheid en soevereiniteit van veel andere volkeren. Zij wijzen onder andere op de Vietnamoorlog of de Amerikaanse bemoeienissen in Latijns-Amerika. Ook de invasie van Afghanistan en de Irakoorlog worden door tegenstanders als onrechtvaardig geacht. Een extreem voorbeeld van anti-Amerikanisme zijn de woorden die Ayatollah Khomeini over de VS sprak: Grote Satan.


Bevolking

In 2006 overschreed het land de kaap van 300 miljoen inwoners. In 1776 telden de oorspronkelijke staten amper drie miljoen inwoners, in 1915 al 100 miljoen en in 1968 200 miljoen miljoen inwoners. [2].

Meer dan 79% van de bevolking woont in de stad (en meer dan de helft daarvan in voorsteden). Ongeveer 70% van de inwoners is van Europese oorsprong (Census Bureau, 2004), maar dit percentage heeft een dalende trend door uitbreiding van andere groepen door immigratie en geboorten. Volgens de volkstelling van 2000 bestond de grootste groep minderheden uit Latino’s, die 35.305.818 mensen, 12,5% van de bevolking, vertegenwoordigden. Dit cijfer omvat mensen van Mexicaanse, Puerto Ricaanse en Cubaanse oorsprong. De Afrikaans-Amerikaanse bevolking bedroeg 34.658.190, of 12,3% van de bevolking, hoewel een extra 0,6% van de bevolking van gedeeltelijk Afrikaans-Amerikaanse oorsprong was. De Aziatische bevolking bedroeg 10.242.998 in 2000, of 3,6%, en bestond hoofdzakelijk uit mensen van Chinese, Filipijnse, Indiase, Vietnamese, Koreaanse of Japanse oorsprong. De inheemse Amerikaanse bevolking van de Verenigde Staten, zoals Eskimo's in Alaska en op de Aleoeten, had een bevolking van 2.475.956, ofwel 0,9%. Ruwweg een derde van de inheemse Amerikanen leefde in reservaten, vertrouwensland, of ander land onder inheemse Amerikaanse jurisdictie. Er waren 398.835 Hawaïanen en andere pacifische eilandbewoners in 2000. Dat is 0,1% van de bevolking.



New York is de grootste stad van de Verenigde Staten




Skyline van Los Angeles

Immigratie

Naast de oorspronkelijke groep Britse kolonisten in de talrijke kolonies van de Atlantische kust, werden andere nationale groepen geïntroduceerd door immigratie. De grote aantallen Afrikanen werden vervoerd onder hopeloze omstandigheden ten behoeve van slavenarbeid, met name op de aanplantingen van het Zuiden. Toen de Verenigde Staten regelingen trof met het Westen (waaronder sommige vroegere groepen Franse en Spaanse kolonisten), stroomde de immigranten uit Europa het land binnen. Een belangrijke groep waren de Schotten en Ieren. Vlak voor het midden van de 19e eeuw waren de Ierse en Duitse immigranten overheersend.

Na de burgeroorlog kwamen de immigranten hoofdzakelijk uit de naties uit Zuid- en Oost-Europa: Italië, Griekenland, Rusland, het deel van Polen dat toen tot Rusland behoorde, en uit Oostenrijk-Hongarije en de Balkan. Tijdens deze periode kwamen er ook grote aantallen immigranten uit China. Tijdens de piekjaren van immigratie tussen 1890 en 1924 kwamen meer dan 15 miljoen immigranten in de Verenigde Staten aan. Na de immigratiewet van 1924 werd de immigratie zwaar beperkt tot midden de jaren '60. Sinds de jaren '80 zijn er grote aantallen nieuwe immigranten bijgekomen. De cijfers wijzen erop dat het aandeel niet-inheemse mensen 11,1% is (2000), het hoogste percentage sinds de telling van 1930; meer dan 40% meer dan de 31 miljoen buitenlanders in 1990. Meer dan de helft van alle immigranten in de Verenigde Staten komt uit Latijns-Amerika en meer dan een kwart komt uit Azië. De VS heeft te kampen met vele illegale immigranten die vanuit Mexico de grens overkomen. In 2006 werd aangenomen dat het aantal illegalen circa 12.000.000 zou zijn. Redenen voor illegale immigratie zijn te vinden in het grote welvaartsverschil tussen Noord-Amerika met Midden- en Zuid-Amerika, illegalen kunnen vrij simpel werk vinden dat hen zwart en onderbetaald wordt aangeboden.

Sociale klassen

In termen van relatieve rijkdom, genieten de meeste ingezetenen van de VS een norm van persoonlijke economische rijkdom die veel groter is dan dat in het grootste deel van de wereld. Nochtans heerst er ook een aanzienlijke armoede in de Verenigde Staten: 12,1% van de bevolking leeft onder het officiële nationale armoedeniveau.

De sociale structuur van de Verenigde Staten is enigszins gelaagd, met een significante klasse van zeer rijke individuen, die vaak onevenredige culturele en politieke invloed hebben. Nochtans is de sociale mobiliteit een bekend concept in Amerika, beschouwd als een deel van de American dream, in zoverre dat zelfs iemand geboren in een achtergestelde familie kan opklimmen tot iemand van de hogere klasse.

De coëfficiënt van Gini (die inkomensongelijkheden aangeeft) bedraagt 40,8% en is de op twee na hoogste van alle ontwikkelde naties (na Zuid-Afrika en Mexico).


Godsdienst

Er is godsdienstvrijheid in de Verenigde Staten. De meerderheid van de Amerikanen is christen. Binnen het christendom is de Protestantse Kerk het meest vertegenwoordigd. Ongeveer 55% van alle Amerikanen is protestants. Dat komt neer op zo'n 165 miljoen protestanten (census 2005). Echter binnen de Verenigde Staten zijn er vele verschillende stromingen binnen de protestantse gemeenschap die geen hechte eenheid vormen zoals dat bij de katholieken het geval is. 65 miljoen inwoners zijn Rooms-Katholiek (2005). De Oosters-Orthodoxe Kerk wordt ook vertegenwoordigd echter hun aandeel is miniem. Bovendien hangen ruwweg 1,5% (2005) van Amerikanen het Jodendom aan, en 0,6% (2005) is moslim (census 2005). Het boeddhisme wordt door 0,5% (2005) als geloof aangehangen.


Onderwijs

Het onderwijs in de Verenigde Staten wordt voornamelijk beheerd door de afzonderlijke staten. Elk van de 50 staten heeft een kosteloos openbaar schoolsysteem (public school system). Er zijn ook meer dan 3500 instellingen van hoger onderwijs, gesteund door de individuele staten. Het openbare schoolsysteem is gebaseerd op 13 jaar onderwijs voor iedere leerling, beginnend met Kindergarten voor vijfjarigen, en eindigend met de twaalfde klas, waarna leerlingen hun High school diploma behalen. Daarom wordt het systeem ook wel "K through 12", of kortweg "K12", genoemd. Meestal doorlopen kinderen achtereenvolgens drie verschillende scholen: Elementary School, Middle School (in sommige staten Junior High School genoemd) en High School. Als men hierna nog een opleiding wil volgen komt men vaak uit in een College. Hier kan men een Bachelor Degree (vierjarige opleiding), of voor sommige studierichtingen een lagere associate degree (twee jaar). Ook universiteiten bieden een programma aan om een Bachelor Degree te behalen. Hierna kan men eventueel nog een studie op een universiteit volgen om een Masters Degree of het diploma van Doctor of Philosophy te behalen.


Cultuur

Hoewel algemeen beschouwd als typisch en duidelijk verschillend van de Europese cultuur moet de Amerikaanse cultuur beschouwd worden als behorende tot het West-Europese culturencomplex. Het culturele erfgoed van de verschillende groepen kolonisten is gewoonlijk nog overduidelijk te herkennen in datgene wat wij nu als "typisch Amerikaans" herkennen, al is het wel gemuteerd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de vele vormen van het christendom die in de Verenigde Staten worden beleden: de theologische grondslagen zijn vaak herkenbaar Engels, maar met de Anglicaanse Kerk hebben deze genootschappen weinig meer te maken. Ook de Afro-Amerikaanse cultuur, zelf trouwens al voor een groot deel Westers van karakter, heeft zwaar zijn stempel gedrukt op het Amerikaanse erfgoed. De culturele indrukken die de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, hebben achtergelaten zijn te verwaarlozen.

Ditzelfde geldt voor de taal. Een grote meerderheid (82,1% bij de volkstelling van 2000) van de Amerikanen spreekt Engels, in een vorm die men algemeen herkent als Amerikaans Engels. De lagere sociale lagen van de zwarte bevolking spreken Afro-Amerikaans Engels, een sociolect dat sterk van het Amerikaans der blanken afwijkt. De grootste taalminderheid is de Spaanstalige (10,7%; uiteraard spreken haar leden Latijns-Amerikaans Spaans); andere talen scoren alle minder dan één procent: Chinees (0,771%; in alle varianten, die feitelijk talen op zich zijn), Frans (0,627%; inclusief een aantal creolen en dialecten) en Duits (0,527%; vaak in varianten als Pensylvaans, wat tegenwoordig meestal als aparte taal geldt) zijn nog de grootste. De grootste van de Inheemse Amerikaanse talen, het Navajo, vindt men behoorlijk ver onderaan de lijst van Amerikaanse talen geordend naar aantal sprekers: het wordt gesproken door 0,068% van de bevolking. De rest van de inheemse talen nemen nog eens 0,078% voor hun rekening (Navajo is dan ook met voorsprong de grootste Indianentaal). De meeste Indianentalen zijn inmiddels uitgestorven, bijna uitgestorven of sterk bedreigd.

De Amerikaanse cultuur heeft een grote invloed op de rest van de wereld, vooral de westerse wereld. Deze invloed wordt soms bekritiseerd als cultureel imperialisme. De muziek van de VS wordt gehoord over de hele wereld en het is de vader van muziekvormen zoals blues en jazz. Vele grote westelijke klassieke musici en forums zijn gevestigd in de stad New York, een hub voor internationale opera en instrumentale muziek evenals het wereldberoemde theater Broadway voor musicals. New York en San Francisco zijn wereldwijd leiders in grafisch ontwerp en New York en Los Angeles concurreren met belangrijke Europese steden in de mode-industrie. De films uit de VS (hoofdzakelijk opgenomen in Hollywood) en televisieprogramma's kunnen bijna overal worden gezien. Het Amerikaanse fast-foodprincipe is overal ter wereld neergestreken. Dit is in grimmig contrast met de vroege dagen van de republiek, toen het land door Europeanen als landbouwland werd gezien.

Verdere typische Amerikaanse cultuursymbolen zijn de appeltaart, de honkbalknuppel, de Amerikaanse vlag die bij sommige huizen 365 dagen per jaar wappert en de fastfoodketens als McDonald's, Burger King, Kentucky Fried Chicken, Taco Bell en Wendy's.




Coca Cola fungeert vaak als symbool voor de cultuur van de Verenigde Staten


Vervoer

Om het grote gebied te verbinden, beschikken de Verenigde Staten over een groot netwerk van infrastructuur, waarvan het Interstate Highway System een belangrijk aspect is. Amerikanen zijn sterk afhankelijk van de auto voor vervoer over korte en middellange afstand. Met enkele uitzonderingen (bij voorbeeld New York City, San Francisco) is het openbaar vervoer onvoldoende om een alternatief te bieden. Steden zoals Los Angeles zijn volledig op de auto georiënteerd.

Voor afstanden langer dan 500 km wordt meestal de voorkeur gegeven aan het vliegtuig als vervoermiddel.

Er is ook een transcontinentaal spoorwegsysteem dat voor het vervoeren van vracht wordt gebruikt, hoewel Amtrak een succesvolle snelle passagiersverbinding onderhoudt van Boston, via New York City naar Washington D.C. (North East Corridor). Deze treinverbinding kan concurreren met vlieg- en autoverbindingen omdat de trein direct van stadscentrum naar stadscentrum rijdt.


Geschiedenis

Het gebied, dat nu ingenomen wordt door het continentale deel van de Verenigde Staten, werd oorspronkelijk bewoond door talrijke inheemse Amerikaanse volken en werd gekoloniseerd vanaf de 16e eeuw door Spanje, Frankrijk, Nederland en Engeland. Als resultaat van de Franse en Indiaanse oorlog (1754 - 1763) nam Groot-Brittannië de Franse koloniën in Noord-Amerika over (het oostelijk deel van Canada en delen van het huidige Illinois en Ohio). Daarmee kwam het grootste deel van de oostkust onder Britse controle. De kolonisten hadden de bescherming van het moederland tegen de Fransen niet langer nodig, en begonnen zich te verzetten tegen de Britse belastingheffing. De dertien koloniën verklaarden hun onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1776, waarop de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog begon. In 1783 erkende het Koninkrijk van Groot-Brittannië de onafhankelijkheid. Er werd een overheid gevormd die een nieuwe grondwet opstelde die na 1789 effectief werd. De natie begon spoedig zich westelijk uit te breiden. De groeiende spanningen over de kwestie van de zwarte slavernij verdeelden het land volgens geografische lijnen. Er volgde een burgeroorlog (1861-1865). De rest van de 19e eeuw werd gekenmerkt door verhoogde westelijke uitbreiding, industrialisatie, en de toevloed van miljoenen immigranten. In de 20e eeuw namen de Verenigde Staten deel aan beide Wereldoorlogen. Daarbij vielen vele slachtoffers. Na de Tweede Wereldoorlog, waar de Verenigde Staten in terecht kwamen na de Japanse aanval op Pearl Harbor in 1941, werden de Verenigde Staten een wereldmacht.


Economie

De Verenigde Staten zijn rijk aan delfstoffen. De Verenigde Staten bezitten ongeveer 20% van de kolen, 13% van de aardolie, en 24% van de aardgas reserves in de wereld. De olie wordt voornamelijk gewonnen aan de Golf van Mexico, en in de staten Alaska en Texas.

Vanwege de grote grondoppervlakte en het gunstige klimaat is landbouw altijd erg belangrijk geweest voor de Verenigde Staten. De Verenigde Staten zijn marktleider in de productie van kaas, graan, sojabonen en tabak. Andere belangrijke landbouwproducten zijn rundvee, varkens, koemelk, boter, katoen, haver, tarwe, gerst en suiker; het is de belangrijkste exporteur van de wereld van tarwe en graan en derde van de wereld in de rijstuitvoer. In 1995 was de visserij van de VS vijfde in de wereld in totale productie. Tegenwoordig werkt nog maar 3% van de beroepsbevolking in de landbouw. Dankzij moderniseringen is de productie echter nog steeds hoog. Ook vanuit de bosbouw worden veel producten geëxporteerd.

Hoewel het land in het verleden vrijwel zelfvoorzienend was, blijft de stijgende consumptie, vooral van energie, het van bepaalde invoer afhankelijk maken. Het is, niettemin, de grootste producent van de wereld van zowel elektro- als kernenergie. Het leidt alle naties in de productie van vloeibaar aardgas, aluminium, zwavel, fosfaten en zout. Het is ook een belangrijke producent van koper, goud, steenkool, ruwe olie, stikstof, ijzererts, zilver, uranium, lood, zink, mica, molybdeen en magnesium. Hoewel de output is gedaald, zijn de Verenigde Staten wereldleiders in de productie van ruwijzer en ferrolegeringen, staal, motorvoertuigen en synthetisch rubber.

De belangrijkste exportproducten van de VS zijn motorvoertuigen, vliegtuigen, voedsel, ijzer en staalproducten, elektronische apparatuur, industriële en energiegenererende machines, chemische producten en consumptiegoederen. Belangrijke invoerproducten zijn onder andere ertsen en metaalschroot, aardolie en aardolieproducten, machines, vervoersapparatuur (vooral auto's) en kantoorproducten. De belangrijkste handelspartners van de VS zijn Canada (de grootste tweezijdige handelsverhouding van de wereld), Mexico, Japan, het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Korea en Duitsland. Het volume van de handel is gestaag gestegen. Het bruto binnenlands product is blijven toenemen en vandaag de dag bedraagt het $11750 miljard dollar (11,75 biljoen), met afstand het grootste van de wereld. De ontwikkeling van de economie is aangespoord door de groei van een complex communicatienetwerk. Dit bestaat niet alleen uit spoorwegen, wegen, binnenwateren en luchtvaart maar ook telefoon, radio, televisie, computer (waaronder internet) en de faxmachine. Deze infrastructuur heeft niet alleen de landbouw bevorderd en productiegroei verhoogd. maar ook bijgedragen aan de toerisme-inkomsten en de verschuiving naar een op diensten gebaseerde economie. In 1996 werkte ongeveer 74% van Amerikanen in de dienstensector. Onder landen met een ontwikkelde economie is dit bijna het hoogste percentage, slechts Canada heeft percentueel een grotere dienstensector.

De Verenigde Staten hebben al met al een werelddominerende economie, en het gemiddeld inkomen per persoon is hoog. Dit betekent niet dat iedereen een hoog inkomen heeft. De rijkdom is namelijk onevenwichtig verdeeld. 1% van de bevolking bezit meer rijkdom dan 90% van de rest van de bevolking bij elkaar. En deze kloof lijkt groter te worden: bij de 25% armen daalde het inkomen tussen 1979 en 1995 met 9%, terwijl dat van de rijkste 25% met maar liefst 26% steeg. Er is een groot verschil in de economische status van blank en zwart. Een blank gezin bezit gemiddeld tien keer zoveel als een zwart gezin.

Het tekort op de begroting van de Amerikaanse regering is in het eind september afgelopen boekjaar 2005 teruggelopen met 94 miljard dollar tot 319 miljard dollar (265,33 miljard euro). In een toelichting op de publicatie van het tekort zei Snow: "Lagere belastingen en een beleid dat de economie stimuleert, hebben tot miljoenen nieuwe banen en een groei van de economie geleid. Daardoor namen de belastinginkomsten toe." Hij voegde eraan toe dat hij verwacht dat de VS het tekort tegen 2009 gehalveerd zullen hebben.

Het begrotingstekort van 319 miljard dollar valt lager uit dan het recordtekort van vorig jaar. Het tekort van 2005 is nog wel het op twee na grootste in de Amerikaanse geschiedenis. Toch is het gemelde tekort enigszins misleidend. In het bedrag is niet de 60 miljard dollar aan noodhulp opgenomen die de Amerikaanse regering heeft toegewezen voor herstelwerkzaamheden na de orkaan Katrina.


Defensie



De strijdkrachten van de Verenigde Staten van Amerika bestaan uit:

United States Army (landmacht)
United States Navy (marine)
United States Air Force (luchtmacht)
United States Marine Corps (marinierskorps)
United States Coast Guard (kustwacht)
De US Coast Guard is formeel geen onderdeel van de strijdkrachten, maar valt onder het Department of Homeland Security. In tijd van oorlog valt de kustwacht echter onder het Department of the Navy. De kustwacht kent wel een min of meer militaire hiërarchie en haar schepen zijn bewapend.

Zowel land- als luchtmacht kennen (Air) National Guard Units: actief dienende reservisten. Vrijwilligers die een deel van hun vrije tijd besteden aan actief dienen in het leger, vergelijkbaar met het Korps NATRES in Nederland. Anders dan de NATRES, zijn de militairen van de National Guard ingedeeld in gevechtseenheden en kunnen ze worden uitgezonden naar het buitenland.

De constitutie bepaalt dat de president de opperbevelhebber (Commander in Chief) van de krijgsmacht is. De dagelijkse leiding is in handen van de minister van defensie (Secretary of Defense) en een plaatsvervangend minister (Deputy Secretary of Defense). Zij worden bijgestaan door een aantal assistent-ministers (Assistent Secretary of Defense) voor materieelzaken, personeelaangelegenheden, financiën enz. De overkoepelende organisatie is het United States Department of Defense (DoD), ook het Pentagon genoemd naar het gebouw waarin het departement is gehuisvest. Onder het Defense Department vallen drie departementen voor de afzonderlijke krijgsmachtdelen: US Department of the Navy, Department of the Air Force en het Department of the Army. Elk wordt geleid door een minister (Secretary) en een onderminister (Under Secretary). Zowel de marine als het marinierskorps vallen onder het Department of the Navy.

De krijgsmacht telt 1,4 miljoen actieve dienstnemers (zonder Coast Guard en National Guard). Er zijn nog enkele honderdduizenden beschikbaar in de reserves en de National Guard. De dienstplicht is na de Vietnam-oorlog afgeschaft. De uitgaven voor defensie bedroegen in 2003 370,7 miljard dollar (3,3 % van het BNP), dat is bijna de helft van de werelduitgaven aan defensie.

De defensie van de Verenigde Staten is een hiërarchische organisatie, met een systeem van militaire rangen om niveaus van gezag binnen de organisatie aan te duiden. De legerdienst is verdeeld in een professioneel ambtenarenkorps samen met een groter aantal aangeworven personeel dat de militaire handelingen van dag tot dag uitvoert. In tegenstelling tot bepaalde andere landen, wordt het de ambtenarenkorps van Verenigde Staten niet beperkt door de maatschappijklasse of onderwijs.

Het leger van de VS handhaaft een aantal militaire toekenningen en onderscheidingen om de kwalificaties en de verwezenlijkingen van militair personeel aan te duiden.

Op 26 juli 1948 ondertekende de Amerikaanse president Harry Truman de Executive Order 9981 die raciaal de scheiding ophief tussen de militairen van de Verenigde Staten. Homoseksuelen wordt het echter nog niet toegelaten om openlijk te dienen in het leger (het beleid van "Don't Ask, Don't Tell" - vraag er niet naar, spreek er niet over).


Symboliek



De vlag van de Verenigde Staten, de Star-Spangled Banner of stars and stripes, bestaat uit 13 strepen en 50 sterren op een blauw vlak. De 13 strepen staan voor de oorspronkelijke 13 koloniën. De sterren staan voor de huidige 50 staten. Het wit in de vlag staat voor de waarheid, het rood voor moed en het blauw voor gerechtigheid. Voor de vlaggen van de deelstaten, zie: Lijst van vlaggen van Amerikaanse deelgebieden.

Er zijn meerdere ontwerpen geweest voordat de vlag die vandaag de dag wordt gebruikt het licht zag. Zo was er een ontwerp dat de sterren en strepen 'andersom' had, dus 13 kleine streepjes linksboven en een groot blauw vak met sterren, en een vermeerdering van het aantal strepen met elke staat die er bij kwam.

Het huidige ontwerp werd in 1795 goedgekeurd door het congres. In 1813 gaf het Congres de opdracht aan vlaggenmaakster Mary Pickersgill voor het maken van de eerste officiële "Star-Spangled Banner", de vlag van 10 bij 14 meter die moest gaan wapperen boven fort McHenry. Het was deze vlag die amateurdichter Francis Scott Key inspireerde tot het schrijven van het gelijknamige volkslied.

Het grootzegel, waarop de Amerikaanse zeearend is afgebeeld, dateert uit 1782. Het wordt nog steeds 2000 tot 3000 keer per jaar gebruikt om officiële documenten te verzegelen.


Nationale Feestdagen

De individuele staten bepalen wat de officiële feestdagen zijn voor hun staat. Al zijn de openbare instellingen op die dagen meestal gesloten, volgen bedrijven niet altijd de aanbeveling van de staat en werken gewoon door.

New Year's Day, 1 januari
Martin Luther King Day, derde maandag in januari
President's Day, derde maandag in februari
Memorial Day, laatste maandag in mei
Independence Day, 4 juli
Labor Day, eerste maandag van september
Columbus Day, tweede maandag in oktober (alleen gevierd in staten met een grotere Italiaanse bevolking)
Election Day, eerste dinsdag in november
Veterans Day, 11 november
Thanksgiving Day, vierde donderdag in november
Christmas Day, 25 december
De belangrijkste feestdagen, waarop bijna alle bedrijven gesloten zijn, zijn: New Year's Day, Memorial Day, Independence Day, Labor Day, Thanksgiving Day, en Christmas Day.


Nationale Parken

Lijst van nationale parken in de Verenigde Staten
National Park Service

Prison Break

Prison Break is een Amerikaanse televisieserie van de zender FOX (in Nederland uitgezonden op de zender RTL 5, in België op KanaalTwee). In de Verenigde Staten kwamen de pilot en de tweede aflevering (Allen) op 29 augustus 2005 op de buis. Op 21 augustus 2006 zijn de uitzendingen van het tweede seizoen in de Verenigde Staten begonnen. De uitzendingen van het derde seizoen begonnen in de Verenigde Staten op 17 september 2007.

De serie is geschreven en gemaakt door Paul Scheuring. Aanvankelijk waren er 13 afleveringen besteld, maar door het grote succes werd dit aantal uitgebreid tot 22 afleveringen. Ook is er een Behind The Wall-aflevering uitgezonden, waarin het verhaal verder werd uitgediept.

In de Verenigde Staten heeft de serie twee nominaties voor een Golden Globe Award en een award voor Favorite New TV Drama ontvangen. Het eerste seizoen werd in de VS gemiddeld door ruim 9 miljoen mensen bekeken. Dit kwam mede door de vele reclamespots die Fox uitzond vlak voordat de serie van start ging. In augustus 2005 trok het programma 10,5 miljoen kijkers, en dergelijke kijkcijfers had Fox in die maand sinds 1998 niet meer gehad voor een programma dat in de zomer op maandagavond wordt uitgezonden.

De doelgroep van het programma is de leeftijdsgroep van mensen van 18 tot 34 jaar.

De titelsong "Prison Break" van de serie wordt gezongen door Kaye Styles voor de Belgische televisie. De originele titelsong is gecomponeerd door Ramin Djawadi. Deze titelsong werd genomineerd voor een Primetime Emmy Award in 2006.

Het eerste seizoen verscheen in 2006 op dvd. Het tweede seizoen verscheen in 2007 op dvd. Op 21 november 2006 kwam in de VS het eerste nummer van Prison Break-magazine uit.

RTL maakte op 24 september bekend dat zij vanaf 11 oktober de afleveringen van seizoen 3 gaan uitzenden.


Idee

Het idee voor het verhaal werd bedacht door een vrouwelijke collega van Paul Scheuring. Zij dacht aan een verhaal waarin een man zich liet opsluiten in een gevangenis, om met iemand anders te ontsnappen. Scheuring zag iets in het verhaal, maar moest het nog helemaal uitwerken om er een televisieserie van te maken. In 2003 ging hij met het uitgewerkte idee naar Fox waar het programma werd afgewezen. Vervolgens ging Scheuring zonder succes naar andere televisiezenders. Scheuring dacht aan een miniserie van 10 afleveringen. Fox bedacht zich nadat zij hadden gezien dat soortgelijke series als 24 en Lost succesvol waren. In 2004 begon Fox met de productie van de serie.

Op 24 oktober 2006 werd bekend dat Donald en Robert Hughes een rechtszaak tegen Fox Broadcasting Company en Paul Scheuring wilden aanspannen, omdat zij al in 2001 een manuscript met een soortgelijk verhaal naar Fox hadden gestuurd. Donald Hughes had namelijk in de jaren '60 zelf succesvol een ontsnapping opgezet om zijn broer Robert Hughes, die de doodstraf had gehad, te laten ontsnappen.


Opnamenlocaties

Het eerste seizoen werd opgenomen op locatie in de Joliet gevangenis in Joliet (Illinois). Die gevangenis was al sinds 2002 buiten gebruik. De gevangenis heet in de televisieserie Fox River State Penitentiary. Ook de opnamen in de cellen van de gevangenen zijn gedraaid in de Joliet gevangenis. De cel van Lincoln werd toen de gevangenis nog gebruikt werd, in gebruik genomen door John Wayne Gacy, een seriemoordenaar. Andere scènes werden opgenomen in Chicago, Woodstock en Ontario.

De opnames voor het tweede seizoen zijn gestart op 15 juni 2006 in Dallas (Texas).


Verhaallijn

Seizoen 1

Lincoln Burrows zit (onterecht) gevangen voor de moord op de broer van de vice-president van de Verenigde Staten van Amerika en zal binnen enkele maanden worden geëxecuteerd. Zijn broer, Michael Scofield, ziet maar één mogelijkheid om hem uit de gevangenis te doen ontsnappen: hij pleegt een gewapende overval en moet van de rechter vijf jaar achter tralies in dezelfde gevangenis als zijn broer, de Fox River State Penitentiary. Daar gaat hij Lincoln helpen ontsnappen. Michael was bouwkundig ingenieur bij Maxwell & Schaum, het bedrijf dat de gevangenis renoveerde. Daardoor heeft hij de blauwdrukken van de gevangenis. Hij heeft die blauwdrukken, samen met andere informatie, op zijn lichaam laten tatoeëren, in code, zodat alleen hij de betekenis van de tattoos kent en niemand alarm zal slaan. Binnen de gevangenis blijkt dat Michael een groots plan heeft opgezet om zijn broer te bevrijden en zijn onschuld te bewijzen.

Buiten de gevangenis geloven twee advocaten in Lincolns onschuld en proberen hem vrij te pleiten. Zij worden tegengewerkt door agenten van de Secret Service, in dienst van de vice-president.


Seizoen 2

Seizoen 2 draait om 'The Fox River 8'. De acht ontsnapte gevangenen uit de gevangenis "Fox River". De eerste aflevering van het tweede seizoen begon acht uur na de ontsnapping van Michael Scofield, Lincoln Burrows, Fernando Sucre, David "Tweener" Apolskis, Charles "Haywire" Patoshik, John Abruzzi, Theodore Bagwell ( T-Bag ) en Benjamin Miles "C-Note" Franklin. Ze vluchten te voet via het bos en proberen zoveel mogelijk meters te maken. Met Alexander Mahone en zijn FBI-agenten op hun hielen, proberen de ontsnapte gevangenen vervoer te bemachtigen. Een aantal gevangenen probeert de schat van Westmoreland te zoeken. Er ontstaat rivaliteit tussen de gevangenen. Intussen ligt Sara Tancredi korte tijd in het ziekenhuis na een overdosis. Michael probeert contact met haar te krijgen.


Seizoen 3

Michael, T-Bag, Bellick en Mahone zitten vast in een gevangenis buiten Panama-stad genaamd Soná. Lincoln probeert zijn broer uit de gevangenis te krijgen, maar al snel wordt hij gebeld door zijn zoon LJ. Wanneer hij op de afgesproken plek komt, komt hij erachter dat Lj en Sara door The Company worden gegijzeld. Zij willen dat Michael iemand helpt de gevangenis uit te komen: James Whistler.


Personages

Dominic Purcell als Lincoln Burrows
Wentworth Miller als Michael Scofield
Stacy Keach als Directeur Henry Pope
Robin Tunney als Veronica Donovan
Frank Grillo als Nick Savrinn
Amaury Nolasco als Fernando Sucre
Marshall Allman als Lincoln "LJ" Burrows, Jr.
Peter Stormare als John Abruzzi
Wade Williams als Captain Brad Bellick
Sarah Wayne Callies als Dokter Sara Tancredi
Robert Knepper als Theodore "T-Bag" Bagwell
Rockmond Dunbar als Benjamin Miles "C-Note" Franklin
Lane Garrison als David "Tweener" Apolskis
Silas Weir Mitchell als Charles "Haywire" Patoshik
Muse Watson als Charles Westmoreland
Reggie Lee als William Kim
Patricia Wettig als Caroline Reynolds
William Fichtner als Alexander Mahone
Paul Adelstein als Agent Paul Kellerman
Blaine Hogan als Seth Hoffner
Danay Garcia als Sofia Lugo
Jodi Lyn O'Keefe als Susan B. Anthony
Chris Vance als James Whistler
Robert Wisdom als Lechero


Internationaal

Internationale uitzendingen
Land Zender Begindatum Alternatieve titel Opmerkingen
USA Fox Broadcasting Company 29 augustus 2005
BEL KanaalTwee 10 september 2006
CAN Global Television Network 29 augustus 2005
ARG Canal Fox 10 oktober 2005
CHI Canal Fox 10 oktober 2005
SWE TV3 1 januari 2006
NOR TV3 5 januari 2006
AUS Channel Seven 1 februari 2006
ISR yesSTARS 8 maart 2006 נמלטים ("Fugitives")
NED RTL 5 16 maart 2006
GER RTL 21 juni 2007


Dvd

Seizoen 1

Prison Break seizoen één verscheen in 2006 op dvd. Hierop staan alle 22 afleveringen en een aantal extra's.

Algemene informatie

Boxset: 6 dvd's
Afleveringen: 22
Lengte: ca. 1000 min.
Geluid: 5.1 surround
Beeld: 16 x 9 (Widescreen)
Ondertiteling: Nederlands / Engels / Frans
Regio: 2 (geschikt voor Europa & Japan)
Releasedatum: 11.10.2006

Extra's

Audiocommentaar
Alternatieve en verwijderde scènes
Making of Prison Break
Featurettes: If these walls could speak - Beyond the Ink
Fox presents: Making a scene - "Prison Break"
Televisiereclames voor de serie

Seizoen 2

Prison Break seizoen twee verscheen in 2007 op dvd. Hierop staan alle 22 afleveringen en vele extra's.

Algemene informatie

Boxset: 6 dvd's
Afleveringen: 22
Lengte: ca. 17 uur
Geluid: 5.1 Surround
Beeld: 16 x 9 (breedbeeld)
Ondertiteling: Engels/Nederlands
Regio: 2
Releasedatum: 5.09.2007

Extra's

Audiocommentaar
Making of Prison Break 2
Hoe Dallas in Amerika veranderde
24 seizoen 6-aflevering 1
Videoclip Ferry Corsten - Break Out Mix

Awards

Prison Break werd voor veel prijzen genomineerd.

Gewonnen

2006 People's Choice Award
Meest favoriete nieuwe dramaserie

Nominaties

2006 Golden Globe Award
Beste drama-televisieserie
Beste Mannelijke Acteur in een Drama-televisieserie - Wentworth Miller
2006 Eddie Award
Beste videobewerking van een uurdurend programma op de commerciële televisie - Mark Helfrich (voor de pilot-aflevering)
2006 Saturn Award
Beste acteur voor een televisieprogramma - Wentworth Miller
Beste televisieprogramma op een televisienetwerk
2006 Television Critics Association award
Beste nieuwe dramaserie
2006 Primetime Emmy award
Beste titelmuziek - Ramin Djawadi

maandag 21 januari 2008

Nederland



Nederland is een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het ligt op het vasteland van west-Europa, wordt in het westen en noorden begrensd door de Noordzee, langs de oostgrens door Duitsland en in het zuiden door België. De hoofdstad van het land is Amsterdam (wettelijk pas sinds 1983), de regeringszetel is Den Haag. Het is verdeeld in twaalf provincies.


Algemeen

Naam

Het huidige Nederland bestaat pas sinds 1830, na de afscheiding van België. Daarvoor werden er verschillende namen gebruikt om het huidige land of voorlopers daarvan aan te duiden, zoals de Lage Landen (in het Frans Pays-Bas), de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland in de Franse tijd. Dit heeft tot gevolg dat verschillende namen voor Nederland worden gebruikt:

Variaties van "Nederland", zoals The Netherlands in het Engels (letterlijk: de Nederlanden)
Vertalingen van "Lage Landen", zoals Pays Bas in het Frans
Variaties van "Holland" (het gewest Holland was lange tijd dominant)
Als bijvoegelijk naamwoord: Dutch in het Engels (afgeleid van Diets)

Vlag

De vlag bestaat uit drie horizontale banen van gelijke hoogte in de kleuren rood, wit en blauw. De vlag dateert uit 1579, toen de onafhankelijkheid van Nederland werd uitgeroepen en werd officieel goedgekeurd in 1796 en bevestigd als nationaal embleem in 1937.

Het wit en blauw zijn de livreikleuren van het Franse vorstendom Orange, waar het Huis Nassau, het latere Nederlandse koningshuis, mee verbonden raakte (zie René van Chalon). Het rood was oorspronkelijk oranje, naar de naam van het vorstendom, maar werd in de loop van de 17e eeuw vervangen door vermiljoenrood, dat tijdens zeeslagen makkelijker te herkennen was. Op feestdagen die te maken hebben met het koningshuis of tijdens diplomatieke reizen naar het buitenland wordt ook wel een oranje wimpel boven de vlag gehangen. Verder wordt het oranje gebruikt als nationale herkenningskleur.

Wapen

Het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden is oorspronkelijk in 1815 ontworpen en in 1907 aangepast. Het geblokte schild met een leeuw, zwaard en pijlen is het heraldisch symbool van de Koningin en het Land.


Bestuurlijke indeling



Nederland is onderverdeeld in de volgende twaalf provincies met de volgende hoofdsteden:

Noord-Holland
Haarlem

Zuid-Holland
Den Haag

Utrecht
Utrecht

Zeeland
Middelburg

Noord-Brabant
's-Hertogenbosch

Limburg
Maastricht

Friesland
Leeuwarden

Groningen
Groningen

Drenthe
Assen

Gelderland
Arnhem

Flevoland
Lelystad

Overijssel
Zwolle


Geschiedenis

Historische staatsvormen

Nederland is een van de Westeuropese constitutionele monarchieën, maar het heeft als zodanig nog geen lange traditie. Het was echter wél een van de eerste landen die de republiek als staatsvorm hadden. Hoewel de stadhouders uit het Huis Oranje-Nassau tijdens de Republiek der Verenigde Provinciën streefden naar vorstelijke macht en aanzien, werd Nederland pas in de Franse tijd in 1806 het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon, een broer van Napoleon Bonaparte. In 1810 werd dit koninkrijk opgeheven omdat Bonaparte vond dat zijn broer een te onafhankelijke koers voer; Nederland werd geheel geannexeerd door Frankrijk. Hieraan kwam effectief een eind in 1813, na de val van Bonaparte en de terugkeer van koning Willem I in Nederland; pas in 1815 werd formeel het Koninkrijk der Nederlanden met een nieuwe grondwet uitgeroepen. Het Huis Oranje-Nassau werd dus pas in de 19e eeuw het Nederlandse vorstenhuis.



Gouden Eeuw



Voor de ontwikkeling van het moderne Nederland zijn met name twee historische tijdvakken sterk bepalend geweest. De eerste was de Gouden Eeuw, beginnend met en dus inclusief de Tachtigjarige Oorlog van 1568 tot 1648. De uitkomst van deze onafhankelijkheidsstrijd was een sterke en zelfbewuste nieuwe natie, de Republiek der Verenigde Provinciën, gevestigd op het protestantse geloof en een federatieve, meer gedemocratiseerde, republikeinse staatsvorm, die voor het Europa van die tijd een volstrekt novum was. Nederland werd een internationaal zeer gerespecteerde handelsnatie, waar het centrum van de wereldhandel was gevestigd. Kunst en wetenschap bloeiden in het spoor van de economische voorspoed. Als zeevarende mogendheid was Nederland een wereldmacht en had het in de VOC en later ook de WIC de eerste multinationals, waarvan de aandelen verhandeld werden op de eerste aandelenbeurs ter wereld, Amsterdam. Deze compagnieën bouwden een wereldwijd handelsimperium op en hadden daarbij eigen bestuurlijke bevoegdheid en militaire macht.

19e eeuw



In de 19e eeuw vonden grote veranderingen plaats, om te beginnen op staatkundig en politiek vlak. Na de Franse tijd werd Nederland in 1815 een deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als constitutionele monarchie onder koning Willem I.

Het grondgebied van Nederland, België en Luxemburg werd officieel aan het Koninkrijk toegewezen, hoewel Luxemburg als deel van de toenmalige Duitse Bond met Nederland verenigd was door middel van een personele unie. In 1830 scheidde België zich van Nederland af en werd een zelfstandig koninkrijk. De provincies Limburg en Luxemburg werden bij deze splitsing opgedeeld, waarbij gelijknamige Belgische provincies ontstonden. Luxemburg werd een zelfstandig hertogdom, dat echter tot aan de dood van koning Willem III in 1890 in personele unie met Nederland verbonden was.
Onder druk van opstanden in het buitenland werd de grondwet in 1848 verder gedemocratiseerd en gemoderniseerd door Thorbecke, waarmee de monarchie haar huidige status kreeg.

In 1853 herkregen de katholieken, die al die tijd nog een groot deel van de bevolking uitgemaakt hadden, hun rechten. Aan het eind van de eeuw waren naast de oude liberale partij van Thorbecke ook een socialistische, een protestantse Anti-Revolutionaire Partij en een Rooms-Katholieke Staatspartij in het parlement vertegenwoordigd. Zo ging Nederland de moderne tijd binnen, die behalve door de groeiende verzuiling in het bijzonder door de snel voortschrijdende industrialisatie werd gekenmerkt. Onder meer in Twente en en Noord-Brabant kwamen nieuwe industriesteden op. Inmiddels was Nederland voluit een koloniale mogendheid geworden en vergrootte het daardoor zijn welvaart aanzienlijk.
De gestegen welvaart ging gepaard met een grote opbloei van kunsten en wetenschappen. De periode vanaf 1876 wordt ook wel de Tweede Gouden eeuw van de Nederlandse natuurwetenschap genoemd. Nederland bracht in het eerste kwart van de twintigste eeuw het opmerkelijke aantal van vijf Nobelprijswinnaars in de natuurwetenschap voort, terwijl ook de beoefening van de biologische en medische wetenschap, alsook van de sterrenkunde bloeiden. (Zie Lijst van Nederlandse Nobelprijswinnaars.) Aan de opbloei van de B-vakken was sterk bijgedragen door de instelling van een nieuwe vorm van middelbaar onderwijs door Thorbecke, de Hogere Burgerschool (H.B.S.). Ook de kunsten (muziekleven, schilderkunst, architectuur, literatuur) bloeiden op in de periode 1880-1920, de tweede gouden eeuw (die slechts enkele decennia duurde).


20e eeuw



Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog leed het onder vijf jaar Duitse bezetting. Tijdens de Duitse aanval op Nederland werd Rotterdam gebombardeerd, waarbij het centrum bijna geheel verwoest werd. Ruim 100.000 Nederlandse joden werden door het regime vermoord.

Na de oorlog begon, met behulp van de Marshallhulp uit de Verenigde Staten van Amerika, de wederopbouw, die tot grote welvaart leidde en waardoor Nederland een modern, geïndustrialiseerd land werd. Tegelijkertijd deed Nederland geleidelijk afstand van zijn positie als koloniale macht.

In 1951 was Nederland medeoprichter van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), welke uiteindelijk uitgroeide tot de Europese Unie. Al eerder (in 1944) waren Nederland, België en Luxemburg een onderlinge samenwerking begonnen onder de naam Benelux, aanvankelijk als douane-unie, later (in 1958) als economische unie.

In 1953 werd Nederland getroffen door een watersnood. Als reactie hierop werden de Deltawerken met onder meer de Oosterscheldedam (voltooid in 1986) en de Maeslantkering (voltooid in 1997) gebouwd.
In 1959 werd te Slochteren een der grootste voorraden aardgas in Europa aangetroffen, het aardgasveld van Slochteren. Dit betekende een keerpunt in de naoorlogse economische ontwikkeling van het land. Mede hierdoor konden de kolenmijnen in Limburg, een vroegere motor van de economie, gesloten worden.
In 1986 kreeg Nederland er een twaalfde provincie bij: Flevoland. De aanleg van polders in de voormalige Zuiderzee, al voor de Tweede Wereldoorlog begonnen, heeft daarmee een voorlopig einde gevonden.


21e eeuw

In 2002 verving Nederland de eigen munt, de gulden, samen met twaalf van de vijftien toenmalige leden van de EU door de Europese munt, de euro. Evenals Frankrijk verwierp Nederland in een referendum in 2005 het EU-voorstel voor een Europese grondwet.
Nieuwe infrastructurele mega-projecten die gereed kwamen of binnenkort zullen komen, zijn de Betuweroute, een zeer moderne goederenspoorlijn van de Rotterdamse havens naar het Duitse achterland (gereedgekomen in 2007), en de HSL-Zuid, de hogesnelheidslijn die van Amsterdam via Breda naar Parijs voert.


Geografie

Fysieke kenmerken



Nederland wordt in zijn fysieke verschijningsvorm in hoofdzaak door twee factoren bepaald. De eerste betreft de ligging. Zoals de naam van het land al aangeeft, is Nederland laag gelegen. Ongeveer 40 % van het land, waaronder grote delen van het dichtbevolkte en economisch belangrijke westen, ligt beneden de waterspiegel N.A.P.. Nederland ligt in de delta van vier grote rivieren, de Rijn, de Maas, de Schelde en de IJssel.

De tweede factor is de dichtheid van zijn bevolking. Nederland hoort tot de top-drie van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dit heeft grote gevolgen voor het gebruik van de ruimte. Het land bezit geen grote metropool, maar in de westelijke provincies zijn de vier grootste steden geconcentreerd. Daartussen en daaromheen ligt een kransvormige ring van middelgrote plaatsen, die tezamen de zogeheten Randstad vormen. Ongeveer 40% van de landelijke bevolking is hier op een klein oppervlak geconcentreerd, rond een betrekkelijk open ruimte, het zogeheten Groene Hart. Ook in andere provincies, met name Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel, is de verstedelijking sterk.
Nederland bezit mede als gevolg hiervan een zeer dichte infrastructuur. Het autowegen- en spoorwegnet kunnen de groeiende verkeersdruk echter steeds minder goed verwerken.

Klimaat

Nederland heeft een gematigd zeeklimaat met milde winters en koele zomers. Het klimaat wordt beinvloed door de aanliggende Noordzee die het gehele jaar de temperatuur matigt. In het noorden is de temperatuur gemiddeld over het gehele jaar iets lager dan in het zuiden. De kustprovincies in het zuidwesten, westen en noorden hebben in de herfst- en wintermaanden doorgaans zachter weer dan het oosten en noordoosten. In de zomer zijn het oosten van Brabant en uiterste noorden van Limburg de gemiddeld warmste plekken. De gemiddeld koudste maand is in de meeste plaatsen januari, de warmste maand juli. In laatste jaren steeg de gemiddelde temperatuur in Nederland dat door een meerderheid van Klimatologen geweten wordt aan opwarming van de Aarde.

De zonnigste delen van Nederland zijn het westen van Zeeland, het noordwesten van Noord-Holland inclusief het eiland Texel met ca. 1600-1700 zonuren (De Bilt: ruim 1500 uren). Gemiddeld valt er circa 790 mm. regen per jaar. Het natst is gemiddeld de omgeving van Beekbergen (zuid van Apeldoorn) met meer dan 900 mm, het droogst het centrale deel van Limburg met minder dan 700 mm. Het regent slechts ongeveer 7% van de tijd. Onderstaande gegevens zijn afkomstig van het KNMI-weerstation in De Bilt, en zijn gemiddelden van metingen tussen 1971 en 2000.


Demografie

Bevolking



Nederland heeft 16.372.715 (2007) inwoners, en is met 394,3 / km² (2007) een van de dichtstbevolkte landen ter wereld.

Vergeleken met de rest van Europa is de Nederlandse bevolking relatief snel gegroeid: 3 miljoen in 1850, 5 miljoen in 1900, 10 miljoen in 1950, 16 miljoen in 2000 [4]. Ter vergelijking: de Belgische bevolking evolueerde van de helft méér dan Nederland (4,5 miljoen in 1850) tot ruim een derde minder (10 miljoen in 2000).

In Nederland wonen twee erkende bevolkingsgroepen. Naast de Nederlanders zijn sinds 2005 de Friezen erkend als nationale minderheid onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.


Autochtone talen

De officiële landstaal is het Nederlands. Het Fries is in de provincie Friesland een officiële taal, naast het Nederlands.

Twee regionale talen genieten erkenning onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden:

het Nedersaksisch met de dialecten Gronings, Drents, Stellingwerfs, Sallands, Twents, Veluws en Achterhoeks;
het Limburgs dat wordt gesproken in de Nederlandse provincie Limburg.


Allochtone minderheden

Na de Tweede Wereldoorlog is het relatief overbevolkte Nederland tijdens de jaren van de wederopbouw (de jaren vijftig) enige tijd een emigratieland geweest. Grote groepen Nederlanders vertrokken naar immigratielanden als Canada, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland. Over het algemeen hebben deze emigranten zich snel aangepast aan hun nieuwe omgeving en zijn ze volledig Engelstalig geworden of, in Zuid-Afrika, Afrikaanstalig.

Vanaf 1952 vestigde zich om politieke redenen een aanzienlijke etnisch-culturele minderheid in Nederland, namelijk die van de Molukkers, die voor de Zuid-Molukken naar afscheiding van de nieuwe republiek Indonesië streefden. Ofschoon deze groep zich ongewild blijvend in Nederland heeft moeten vestigen, hield zij lang nadrukkelijk vast aan haar eigen identiteit. De assimilatie met de Nederlandse samenleving is moeizaam verlopen, maar heeft niet tot een eigen variant van het Nederlands geleid.

Vanaf de jaren zestig, toen de welvaart in Nederland toenam en de vraag naar ongeschoolde arbeid steeg, hebben zich in Nederland grote groepen immigranten gevestigd. Met name uit Turkije en Marokko kwamen op deze wijze grote aantallen zogenoemde allochtonen naar Nederland, naar de oorspronkelijke verwachting alleen tijdelijk, maar in werkelijkheid blijvend. Zij assimileren meestal binnen de eerste of tweede generatie en worden Nederlandstalig, al dan niet met behoud van hun eerste taal.

Hetzelfde geldt, en in snellere mate, voor voormalige overzeese rijksgenoten, nieuwkomers in Nederland uit de voormalige koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen (met name Curaçao). Ook deze groepen leveren geen nieuwe interne meng- en contacttalen op, omdat de talige assimilatie (partiëel of totaal) betrekkelijk snel verloopt, anders vaak dan de integratie. Dit houdt in dat er in Nederland naast het Nederlands in aanzienlijke mate exogene ofwel allochtone minderheidstalen worden gesproken. De belangrijkste waren in 2005: Turks (192.000 sprekers), Marokkaans-Arabisch (100.000), Papiaments (80.000), Indonesisch (45.000) en Sranan (7000).


Religie

Nederland, van oudsher een christelijk land, is tegenwoordig een van de meest ontkerkelijkte landen in Europa. Per 31 december 2005 had ongeveer 48 procent dus bijna de helft van de bevolking officiëel geen religie.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid maakte in het in december 2006 verschenen rapport Geloven in het publieke domein[3]een overzicht van de ledentallen van de verschillende religies in Nederland. De navolgende cijfers over religies in Nederland en hun aanhang in Nederland zijn ontleend aan dit rapport (cijfers per 31 december 2005):

Christendom (7.132.000 leden, 43,7 procent)
De rooms-katholieke Kerk (4.406.000 leden, 27,0 procent)
Protestantisme (2.570.000 leden, 15,7 procent)
De protestantse Kerk in Nederland (1.944.000 leden, 11,9 procent)
Orthodox gereformeerde kerken (238.000 leden, 1,4 procent)
Bevindelijk gereformeerde kerken (221.000 leden, 1,4 procent)
Evangelische en pinksterkerken (148.000 leden, 0,9 procent)
Vrijzinnige kerken (19.000 leden, 0,1 procent)
Overige kerkgenootschappen (156.000 leden, 1,0 procent)
Overige religies
Het hindoeïsme (ongeveer 157.500 leden (100.000–215.000), ongeveer 1,0 procent)
Het boeddhisme (170.000 leden, 1,0 procent)
Het jodendom (43.000 leden, 0,3 procent).
Gebaseerd op CBS gegevens is het aantal moslims volgens het WRR:
De islam (944.000 leden , 5,8 procent) *
Turkse moslims (428.000 leden, 2,6 procent)
Marokkaanse moslims (296.000 leden, 1,8 procent)
Overige moslims (220.000 leden, 1,3 procent)
N.B. Nederland had in totaal per 31 december 2005 16.334.000 inwoners.

*In oktober 2007 publiceerde het CBS gegevens waaruit blijkt dat er niet bijna een miljoen, maar tussen de 877.000 (in 2005) en 837.000 (in 2006) moslims in Nederland zijn, gemiddeld 5,3% van de bevolking. De recente afname in een jaar met 40.000 moslims noemt het CBS niet significant. Turken (325.000) en Marokkanen(260.000) vormen de grootste groepen moslims. Dan volgen de Surinamers met 34.000.Het CBS meldt dat er 12.000 autochtone islamieten zijn. [5]
In 2006 is het aantal katholieken afgenomen naar 26,6 % (of 0,4 procent) en door de herziene CBS methodiek is ook het aantal moslims afgenomen met 0,5 procent. Verder is ook het aantal PKN leden afgenomen met 0,6 %. Bij gelijkblijvende grootte van de andere religieuze groeperingen is dan te becijferen dat per 31 december 2006 het aantal mensen zonder religie in Nederland is toegenomen tot ongeveer 50 procent.


Economie

Nederland is een welvarend land met een open economie, die sterk leunt op de buitenlandse handel, met name met Duitsland. De economie wordt getypeerd door stabiele verhoudingen, een matige inflatie, een terughoudend financieel beleid en door zijn belangrijke rol als Europese transportader. De voedings- en genotmiddelenindustrie, de chemische industrie, de aardolie-industrie en de metaalindustrie zijn de belangrijkste industriële activiteiten.


Vervoer

In Nederland is een uitgebreid wegennet van autosnelwegen en autowegen met een totale lengte van circa 116.500 kilometer. Vrijwel alle wegen zijn tolvrij.

Het spoorwegnet heeft een totale lengte van 2808 kilometer en is één van de drukst bereden spoorwegnetten van Europa. De belangrijkste vervoerder van passagiers is de NS.

Van het totale transport vindt 44% over de weg plaats en 30,5% over het spoor. De rivieren Rijn, Maas en Schelde die vanuit de buurlanden binnenstromen en in de Noordzee uitmonden maken Nederland al eeuwenlang een knooppunt voor de Europese binnenscheepvaart.

De Rotterdamse haven was tientallen jaren de grootste van de wereld, maar die positie is in 2004 door Shanghai overgenomen. Rotterdam is nog altijd de grootste haven van Europa. Andere belangrijke havengebieden zijn Amsterdam, Eemshaven en Vlissingen/Terneuzen. Het achterland van deze havens wordt ondersteund door een uitgebreid net van rivieren, kanalen en andere waterwegen. De binnenvaart en de zeevaart spelen daarom belangrijke rol in de Nederlandse economie.

Nederland heeft voor het vliegverkeer twee mainports: Schiphol en Rotterdam. Schiphol is verreweg de grootste luchthaven van Nederland en speelt een belangrijke internationale rol.


Politiek

Overheid

De regering en de Staten-Generaal vormen tezamen de wetgevende macht. De Staten-Generaal bestaat uit twee kamers:

de Eerste Kamer met 75 zetels. De leden worden voor vier jaar gekozen door de leden van Provinciale Staten.
de Tweede Kamer met 150 zetels.
Staatsvorm: constitutionele monarchie, parlementaire democratie
Staatshoofd: koningin Beatrix (sinds 1980)
Premier: Jan Peter Balkenende
Hoofdstad: Amsterdam (zie ook hoofdstad van Nederland)
Zetel van de regering: Den Haag (ook wel 's Gravenhage)

Internationaal verband

Nederland maakt deel uit van:

Benelux
Europese Unie (mede-oprichter)
West-Europese Unie (WEU)
NAVO (mede-oprichter)
Raad van Europa
Verenigde Naties (mede-oprichter)
Nederland stimuleerde de introductie van de euro in 1999 (Verdrag van Maastricht) als munteenheid van de Europese Unie (EU) (waar Nederland ook zelf lid van is). De euro is er sinds 1 januari 2002 de officiële munteenheid. Daarvoor had Nederland de Gulden als munteenheid.

Nederland is thuishaven of gastland van onder meer de volgende internationale instellingen: het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Strafhof, de Europese veiligheidsorganisatie Europol en de European Space Agency.


Defensie

De defensie valt volledig onder het Ministerie van Defensie en bestaat uit de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Luchtmacht, de Koninklijke Marine (inclusief Marine Luchtvaartdienst en Korps Mariniers) en de Koninklijke Marechaussee.

Sinds de dienstplicht de facto is afgeschaft bestaat de krijgsmacht volledig uit vrijwillig dienend personeel. Naar schatting zijn ruim 2,8 miljoen mannen en 2,7 miljoen vrouwen geschikt voor militaire dienst. In totaal dienen ruim 50.000 mannen en vrouwen bij de krijgsmacht.

De uitgaven voor defensie bedroegen in 2004 ca. 9,408 miljard dollar, ongeveer 1,6 % van het BNP.[6] Tussen 2001 en 2005 schommelden de uitgaven rond 1,5% van het bruto binnenlands product, in 2005 ca. 7,5 miljard euro.[7]

De regering is de opperbevelhebber van de strijdkrachten, in de dagelijkse praktijk wordt die functie waargenomen door de Minister van Defensie. Aan hem rapporteert de Commandant der Strijdkrachten. De Commandant der Strijdkrachten geeft leiding aan de afzonderlijke krijgsmachtdelen.


Onderwijs

Onderwijs is verplicht vanaf de eerste dag van de maand nadat een kind vijf jaar is geworden tot het einde van het schooljaar waarin het kind zestien jaar is geworden. In het schooljaar waarin een kind zeventien jaar wordt is het gedeeltelijk leerplichtig. Hij (of zij) moet dan nog minstens twee dagen per week naar school. Heeft zijn (of haar) school een praktijkovereenkomst met een bedrijf sluit, dan is één dag school per week verplicht. De meeste kinderen gaan echter al vanaf hun vierde naar het basisonderwijs.

Onderwijs in Nederland kan beginnen met peuteronderwijs op een peuterspeelzaal. Dan volgt primair onderwijs, ofwel basisonderwijs. Vervolgens is daar het secundair, ofwel voortgezet onderwijs en tot slot is hoger beroepsonderwijs of academisch onderwijs mogelijk.


Sport

In Nederland is voetbal de belangrijkste sport. Andere populaire sporten zijn onder meer wielrennen, tennis, hockey, volleybal, handbal, korfbal, schaatsen en golf. Ondanks dat Nederland een vrij klein land is qua inwonertal weten de Nederlandse sporters vaak een groot aantal medailles en internationale trofeeën te winnen op internationale en euregionale competities.

zondag 20 januari 2008

Saddam Hoessein



Saddam Hoessein Abdu al-Majid al-Tikriti (Arabisch: صدام حسين عبد المجيد التكريت, Al-Auja, 28 april 1937 - Bagdad, 30 december 2006) was van 1979 tot 2003 autocratisch president en heerser van Irak.


Jeugd en opkomst

Saddam Hoessein werd in Irak geboren in het toen zeer arme dorp Al-Auja, nabij de stad Tikrit in de provincie Salah ad Din. Hoesseins officiële geboortedatum is 28 april 1937, maar aangezien de bevolkingsadministratie in die tijd zeer primitief was, is zijn werkelijke geboortedatum waarschijnlijk enkele jaren eerder of later.[1]

Zijn vader verliet het gezin voordat Saddam werd geboren. Saddam werd naar eigen zeggen mishandeld door zijn stiefvader. Hij mocht niet naar school en bracht zijn vroege jeugd als schaapherder door. Vanaf zijn tiende werd hij opgevoed door zijn xenofobe oom Khairullah Talfah, een van de weinige geletterden in Tikrit en auteur van het pamflet Drie dingen die God niet had moeten scheppen: Perzen, joden en vliegen.
Behalve door zijn oom werd de jonge Saddam tot politiek activisme geïnspireerd door Nassers pan-arabisme.

In 1957 werd Hoessein lid van de socialistische Ba'ath Partij. In hetzelfde jaar pleegde hij zijn eerste politieke moord; hij liquideerde zijn zwager, een communistische activist.

In 1959 werd Saddam Hoessein, na een mislukte poging tot liquidatie van de Iraakse premier Abdul Karim Kassem, bij verstek ter dood veroordeeld, waarna hij onderdook in het dorpje Adwar (Ad Dawr) en vervolgens via Syrië naar Egypte vluchtte.

Een deel van zijn opleiding ontving Hoessein, door bemiddeling van Nasser (met wie hij in Egypte kennis maakte), aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Caïro. Na de 14e Ramadanrevolutie van 8 februari 1963 keerde hij naar Irak terug.

Hoessein werd na een machtswisseling gevangengezet, maar wist de gevangenis in 1967 te ontvluchten. In 1968 deed hij actief mee aan de geweldloze coup door de Ba'ath Partij. In datzelfde jaar studeerde hij af in rechten aan de Universiteit van Bagdad. Hij werd prompt benoemd tot vicevoorzitter van de Revolutionaire Commandoraad en was vanaf 1973 generaal in de krijgsmacht. In 1979 kondigde president Ahmad Hassan al-Bakr (op 65-jarige leeftijd) zijn aftreden aan waarna Hoessein zich (op 42-jarige leeftijd) zowel het voorzitterschap van de partij als het presidentschap wist toe te eigenen.




Circa 10 meter hoge standbeelden van Saddam Hoessein die oorspronkelijk op het dak van zijn paleis stonden


Hoessein verkreeg de absolute macht in Irak en benoemde leden van zijn Al-Tikriticlan op bijna alle belangrijke posten in zijn regering. Hij overleefde tal van couppogingen en aanslagen. Ter consolidatie van zijn macht liet hij vele opponenten ombrengen, waaronder leden van zijn eigen familie. Een uitgebreid veiligheids- en inlichtingensysteem, de geheime politie en zeer waarschijnlijk het gebruik van dubbelgangers, hebben hem behoed voor liquidatie.

Onder zijn dictatoriale regime gebruikte hij de oliereserves om van zijn land een belangrijke regionale militaire macht te maken. Tijdens dit regime werden de Koerden, die vooral in het noorden van het land wonen, zwaar onderdrukt. In totaal werden naar schatting 200.000 Koerden vermoord door middel van conventionele en chemische wapens, alsmede dodenmarsen waarbij mensen werden uitgebuit en verhongerd.

Saddam Hoessein was gehuwd met Sajida Talfah. Het echtpaar heeft drie dochters, Raghat, Rana en Chrisnia en had twee zonen. De echtgenoten van twee dochters werden vermoord door aanhangers van Hoessein, nadat zij in ongenade vielen bij hun schoonvader. Beide zonen - Oedai Saddam Hoessein, die de post van minister van defensie bekleedde, en Koesai Hoessein - kwamen om in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen in Mosoel.


Irak-Iranoorlog

Saddam Hoessein voerde van 1980 tot 1988 een bloedige oorlog met het buurland Iran, de Irak-Iranoorlog. Hoessein zette in deze oorlog verschillende uit de Verenigde Staten afkomstige chemische massavernietigingswapens in (bevestigd door inspecteurs van de Verenigde Naties). Formeel was het twistpunt de grenslocatie met betrekking tot de Shatt-al-Arab, het gecombineerde kanaal van de Eufraat en de Tigris naar de Perzische Golf.


Eerste Golfoorlog

In augustus 1990 bezette hij het eveneens olierijke buurland Koeweit. Het motief dat werd gegeven was de claim dat dat land historisch gezien deel uit zou maken van Irak. Dit was het begin van de Golfoorlog van 1990-1991. Tijdens de oorlog vuurde hij Scud-raketten af op Israël en Saoedi-Arabië. De bezetting werd begin 1991 met Operatie Desert Storm door geallieerde strijdkrachten onder aanvoering van de Verenigde Staten ongedaan gemaakt.


Sancties

Na deze oorlog werd een handelsembargo van de Verenigde Naties afgekondigd. Hoewel het oorspronkelijk bedoeld was als strafmaatregel wegens Hoesseins weigering om mee te werken met de VN op het gebied van wapeninspecties in Irak, gaven de Verenigde Staten aan de sancties te willen handhaven, zelfs al zou Hoessein volledig aan de inspecties meewerken. In 1996 aanvaardde het Iraakse parlement een plan van de VN-Veiligheidsraad om Irak toe te staan een beperkte hoeveelheid aardolie te verkopen met de opbrengst waarvan iets aan de meest urgente humanitaire noden zou kunnen worden gedaan. Critici van de sancties, waaronder vele humanitaire belangengroepen, stellen dat de sancties miljoenen onnodige slachtoffers hebben geëist. Vooral het tekort aan geneesmiddelen zou veel Irakezen, ook en vooral kinderen, het leven gekost hebben. Bovendien hebben Amerikaanse en Britse troepen tussen de eerste en de tweede Golfoorlog bijna dagelijks elektriciteits- en drinkwaterinstallaties gebombardeerd. Dat leidde tot een acuut tekort aan zuiver drinkwater. Volgens hulporganisaties is het aantal misvormingen bij pasgeboren baby's, kankergevallen en andere aandoeningen spectaculair toegenomen sinds de Eerste Golfoorlog. Dat zou te wijten zijn aan het gebruik van verarmd uranium door de geallieerde troepen in 1991. Amerikanen en Britten hebben dit verband altijd ontkend. Anderen menen dat de vele doden het gevolg zijn van Hoesseins onbuigzaamheid en economisch mismanagement, en stellen dat de noodzaak om Irak in bedwang te houden van meer belang is dan humanitaire overwegingen.


Tweede Golfoorlog

De Veiligheidsraad van de VN riep Saddam in november 2002 unaniem en onder ultimatum op volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan wapeninspecties. In maart 2003 oordeelden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en een aantal bondgenoten dat Irak niet aan deze VN-oproep voldeed, en openden de aanval. Ondertussen hebben zowel de Amerikaanse als de Britse regering toegegeven dat de reden voor de oorlog, het bezit door Irak van massavernietigingswapens, berustte op foutieve informatie. Zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk houden echter vol dat de oorlog - die vandaag volgens critici is ontaard in een bloedige burgeroorlog tussen sjiïeten, soennieten, aanhangers van Saddam en moslimfundamentalisten (gelinkt aan Al Qaida) - nodig was en is om van Irak een democratie te maken.

Het regime was in april verslagen; sindsdien werd Hoessein, tot zijn plotselinge gevangenneming in december, niet meer gezien. Wel liet de televisiezender Al-Arabia enkele malen een geluidsopname horen van een man die opriep tot verzet tegen de Amerikaanse indringers. Volgens de CIA is het zeer waarschijnlijk dat het hierbij ging om de stem van Saddam Hoessein.


Gevangenneming



Volgens de Amerikaanse versie van het verhaal werd Saddam Hoessein op 13 december 2003 (rond 20.00 uur) gearresteerd door Koerdische troepen van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) en Amerikaanse speciale eenheden. De operatie heette Red Dawn (Rode Dageraad). Hoessein werd aangetroffen in een onderaardse ruimte bij een boerderij in het dorp Adwar, 15 kilometer ten zuiden van de stad Tikrit. De toegang tot de ruimte, nauwelijks groot genoeg voor een volwassen man maar voorzien van luchtkanalen, was afgesloten door een stuk schuimrubber en afgedekt met aarde. Omdat Hoessein een geweer bij zich droeg wilden de militairen een handgranaat naar binnen gooien, maar ze lieten dit achterwege toen Hoessein zich bekend maakte. Saddam Hoessein zag er onverzorgd uit, hij had zijn baard en haren laten groeien, wellicht gedwongen door zijn primitieve schuilplaats, maar waarschijnlijk ook in de hoop onherkenbaar te worden.[2] Ondanks de door de VS uitgeloofde hoge prijs op zijn hoofd en de intensieve zoekacties, heeft Hoessein zich ruim 8 maanden schuil kunnen houden.

Saddam Hoessein werd waarschijnlijk verhoord op een Amerikaans marineschip en begin 2004 teruggebracht naar Irak. Hij was krijgsgevangene van de Coalitie tot hij op 1 juli werd overgedragen aan het op 29 juni aangetreden Iraakse interim-bewind.


Proces



Op 1 juli 2004 werd Hoessein voorgeleid aan het gerechtshof. Hij erkende de rechtbank niet en weigerde de aanklacht, die zeven punten bevatte, te ondertekenen. Op 19 oktober 2005 begon de rechtszitting tegen Hoessein.

Op 19 juni 2006 eiste de openbaar aanklager de doodstraf tegen hem en 2 medeverdachten (Awad Hamed al-Bandar en Saddams halfbroer Barzan Ibrahim al-Tikriti). Zij werden aangeklaagd voor de moord op 143 inwoners van Dujail, na de mislukte aanslag op de president op 8 juli 1982.[3]

Op 21 augustus 2006 moest Hoessein zich verder verantwoorden voor de moord op bijna 100.000 Koerden, tijdens zijn Anfal-campagne. Hij moest samen met zijn half-broer Al-Majeed, ook wel bekend als Ali Chemicali, voorkomen.

Uiteindelijk werd Hoessein in de Dujail-zaak beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid. Hoessein werd op 5 november 2006 veroordeeld tot de dood door ophanging. Ook Awad Hamed al-Bandar en Saddams halfbroer Barzan Ibrahim al-Tikriti werden tot deze straf veroordeeld.[4] De Koerd Rizgar Mohammed Amin werd na klachten van sjiitische zijde dat hij te mild was voor de verdachte, eerder als voorzitter van het tribunaal verwijderd.

Volgens het Iraakse recht volgde een automatische beroepsprocedure op het doodvonnis.[4] Op 26 december 2006 werd Saddam Hoessein ook in hoger beroep ter dood veroordeeld. Daarop was geen verder beroep of gratieverlening meer mogelijk. Het doodvonnis moest volgens de Iraakse wet binnen een maand voltrokken worden.


Executie

Op vrijdag 29 december 2006 droegen de Amerikanen Saddam over aan de Iraakse overheid. Saddam zou tot vlak voor zijn executie worden vastgehouden door de Amerikanen, een maatregel waarvoor als reden werd opgegeven dat hij niet onnodig vernederd of verminkt zou worden door de Irakezen. Veel Irakezen hadden zich ongevraagd gemeld als vrijwillige beul om persoonlijk het doodvonnis te mogen voltrekken. Uiteindelijk werden drie familieleden van slachtoffers als beulen geselecteerd. De executie vond plaats op zaterdag 30 december om 06:07 lokale tijd in een gevangenis in Camp Justice ("Camp Al-Adala") in de sjiitische wijk Khadimiya. De Iraakse staats-televisie verspreidde een filmpje zonder geluid, waarop te zien was hoe Saddam voor de executie door drie gemaskerde beulen naar de executieplaats gebracht werd. Saddam weigerde een zakje over zijn hoofd. Een van de beulen legde eerst een das om de nek van Saddam en bracht vervolgens de strop aan. Na de ophanging werd de dood van Saddam bevestigd en werd het lichaam getoond van Saddam, gewikkeld in een wit laken.

Korte tijd later echter werd er een filmpje via het internet verspreid dat met behulp van een mobiele telefoon was gemaakt. Bij dit filmpje was wel geluid. Te zien en te horen was dat Saddam zijn laatste woorden uitsprak. Ook kreeg Saddam verwensingen naar zijn hoofd geslingerd en schreeuwden gemaskerde beulen "Muqtada! Muqtada! Muqtada!", waarmee ze verwezen naar Muqtada al-Sadr, een radicale sjiitische geestelijke wiens vader en oom door de geheime dienst van Saddam werden vermoord. Het filmpje was opgenomen met de mobiele telefoon van een bewaker. Volgens de Iraakse president Nuri al Maliki is de maker van de beelden inmiddels opgepakt. Er zou zijn gezegd dat het verboden was om de executie te filmen. Op 9 januari 2007 kwam er nog een filmpje naar buiten, waarop te zien is hoe de hals van Saddam na de ophanging in een hoek van 90 graden is afgebogen en gescheurd.[5]

Als getuigen van de executie waren er een dokter, veiligheidsadviseur, een advocaat en 12 andere mensen aanwezig.

Het doodvonnis is op de eerste dag van het offerfeest voltrokken, hoewel de islam en de Iraakse wet dat verbieden. Het tijdstip van de executie is daarom bij verschillende islamitische landen in het verkeerde keelgat geschoten, bijvoorbeeld bij Saoedi-Arabië. Ook volgens Rizgar Mohammed Amin, de eerste rechter in het Dujail-proces was de voltrekking van het doodvonnis tijdens het offerfeest in strijd met de Iraakse wet.[6]

Mouaffak al-Roubai, een lid van de Regeringsraad die bij de executie aanwezig was, zei voor de Iraakse zender Iraqia dat Saddam kalm het schavot was opgeklommen en dat hij "vastbesloten en moedig" was. "Hij heeft niet geprobeerd zich te verzetten, heeft niets gevraagd. Hij had een Koran in zijn hand die hij aan iemand schonk. Zijn handen waren gebonden toen hij werd opgehangen".[7]

Later beweerde de Iraakse regering dat infiltranten de executie van Saddam Hoessein hadden uitgevoerd. Het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken stelde dat de eigen beulen aan de kant geschoven werden. De infiltranten zouden als doel gehad hebben een wig te drijven tussen sjiieten en soennieten. [8]

De Amerikaanse president George Bush liet zijn goedkeuring blijken over het voltrekken van het vonnis[9]. Mensenrechtenorganisaties Amnesty International[10] en Human Rights Watch[11] lieten weten het vonnis te betreuren en geven aan dat Saddam Hoessein volgens hen geen eerlijk proces gekregen heeft. Ook de Europese Unie spreekt teleurstelling uit over het uitvoeren van de doodstraf. Critici noemen de strijd van zoon Bush tegen Irak dan ook een persoonlijke vendetta tegen Saddam, want president George W. Bush was vastbesloten het karwei dat zijn vader twaalf jaar eerder begon, af te maken en Saddam Hussein van zijn troon te stoten "After all, this is the guy who tried to kill my dad." De poging Bush senior te vermoorden zou zijn gedaan tijdens een bezoek aan Koeweit. Direct na de executie is het stoffelijk overschot van Saddam met een Amerikaanse legerhelikopter overgebracht naar zijn geboorteplaats Awja bij Tikrit. Daar is hij op 31 december 2006 begraven in de buurt van zijn zonen Oedai en Koesai die in 2003 bij een vuurgevecht met de Amerikanen waren omgekomen.


Zijn leven in chronologische volgorde

28 april 1937: Saddam Hoessein wordt als boerenzoon geboren in een dorpje bij Tikrit.
1955: Met zijn oom Khairallah Tulfah verhuist hij naar Bagdad.
1958: Saddam zit enkele maanden gevangen omdat hij betrokken zou zijn geweest bij een aanslag op een regeringsfunctionaris.
1958: Een staatsgreep van generaal Abdul Karim Qassem maakt een einde aan de monarchie.
1959: Saddam vlucht naar Egypte na een mislukte couppoging.
1963: De Baath-partij grijpt de macht maar wordt na een tegencoup weer verdreven. Saddam verdwijnt twee jaar achter de tralies.
1968: De Baath komt aan de macht. Saddam is de tweede man na president Ahmad Hassan al-Bakr en wint geleidelijk aan invloed.
1979: Saddam wordt uitgeroepen tot president van Irak en opperbevelhebber van het leger.
1980-1988: Een jaar na de islamitische revolutie in Iran probeert Saddam gebruik te maken van de onrust in het buurland en trekt Iran binnen. Het Westen steunt Irak in de bloedige oorlog.
1982: Saddam ontsnapt aan een moordaanslag in het sjiitische dorp Dujail en laat 148 willekeurige inwoners uit het dorp terechtstellen.
16 maart 1988: Chemische aanval op het door Koerden bevolkte stadje Halabja, waardoor circa 5000 mensen omkomen.
2 augustus 1990: Bagdad besluit het naburige oliestaatje Koeweit binnen te vallen, maar keert de internationale gemeenschap daarmee tegen zich.
27 februari 1991: De geallieerde troepen verdrijven het Iraakse leger uit Koeweit. Saddam slaat daarop een opstand van sjiieten en Koerden in zijn land bloedig neer.
20 maart 2003: Amerikaanse en Britse troepen vallen Irak binnen onder de beschuldiging dat het regime massavernietigingswapens zou bezitten.
22 juli 2003 De twee zonen van Saddam, Oedai en Koesai, komen om het leven bij een vuurgevecht met Amerikaanse troepen.
14 december 2003: De Amerikaanse bewindvoerder in Irak Paul Bremer meldt de arrestatie van Saddam met de inmiddels legendarische woorden: "We got him!"
19 oktober 2005: Het proces wegens de moordpartij in Dujail begint.
5 november 2006: De rechter spreekt het doodvonnis uit over de voormalige Iraakse president.
26 december 2006: Het hooggerechtshof bevestigt de doodstraf.
30 december 2006: Het vonnis wordt voltrokken in Bagdad. Saddam is geëxecuteerd om 04:07 uur (Middeleuropese Tijd). Drie minuten daarna is het Offerfeest begonnen.